¶ §Verklaring
Het is beslist niet goed geregeld.
Die eerste tijd is de vermoeidheid het grootst,
de
hypersensitiviteit steekt de kop op,
het je plotsklaps totaal beroerd voelen.
De iets te felle opmerkingen floepen er zomaar uit
(“Ik ben niet chagrijnig, ik ben gewoon duidelijk!”).
Ik verklaar mezelf over het algemeen graag nader,
maar dat mag dan nog niet, neenee, mondje dicht.
Ik ben misschien mezelf niet,
maar met mij is niets aan de hand.
Het is beslist niet goed geregeld.
Want tegen de tijd dat je je beter gaat voelen
mag het hoge woord er pas uit,
vraagt iedereen eindelijk hoe het gaat
en roept uit dat je echt straaaaalt.
Ach, ze hebben ook eigenlijk gelijk.
Het is misschien niet goed geregeld
maar ik ben weer behoorlijk mezelf,
en ik straal inderdaad...
Ik straal
voor twee!

(ps: Ik ben en blijf natuurlijk een freelancer dus:
Beste opdrachtgever, u hoeft nog lang niet te stoppen met mij bellen. Van niet werken word ik nog veel narriger en staatsgevaarlijk bovendien. Het staat allemaal pas half mei te gebeuren dus dat verlof is nog maaaaaanden uit zicht. Dank voor uw aandacht).
¶ §Ongeil
Er is mij in de kroeg wel eens verteld dat ik seks aan mijn kont heb hangen.
Dat is totaal niet waar. Er gaan onnoemelijk veel momenten voorbij dat ik helemaal niet aan seks denk. Laat staan dat het aan mijn kont hangt. En als ik op zondagmiddag met mijn haar als een vogelnestje warrig op gympen zonder gestrikte veters de supermarkt binnenstuif voor een diepvriespizza hangt het er ook echt niet. Die seks.
Maar ik moet eerlijk zijn: ik houd op zich wel van een beetje sexy. Het zal wel ter compensatie van die dagen met diepvrieshoofd zijn maar ik mag graag uitpakken. Hoge hakken, korte rokken, een decolleteetje. Niet om de Playboypoes uit te hangen, maar omdat ik van aankleding houd, van sjeu, van een beetje extra om de dag wat op te pimpen.
De komende week speel ik in
Bodem echter een ietwat tobberige verzenuwde Amerikaanse conservatieve moeke van twee bijna volwassen zoons. Juist ja. Laten we zeggen dat er van typecasting bepaald geen sprake is.
Terwijl ik
vorig jaar mijn kostuum nog met gemak uit mijn eigen klerenkast kon trekken, zit dat er nu niet in. Zelfs mijn degelijkste rokje werd door de regisseur hoofdschuddend afgekeurd. Te kort, te sexy.
Vandaar dat ik me afgelopen week in de Peek en Cloppenburg bevond op de afdeling Ouwe Tutten Mode, driftig op zoek naar de aller-aller-on-geilste rok die ik maar kon vinden. Er gleden dikke stoffen met grote ruiten door mijn handen, plooirokken met plisé, ik begroef mezelf in een enorme hoop onbestendig gekleurd brandbaar materiaal waar vrouwenkleding van was gemaakt waar een vrouw amper als vrouw herkenbaar in zou zijn.
Opeens zag ik hem. Stugge stof, te wijd model, beige. Beige! Is er een kleur ongeiler dan beige? Dit moest hem zijn!
Net toen ik mijn maat probeerde op te zoeken stootte mijn hand tegen de elleboog van een andere winkelende dame. “Zoek je maat 38?” vroeg ze terwijl ze met De Rok wuifde. O god. Betrapt. Ik wilde het haar uitleggen. Dit was zo niet mijn smaak, niet mijn rok, ik moest er niet aan denken dit serieus te kopen, het was de ongeilste rok aller tijden, echt, ze moest niet denken dat ik, jonge blom, dezelfde degelijke smaak had als zij met haar collegeschoenen en gesteven haar, ik, ik, ik... Ik knikte bedremmeld. Ja dat was mijn maat. “Leuk is ie hè!’ kirde de vrouw. “Hij zat mij net te strak maar zal jou vast enig staan.”
Even later in de paskamer zag ik dat enig een rekbaar begrip is. Wat ik wel wist is dat ik in deze rok geen seks aan mijn kont had hangen. Sterker nog: de kont leek non-existent.
Ik schoot in mijn eigen spijkerrokje en spurtte naar de kassa in de hoop dat ik niemand zou tegenkomen die ik kende. Toen ik afrekende waren mijn wangen rood en had ik het bloedheet. Even verderop zwaaide de collegeschoenen-vrouw naar me.
Opeens kreeg ik een beeld voor ogen van de
John Holmes Real Cock. Plotsklaps zag ik enorme overeenkomsten tussen de aanschaf van dit apparaat en de rok. Ze zijn beiden van zeer onnatuurlijk materiaal, ze zijn beiden beige, ze hebben beiden ietwat excentrieke fans waarmee ik me totaal niet identificeer, ze zijn beiden enorm genant om te kopen en ze nodigen allebei niet uit tot seks. Mij althans niet.
Maar ik heb dan ook geen seks aan mijn kont hangen.
Nieuwsgierig geworden? Vanaf donderdag sta ik met de rok en mijn medeacteurs in Theater de Engelenbak in Amsterdam. Reserveren kan
hier!

¶ §Site
Ik was een beetje stil op deze site.
Dat komt: ik moest tekstjes op mijn andere site zetten.
Mijn professionele site.
Jaja, spuit elf, ik weet het.
Ik vond mijn weblog tot nu toe wel genoeg.
Als mensen (lees: opdrachtgevers) me zochten
wisten ze me altijd wel te vinden.
Maar ja, nu komt dat boek er aan.
En wat is een schrijver nou zonder website?
Bovendien moest ik nieuwe visitekaartjes laten maken.
Daarop kon dan meteen de nieuwe url worden meegenomen.
Kortom: met hulp van
Remmert
is er een heuse zakelijke Rozig-site gekomen.
Met heel veel verhalen
die ik de afgelopen jaren heb geschreven.
Het is lang niet alles,
ik ben nog aan het uploaden.
Maar ben je even aan wat leesvoer toe,
dan ben je van harte welkom:
www.roosschlikker.nl!

¶ §Multifunctie
Ik heb veel te doen in weinig tijd. Chronisch. Altijd. Daar kom ik vast nooit van af.
Daarom houd ik zo van gadgets. Die beloven je namelijk altijd een enorme tijdsbesparing. Die belofte maken ze overigens nooit waar. Natuurlijk, een telefoon waarmee je makkelijk kunt e-mailen kan tijd schelen. Je hoeft immers in een vreemde stad niet op zoek naar een internetcafé om dat ene belangrijke berichtje te verzenden. Maar wat doe ik met mijn
Regilio? Ik check als ik on the road ben om de 5 minuten mijn mail. Waarom? Ja, why do dogs lick their balls? Because they cán!
En toch blijf ik een zwak houden voor goede tijdsbesparingtips, voor lifehackersweetjes (ik heb net weer
Upgrade your life aangeschaft. Waar ik de tijd vandaan moet halen om die pil te lezen weet ik niet), voor inventief bedachte uitvindingen die mijn leven makkelijker moeten maken.
Ik heb met name een zwak voor het twee-in-één-concept. Vorig jaar kocht ik in een winkeltje een gigantische sjaal met een capuchon eraan. In eerste instantie is het een belachelijk groot en vormeloos ding waarvan omstanders zeiden: "Wat trek jij nou aan?” maar als ik me er eenmaal ingewikkeld had was het ge-“Wow!” niet van de lucht. Niet lang daarna bleven mensen me maar vragen waar ik die capusjaal toch vandaan had.
Afgelopen week werd er bij ons thuis een pakketje bezorgd. F had punten gespaard met de één of andere actie en mocht een cadeau uitzoeken. Hij koos voor een warme fleecedeken voor mij, als ik op koude winteravonden tv zit te kijken. Ik maakte de doos open en haalde er een grote zachte rode doek uit. Hé, maar wat raar, het leek wel of dat ding mouwen had. Een deken met mouwen? What the fuck!?
Nee, wat briljant! Want iedereen die wel eens met een dekentje op de bank zit kent het probleem: je wil ook je armen warm houden, maar probeer maar eens je kopje thee te pakken als je je handen net helemaal onder de deken heb gepropt. Dat gaat dus niet. Met de
Slanket wel. Hoe fijn is dat?
Nog even en mijn leven is compleet. Ik heb een Regilio, een slanket en een capusjaal. Nu zoek ik nog een multifunctioneel apparaat dat mijn voeten masseert, mij tegelijkertijd hapjes voert, vervelende mensen aan de telefoon afpoeiert en mijn agenda beheert.
Voor tips houd ik me aanbevolen.

¶ §Schaamteloze zelfpromotie
Ze zijn leuk geworden, de foto's bij mijn interview met Frank Lammers.
Vanaf vandaag te zien en te lezen in NL20. Digitaal kan ook en wel
hier.
De kop van het verhaal? "Het hoeft niet altijd gezellig te zijn."
Zo is het maar net.
En nu ga ik eens lekker een avondje lui achterover leunen.

(PS: Binnenkort hoeven jullie die stukkies in bladen van mij niet meer in van die onmogelijk kleine lettertjes te lezen want dan heb ik naast Rozig een zakelijke site waar ze integraal op komen te staan. Woei! Ja, ik weet het, die site had ik al tien jaar moeten hebben, maar het kwam er steeds niet van. Te druk met journalistje spelen. Maar nog even geduld... Er wordt aan gewerkt...)
¶ §Lui
Journalisten zijn lui.
Raoul Heertje was vorige week overduidelijk toen hij de
Nacht van de journalistiek opende, een bijeenkomst voor jonge pas afgestudeerden die graag het vak in willen. Ik mocht er twee workshops Succesvol Freelancen geven, vandaar dat ik er als dertiger überhaupt mocht zijn.
Ik hoor het wel vaker. Het babbelt ook zo lekker weg. “Ah, joh, al die journalisten zijn lui.” Het is een mening in de categorie “Die regering van ons doet geen reet" of “Directeuren? Zakkenvullers zijn het, allemaal!” of “Wie wordt er weer gepakt? De kleine man!”. Meningen waar niemand iets tegenin brengt.
En ja, natuurlijk zijn sommige journalisten lui. Niet om hoor en wederhoor vragen is lui. Een naam niet checken zodat je hem verkeerd spelt is ook lui. Geen research doen naar een geïnterviewde, lui lui lui.
Maar mogen we even aandacht voor de andere kant van het verhaal?
Voorlichters die nooit terugbellen.
Geïnterviewden die ná lezing van het stuk pas ontdekken wat ze eigenlijk hadden willen zeggen en het de journalist kwalijk nemen dat hij dat niet tussen de regels door heeft gelezen.
Een artikel dat door de bron mag worden gecheckt op feitelijk onjuistheden en waar pas een week later op wordt gereageerd. En dan nog boos zijn, dat het verhaal inmiddels al lang en breed in de krant staat.
Geïnterviewden die achteraf zeggen toch liever niet in die en die krant te willen staan en zich menen te kunnen terugtrekken uit het verhaal dat je net hebt opgetikt.
Echt, het gebeurt. Niet zo af en toe, het gebeurt voortdurend.
Afgelopen drie weken ben ik bezig geweest met een verhaal voor het Volkskrant Magazine. Een verhaal over een gevoelig onderwerp waarvan iedereen zegt: “Joh, daar zou eens een stuk over geschreven moeten worden! Waarom gebeurt dat niet?”. Waarom dat niet gebeurt? Omdat voorlichters niet terugbellen, omdat directies zich op het allerlaatste moment terugtrekken uit angst in een slecht daglicht te worden geplaatst, omdat er interregionaal over overlegd moet worden en op de vraag wanneer dat dan gaat gebeuren het onverschillige antwoord klinkt: “Eeeeeh, eind november ofzo.”
Ik wil nu geen klaagverhaal ophangen want uiteraard is het dan aan de journalist om door te pakken, om te bijten en niet los te laten, om de voorlichters en directeuren links te laten liggen, om andere wegen te bewandelen, om het verhaal toch verteld te krijgen.
Maar ik lig er wakker van. Want ik wil dit verhaal schrijven, ik wil door kunnen werken, ik wil aan de slag en ik sta al weken in de wacht.
Vanmorgen kreeg ik een verlossend telefoontje. Ik heb het rond. Ik heb een prachtige bron gevonden met een mooi verhaal dat hij met naam en toenaam wil vertellen (want anonimiteit is ook een lastige omdat we dan weer te horen krijgen: “Hoe weet ik dat het echt is? Jullie journalisten verzinnen maar wat”).
De kick is groot. Ik ben blij om journalist te zijn en begrijp weer waarom die twintigers uit mijn workshop zo eager zijn om hetzelfde werk te doen als ik.
Maar man o man, wat kost het soms een tijd en moeite.
Natuurlijk iedereen mag schelden op journalisten wat hij wil, hoe kan ik tegen vrijheid van meningsuiting zijn, maar intussen weten mensen niet half hoeveel tijd en energie er is gaan zitten in de stukjes die ze achteloos aan de ontbijttafel lezen.
“Journalisten zijn lui,” mompelen ze nog eens, als ze zien dat een naam niet met de benodigde trema op de e is gespeld. Ja joh. En de regering doet geen reet, directeuren zijn zakkenvullers, de kleine man wordt altijd gepakt.
Het zijn meningen waar niemand meer op ingaat. Te vaak gehoord, te algemeen, te dom, te.... eh lui misschien?
