Een nieuwe pivothosting weblog

§

Heel mij

Tijd en vergetelheid, ik heb het er een beetje lastig mee.
Ik weet niet wat ik wil.
Het is een week geleden dat het allemaal begon. Kramp, de gang naar het ziekenhuis, het wachten, pijn, morfineverdoving, zij daar in mijn armen, de sneeuw buiten op het dak, de sereniteit, de adrenaline, artsen aan het bed.
Ik weet elke seconde nog, iedere blik, de stemming, de sfeer, het gevoel, ik roep het zo op.

De eerste ochtend dat ik wakker werd in mijn eigen bed, was ik het allemaal vergeten. Ik stond langzaam op, duf en daas en schrok plotseling uit mijn slaapcoma van een steek in mijn onderbuik. O nee! Mijn kindje! Straks zou ik het verliezen!
Een paar tellen later kwam het besef. Ik had het al verloren. Het was echt gebeurd. Mijn buik was leeg.
Het was de naarste ochtend van de week. En toch... nu, na zoveel herbeleven, zou ik wel een tijdje in de wereld van de onwetenden willen zweven. Even niets, even geen besef, even geen realisme, even er uit, ontsnapt.
Ik speel de film steeds af in mijn hoofd omdat ik anders niet kan bevatten wat er is gebeurd, ik moet het me allemaal herinneren. Tegelijkertijd verlang ik naar vergetelheid.

Hetzelfde heb ik met tijd. Deze week, hij lijkt wel een maand te hebben geduurd. Dat is goed. Want ik heb tijd nodig, Het is een cliché maar het voelt echt bijna als een belediging dat de rest van de wereld doorraast. W. H Auden schreef al in zijn gedicht Funeral Blues, bekend van de film Four weddings and a funeral:

‘The stars are not wanted now; put out every one,
Pack up the moon, dismantle the sun,
Pour away the ocean and sweep up the woods;
For nothing now can ever come to any good.’

Het is herkenbaar. En tegelijkertijd wil ik af en toe op fast forward drukken. Hup, vooruit met die tijd. Want die heelt toch alle wonden? Kom op dan! Heel mij, heel ons, schiet op.

Haastig rouwen, het schijnt niet zo’n goede optie te zijn. Net als vergeten en vluchten. Er is helemaal geen ontsnappen aan. Dat is verwarrend genoeg ook mooi. Er is geen ontsnappen aan haar, geen wegzweven in het niets. Laat die sterren maar branden, de zon mag wel aan. Laat de tijd maar zijn wat het is. Het doet er allemaal niet toe. Zij is de werkelijkheid.

§

Schaamteloze zelfpromotie

Dat ik de afgelopen maand ook over iets anders schrijf dan over miljonairs of de ergste dag der dagen, blijkt uit het Volkskrant Magazine van vandaag met mijn verhaal 'Op een kleedje in het maisveld' over seksueel misbruik van verstandelijk gehandicapten. Het was een moeilijk te produceren verhaal, want vind maar eens ouders van verstandelijk gehandicapten die met naam en toenaam willen vertellen over wat voor beestachtigs hun kind is overkomen. Ik ben er trots op dat het gelukt is, want ook hun verhaal moet worden verteld.

"Hij raakt het beeld maar niet kwijt. 'Mijn Monique-je die daar in dat maisveld ligt met die volwassen vuile vetzak bovenop zich."
Cees Wijnen ziet het steeds maar voor zich. En dat terwijl het al jaren geleden is dat het gebeurde."

Lees verder in het Volkskrant Magazine van vandaag.

§

Vermengde tranen

Van tevoren denk je
dat het de ergste dag der dagen zal worden.
Ik ga hier niet beweren dat dat niet zo is.
Het crematorium, de begraafplaats, de rand van het kindergrafje,
ik wil er allemaal niet zijn, ik wil er niet staan.
En toch wil ik er ook niet weg.
Want er zit schoonheid in verdriet.
De schoonheid van het kistje met daarop geschilderde engeltjes.
De schoonheid van de aarde die we er bovenop scheppen.
De schoonheid van de enorme berg rozen waaronder we haar bedelven.
De schoonheid van zijn armen om me heen.
De schoonheid van vermengde tranen.

Ik zie de hele dag wondertjes.
Er blijkt een knalgroene papegaai op Zorgvlied te wonen
die luid kwetterend overvliegt.
We blijken in staat haar te begraven
en daarna te genieten van witte wijn en oesters.
Het lukt ons enthousiast plannen te maken
voor een mooie reis.
Mijn hart maakt een jubeldansje
na het telefoontje van mijn uitgeverij:
mijn boek krijgt nu al een tweede druk
en ik ben oprecht een tel gelukkig.

Dat voelt niet tegennatuurlijk
want ik mag het leven leven
dat mijn kleintje niet kreeg.
Sterker nog, ik moet het leven.
Dat ben ik aan haar verplicht.
Ik moet alle wijnen proeven,
alle landen zien,
alle boeken schrijven,
alle letters lezen.
Ik deed het altijd al voor tien
maar vanaf nu doe ik het voor 11.

Het is nog steeds de ergste dag der dagen
maar er zit schoonheid in verdriet
net als dat er altijd verdriet in schoonheid zit.

§

Voor Liv

Je zette nooit een voetstap
maar toch is jouw afdruk
de duidelijkste
die wij ooit zagen

Ik heb je nooit horen lachen
en toch is jouw stem
het helderste geluid
van allemaal

Ik zag je vannacht voor het eerst
en toch is er niemand
die ooit dichterbij mij was
dan jij deze maanden bent geweest

Vannacht om 3.05 is geboren
Onze dochter
Liv Perrier

Wat zijn we trots op je

§

Niet verenigbaar

Wat doe je als je echt wanhopig bent?
Sommigen trimmen een tramhokje in elkaar of een toevallige passant op straat. Anderen gaan hysterisch schreeuwen, huilen, trekken de haren uit hun kop.
En ik? Ik bak een appeltaart. Zondag toen ik niet meer wist hoe ik de tijd moest doorkomen, ging ik in de weer met meel, goudrenetten, boter en suiker. Waarom zou je alleen taarten bakken als het feest is? Als je leven donker is, heb je ze veel harder nodig.

Het is een rare week geweest. Vorige week vrijdag waren de artsen plotseling zorgelijk bij de echo van ons kind. Het groeide niet goed. We werden doorgestuurd naar de VU. Met een beter echo-apparaat werd er gekeken of het ruggetje dicht was, het schedeltje volgroeid, het hartje op de juiste plaats zat (natuurlijk!) en alle inwendige organen functioneerden. Alles werkte. Maar het kind lag in een rare houding en ik had wat weinig vruchtwater. Het advies was om een vlokkentest te ondergaan.

Dinsdag gingen ze met een naald in mijn buik en haalden vlokjes placenta weg. ’s Avonds stond ik ietwat wiebelig de Open Bak te presenteren. De rest van de week had ik talloze radio-interviews, ik kreeg veel enthousiaste reacties over mijn boek. Deze dagen hadden een hoogtepunt moeten zijn, het resultaat van zo lang hard werken. Maar het voelde niet zoals ik had gehoopt. Want dat andere resultaat, het mogelijke slechte resultaat van de test, hing als een zwaard van Damocles boven ons.

Gisteren kregen we de uitslag. Het is niet goed. Onze baby heeft triploïdie, een chromosoomafwijking. Die is “niet verenigbaar met het leven,” zo zei de arts zacht.
Het is voorbij, na 15 weken. Maandag zal ik bevallen van ons kindje.

Ik ben de afgelopen week gewoon blijven werken, iets wat sommige mensen verbijsterde. Ik kan niet anders. Het is hetgeen wat ik zo lief doe, ik laat me dat niet afnemen. Niet nu. Dat ik dat boek heb geschreven, dat ik nu bezig ben met andere verhalen, dat ik mooie interviews houd en woorden op papier zet, dat is allemaal zo onderdeel van mijn bestaan. En als er iets is wat F en ik deze dagen enorm beseffen, is het hoe zeer we hangen aan dit leven. Alles uit mijn handen laten vallen... Dat is nou net heel erg niet verenigbaar met mîjn leven.

Ik ga geen poging doen uit te leggen hoe het verdriet voelt. Geloof me, wij nemen onze tijd om te rouwen.
Maar rouwen en doorgaan gaan heel goed samen.
Dat is geen kwestie van sterk willen zijn, het is een kwestie van niet anders kunnen.
Anders blijf ik appeltaarten bakken.



(ps: en omdat er deze tijden geen stukje van mij op deze blog staat zonder radio-interview, heb ik er hiero ook nog eentje. Deze was vanmorgen op Radio 8FM, 'Brabants beste muziekmix': ) §

538

Ik sta onder de douche als mijn mobiel gaat. Shit, zal je altijd zien, Een beetje mopperig neem ik op. "Heeeee Roos met Niels van 538. Wil je bij ons zometeen in de uitzending over je boek vertellen?". Tuurlijk wil ik dat. Ik droog me als een gek af. Terwijl ik het nat nog uit mijn haar schud, gaat opnieuw de telefoon en sta ik Edwin Evers live te woord. Dan ben je wel meteen wakker...
Het resultaat staat op de site van Radio 538 .
Direct hier luisteren kan ook en wel door op dit icoontje te klikken:


§

Nog een keer radio

Vanavond om kwart voor 9 zit ik bij BNN Today op Radio 1!
Eens kijken of ik mijn record snel praten van afgelopen zaterdag kan verbeteren...

§

Schaamteloze zelfpromotie

Kijk, daar wordt een mens blij van.
Een verhaal schrijven dat op de cover van een blad terecht komt.
Maar waar word je nog blijer van?
Een voorpublicatie van je boek die op de cover van een blad terecht komt.
Deze week in Revu een verhaal van mijn hand over de rijken van Nederland die ik heb geïnterviewd voor 'Het eerste miljoen is het moeilijkst.'
Wie dus zin heeft in een voorproefje (en in een geweldige fotospread van Jacob Gelt Dekker), kopen dat blad.


Wie daar niet genoeg aan heeft: op naar de boekhandel want als het goed is is het boek daar vanaf vandaag te krijgen!



PS: Bol.com kan natuurlijk ook, maar hoe meer mensen er in de boekhandel naar vragen, hoe beter het is!

PSPS: Volgens mij is de grootste schaamteloze zelfpromotie hier ooit. Hoewel, helemaal schaamteloos is ie niet. Het is best genant, je eigen waar zo te pluggen. Maar iemand moet het doen, houd ik mezelf steeds maar voor. Iemand moet het dopen, iemand moet het doen, iemand moet het doen! §

Spijkers met koppen

Locatie: een druk Grand Café in Utrecht centraal
Gesprekspartner: een druk gesticulerende Dolf Jansen
Fysieke toestand: een heel druk bonkend hart
Belangrijkste eerste gedachte: Oooooh, als ik maar niet dichtklap
Belangrijkste tweede gedachte: Mmmm, best gezellig hier
Belangrijkste derde gedachte: Ha, het publiek lacht om me!
Belangrijkste vierde gedachte: ik laat die Jansen niet meer lullen dan ikzelf doe, hoe meer ik kwijt kan hoe beter!
Eindconclusie: Het was druk, heel druk, zowel in mijn hoofd als om me heen en daar werd ik zelf best een beetje druk van. Maar wat was het leuk! Mag ik binnenkort weer?
Het interview is hier te beluisteren:


(met dank aan Marco die zo lief was het op te nemen!)

§

Geboorte

Met zo’n obstinate baby in mijn buik, zou ik bijna de andere bevalling vergeten die enkele maanden geleden plaats vond.
Bijna, maar mooi niet helemaal, want terwijl bij de geboorte van een kind de baby meteen op je borst wordt gelegd, duurt het bij een boek nog een hele tijd voor je het tegen je aan kunt drukken.
Maar het gebeurt wel. Nu, as we speak, is ‘Het eerste miljoen is het moeilijkst’ van de drukker gekomen en volgende week ligt het in de boekhandel!
De afgelopen week schreef ik twee voorpublicaties (één voor Revu en één voor, hoe kan het ook anders, Miljonair) en zat ik dus weer helemaal in de materie van het boek. En terwijl ik doorgaans een beetje klaar ben met een onderwerp du moment dat ik een verhaal heb ingeleverd, raakte ik deze week weer helemaal enthousiast. Want wat is het interessant, de psychologie van geld. En, sorry voor de onbescheidenheid, maar wat weet ik er inmiddels ook een hoop van...
Waarom willen mensen altijd maar meer verdienen? Is genoeg ooit genoeg? Wat doet statusangst met ons? Wat is de rol van testosteron bij het rijk worden? In hoeverre is filantropie een manier om je als opperprimaat bovenop de apenrots te plaatsen? Maakt geld gelukkig?
Geef me de gelegenheid en ik kan het je precies uit de doeken doen.
Morgen krijg ik die gelegenheid want ik ben uitgenodigd om in het radioprogramma Spijkers met Koppen over mijn boek te komen praten. Dolf Jansen doet het interview en dat is natuurlijk een spraakwatervallerig type, maar als ik eenmaal begin te vertellen over mijn miljonairs, weet ik moeilijk van ophouden. Dat kan dus interessant worden.
Voor wie live wil luisteren, ik ben het laatste item en ben vanaf kwart voor 2 te horen, op Radio 2.
De uitzending later beluisteren kan ook en wel hier.


§

Obstinaat 2

“Dit is de meest eigenwijze baby die ik ooit ben tegengekomen,” zei de echodame vanmiddag tegen me, terwijl we naar de kleine op het scherm staarden die stronteigenwijs als een bolletje wol lag opgerold en totaal geen aanstalten maakte zich in een meetbare positie te manoevreren.
Stiekem was ik best een beetje trots. Eigen willetjes zijn leuk.
Maar als ie dit volgende week weer flikt, moet ik toch eens een hartig woordje met hem wisselen!

§

Obstinaat

We zitten in de wachtkamer van het Lucas Andreas ziekenhuis en we zitten er al een paar uur. Er moet een goede echo worden gemaakt en een nekplooimeting worden gedaan, maar als we vanmorgen ons kleine ding willen laten vastleggen, heeft hij net zijn voeten ontdekt.
Gelegen op zijn (of 'haar', want dat weten we nog niet, maar we zeggen 'zijn', want van dat 'zijn/haar' typen krijg ik RSI) rug wipt hij steeds met zijn kontje omhoog om vervolgens met zijn mini-handjes zijn mini-voetjes te grijpen.
Wip. Grijp. Wip. Grijp.
Zo schattig. En ook zo onhandig, want door de inspanning houdt hij voortdurend zijn kin op zijn borst waardoor er geen nekplooi te meten valt.
De echomevrouw zendt ons heen om bloed te laten prikken, in de hoop dat ons kind daarna gewoon zal meewerken en zichzelf in een fotogeniekere positie heeft gemanoeuvreerd.
Een uurtje later doen we poging twee.
Wip. Grijp. Wip. Grijp. Wip. Grijp.
De echodame duwt een aantal keer ferm op mijn buik. Joehoe, beweeg eens even anders. Ze vraagt me te hoesten. De baby vliegt omhoog, om vervolgens weer op zijn ruggetje te belanden en ongenaakbaar door te gaan met zijn eigen spelletje.
Opnieuw worden we weggestuurd.
We lopen een rondje om het ziekenhuis. Ik prik in mijn buik, hups wat op en neer. Hé joh, doe eens even meewerken daar!
Eenmaal terug in de wachtkamer, slaan we ons door eindeloze jaargangen Plusmagazine. Wat die op de afdeling Verloskunde doen mag Joost weten.
Ik verveel me. Ik word een beetje opstandig en heb zin om snorretjes te tekenen op alle mierzoete geboortekaartjes op het prikbord, vooral op die ene waarop in kriebeletters staat hoe blij Han en Sophie zijn met hun “eigen kleine wondertje.” En daarna voel ik een nauwelijks te beheersen drang om Poep! Pies! Anaal! te schrijven bij het "Vingertjes en teentjes tellen, eerst even bellen"-rijmpje op het kaartje van de pasgeboren Thijmen. Gelukkig heb ik geen pen bij me.
Er komt een ander stel binnen. Zij: de personificatie van keurigheid. Een Louis Vuittontas onder haar arm geklemd, lage strakke blonde paardenstaart, zedige glimlach. Ze loopt hand in hand met ‘heur verleufde’, een corpulente bal met krulletjeshaar, een onderkin waarvan de nekplooi wel erg makkelijk te meten moet zijn en zo’n rode broek die alleen in Naarden en omstreken te koop is.
Ik verveel me zo dat ik het niet kan laten ze een kwartier aan te staren. Opeens lijkt het me, met name onder deze omstandigheden, heel grappig om hem toe te roepen: “Hé Van Binsbergen, heb je nog geneukt!?”.
Net op tijd worden we weer binnen geroepen voor kans 3.
Het is uren later dan de eerste pogingen. Die kleine van ons zal nu toch wel even braaf mee willen lopen in de kudde?
Nope. Wip. Grijp. Wip. Grijp. Wip. Grijp.
Ik hop van het bed af en spring met blote buik vol gel hoog op en neer tot lichte verbazing van de strenge echojuf. “Misschien helpt het?” roep ik.
Het helpt natuurlijk niet.
En terwijl we een nieuwe afspraak maken, realiseer ik me: “Dat redeloos obstinate gedrag, van wie kan dat kind dat nou hebben?”.

Linkdump

§BNR

Ik mocht vanmiddag op BNR bij Harmke Pijpers weer over het boek komen praten. Het resultaat is hier te horen.
En voor wie er geen genoeg van kan krijgen (die mensen heb je), hier een interviewtje op Megastad FM.