¶ §De totale leegte
Ik had het best wel mooi bedacht. Met een vooruitziende blik enzo. Iets waar ik me normaal zelden op kan betrappen. Maar nu had ik hem. Die vooruitziende blik.
Ik wist het: vanaf volgende week wordt het hysterisch. Dan ga ik spelen. En zuipen. En spelen. En zuipen. Ik eet en slaap te weinig. Ik praat en drink te veel. Hoort er allemaal bij, maar zwaar is het wel.
Dus daar ging ik me nu eens fysiek en mentaal lekker op voorbereiden. Dit weekend zou ik het heel rustig aan doen. Geen afspraken, geen kroeg, geen feestjes, helemaal niets. De totale leegte. Zen. Rust. Tevredenheid.
Ik keek er echt enorm naar uit.
Dus daar zit ik dan vanavond.
Hèhè.
Lekker hoor.
Zo’n zaterdag zonder verplichtingen.
F. heeft een avondje met vrienden. Ik zwaai hem vrolijk uit
Nee, ik vermaak me wel. Ik ga eindelijk verder in ‘Tirza’ want dat komt maar niet uit. Fijn rood wijntje ingeschonken. Muziekje erbij.
Och och wat een rust.
Heel mooi, maar ik heb een probleem.
Ik heb geen zin in rust.
Dat boek is leuk hoor, goed geschreven ook, maar ik kan maar niet onthouden wat ik zojuist gelezen heb.
Ik doe de tv aan en kijk lamlendig naar ‘So you wanna be a popstar’. Het is de finale, maar spannend vind ik het niet. Twee identieke meisjes, wat maakt het dan uit wie er wint, bedenk ik mopperend.
En waarom presenteren Nance en Gerard J. die toestand eigenlijk niet op schaatsen? Sterker nog: waarom laten ze die semi-sterretjes geen auditie doen op schaatsen terwijl ze intussen een koor vormen, Het Beste Idee van Nederland declameren en tegelijkertijd met z’n honderden op een onbewoond eiland trachten te overleven? En dan noemen we het SoYouWanneBeAnIdolSterOpHetIJSMetEenBriljantIdeevooreenExpeditieRobinsonKorenslag.
Dat niemand dat eerder heeft bedacht zeg. Tsss.
En zo lig ik me op de bank nog veel meer af te vragen.
Waarom vrouwen met baby’s van de Bijenkorf-ballustrade springen terwijl het niet eens de Drie Dwaze Dagen zijn bijvoorbeeld.
En waarom ze bij de leader van Radio 1 steeds: ‘Radio 1. Het nieuws- en sportzender’ zeggen. Echt! Ze doen het! Let er maar op. HÉT nieuws- en sportzender!
Ik schenk nog een glas in en maal verder.
Waarom moet je snijbloemenvoeding altijd oplossen in een halve liter lauw water? Vanwaar die halve liter? Je giet er daarna toch minstens een liter bij om de vaas te vullen? Dan kun je toch net zo goed op zo’n zakkie zetten: flikker dit spul bij al het water waar je de bloemen in zet?
En Johan Vlemmix. Ik zeg allen maar: waarom? Jo-han Vlem-mix!?
En nu realiseer ik me dat ik op mijn o zo gewenste stille zaterdagavond aan de reden van het bestaan van Johan Vlemmix lig te denken. Daar is werkelijk niets rustgevends aan.
Ik ben vrij en mijn gedachten stuiteren van Gerard J. naar de Bijenkorf naar Radio 1 naar snijbloemen naar Johan Vlemmix. Dit wordt een lange nacht. En straks gaat de klok nog een uur achteruit ook.
Daar had ik mezelf van de week echt wel even voor mogen waarschuwen.
Met mijn vooruitziende blik.

¶ §Achter het raam
“Zodra je achter dat raam gaat staan, ben je geen mens meer maar een voorwerp.”
Het hoertje op De Wallen heeft een bikini aan die weinig van haar lichaam te raden overlaat. Ze werkt al acht en een half jaar in dit kleine bruin betegelde kamertje.
Twee medeacteurs, de regisseur en ik staan een beetje onhandig op haar stoep. Het klonk wel geinig toen de verslaggeefster van het NOS-journaal vroeg of we niet eens plaats wilden nemen achter een echt hoerenraam. Even hiervoor hebben we in het theater enkele scènetjes uit het toneelstuk gespeeld, maar ze wil wat meer sfeer.
Het hoertje vindt het allemaal best wat we komen doen, zolang ze maar betaald krijgt. Na een telefoontje met Hilversum blijkt alles geregeld. Blijkbaar hebben ze een aftrekpost voor dit soort dingen, denk ik melig.
Maar dan vraagt de verslaggeefster of ik niet even in mijn lingerie achter het raam wil gaan staan. In mijn ondergoed? Echt? Alles schreeuwt in me dat ik dat niet wil. Mijn kleren uittrekken op het toneel, daar ben ik inmiddels aan gewend. Als je een hoer speelt, doe je dat nu eenmaal niet in een burka. Maar vanaf het moment dat we applaus halen, wil ik me bedekken. Dan ben ik niet meer mijn personage, dan ben ik ik. En die ik voelt zich dan te naakt, en te kwetsbaar.
We komen tot een compromis. Ik houd een peignoir aan (tijger, dat dan weer wel!). Ik kleed me om in het peeskamertje beneden en probeer de gedachte weg te drukken aan wat zich hier diezelfde morgen vermoedelijk allemaal al heeft afgespeeld. Het hoeslaken is roze. Het wasbakje formaat mini. Er staat een vaas met plastic bloemen naast.
En daar gaan we dan. De regisseur, de andere actrice en ik wandelen onder het oog van de camera naar binnen en nemen, gescheiden door dunne muurtjes, ieder een positie in onder de rode lampen. Het stinkt er naar luchtverfrisser.
Ik durf amper naar buiten te kijken. Wat moet ik nu doen? Moet ik in mijn rol kruipen en simpelweg de porno-poses aannemen die ik me op het podium eigen heb gemaakt? Nee, dat voelt raar. Vanuit mijn ooghoek zie ik de cameraman op me af lopen en me van onder tot boven filmen. Ik doe of ik het allemaal heel gewoon vind en glimlach maar een beetje terwijl ik tegen het raam leun.
Inmiddels wordt het op de stoep en de brug voor ons steeds drukker. Ik zie begerige blikken. Natuurlijk ben ik een beetje gevleid. Bijna duik ik in mijn rol, wil ik de peignoir open doen om meer van mijn waar te tonen. Gaat die omslag zo makkelijk, vraag ik me af. Tegelijkertijd denk ik: ik wil hier weg. Ik had nooit gedacht dat ik nog eens op deze plek zou staan.
Ik besluit op te houden met verlegen zijn en kijk brutaal om me heen. Wie staat hier nu te kijk? Die kerels of ik?
En dan valt het me pas echt op. Niemand kijkt me in de ogen. Ze kijken wel. Zien misschien dat ze blauw zijn. Maar ze kijken er niet echt in. Laat staan dat ze mijn ongemak zien. Het doet er domweg niet toe voor ze.
Ik ben geen mens meer.
Ik ben een voorwerp.
Ik kijk naar boven.
En zie aan de lijst van het raam een hoefijzer hangen.


¶ §Awkward position
Als je in een theaterstuk de hoer speelt, moet je niet kinderachtig zijn natuurlijk. Hoeren trekken speelse minimialistische pakjes aan, hoeren kreunen heel hard en hoeren staan zich soms in vreemde standjes in de kijker te spelen. Dus dat doe ik momenteel in de avonduren tijdens de try-outs en repetities allemaal.
Maar dat dat nu ook in een filmpje op de Telegraaf-site te zien is, dat is... eeeeh even een tikje raar... Anyway: alles voor de publiciteit natuurlijk, dus wil je mij kreunend in een rare outfit in een apart toneelstandje zien, ga dan naar
de Telegraaf en scroll naar beneden of, nog makkelijker, surf naar
deze site, klik op Binnenland en je komt hem vanzelf tegen.
En dit is natuurlijk nog maar een tipje van de sluier, het echte hoogtepunt is vanaf 1 november te zien in Theater De Engelenbak in Amsterdam!
(voor meer info zie
hier en reserveren kan heel makkelijk op
deze plek.)
UPDATE:
Het NOS-journaal wil aandacht aan ons gaan besteden! Of heet het straks het NOS-Hoernaal?

¶ §Woodward
Afgelopen donderdag.
Telefoon.
Mijn chef bij de Volkskrant aan de lijn.
Of er nog nieuws zat in mijn verhaal over huwelijkscursussen dat zaterdag in het Magazine staat.
Nieuws? Moeilijk, ik weet het eigenlijk niet, ik doe niet zo aan nieuws.
Maar ik wil best een rondje bellen, hoor, bied ik aan.
En na wat telefoontjes heb ik zowaar een nieuwtje.
Een nieuwtje dat ze op de krant ook geinig vinden.
Wil ik daar niet even een bericht van maken? Dan zetten ze het zaterdag op de voorpagina.
Da’s leuk! Tuurlijk wil ik dat. Nieuwsberichten tikken kan ik heus nog wel, al doe ik het nooit. Tijdens mijn opleiding had ik er een hekel aan. Lange achtergrondverhalen wilde ik schrijven, die voorpagina kon me gestolen worden. Nu schrijf ik lange achtergrondverhalen. Dat is mijn gewone werk geworden, niet meer iets om opgewonden over te zijn. Maar zo'n plekkie ‘op de één’, ja dat dan weer wel.
Ik bel nog even, ik check en dubbelcheck, draai in een kwartier mijn verhaaltje in elkaar en mail het snelsnel naar de krant.
Ze zijn enthousiast. Ik voel me even een kleine Woodward.
En dan gaat de levenslustigste schrijver van Nederland dood. De voorpagina van de krant wordt vrijwel volledig in beslag genomen door dat nieuws. En door een foto die me ontroert. Mijn stukkie is nergens te vinden. Het is niet erg. Voor Jan Wolkers maak ik heel graag plaats.
En in het kader van de Schaamteloze Zelfpromotie: dat lange achtergrondverhaal staat natuurlijk alsnog vandaag in het Magazine. Bij wijze van tipje van de sluier hier alvast de eerste alinea:
“Het zal je maar gebeuren. Je denkt dat alles pais en vree is. Je bent getrouwd, jullie hebben een leuk huis, lieve kinderen, drinken wel eens een wijntje samen op de bank. Alles is zoals het hoort. Dus als je een testje moet doen waarin jij en je man onafhankelijk van elkaar de balans van jullie huwelijk opmaken, loop je fluitend door de vragen heen.
En dan blijkt dat hij bij stelling 15, ‘Ik heb het idee dat wij het eens zijn over ons seksuele doen en laten’, niet antwoord 4 (Altijd waar) heeft ingevuld, ook niet 3 (Meestal waar), zelfs niet 2 (Soms waar) of 1 (Bijna nooit waar). Nee. Hij geeft jullie seksleven een 0. Nooit waar.
Het zal je maar gebeuren. En het kan je ook gebeuren.”
Wie meer wil lezen: koop vandaag die krant. Al was het ook maar vanwege de mooie foto op de voorpagina.


¶ §Oer
In mijn straat ruikt het al een paar weken naar brood.
Naar lekker brood.
Naar erg lekker brood.
Nu behoort de geur van brood naast die van gras en van koffie tot de lekkerste die ik kan bedenken (waarom bestaat er eigenlijk geen Eau de Pain of Eau de Gazon? Ik zou me er met plezier iedere dag mee benevelen), dus ik loop tegenwoordig snuivend door mijn straat.
En watertandend.
Want deze lucht komt uit de winkel waar het
Oerprimeur Brood wordt verkocht, een brood dat gebakken wordt van de eerste tarweoogst uit Frankrijk, zo vertellen ze erbij. De winkel is er slechts enkele weken, daarna is dit graan op, sluiten ze de deuren en moet je weer een jaar wachten.
Toen de winkel net open was, kocht ik er een brood. Thuis sneed ik vol verwachting een snee van de enorme, nog warme homp. Ik smeerde er wat boter op en nam een hap. En beleefde een klein culinair orgasme. Wow! Dit was brood zoals brood behoort te zijn. Stevig en luchtig tegelijk, granig en toch niet te natuurwinkelbrodig, vullend maar niet zwaar. Wow! Wow! Nog eens wow!
Inmiddels begin ik mijn dag genietend van mijn oerbrood. Ik vrees het moment dat het graan op is en mijn bakkertje dicht gaat. Diep van binnen vermoed ik dat ik in een handige marketingtruc ben getuind. Want als ik had gedacht dat mijn brood niet zo'n tijdelijk fenomeen was, had ik het dan net zo lekker gevonden? Ik weet het niet zeker. Als je we niet zouden weten dat het leven tijdelijk was, zouden we er dan niet minstens de helft minder van genieten? Is de wetenschap dat alles eindig is niet een voorwaarde om het ten volle te beleven?
Als er een god bestaat, dan is hij vast en zeker een heel briljante marketeer.

¶ §Actie
Ik ben in Haarlem en eigenlijk heb ik haast want ik moet een stuk doormailen. Maar onderweg naar mijn auto loop ik langs de Hunkemöller. Oe. Heel erg oe. Want ik ben vandaag een vrouw met een enorme troostaankoopbehoefte. En wat troost er nou beter dan een mooi onderbroekie? Aaah, kom op, alleen even snel kijken en wegwezen, beloof ik mezelf.
Dus glip ik naar binnen en zie al snel iets bekoorlijks. Bruin fluweel. Goh. Had ik nog niet. Mooi stringetje ook, met zelfs een bedeltje eraan. Oooooh. Nog in mijn maat ook. Het heeft zo moeten zijn. Snel afrekenen, dan haal ik het allemaal net met die deadline.
Ik gris het setje van het rek en sprint naar de kassa.
En daar staat ze.
Ik had het kunnen weten.
Want het is altijd zo als je haast hebt.
Dan kom je haar geheid tegen.
De Langzaamste Kassajuffrouw Van De Wereld Die Nog Om Een Praatje Verlegen Zit Ook.
Fuck.
En ik kan niet meer terug want ze heeft net de BH van het hangertje gepeuterd. Althans, daar is ze mee bezig. Met vingers die in slowmotion lijken te bewegen.
“Mooi setje hè,” zegt ze enthousiast.
Ik knik. Schiet op, kreng.
“We hebben hem ook in het blauw.”
Ja leuk voor je maar als ik een blauwe had gewild had je die wel met je buitengewoon onbehendige handjes in een zakje proberen te proppen, muts.
“Staat je vast goed.”
Ja, dat denk ik ook ja. Toe nouououou.
“Maar is dat broekje niet een maatje te groot?”
Waar bemoei je je mee??? Dat kan jij helemaal niet zien want ik heb een jas aan. Tsk.
“Nou ja, je kan hem altijd terugbrengen, hoor.”
Over my dead body. Kom op, sla dat bedrag aan, ik wil weg!
“Wist je al van onze nieuwe actie?”
Oooooh nee, kutterderkutkutkut. Ze-hebben-een-actie. Waarom hebben winkels altijd een actie als je haast hebt? Ik wil geen actie, ik wil een onderbroek!
“Kijk, hier heb je een kraskaart. Dan kun je kortingen krassen. Bij de Aldi, de Hema, de Veee en Deeeeee...”
Jajajaja, knik ik, heel fijn. Ik haat krassen. En ik haat kortingen. En bonnetjes die je moet bewaren en inleveren. Kristalzegels. Disneyfiguren cadeau krijgen bij een pak melk. Hamsterstickers plakken. Bonnetjes voor Disneykristal. Hamsterzegels krassen. Disneyhamsters plakken. Ik wil het allemaal niet, ik heb er geen tijd voor.
“... bij de Praxis...”
Wat moet ik in godsnaam bij de Praxis, mop. Ik koop net fluwelen ondergoed! Denk je dat ik straks daarin met een hamer aan de gang ga?
Ik smijt het geld op de toonbank, gris het setje bedankt mompelend uit haar handen en sprint weg.
“Ooh en volgende week hebben we een nieuwe actie, dan is het drie halen, twee betalen,” hoor ik nog ergens in mijn rug.
Jajajaja, en daar dan zeker ook drie keer zo lang over doen, denk ik terwijl ik wegrace. Wat een hel. Hoezo snelle economie? Waarom is iedereen achter een kassa zo dom????
Eenmaal thuis pak ik het setje uit en trek het aan.
Het broekje is te groot.
Ik heb de hele avond mijn frustratie zitten wegkrassen.


¶ §WAT NOU?!
Ja ja, t is goed met jullie allemaal.
Tsk.
Met je flauwekul.
En kortzichtigheid.
En beterweten.
En redelijkheid.
Dat woord alleen al.
Redelijkheid.
Dat was zeker een gezamenlijke agendapuntje voor jullie hè?
Om vandaag jullie stomste verhalen aan mij te vertellen.
Mij lastig te vallen met onmogelijke opdrachten.
Of totaal debiele vragen te stellen.
Bijvoorbeeld of ik ongesteld moet worden.
Nee!
Holbewoner.
Of ik met mijn verkeerde been uit ben ben gestapt.
Hoezo?
Eikel.
Bestaat er ook zoiets als een goed been dan?
Nou dan!
Waarom ik zo agressief reageer?
WAT NOU AGRESSIEF!
Hoe zou jij reageren als je wordt omgeven door idioten?
Nou? Nou? Nou?
Of mijn conflictueuze staat van zijn niet een heel ietsepietsie aan mezelf kan liggen.
Dat hebben jullie met elkaar afgesproken hè, om met zulke opmerkingen te komen?
Net als dat jullie zelf ook wel weten dat jullie nog gelijk hebben ook.
En dat dat het aller- allerstomst is.

¶ §Ken ik u niet ergens van?
'Ik ken die vent'
denk ik als ik een hevig met zijn vriendinnetje flirtende meneer aan de bar van de kroeg zie staan.
Ik heb zijn gezicht vaker gezien maar nog nooit daar.
Waar wel dan?
Hij komt bij mij uit de buurt, zeker weten.
Maar wie is het nou ook alweer?
Barman in een ander café? Nee, geloof t niet.
Van de sportschool? Zo te zien ook niet.
De postbode? Nope.
Niet lang daarna komt er een andere kerel binnengelopen gevolgd door zijn hondje.
Hij wandelt naar een groepje mensen in de hoek die hem enthousiast verwelkomen.
Handen worden geschud. Schouderklopjes uitgedeeld.
En weer denk ik:
Ik ken die vent.
Ook uit de buurt.
En nee, hij is evenmin barman, sportschooltype of postbezorger.
Hoewel ze elkaar niet groeten heb ik op de een of andere manier het gevoel dat die twee mannen iets gemeen hebben.
Maar ik kan het ze moeilijk voorleggen.
'Ken ik u niet ergens van?'
Als je dat als vrouw aan een man in de kroeg vraagt,
staat dat ongever gelijk aan hem verzoeken om je stante pede hier en nu tegen de bar te nemen.
Dat doen we dus niet.
Ik moet er zelf achter komen.
Ik pieker. Ik peins.
Waar ken ik ze nou van????
En dan opeens in een flits
weet ik het
Ze verkopen beiden de daklozenkrant bij de Albert Heijn.
Ha! Betrapt! denk ik even.
Gelul natuurlijk. Wat een daklozenkrantverkoper met zijn zuurverdiende geld doet, moet ie zelf weten.
Het is heus niet zo dat ik vind dat die mannen op dit uur bibberend van de kou slechts bedekt door een zeiltje onder een brug moeten liggen.
Natuurlijk mogen ze ook proosten op het leven, ook grappen maken, ook vertellen hoe hun dag was.
En toch heb ik het gevoel dat ik ze heb ontmaskerd.
En voel ik me lichtelijk genaaid.

¶ §Snoekduik
Na de vakanties heb ik het altijd een beetje. En nu al helemaal. Een haperende startmotor.
Als ik niet werk, mis ik het.
Dat doelgerichte bezig zijn.
Maar du moment dat ik dan weer aan de slag moet, lukt het me niet. Ik heb opstartproblemen.
Heel erg.
Ik voer gesprekken met opdrachtgevers en ze willen weer stukkies van me. Graag zelfs. En na die plannenmakerij fiets ik vrolijk en opgeladen naar huis. Maar als ik het verhaal moet opzetten, interviewafspraken moet maken, woordjes tikken, researchmateriaal moet verzamelen, dan, ja, dan niks. Dan word ik een beetje zuchterig. En denk ik dat dat morgen heus ook wel kan. Het is alsof ik aan de rand van het zwembad sta, mijn tenen al heb natgemaakt, geconcludeerd heb dat het water heus niet al te koud is, maar dat ik toch niet spring.
De afgelopen week sta ik maar aan de rand van dat zwembad te dralen. Voortdurend vind ik excuses om niet te hoeven zwemmen. Ik moet eerst maar eens een beetje de administratie doen. En een uurtje naar de sportschool is ook heel belangrijk. En dat verjaardagscadeautje kopen. Allemaal enorm nodig. Maar intussen zeurt het in m’n kop. Spring dan lafaard. Spring! Spring! Spring!
En dan word ik gemaild door een studente van de Hogeschool van Amsterdam. Ze volgt de opleiding Journalistiek en media en heeft van haar docent de opdracht gekregen een ervaren freelance journalist te interviewen.
Natuurlijk zeg ik mijn medewerking toe. Weer een excuus om niet echt aan de gang te hoeven.
Ik praat met haar over mijn werk, over mijn ervaringen, over hoe het is om journalist te zijn. Zij vertelt me dat er maar liefst 1800 eerstejaars zijn bij haar studie. 1800 eerstejaars. 1800 enthousiastelingen die willen zijn wat ik ben. Die willen meemaken wat ik meemaak. Die misschien wel willen schrijven wat ik schrijf. Die niet kunnen wachten om in het diepe te springen. Ik schaam me een beetje.
Een dag later moet ik op reportage naar het multimedia evenement
PICNIC. Even steekt de werkweigerachtige brombeer in me de kop op. Tsk. Wat een overdreven hip gedoe. Jaja, de iPhone is een heel mooi ding, hoor. En och och, internet wordt steeds belangrijker in onze maatschappij. Je meent het.
Maar langzaamaan laat ik mijn scepsis varen. Het is er eigenlijk best gezellig, op dat Westergasterrein. En al die blije, eagere mensen die de wereld willen vernieuwen, die vooruit denken in plaats van somber terug te kijken, die zijn toch eigenlijk best leuk.
Halverwege de middag staat er een openbaar yogaklasje gepland. De les zal worden gegeven door acteur Woody Harrelson. Yeah, right, denk ik nog even. Zal wel een videootje zijn ofzo.
Maar niet lang daarna staat er een tenger kaal mannetje naast me in een eenvoudig streepjesshirt. Hij knikt vriendelijk. Woody, die ooit gestalte gaf aan Larry Flint en die in Natural Born Killers speelde. En in Cheers natuurlijk. Die Woody gebiedt mij nu de zonnegroet te doen.
Ik denk aan 1800 eerstejaars, aan hoe cool het is dat ik hier zomaar sta met die wapperende perspas om mijn nek.
Ik maak een snoekduik.
Zwemmen is altijd leuker dan aan de kant blijven staan.
