Vier

Lieve Liv,

4 jaar geleden

Voor altijd onvergetelijk

roos, Zaterdag 24 November 2012 at 5:26 pm Eén reactie

Zombie

Het leek allemaal zo leuk te worden. Natuurlijk, het duurde even voor de metamorfose compleet was, maar dan had je ook wat.

Zeker een uur had hij in de stoel gezeten, terwijl een goede vriend heel geconcentreerd zorgvuldig de schmink aanbracht. Witte basis, zwarte kringen onder zijn ogen, een paar druppels rood in de mondhoek. Net echt.

Wist hij veel dat hij daadwerkelijk zou veranderen in datgene wat hij uitbeeldde.

Nu is het half tien ‘s morgens en kom ik hem tegen terwijl hij voetje voor voetje langs mijn huis schuifelt. De zombie. Hij heeft zijn ogen half gesloten, te misselijk om het daglicht te verdragen.

Angstaanjagend is hij allang niet meer, in zijn verlopen Halloweenoutfit. Eerder intens treurig stemmend. Wat is dat toch met verkleedpartijen dat ze zo vaak eindigen in droefenis? Niets zo deprimerend als een clown. Een clown die dartel springt, die boven een ziekenhuisbed gebogen een plastic chrysant uit zijn mouw tovert, die sapperdeflap roept als je op zijn rode neus drukt. Het is de opgelegde vrolijkheid, de ‘nu gaan we iets geks doen’-sfeer die ik niet verdraag. Als een man in een jurk. Lach of ik schiet. Wat een ellende.

Vandaag is het 1 november. Of nee, ik moet zeggen 1 Movember. Voor hen die de afgelopen jaren in deze maand onder een steen hebben geleefd leg ik het nog even uit. Dit is het moment waarop mannen massaal hun snor laten staan. Tegen de kanker. Kluun, voetballer Sulejmani, Horace Cohen, allemaal doen ze mee. ‘Prostaatkanker is gemeen!’ roepen ze met hun behaarde bovenlip.

Ik moet er zo van zuchten. En niet alleen omdat de meeste mannen met een snor eruit zien als een Duitse pornoacteur uit de jaren zeventig. Gele armbandjes, roze strikjes, facial hair, het is vast allemaal ergens wel goed bedoeld. En aandacht vragen voor een ziekte, prima. Maar het is me te hip, te ijdel, te ‘kijk mij eens een malle jongen zijn met mijn snor’. Een maand lang de hele dag opzichtig met je gezichtshaar uitdragen dat je het hart op de goede plaats hebt, het is als een clown die expres struikelt over zijn te grote schoenen en zo eist dat je lacht. Te veel.

Ik tast in mijn zak naar mijn huissleutels als de zombie me plotseling recht in de ogen kijkt. Hij haalt diep adem, met zijn laatste beetje energie zegt hij zachtjes “Boe” . Dan klapt hij voor voorover en kotst op het natte wegdek.

roos, Donderdag 01 November 2012 at 4:42 pm Eén reactie

Premièredag

Shitshitshit, maar 6 uur geslapen, ik wilde er 8. Kinderen voederen. Nog even mijn bed in. Kan niet slapen. Ogen dicht, kom op. Ja maar ik moet van alles. Kannieslapen kannieslapen. Oké laat maar. Nog een geluk dat ik geen grote deadline heb vandaag. O ja, maar ik moet nog wel even een interviewtje doen. Nou ja, is ook wel lekker, afleiding. Damn, ik moet nog tois kopen. Wie heeft dat toch ooit bedacht, dat je je medespelers iets moet geven op zo’n avond? Nou ja, wel leuk ook. Moet iets goed bedenken. Shit. Ik moet nog tois. Shit. O ja. Zonnebril inpakken, heb ik nodig op het podium in die ene scene. Zal ik mijn script nog even pakken? Naaaah, nee, niet doen. Ik ga maar even een stukkie tikken. Nog een koffietje? Nog een koffietje. Niet vergeten straks cavia, de pruik uit te kammen. Pffft, wie had ooit gedacht dat ik een kam door een cavia zou moeten halen? Ik kan nog even door mijn tekst lopen. Mmm, eerst douchen. Doe ik die monoloog wel als ik mijn haar was. O nee, haar niet wassen, anders is het te zacht voor de cavia. Shit wat moet ik nou voor tois? Ik doe even dat telefonische interviewtje. Lekker hoor, zo’n dagje aankeutelen. Ja, heel fijn dat ik het niet zo druk heb. Zal ik nog even met de tekst in de hand de mis-en-scene doornemen? Neee, dat weet ik nou toch wel. O shit, ik moet nog tois! Aah, weer een sms-je. Of ik al zenuwachtig ben? Nou ja zeg, wat denken ze wel? Tuurlijk niet.

 

(© Boy Hazes)

Mama Wilders gaat vanavond in premiere in De Balie in Amsterdam.

roos, Woensdag 24 Oktober 2012 at 09:21 am Geen reacties

Op straat

"Het valt wel, maar niet mee," zegt ze stralend als ze, krom als een hoepel langs me schuifelt. Haar looprek bibbert, haar handen zijn bijna net zo paars als haar mooie jas. 

"Maar weet je," zegt ze samenzweerderig terwijl ze heel dicht bij me komt staan. "Ik heb Cornetto-ijsjes gekocht!"

Ik snap het: dat maakt alles goed. 

En ik ben als een blok voor haar gevallen.

roos, Maandag 22 Oktober 2012 at 09:49 am Geen reacties

Zegeningen

Ik zit op de bank en tel mijn zegeningen.

Elke ochtend om zes uur op

Snotneuzen

Luiers

Aaaai, aaaaai, aaaaai

Diarreeaanvallen

“Mama, mama, mamaaaaaaaa!”

Tandjes

Nee dat wil ik niet

Zullen we even knuffelen?

Thomas de Trein

Aaaaaah prrrrrrrrrrrt

Het zandkasteel

Babyzwemmen

Help, er zit een tijger onder mijn bed

“Mama, mama, mamaaaaaaaa!”

Kom je mee spelen, mama

Nee niet aanzitten mama

Aaaaah gagagagagagaga

Vingertje bijna tussen de deur

Luieruitslag

Spuitkots

Slappe lach

Krampjes

Kwijlkusjes

Mama, dragen?

“Mama, mama, mamaaaaaaaa!”

Er zat een aapje op een stokje

(30 keer op repeat)

Nee, níet die schoenen!

Nee, géén jas, mama!

Mama, ik heb het koud

Aaaaaah goegoegoegoegoe

“Mama, mama, mamaaaaaaaa!”

 

Ik zit op de bank en tel mijn zegeningen.

Het zijn er twee. De jongste is vandaag alweer een jaar.

Vier jaar geleden had ik nooit durven denken dat het nu zo mooi zou zijn.

“Mama, mama, mamaaaaaaaa!”

Ik zit op de bank en tel mijn zegeningen. Elke dag. Mijn leven lang.

 

roos, Donderdag 11 Oktober 2012 at 10:35 am Eén reactie

Vogeltje 3

Toen hij 1 werd, schreef ik dit. Zojuist hebben we samen gezongen en strekte hij geconcentreerd drie vingertjes van zijn vuist om te vertellen hoe oud hij is geworden. Hij kreeg een grote dure Cars-auto en een velletje stickers van 69 cent. Drie keer raden waar hij nu mee speelt. Hij kan tijgers nadoen, hij kan heel hard zingen op de fiets, nog even en hij veegt zelf zijn billen af. Maar vannacht had hij eng gedroomd en begroef hij zijn koppie in mijn oksel. Mijn Miró. Altijd mijn vogeltje.

roos, Maandag 17 September 2012 at 07:36 am Twee reacties

Woehoe

Ik parkeer mijn fiets en denk: ‘Ik ken die kop’. Groot hoofd, blond stevig krulhaar, lange gestalte en op kruishoogte een uitgeschoven apparaat.

Paparazzifotograaf Edwin Smulders staat voor mijn huis. Hij wenkt twee collega’s met dezelfde apparaten, de één een John van den Heuvel look-a-like met een gigantisch bruine kale kop en de ander een ietwat melkmuilderig joch, van wie ik weet dat het de zoon van Joop van Tellingen is, ook professioneel sterrenkijker. Waarom weet ik dat? En waarom weet ik dat Edwin Smulders Edwin Smulders heet? En belangrijker nog: wat doen die hier? Dit is Amsterdam Zuid toch niet?

In de tijdelijke winkel (“Pop-up store!” roept de flyer die ik in mijn hand gedrukt krijg) naast ons huis wordt een nieuw onderbroekenmerk “gelauncht” voor een publiek dat bestaat uit modeblogmeisjes en bekende Nederlanders. Ze zijn heel schreeuwerig. Die onderbroeken. En die bekende Nederlanders. De enige die een beetje eenzaam afzijdig staat te sms-en is Paul Turner, The Voicefinalist. Later zie ik op Twitter dat ie een greeeeeat party heeft gehad.

De stoep staat vol mensen. Al wat hip en happening is, schijnt er te zijn. Ik zie vooral veel meisjes met rare knotjes bovenop hun hoofd (hip) en een sjaggerijnige bek door permanente honger (happening).

De BN-ers worden door de paparazzi voor een groot houten bord gepositioneerd en gaan professioneel in hun fotohouding staan. Voor jongens betekent dat de handen nonchalant in de zakken van je iets afgezakte op strategische plekken gebleekte spijkerbroek. De meisjes hebben hun eigen pose: enigszins van de camera af gedraaid, één been schuin voor de andere gezet en lachen met de mond een tikkeltje open.

Een modeblogmeisje schurkt pruillipperig tegen een spijkerbroekjongen aan. Ze heeft veel rouge op, vermoedelijk om zichzelf een gezonde uitstraling te geven. Maar ze ziet er vooral uit als een bleek meisje met veel rouge op om zichzelf een gezonde uitstraling te geven.

De muziek ronkt. Paul Turner doet opeens “Woehoe!” en toont zijn okselhaar. Een soapjongen die tevens de ex van Lieke van Lexmond is (waarom weet ik dát in godsnaam?) staat te smiespelen met Edwin Smulders. “Dit is mijn nieuwe nummer,” hoor ik hem zeggen. “Graag een beetje voor jezelf houden, het is geheim.” Ik schiet in de lach. De ironie ontgaat de jonge acteur en de paparazzo.

Ik ga mijn huis binnen en vanuit het raam probeer ik Edwin Smulders op de foto te zetten. Hij kijkt net op als ik op het knopje wil drukken. Van schrik laat ik mijn iPhone vallen. Ieder zijn vak. En ieder zijn apparaat.

roos, Zaterdag 07 Juli 2012 at 10:08 am Geen reacties

Alles blijft

Daar stond een muur die ik heb aangeraakt.
De muur werd afgebroken. Van het puin
werd verderop een fundament gemaakt.
Ik plantte een fruitboom in mijn oude tuin.

Die werd geasfalteerd. Vijf meter diep
Houdt zich een wortelstronk nog grommend koest.
Vijf eeuwen lang desnoods. De Spaanse griep
Landt ooit op Mars omdat ik heb gehoest.

Er was een vriend aan wie ik heb geschreven,
Een rots waar ik mijn naam in heb gekerfd.
Je bent een deel van alles bij je leven
En alles blijft bestaan wanneer je sterft.

Gerrit Komrij 1944-2012


roos, Vrijdag 06 Juli 2012 at 06:49 am Geen reacties