Een nieuwe pivothosting weblog

§

Goochelen

Als ik even niets te doen heb mag ik me er graag mee vermaken:
mezelf googelen.
Oooooh en nu niet allemaal de braverik uithangen en zeggen dat jullie dat stomme ijdeltuiterij vinden want iedereen googelt zichzelf.
Zo niet, dan zou ik zeggen 'Gauw doen' want je komt de gekste dingen over jezelf te weten.
Zo kwam ik op een website terecht vol complottheorietjes en mensen die het ene feitje aan het andere weten te rijgen en wat staat er?

Emily Bremers
Long time girlfriend Prince of Orange
People though they would marry.
Didn't happen.
There was a play written about EMILY.
EMILY and the secret of HUIS TEN BOSCH.

EMILY WAS PLAYED BY ROOS
ROOS SCHLIKKER.

WILLIAM FAULKNER and a ROSE FOR EMILY...
FAULKNER died DUTCH QUEENSDAY, 30 APRIL.

This ROOS SCHLIKKER married a guy called PERRIER. Francois PERRIER.

Perrier means water
ROOS who played EMILY marries a real life WATER GUY.
EMILY was the girlfriend of ALEX the WATERMANAGER.
ALEX of ORANGE is the real DAMIEN THORN.
You know, the movie, and the famous
666 DATE

THE OMEN. Released on 6
june 2006. 666. On that
EXACT same DAY, there
was a marriage.

http://www.imdb.com/name/nm0772375/bio
The girl who played EMILY
The lover of the WATER PRINCE
married her own (Perrier)
WATER PRINCE on
6-6-06
----

Tja, wat zal ik zeggen. Het is allemaal waar, hoor, geen leugen verteld. Maar wie is toch die idioot die zich zo zit te verdiepen in de namen en data uit mijn leven?

(wie de tekst inclusief de plaatjes wil zien, klik hier en scroll tot ongeveer tweederde van de pagina.

§

Waar gaat het eigenlijk over, Thee???

Mijn uitzicht de afgelopen tijd bestond uit een eindeloze hoeveelheid geprinte verhalen die ik nog moest redigeren, uit stapels boeken waar ik wetenswaardigheden uit opdiepte, uit eindeloze transcripties van interviews die ik had gehouden, ja zelfs uit spreadsheets die ik had gemaakt om te zien of het allemaal een beetje vorderde (wie mij enigszins kent, weet dat voor mij zo georganiseerd werken dat er een spreadsheet aan te pas komt ongeveer net zo ongeloofwaardig is als Cisca Dresselhuys in jarretelles).
Al die tijd bleef ik schimmig. Ik schreef 'een boek' maar waar dat over moest gaan hield ik op aanraden van de uitgever voor mezelf, bang als hij was dat een of andere pipo van de concurrent er met het idee vandoor zou gaan.

Maar nu ligt daar een manuscript. Mooi woord is dat voor iets wat inderdaad met edel handwerk tot stand gekomen is.
En nu dat manuscript er dan eindelijk is, beleef ik mijn coming out.
Voor iedereen die zich de afgelopen weken wel eens heeft afgevraagd: "Ja maar, waar gaat het eigenlijk over, Theeee???", druk op dit icoontje en je ziet de aankondiging uit de prospectus van de uitgeverij.


De vakantie gloort aan de horizon. Ik ga mijn jarretelles maar eens opzoeken.


§

Stop de persen!

Ik maak niet zo veel mee deze dagen.
Ik ontzeg mezelf leuke uitjes wegens morgen weer vroeg op
En gedurende de dag schrijf ik
Of onderhandel ik met geïnterviewden
("Neenee, dat heb ik echt niet gezegd, hoor."
"Jawel, dat zijn uw letterlijke woorden."
"Dat kan niet."
"Ik heb het op tape."
"Ik weet toch zeker zelf wel wat ik gezegd heb!? Nou? Nou??").

Vanavond kwam ik thuis en sloeg de nieuwe VARA-gids open.
Ik kon mijn ogen niet geloven
In de rubriek Stijlboek
waarin BN-ers praten over hun kledingstijl
Is deze week Rasti Rostelli aan de beurt
En daar was het
Mijn nieuws van de dag
Houd je vast:

RASTI HEET HELEMAAL GEEN RASTI!!!
Rasti's echte naam is
Roland van den Berg
ROLAND VAN DEN BERG!
Ik ben nu al zeker een uur driftig
op deze wetenswaardigheid aan het kauwen
Ik weet het
Ik maak niet zo veel mee deze dagen.

§

Tieteeeeeh

Omdat het zo grauw en somber is
en wij allemaal wel een verzetje kunnen gebruiken
bij deze
het grote tietenlied!


§

A 7 to 23 job

Ik ben het best gaan waarderen, hoor
De stilte van de morgen
Ik fiets door zaterdags Amsterdam
En weet de meeste mensen
nog lekker warm in bed

Ik ben het best gaan waarderen
Het gevoel van regelmaat
23.00 slapen
Kwart voor 7 op
Een half uur later aan het werk

Ik kan het ook waarderen
De voldoening aan ‘t eind van de dag
Het resultaat
Al een kwart boek af,
Een derde, over de helft

Ik waardeer daarbij ook
De stukken die ik teruglees
Als ze kloppen,
ze zeggen wat ik wil zeggen
en ik zeg wat ik wil zeggen

Ik waardeer het van mezelf
Heus, echt, met overtuiging
Mijn ijzeren discipline
Op het autistische af
Als het moet heb ik die
En het moet


Maar ik kan het niet stoppen
Die gedachte in mijn kop
Als ik richting kantoor
Door zaterdags Amsterdam fiets
en iedereen in bed weet

Nog even
Nog even
Nog even
Nog even
Nog even


§

Oude kennis

Er lagen 20 interviews op me te wachten om uit te werken.
Voor het boek.
Dat boek waar ik het al tijden over heb.
Dat boek waar ik al heel veel voorwerk voor had gedaan.
Dat boek waarvan nog geen letter op papier stond.

Er kwam namelijk een oude kennis langs. Mevrouw faalangst. Die kende ik nog van vroeger. Een pinnig typje, hoor. Een typje dat met weinig genoegen neemt. Een typje met een knot, een ruiten mantelpak en een paraplu met scherpe punt waarmee ze voortdurend in één maat op de vloer tikt. Ze fluistert me in: “Het moet goed zijn wat je doet. Niet best oké, of een beetje goed, of al een eind in de richting. Nee, exact goed. Maar dat gaat je niet lukken, denk ik zo. Je bent nog niet goed genoeg voorbereid. Dit is niet het juiste moment. Wacht nog maar even. Want anders wordt het niet gooooeeeeeehoooooeeeeeed.”

Ik kan wel stellen dat mevrouw Faalangst de enige in mijn leven is die me echt tot stilstand kan brengen. Ik ben iemand die meestal eerst springt en dan pas nadenkt over de consequenties, die beter rent dan stilstaat, die extreem makkelijk in beweging te brengen is. Maar mevrouw Faalangst heeft een verdovend serum bij zich dat ze in mijn aderen spuit en dat mij totaal indolent maakt. En bloedchagrijnig.

Ik moest van haar af, van dat Calvinistische klerewijf en besloot tot een drastische maatregel.
Drie dagen lang zou ik me opsluiten in een kasteel dat bij een abdij hoort, vlakbij Doetinchem. In een omgeving zonder prikkels, zonder mensen die ik kende, zonder luxe en afleiding zou ik het gevecht aangaan. Het gevecht tussen mevrouw Faalangst en mij.

Dus kwam ik vorig weekend met de pest in mijn lijf aan op Slangenburg.
Toen ik de kasteeldeur opende en gewezen werd op de gemeenschappelijke huiskamer, wilde ik het liefst omkeren en vliegensvlug weer naar Amsterdam racen. De andere gasten waren oud, heel oud. Dommelend lagen ze in grote leunstoelen met een krant van drie dagen geleden op hun schoot. Slaperig roerden ze in hun koffie. Versuft keken ze naar me op. Mijn god, wat moest ik hier?

De gastvrouw heette Mia en ze was minstens zo streng als juffrouw Faalangst. Met starre blik over haar brilletje legde ze me de regels uit. “Wij eten hier drie keer per dag een gezamenlijke maaltijd. ’s Middags is het warm, ’s avonds brood. Bij elke maaltijd bidden wij twee keer. Wij gebruiken hier geen mobiele telefoon en maken geen herrie. Vanaf elf uur ’s avonds zijn wij op onze kamer en komen daar niet meer uit tot de volgende ochtend.”
Zo. Dat was duidelijk.

Bij de broodmaaltijd ’s avonds maakte ik kennis met de andere gasten van het kasteel. Er waren een paar mensen onder de zeventig, maar die waren allemaal hevig ‘op zoek naar zichzelf’ en leken bovendien sprekend op Jet en Koosje Veenendaal.
Na de maaltijd, die we met koffie gebruikten vroeg ik aan juf Mia een wijntje. “Neenee, dat doen wij pas vanaf negen uur!”
Teleurgesteld ging ik naar mijn kamer. Een kast, een bureau en een bed, dat was het. Ik hoopte stiekem toch op gezellige afleiding maar het zat er niet in.
It was me and my shadow, me and misses Faalangst.

Ik besloot de volgende dag helemaal nergens over na te denken en te gaan tikken. Dat zou haar leren, die ouwe heks, ik zou haar met haar eigen middelen bestrijden en monomaan blijven volharden in wat ik deed. En dat was tikken.
Ik tikte. Ik tikte nog meer. Ik tikte tot mijn hoofd er pijn van deed. Ik raakte zo daas van het tikken dat ik mijn medekasteelbewoners bij de maaltijd zelfs aardig begon te vinden. Ik tikte tikte tikte. Binnen mij tikte het 's nachts door. Soms hoop je op dat ene moment dat alles klopt, maar dit was mooier. Alles tikte.

Na drie dagen kroop ik uit mijn schuilplaats. Ik had een computer vol verhalen. Ik verliet het kasteel, uitbundig uitgezwaaid door mevrouw Mia die ik van de weeromstuit ook een lieverd was gaan vinden. Het enige wat ik achterliet op mijn kamer was juffrouw Faalangst die op de vloer lag, bloedend, doorboord met haar eigen paraplu.


§

Viva Hollandia

O mijn god.
Ik was een paar dagen weg (waar en waarom zal ik binnenkort vertellen)
dus kwam ik er nu pas achter dat Wolter Kroes een zoon heeft gekregen.
'So what?' zou je zeggen.
Nou, het jong heet Thomas.
'Ja dus?'
Maar ze noemen hem Tom.
Tom Kroes.
Heb je hem?
O mijn god.
Misschien had ik nog even weg moeten blijven.

§

De onderbuuv

Potig.
Dat zijn ze.
Er is geen ander woord voor.
Potige mannen.
Voor de stoep van mijn huis staan ze.
Een stuk of vijftien.
Ze hebben fikse tatoeages, grote oorringen, zijn ongeschoren en dragen shirts met het logo van de politie er op.
Ze staan daar echt ontzettend potig te wezen.

Twee dagen daarvoor. Het slot van onze buitendeur blijkt niet goed te werken. Als je er hard tegenaan duwt, springt hij gewoon open. F gaat aan de slag met nieuw slot en boor. De onderbuurvrouw heeft een kledingwinkel met een eigen deur en klaagt. Door F’s werkzaamheden is er een scheurtje ontstaan in haar muur. Hoewel hij vermoedt dat die muur al een tijdje beschadigd is, stuukt F goedmoedig de gaatjes dicht. Een goede buur is beter dan een verre vriend, hè.

En we kennen de onderbuuv wel. Ze kan nogal zeuren soms. Een tijdje geleden nog, wil ze perse een hekwerk voor onze beide buitendeuren. ‘Voor de veiligheid’. En niet zo lang daarvoor maakt ze er bezwaar tegen dat de hoofdkraan en de kast van het elektra zich in onze gang bevinden waar zijn geen toegang toe heeft. Want stel dat zij lekkage zou krijgen en wij waren niet thuis? Ach ja, halen wij onze schouders op. Wat moet zij nou met de hoofdkraan? Ze is bepaald geen handigerd dunkt ons, dus al zou ze willen, dan weet ze niet eens hoe ze dat ding dicht moet krijgen. We knikken vriendelijk en doen niets. ’S Avonds grinniken we er om. Het mensje is een beetje wereldvreemd en misschien een beetje angstig.

Nu kom ik thuis en staan al die potige mannen voor de deur. Mijn stoep is afgezet met linten, pal voor mijn huis staan een politiebus en een enorme vrachtwagen geparkeerd. Ik vraag de agenten wat ze aan het doen zijn. “Daar kunnen we ons niet over uitlaten,” bast de potigste der potigen. Een ander vraagt of ik mijn deur open wil doen, want de elektriciteit moet er even af. Ik zet mijn liefste glimlach op en zeg daar alleen toe bereid te zijn als ze vertellen wat er aan de hand is. “We ruimen een plantagetje op, meissie.”

En dan ruik ik het. Die onmiskenbaar kruidige geur. Mijn moeder rook bij ons op de gang ooit de wietlucht van de joint van andere buurman en zei toen heel naïef: “Goh, wat leuk, die jongen houdt van Indonesisch koken.”
Nu ruikt mijn huis alsof ik eigenaar ben van rijsttafelrestaurant Goena Goena.

Er worden planten naar buiten gesjouwd. Gigantische lampen. Een enorme afzuiginstallatie. Nog meer planten.
In de kelder onder mijn huis blijkt de buuv al meer dan een jaar een volledige wietplantage te hebben gerund. Dat wereldvreemde vrouwtje dat tweedehands tasjes en rokjes verkocht. Dat vrouwtje met die schattige hond. Dat vrouwtje dat niet zo technisch onderlegd leek. Dat zestigjarige vrouwtje is zojuist met de handen geboeid op haar rug afgevoerd door potige betatoeerde mannen.
Een goede buur? My ass. Maar het ruikt hier nu wel heel lekker.




§

Zelfrijzend

Ik heb een tijd naar haar gezocht.
Bitcherig type met valse blik.
Hysterische uitvallen.
Schaamteloos wraakzuchtig.
Was ik dat allemaal?
Ja natuurlijk, maar het zat diep in me verstopt
Ingedamd door een laagje civilisatie
Verborgen onder een dikke saus van redelijkheid.
Maar vanaf het moment dat ik mijn rode jurk aantrok
en mijn haar toupeerde voor de voorstelling
er een pak meel in kieperde
omdat de regisseuse een gek, stoffig, excentrieke figuur van me wilde maken
Vanaf dat moment
Kwam ze boven
En mocht ik even zijn wie ik niet ben
Of wie ik normaal niet durf te zijn.

Nu mis ik haar
En sta ik in de supermarkt
Te dralen bij het schap vol pakken zelfrijzend bakmeel.



(foto's: Boy Hazes)

Linkdump

§Poessie

Er zijn nieuwe verhaaltjes van Simon's cat!
Leuk voor iedereen die katten heeft en van ze houdt om hun eigenzinnigheid of ze juist om die reden haaaaaaat.....