Zojuist had ik weer een helder momentje.
Ik realiseerde me waar het woord overall vandaan komt en dat het niet een ove-rall is.
Ik dacht: ik stel jullie er ook maar even van op de hoogte...
Afgelopen week heb ik al erg gelachen om het 'I'm fucking Matt Damon-fimpje' (zie hier, mocht je het gemist hebben), maar vannacht sloeg Ben Affleck terug. Hard en briljant mag ik wel zeggen en een heel goed begin van deze maandag. Let onder andere op Cameron Diaz en met name Harrison Ford...
Ik vind het wel eens tijd worden voor een Nederlandse versie. Wie maakt het eerste 'Ik naai Xander'- filmpje of de 'Dries Roelvink woont me uit'-clip of de enige echte 'Nick & Simon laten me alle hoeken van de kamer zien'-single?
Je komt overal en je mag alles vragen.
Dat is kort samengevat het grootste voordeel van journalist zijn.
Het grootste nadeel?
Je komt overal en je mag alles vragen.
En dus bevond ik me afgelopen dagen onder meer bij de oven van een crematorium, op een eerste repetitiedag van een musical, in een burgerlijke buitenwijk van een boerendorp, op een enorm accountantskantoor en in een volgepropt reli-huis van een homoseksueel stel in Zwolle.
Iedereen heeft zijn eigen verhaal en ik moet het er maar uit zien te krijgen.
Soms kijk ik naar mezelf van een afstandje en valt het me opeens op. "Wat is dat toch voor rare vraag die ik daar stel?". In het gesprek zelf valt het wel mee, maar losgeweekt van de context... vreemd.
Vanmiddag hoorde ik mezelf zeggen: 'Zozo, en wanneer heeft u nou voor het laatst zweefgevlogen?"
Ik nomineer hem als vraag van de dag.
En laat aan jullie over om te bedenken op welk van bovenstaande locaties ik hem gesteld heb.
Koud terug uit Canada kreeg mijn vader het vandaag voor zijn kiezen.
Of liever gezegd achter de kiezen.
En nu is het achter de rug.
(Merkwaardige uitdrukkingen als je er zo over nadenkt. En waarom is het ACHTER je rug cq kiezen maar OP je lever, TUSSEN je oren en weer OP je bolle ogen? Fysiek verwarrend allemaal).
Zijn dokter had het vrolijk een Fransje Bauer genoemd. Maar een Jantje Smit mocht ook. Volslagen inwisselbaar zijn die twee in dit opzicht. In andere opzichten overigens ook.
Hij had kortom een poliep op zijn stembanden.
En die moest er uit.
Nu mag hij 24 uur niet praten.
Wie mij kent, kent mijn vader en weet dat dat veel is. Heel veel.
Maar hij zit vrolijk glimlachend op zijn bureau. Op mijn vragen knikt hij of schudt hij. Heftiger dan normaal want hij kan met geluid zijn bevestigen of ontkennen geen kracht bijzetten.
Het zwijgen gaat hem redelijk af. Op één moment in de middag na. Opeens zegt hij het. Keihard. Op zijn eigen karakteristieke manier.
“Jahaaaaaaa.”
Het klinkt als vanouds.
En daar zijn we blij om.
Een stuk blijer dan we bij Jantje en Fransje ooit zullen zijn.
Niks inwisselbaar.
‘Trees heeft een Canadees’ zei mijn vader lolbroekend toen ik mijn F voor het eerst mee naar huis nam. Gezien mijn trackrecord van eerdere vriendjes had ie waarschijnlijk van alles aan de hand van zijn dochter verwacht, maar een Franstalige Canadees? Nee.
Inmiddels zijn ze de beste vrienden maar wordt ie nog geregeld getreiterd met zijn vreemde buitenlandse tongval. Ook door mij overigens. Moet je een Franstalige eens het woord ‘inburgeringscursus’ laten zeggen. Een kwartier gehaspel en lol gegarandeerd.
Maar nu ben ik in zijn land. En hij is trots. Want de bergen die we zien, zijn een beetje zíjn bergen. En de uitgestrekte bossen, zijn een beetje zíjn bossen. En die lekkere maple sirop. Ja dat is een beetje zíjn maple sirop.
Zíjn weer echter is ietwat onvoorstelbaar en voor we het weten kunnen we niet meer verder reizen en belanden we in een motel in het plaatsje Valmont. Ik heb ze wel vaker gezien, dit soort plekken, en ze blijven verbijsterend. Hoe kunnen mensen met zo’n prachtig land en zo onnoemelijk veel ruimte het prettig vinden om allemaal bij elkaar in dezelfde standaardhuizen aan de rand van een snelweg te leven? De moteleigenaar onthaalt ons vriendelijk en wijst ons naar het restaurant aan de overkant voor de avondmaaltijd. Het is min 20 graden en we haasten ons er door de ijzige buitenlucht naar toe. Tijd voor warmte. Tijd voor gezelligheid met de inheemse bevolking. Denken we.
De bar is tl-verlicht. Gordijnen zijn er niet, tafelkleedjes evenmin. Alles is gemaakt van formica. We drinken wijn uit een enorme anderhalve literfles. Celine Dion en Led Zeppelin klinken uit het muzieksysteem dat is aangesloten op gigantische televisieschermen. Het is rustig maar over een half uurtje barst het feest hier los, kondigt de bardame aan die een Nederlandse blijkt te zijn. Ze woont hier al zes jaar, vertelt ze, en zou nooit meer terug willen. Ze voelt zich hier thuis. Ze is volledig geïntegreerd.
Dat merken we, want alle klanten na ons begroeten haar luidruchtig. Ze lijken op elkaar, stuk voor stuk. Grof gebouwd, gekleed in joggingbroeken en met petjes op het hoofd banen ze zich roepend en high fivend een weg langs de bar richting keuken. Buiten voor het restaurant staan hun terreinwagens stationair te draaien terwijl ze met een bord vol vlees doordrenkt met barbecuesaus en een halve liter bier plaats nemen aan een tafel. Een kwartier later is de maaltijd verorberd en stampen ze het restaurant weer uit, ons licht verbijsterd achterlatend.
Niet lang daarna staat de huisspecialiteit die we besteld hadden voor onze neus. Een groot bord dampend vlees, sompig geworden door ja, weer die barbecuesaus. Ik krijg de slappe lach. F staart me aan. “Het is wel erg hè,” fluistert ie in mijn oor.
God, wat is ie goed ingeburgerd. In Nederland welteverstaan.
Vroeger toen ik nog op een redactie werkte ontdekte ik dat journalisten ook last hebben van kantoorhumor. Zo was het voor ons een sport om het collega’s zo lastig mogelijk te maken als ze een telefonisch interview hadden. Een TOZMO-tje heette dat (Telefoneren Onder Zeer Moeilijk Omstandigheden).
En dus heb ik wel eens gezien hoe iemand met een persvoorlichter de jaarcijfers van een bedrijf doornam terwijl er intussen een prullenbak boven zijn hoofd werd geleegd. Ook ben ik zelf ooit met een waterpistool zo natgespoten dat ik aan een Miss Wet T-shirtverkiezing mee kon doen terwijl ik intussen probeerde een Voorzitter van de Raad van Bestuur verbaal het vuur aan de schenen te leggen.
Een andere manier om onze The Office-dagen door te komen was te proberen zo veel mogelijk rare woorden in onze teksten te verwerken. Dan spraken we bijvoorbeeld met elkaar af dat wie het eerst de uitdrukking "rustiek walmend waxinelichtje" in een interview wist te proppen, recht had op een meter bier. Zelf heb ik eens gescoord met “tot aan mijn navel in het schuim". Noteer: ik werkte bij een financieel economisch tijdschrift dus dat viel nog geenszins mee.
Tegenwoordig werk voor mezelf en kan ik gewoon de deur achter me dicht trekken als ik geestelijk dusdanig verveeld raak dat ik mijn collega’s wil lastig vallen met een TOZMO.
Maar de compulsieve neiging om af en toe bepaalde nergens op slaande woorden of uitdrukkingen in mijn tekst te stoppen heb ik nog steeds. Het is als niet op de lijntjes mogen lopen. Je legt jezelf iets op waar niemand erg in heeft maar waar je wel veel moeite voor moet doen.
En dus zit ik er sinds zondagavond al mee.
Ik moet, ik wil, ik zal binnenkort het woord ‘Gezwogen’ in een reportage of interview neerpennen.
Gezwogen gezwogen gezwogen zingt het maar door mijn hoofd. Waar kan ik dat nou toch kwijt?
Ik ben een ambtenaar in het diepst van mijn gedachten.
Blij dat Zaagmans de week vanmiddag doormidden heeft gezaagd.
(gisteren uitgezonden tijdens de Superbowl; met dank aan antiroos voor de tip)
¶§
Verdwijning
Ja hallo zeg!
Twee uur lang heb ik geobsedeerd zitten kijken.
Eindelijk zouden we dé oplossing krijgen van het raadsel dat ons al zo lang bezig houdt.
Eindelijk zouden we verlost worden uit de duisternis der onwetendheid.
Eindelijk zou er licht komen op de zaak.
Een vermissing zoals je ze zelden tegenkomt.
Een vermissing waarvan je je af blijft vragen: ‘Waarom?’ en ‘Hoe is het mogelijk?’.
Vanavond zou de avond zijn.
Ik kon niet wachten!
Maar nee hoor.
Helemaal niks,
Gespannen bleef ik na elke cliffhanger zitten.
Ik moest er achter komen.
En nog steeds,
Nog steeds heb ik geen antwoord op de vraag:
Waar is de bovenlip van Peter R de Vries gebleven?