¶ §Bazelaar
In De Telegraaf van vandaag staat een stukje over de communicatieve vaardigheden van de Deense kroonprins Frederik die zich kandidaat heeft gesteld voor het Internationaal Olympisch Comité maar die volgens journalisten grossiert in rare antwoorden op doodnormale vragen. Toen Frederik tijdens een persconferentie, die live op de Deense tv werd uitgezonden, bekendmaakte dat hij zich met Mary zou gaan verloven, werd hem gevraagd om de Tasmaanse vrouw in een paar zinnen te beschrijven. „Mary, die we hier allemaal hebben gezien”, zei de prins, terwijl de Denen hun adem inhielden. „Tja, zij is de persoon die naast me zit.”
Het lijkt me duidelijk. Niet alleen mijn
dierenwinkelman maar ook de kroonprins van Denemarken is eigenlijk Johan Cruyff.
Lijkt me een uitstekende voorwaarde om toegelaten te worden bij het IOC.

¶ §Bindingsangst
Ze zijn binnen.
In een grote enveloppe waar met koeienletters de naam van de uitgeverij op gedrukt is.
In de contracten staat mijn naam. Aangeduid als De auteur.
Ik ben er al zeker een half jaar mee bezig. Een paar gesprekken gehad met de uitgever. Een idee ingediend, nog eentje, opzetten gemaakt, uiteindelijk te horen gekregen dat het toch niet was wat ze zochten.
Ok, dan niet, vond ik. Er kwamen
urgentere zaken tussendoor. Soms vroeg iemand me: ‘Komt het er nog van?’. Ik haalde mijn schouders op.
En dan opeens een mailtje. Kom opnieuw praten. Op de dag van de
première. Ik ga, met een hoofd vol van andere zaken.
Maar het idee is top. Ik maak met liefde weer een opzet. En dan opeens het bericht: we willen het. Wanneer kan het manuscript klaar zijn?
Nu liggen ze daar: de contracten.
Ik ben er blij mee. Maar vind het ook eng. Als ik teken, leg ik me vast. Voor het eerst in mijn leven aan een langlopend project. Die zekerheid zouden veel mensen heerlijk vinden maar ik....
Tijdens de gesprekken met de uitgever heb ik er geen moment aan gedacht maar nu herinner ik het me weer. Ik heb bindingsangst. Grote vette dikke bindingsangst. Dat ik ooit getrouwd ben is een wonder en dat durfde ik ook pas na heel lang verkering waarbij ik jarenlang heb geroepen: ‘Vaste relatie? Ah joh, we zien wel, hoor’.
Ik laat de contracten even liggen.
Echtgenoot F en ik gaan een weekendje weg, naar Lille. Middenin het stadje staat hij daar, niet te missen. Een enorm reuzenrad. Mijn eerste impuls die avond is: daar wil ik in! Eenmaal in het karretje, is mijn gedachte: ‘Ik moet eruit!’ Hoogtevrees. Even vergeten.
Ik laat me niet kennen. Wie a zegt, moet ook b zeggen. Bovendien is er geen stoppen meer aan. Het rad is in beweging gezet. Ik kan niet terug. Mijn knieën klem ik tegen elkaar, mijn schouders zijn hoog opgetrokken.
En dan hangen we stil op het hoogste punt. In mijn maag fladdert het. Maar het is geen paniek. Het is geluk. De wind waait door mijn haar, ik zie de lichtjes onder mij, de wereld even aan mijn voeten.
En ik vraag me af of ik euforisch ben ondanks de angst of juist daardoor. Maakt de angst de beleving niet des te intenser? Is angst overwinnen de enige mogelijkheid om tot grote hoogtes te stijgen?
Eenmaal thuis liggen de contracten op tafel.
Ik teken.
Ik kan niet meer terug.
Het rad is in beweging gezet.
Ik ga een boek schrijven.



(ps. Ja het wordt een journalistiek boek, geen fictie dus. En nee, ik vertel lekker nog niet waar het over gaat. Daar komen jullie vanzelf achter. Als het goed is.)
¶ §Open brief
Geachte heer Plasterk,
Enige tijdje geleden verbaasde u vriend en vijand door in uw Emancipatienota straf van leer te trekken tegen de seksualisering in de maatschappij. Al die seks en porno op de televisie, jonge meisjes die menen dat ze zich een Playboyvagina moeten aanmeten, een foto van een dame gehuld in een gouden bikini die in Utrecht levensgroot aan een gevel hangt, het moest allemaal maar niet mogen.
Ik moest destijds een beetje lachen om die opgewondenheid van u. Een blote tiet hier of daar, hoe erg is dat nou? Dat de Penthouse open en bloot bij benzinestations werd verkocht, so what? Als ik iets braafs wil lezen, koop ik de Elsevier wel. En die bikini? Die wilde ik zo graag zelf hebben dat ik de foto absoluut niet aanstootgevend vond.
Maar inmiddels ben ik in de war. Gisteren surfte ik wat rond op het net, en nee, niet op seksverhalen.com of op geilemeisjesgevenzichbloot.nl. Ik maakte gewoon mijn dagelijkse rondje langs de nieuwssites.
Plotsklaps, zonder waarschuwing, keek ik van het ene op het andere moment recht tussen de benen van Manon Thomas. Ma-non Tho-mas! Die ultrabrave mevrouw die programma’s presenteerde met een hoog ‘Wat is het hier gezellig’-gehalte. Manon Thomas die in Kooktv samen met kok Ria van Eijndhoven zulke vrolijke liflafjes in elkaar draaide. Manon Thomas die Eigen Huis presenteerde. Die Manon Thomas. Haar computer bleek gehackt waardoor wij zicht krijgen op haar vakantiekiekjes en dus rechtstreeks in haar doos, pardon my French, kunnen kijken.
Geachte meneer Plasterk, dat wil ik helemaal niet.
Net als dat ik beslist niet wil weten wat de Nijmeegse loco-burgemeester Paul Depla uitvoert in het fietsenhok na een raadsvergadering. In allerlei kranten moet ik lezen dat Depla zich oraal heeft laten bevredigen door een VVD-raadslid. Nou en!? Dat soort dingen gebeuren. Mensen bevredigen elkaar oraal, ook in fietsenhokken, maar het feit is dat ik daar niet van op de hoogte gebracht hoef te worden.
En denk je alles gehad te hebben, open je op een onschuldige donderdagmorgen NRC-Next (toch een keurige krant niet waar?) en moet je twee pagina’s lang lezen over zelfbevrediging.
Niets mis mee, onanie, ik ben er ook een uitgesproken voorstander van, net als dat ik, vrouw van begin dertig, het heel gezellig kan vinden om met mijn vriendinnen het gebruik van seksspeeltjes te bespreken.
Maar ik hoef daar toch niet over te lezen in mijn krant? Drie anonieme vrouwen die alinea’s lang met elkaar delen hoe ze het doen, waarom en dat ze het zo fijn vinden dat masturberen hun blosjes op de wangen geeft. Doe me een lol zeg, wat is daar interessant aan?
Manon Thomas laat zich op vakantie naakt fotograferen, Paul Depla houdt wel van een pijpje op zijn tijd en jonge vrouwen vinden het lekker om aan zichzelf te zitten. Kan iemand mij vertellen wat hier de nieuwswaarde van is?
En geachte heer Plasterk, kunt u misschien in uw Emancipatienota een stukje toevoegen over de seksualisering in de verslaggeving van de serieuze media?
Een warme groet
Rozig


¶ §Lange dag
Als ik moet slapen
Wil ik waken
Als ik wakker hoor te zijn
Heb ik slaap
Als ik te druk ben
Belt iedereen me
om te vragen hoe het gaat
En als ik tijd heb
om antwoord te geven
Blijft de telefoon stil
Als ik net heb bedacht
Dat ik het best goed kan
Is er niets om dat te bewijzen
En als ik de kans krijg van de eeuw
Piept het plotsklaps in me
‘Lukt me dat allemaal wel?’
Als ik honger heb
Is de koelkast leeg
Als ik honger wil hebben
Kunnen we een weeshuis voeren
Als ik een wilde dag heb
Kijkt mijn gezicht me muizig aan
En als ik onopvallend representatief moet
Verandert mijn haar in iets woest onhandelbaars
Eigenlijk ben ik zelf woest onhandelbaar.
Er klop niks van.
En tegelijkertijd klopt alles.

¶ §Opmerking van de dag:
Vandaag in Het Parool een stuk over het leven in Yab Yum, de seksclub die gesloten wordt:
De Yab Yummedewerksters hopen op een klant die gul is met fooi. De exwerkneemster:
"Als die bekende bokser kwam, had je een goeie avond. Je had alleen de volgende dag moeite met zitten."
Zo benieuwd wie dat was....

¶ §Nog vier, nog drie, nog twee, nog één
Deze katers zijn het ergst.
Zeker, twee weken feesten, op onder en naast de bar dansen, dat gaat je niet in je kouwe kleren zitten.
Maar de zondag na de laatste voorstelling is niet zozeer gevuld van de fysieke kater.
Daar is het lijf inmiddels al aan gewend. Het is de ‘Het is over’-kater die er in hakt.
Het is een proces dat altijd hetzelfde loopt. Eerst beginnen met repeteren, voorzichtig, een beetje snuffelen aan elkaar, zielsverwanten zoeken, een voorzichtig grapje maken, ontdekken met wie je een goed gesprek kunt voeren, wat vreemde trekjes van anderen zijn, of ze jouw vreemde trekjes trekken.
En dan langzaamaan krijg je de groep in kaart. De posities zijn bepaald, er komen inside jokes, de eerste irritaties, de mantel der liefde die wordt aangetrokken.
En als de voorstellingen er aan komen, ontstaat de hechtheid. Want je moet het samen doen en ondanks alle verschillen deel je dezelfde onzekerheid.
En dezelfde euforie als eenmaal in het theater alles op zijn plek valt. Als het publiek gaat staan bij het applaus. Als je dat eerste en lekkerste biertje van de avond samen drinkt. Om vervolgens alle biertjes daarna te proberen diezelfde smaaksensatie te krijgen.
Na een paar avonden spelen, sluipt de routine er in. En komt ook al langzaam het besef: dit houdt op. Nog vier avonden. Nog drie. Nog twee. Nog één.
Het verbaast me niets dat acteurs vaak zo klef met elkaar zijn. Wij zijn het ook. Omdat we weten dat het ophoudt straks, dat we elkaar over nog vier, nog drie, nog twee, nog één keer plotsklaps niet meer gaan zien. We aaien, omhelzen, highfiven. Nu kan het nog. Het is een voorschot op het afscheid. Nog vier, nog drie, nog twee, nog één.
En nu is het zondag. Ik bewerk de foto’s die ik vannacht van ons maakte. Een uitgelaten clubje. Armen op en over elkaar. Gezichten dicht bij elkaar voor de lens. Uitdagende blikken. Wazige ogen van de drank.
Ik berg mijn toneelspullen weg. De lingeriesetjes uit de voorstelling. Haarlak. Foundation. Niet meer nodig.
Ik stuit op het stapeltje tois, kleine cadeautjes, briefjes en kaartjes die ik van de anderen heb gekregen voor de première.
Zal ik ze alvast opbergen in de la? Nee, nog even niet. Ik laat ze voorlopig op mijn bureau. Afscheid nemen kan altijd nog.




¶ §Eitje
Ik sta bij de dierenwinkel om kattenvoer te kopen en vraag aan de eigenaar of ie ook pateetjes heeft zonder stukken ei erin want daar eet mijn prinsesje altijd eigenwijs omheen.
Hij wijst me de ei-vrije versie aan en bromt: “Geef zo’n beest es ongelijk. Pfffft. Ei. Is helemaal niet natuurlijk”.
Ietwat verward kijk ik hem aan. Ei is toch buitengewoon natuurlijk? Als er iets een natuurproduct is, is het ei lijkt me. Waarom mijn kat het niet vreet weet ik ook niet, maar niet omdat ze vindt dat het een te bewerkt ingredient is ofzo.
Als ik dat zeg, heft de man zijn handen ten hemel en zegt getergd: “Tuurlijk wel! Het is ge-kookt ei.”
“Ja en?” vraag ik.
De man rolt geïrriteerd met zijn ogen van zo veel onbegrip en begint te zuchten. Dan buigt hij zich voorover over de balie en bitst:
“As God had gewild dat we gekookte eiere zouden vrete, dat had ie er wel voor gezorgd dat de kippe ze gekookt uitschete!”
Nu weet ik het zeker. Mijn dierenwinkelmannetje is eigenlijk stiekem Johan Cruyff.

¶ §Optimistisch
Misschien heb ik een beetje een cynisch humeur vandaag maar ben ik nou de enige die bij
dit bericht en dan de optimistische tekst "maar we hopen dat ze nog binnen komen wandelen..." enorm in de lach schoot?

¶ §Waarschuwing!
Lieve lezers,
mochten jullie klaar met me zijn of vrezen voor een Roos-overdose dan kan ik jullie maar 1 ding aanraden:
Kom vanavond niet naar de Engelenbak alwaar ik in minuscule setjes de ballen uit mij broek ga proberen te spelen...
En koop vooral niet de Quote 500 waar een portret van Brasschaat van me in staat, een vriendelijk Vlaams dorpje dat onder invloed van 'De Ollanders' is gemetamorfoseert tot brallerige rijkeluisgemeente van jewelste. Het verhaal begint als volgt:
"Het is aangenaam rustig bij Afspanning De Kroon, het dorpscafé in het Belgische plaatsje Brasschaat, gelegen vlak naast Antwerpen. Het nazomerzonlicht kiert bescheiden door de bomen, de barman zet nauwelijks hoorbaar bakjes pinda’s neer op tafels, een oudere dame kijkt vertederd naar haar kleinkind dat stilletjes met haar pop in de weer is, een jongen zit zacht te bellen en nodigt een vriend uit even langs komen met de zangerig klinkende woorden: ‘Zeg Frederik, ik ben hier mijne gazet aan het lezen op het terras. Komt ge ook een taske koffie drinken?’.
Dit is België. Het land waar de taal lieflijk klinkt, waar niet opvallen een deugd is, waar directheid niet wordt gewaardeerd en waar het leven zoet en goed is.
Dan klinkt opeens een schelle stem over het terras. Waaaaat!? Dat méén je niet! Lieverd! Maar dat kan je toch niet denken. Die Joden zijn zulke aanstellers! Echt! Dat van die Tweede Wereldoorlog we-ten we nou wel! Laat die Palestijnen nou!’
Aan het woord is een hoogblonde vrouw van achter in de vijftig, het haar woest omhoog gekapt, goud om de polsen, om de nek en in de oren, de Louis Vuittontas binnen handbereik.
Haar vriendin, zelfde kleurspoeling, diep deinend decolleté, dient haar van repliek. Haar stem klinkt doorrookt en net als haar tafeldame luid, heel luid met veel nadruk op de medeklinkers en een opvallend raspende g..."
Hoe dit verder gaat?
Tja, dat ontdek je alleen maar door de Quote te kopen die sinds vandaag in de winkel ligt.
Maar als je even helemaal klaar met me bent: doe het dan vooral niet! En laat dat theater links liggen!
(en mochten jullie denken: dit is wel een heel bijzonder verpakte Schaamteloze Zelfpromotie, dan zien jullie dat goed...)
