¶ §Forget it but
Om bij mijn sportschool te komen, moet ik vijf minuutjes wandelen en die route gaat onder een viaduct door waar een kleine parkeerplaats is. Ik loop daar best vaak, ook omdat ik mijn eigen auto er stal. Het stinkt er en je moet hink-stapspringen om de hondendrollen heen, maar ja, alles voor een parkeerplek nietwaar.
Een tijdje geleden kwam ik ’s avonds laat thuis. In gedachten verzonken zette ik mijn wagen neer (jaaaaa, inclusief
roze poedel), stapte uit en liep ietwat vermoeid en verdwaasd richting de uitgang toen ik opeens een kleine donkere gestalte ontwaarde.
Nu zitten er geregeld mompelende toeristen onder deze brug die net dat laatste kruimeltje spacecake niet hadden moeten nemen en ook heb ik
de man met de zingende zaag hier wel eens aangetroffen, slapend met zijn zaag in zijn armen, dus ik kijk nergens meer van op.
Hoewel...
Opeens zag ik dat de gestalte een man was met een flinke baard.
En dat hij op zijn hurken zat.
En dat zijn broek, of de flarden die daar voor door moesten gaan, op zijn enkels hing.
Hij keek me aan.
Zijn hoofd was rood.
Hij keek nog eens.
En begon toen te persen.
Midden op de parkeerplaats zat daar een junk te schijten!
Ik bleef staan. Verbijsterd. Ik bedoel, een plasje tegen een van de betonnen palen vind ik tot daar aan toe. Als je moet, dan moet je. Maar wildpoepen? Dat die man dat überhaupt kon!
Ik dacht ik gek werd. Want hé, ik ben een rare, zodra ik het land verlaat houdt bij mij alles op. Het record nietschijten staat op twee weken tijdens een vakantie in Griekenland. O o o, wat zou dat makkelijk moeten gaan met die olijfolie. Nou forget it but. Of liever gezegd: forget it butt. Nee, daar knapt een mens niet van op.
En deze man zat gewoon zijn behoefte te doen terwijl ik langsliep en niet kon ophouden met naar hem kijken (wat is dat toch? Dat je altijd kijkt naar dingen die je helemaal niet wilt zien? Ongelukken, bloed, huilende travestieten in de nacht. Ik raak er hevig van van streek, maar de ogen even afwenden, ho maar).
Gek genoeg loop ik sindsdien heel anders over die parkeerplaats. Terwijl ik me om die hondendrollen nog nooit heb bekommerd, kom ik nu walgend bij de sportschool aan. Heel merkwaardig. Vind ik mensenpoep viezer dan hondenuitwerpselen? Of ben ik gewoon schijtjaloers?

¶ §Stukje schaamteloze zelfpromotie naar de mensen toe
In de rubriek 'Een stukje schaamteloze zelfpromotie naar de mensen toe' op Rozig vraag ik uw aandacht voor het volgende:
In het Volkskrant Magazine van vandaag staat een special over trouwen. Klinkt heel suf, maar is erg geestg geworden. Daarin staat een stuk van mijn hand over mensen die trouwen in het buitenland om de familie te ontvluchten. Klinkt misschien ook suf, maar is eeeeeh, ja, best geestig geworden.
Hmpf, ik ben nog steeds niet zo goed in mezelf beschouderkloppen, geloof ik.
Anyway, voor eventueel geinteresseerden hier alvast een tipje van de sluier (woehahaha):
Irene: "Toen we vertelden dat we in Las Vegas getrouwd waren, bleef het doodstil. Mijn moeder stormde woest het café uit, mijn zwager wilde mijn kersverse echtgenoot aanvliegen, een zusje moest hem tegenhouden. Het was een enorme toestand."
De moeder van Irene: "Ze hebben ons gewoon gepasseerd. Wij zijn een hechte Maastrichtse familie, trouwerijen worden bij ons groots gevierd. Eigenlijk spaar je daar als meisje al vanaf je achttiende voor. Het is als moeder normaliter een van de mooiste momenten van je leven: je dochter zien voor het altaar. En nou moet ik mezelf tevreden stellen met een kitschfoto van mijn kind in een of andere Elvis-kapel!".
Voor meer familietrouwleed: koop die krant!

¶ §JC
En dan nog iets...
Dat Johan Cruijff bestaat, dat is natuurlijk prachtig. Sterker nog, meer dan prachtig. Geloof me, ik ben een voetbalmeisje en een goed doelpunt kan me tot in 't diepste van mijn wezen ontroeren. Een goede voetballer, zo een als Johan die al jaren eigenlijk geen achternaam nodig heeft, die draagt bij aan mijn geluk.
Maar is het niet op z'n zachtst gezegd gênant dat we die man zo aan het eren zijn, puur vanwege het feit dat hij de kans heeft gezien zestig te worden?
Hallo! Hij is niet dood! We hoeven geen prachtige In Memoriams, we hoeven nog niet met kaarsjes in onze hand in de Arena geweldige herinneringen op te halen, we hoeven nog niet het hele leven van JC in retrospectief te zien. Dat hij ooit de geweldigste, meest briljante voetballer ooit was, dat weten we. Dat vertellen we elkaar vaak genoeg. En straks, als Johan oud en bijna seniel is, dan maken we een speciale aflevering van Zomergasten voor hem waarin hij drie uur lang zijn eigen theorieën mag toelichten. Lijkt me meer dan terecht. Maar om die man nu, puur omdat hij verjaart, allerlei voor hem geschreven boeken, medailles, slagroomtaarten en tv-uitzendingen aan te bieden, is volslagen hysterisch. Dit kan hij onmogelijk prettig vinden. Wie wil er nou zo het graf in geprezen worden?

¶ §Geluk
Normaal doet het altijd een beetje zeer
Je vakantiebestemming verlaten
om je manmoedig in het Amsterdamse gewoel te storten
In de hoop dat het
ooit
eens
op een dag
ophoudt met regenen
Nu zit ik op mijn eigen dakterras
En voelt Amsterdam als Italië
Ik geloof dat je dat geluk mag noemen
Nou nog iemand zien te vinden
Die net zulke pasta con tartufo kan maken
Als ze daar doen...

¶ §Ervaren reizigers
Het is 5 uur in de ochtend als de wekker gaat. Nee, dat valt niet mee. Maar het is voor de goede zaak. F en ik gaan voor een paar dagen naar Venetië. Even bijkomen samen. Even genieten van La dolce vita, het relaxte Italiaanse leven, smooooth.
Geroutineerd denderen we met onze koffer de trap af. Taxietje naar het station. De trein naar Schiphol staat al klaar. Gisteren hebben we online ingecheckt. Ach ja, we zijn ervaren reizigers. Smoooooooth.
Op Schiphol is het echter wel erg druk. Vooral voor de douane. We hebben een uur de tijd maar beginnen ons na veertig minuten wachten toch wat onrustig te voelen.
En dan eindelijk zijn we aan de beurt. Ik moet mijn laarsjes uit doen. F kijkt me ongeduldig aan. Plotseling stopt de controleband. De marechaussee roept er een collega bij. En nog een. En nog een.
F wordt gevraagd wat hij in zijn tas heeft. Ik voel iets van binnen borrelen. Hij is al eens een leatherman vergeten uit zijn handbagage te halen. En een ander moment een inbussleutel voor zijn fiets. Maar kom op, zoiets overkomt je maar één keer, hooguit twee.
Ik dribbel naast hem heen en weer. F kijkt me aan met een blik van “Wat nou?”. Denk ik nou echt dat ie weer zo stom is geweest? Puh. Achterdochtige vrouw ben ik toch. Hij heeft heus alleen een fotocamera bij zich. En een jas. Of mag dat ook al niet meer in dit achterlijke land?
De klok tikt onverbiddelijk door. We hebben nog een kwartiertje. We hebben nog minder dan tien minuten. Tik tik. Dribbel dribbel.
Ik begin de ambtenaren uit te kafferen. Wat is er nou??? Hij heeft echt niks bij zich. En we hebben geen tijd. Waaaaah!
En dan, tergend langzaam, maakt de man een zijvakje van de tas open. En haalt er een enorme stalen buis uit.
“O shit” hoor ik achter me mompelen.
“Eeeeeh, dat is een statiefding voor mijn camera. Die heb ik soms nodig voor m'n werk. Beetje vergeten. Oeps.”
Ik kan niks meer uitbrengen behalve een heel ferm "Waaaah!".
Als we eindelijk door mogen, rennen we hysterisch naar de gate.
We komen er stipt om 7 uur aan.
Precies op tijd
om te zien hoe ze onze bagage uit het ruim halen en het vliegtuig van de slang wordt losgekoppeld.
Het is inmiddels half tien en we zitten weer thuis. Om twee uur vanmiddag hebben we de vlucht naar Verona om vervolgens per trein naar Venetië af te zakken.
“Dat is vast een hele mooie rit,” piept mijn echtgenoot vlak voor ik het statiefding definitief opberg.
At a place where the sun don’t shine.
Smooooooth.

¶ §Stil
Ik spreek
haar vader door de telefoon en hij vertelt dat het waarschijnlijk niet lang meer duurt. Hooguit een week of twee. Het liefst zou ik langs gaan maar het ligt lastig. Er is minder tijd dan ooit. En er is haar zoontje bij wie ze volgens mij nu iedere overgebleven minuut zou moeten zijn.
Ik wil me niet opdringen. Maar ik wil dat ze weet dat ik haar niet vergeten ben. Dat ze in mijn hoofd zit, elke dag.
Ik ga naar de kaartenwinkel en sta eindeloos te dralen tussen de rekken met lollig bedoelde dildo-ansichten, 'Groeten uit Amsterdam'-boodschappen, olijke dierenplaatjes en kaarten met Loesje-spreuken. Leven is het meervoud van lef. M'n reet. Dan moet het je wel gegeven zijn.
Ik koop iets lafhartigs met een bloemenveld er op.
En dan zit ik thuis en weet ik helemaal niets.
Wat schrijf je aan iemand die gaat sterven?
Dat je zelf zo hard mogelijk probeert te leven
Omdat je door mensen als zij weet dat het zo op kan zijn
Dat ze een goed mens is
Dat ze dit niet verdient
Dat je geen woorden hebt
Voor dit hele erge
Pffft zelfs dat is een cliché
Geen tekst is geschikt
Geen woord kan worden gebruikt
Zonder een dooddoener te zijn

¶ §Personeel
“Waarom breid jij eigenlijk niet uit?” vragen mensen mij wel eens. Ik mag inderdaad niet klagen over de hoeveelheid werk die ik krijg aangeboden. En als ik personeel in dienst zou nemen, of op z’n minst een paar stagiaires, zou ik een heel journalistiek bureau kunnen beginnen en nog meer stukken kunnen afleveren. En dus nog rijker worden.
Klinkt logisch. En is het ook niet normaal voor iedere eigenaar van een eenmanszaak om te willen groeien?
Misschien.
Maar niet voor mij, roep ik altijd. Ik ben een control freak. Als er een verhaal mijn deur uit gaat, moet ik het goed vinden. Nou kan ik teksten van anderen ook waarderen, ja, zelfs beter vinden dan die van mezelf, maar ik vrees dat als iemand iets in mijn opdracht schrijft, ik er toch nog negen keer daarna overheen wil gaan om te kijken of alles echt klopt, of er geen hartverscheurende woorden en uitdrukkingen als ‘Uitdaging’ en ‘Ik voor mij persoonlijk’ in voor komen (die staan op mijn zwarte lijst) en of het wel een beetje leuk genoeg is, want ik pas er voor om taaie teksten te laten drukken. Tja, en als ik dit alles moet controleren kan ik iets net zo goed zelf schrijven. En dat zou natuurlijk wel heel triest zijn. Een baas met personeel op de loonlijst die niets uit handen kan geven.
Maar wacht eens even... ik kan eigenlijk heel goed dingen uit handen geven. Vanmorgen nog stond ik schokschouderend bij de fietsenmaker, wijzend op mijn klapperende spatbord. “Stuk geloof ik,” mompelde ik. De man knikte, greep een schroevendraaier, maakte enkele handige bewegingen en voila, fiets gerepareerd. Vlak daarvoor had ik thuis een envelopje achtergelaten met geld voor de schoonmaakster die vanmiddag weer mijn vloer boent, wc schrobt en de puinhopen van mijn leven op stapeltjes legt zodat alles op z’n minst enigszins netjes oogt.
En o ja, ik mailde daarstraks nog een MP3-bestand van een interview naar mijn secretaresse op afstand die sinds enkele maanden al mijn vraaggesprekken uittypt, zodat ik meteen met de integrale tekst aan de slag kan.
Wat nou control freak? Ik kan uitstekend delegeren! Sterker nog, ik ben een ware delegator.
Zo lang het maar vervelende dingen zijn. Alleen dat wat ik zelf het liefste doe, dat gun ik een ander domweg niet.
Dus schrijven, nee, daar kan ik geen mensen voor inhuren. Maar mijn leven ordenen...
Ik denk dat ik maar eens een personeelsadvertentie ga plaatsen.
GEZOCHT:
Hoofd Kutklussen bij Rozig Journalistiek
Functie-eisen:
Flexibele geest, prima sociale vaardigheden, handig met schroevendraaier en naald en draad, geordend, gezegend met een gezonde poetsdrang en een paar sterke handen die goed vaste nekken en schouders kunnen masseren. O ja, ook graag enige typevaardigheid, maar geen, ik herhaal geen, absoluut géééén schrijfambities.
Wat bieden wij:
Een licht chaotische maar gezellige werkomgeving met een licht chaotische maar gezellige baas. En geloof me: werk in overvloed.

¶ §Onbezonnener
En dan nu de slechtste eigenschap:
Ik wil met heel mijn wezen.
Ik wil het allemaal.
Ik wil het hevig.
Maar ik ben niet onbezonnen.
Klinkt raar.
Is het ook.
Ik wou dat ik wat onbezonnener was.
Wat meer van: ‘Ach joh, gewoon doen en we zien het allemaal wel.’
Dat roep ik natuurlijk wel altijd heel hard.
Maar ik meen er geen flikker van.
Ik ben niet iemand die gewoon doet.
Ik ben iemand die het goed wil doen.
Altijd.
En dus draal ik.
In mijn enthousiasme stort ik me op een nieuw project.
Maar als ik het dan echt binnen handbereik is...
Begint de stagnatie.
Onlangs heb ik iets groots voor mijn werk binnengesleept.
Iets wat ik heel graag wil.
Iets waarvan ik roep dat ik dat vast goed kan.
Iets waarvan anderen roepen dat ik dat vast goed kan.
Alle lichten staan inmiddels op groen.
De volgende stap is aan mij.
En nu stel ik uit.
Al dagen.
Want die stap moet van een ultieme briljantie zijn.
Het kan niet zomaar.
Ik doe niet zomaar.
Het enige wat ik doe
Is met m’n ziel onder m’n arm lopen.
Ik ben sjaggerijnig.
Ik ben geïrriteerd.
En ik zie niet in waarom.
Vannacht lig ik wakker en weet ik het opeens
Ik draai en draai
Want ik draal en draal.
Faalangst noemen ze dat.
Misschien moet ik wat meer draalangst hebben.
De tekst en het begeleidend schrijven zitten al veel te lang
In de map concepten van mijn emailprogramma.
En daarmee in de map concepten
Van mijn hoofd.
Vandaag doe ik het.
Ik druk gewoon op Send.

¶ §Veelleven
Ik ben makkelijk te enthousiasmeren
en ik houd niet van half werk.
Dat zijn best prettige eigenschappen.
Ze zorgen ervoor dat ik nooit zal veranderen
in een vlakke bankplakker
en dat het plekje achter de geraniums
niet snel door mij zal worden ingenomen.
Ik hobbel als een blije puppy
van hoogtepunt naar dieptepunt naar nieuw project.
En dat allemaal gedreven
door overenthousiasme en hang naar veel-leven.
Mooi hoor.
Heel fijn.
Prima.
Maar o jee
Wat is er veel
Wat is er ontzettend veel
Om je tanden vrolijk in te zetten
Afgelopen week wist ik
'Daar gaan we weer'
Vriendin I. was er over begonnen
En daarna bleken twee andere vrienden
Zich er ook al op te hebben gestort
En die riepen
Dat het toch ook echt iets voor mij is
Een sportief hoogstandje
Een happening die je meegemaakt moest hebben
Een mooi moment van afzien
Toen kon ik natuurlijk niet achterblijven
En dus beken ik
Ik heb me zojuist ingeschreven
voor de Dam tot Damloop
Nu is er één probleempje:
Ik loop niet. Nooit gedaan ook. Geen flauw idee of ik het kan.
Nou ja, ik heb nog tot eind september.
En daar komt mijn derde goede eigenschap om de hoek kijken.
Ik ben een belachelijke optimist

¶ §Première
Na de spanning volgt de ontlading.
De uren voor zo'n première zijn de ergste.
Ze duren lang, bijzonder lang, vooral doordat ik iedere vijf minuten denk: 'Ik neem een andere hobby. Waarom doet een mens dit zichzelf aan?'
De uren na zo'n premiere zijn de lekkerste.
Ze duren wel kort, heel kort, voor ik het weet is het diep in de nacht. En een andere hobby? Hoe kom ik daar nou bij?
Nu sta ik ietwat trillend op mijn benen (Jaaaa Henny) maar dat komt vooral doordat ik inmiddels al zo'n 24 uur geen vast voedsel gegeten heb (Sonja Bakker eat your heart out, twee weken theater en je bent volledig bikiniklaar). Dat moest ik maar eens gaan doen. En daarna mag ik op de Amsterdamse radio vertellen over gisterenavond en over het stuk. Mij is verzocht zelfs een eigen muziekkeus mee te nemen, een plaatje dat me aanspreekt. Dat kan er maar één zijn natuurlijk. Welke? Luister straks zelf maar live mee, dat kan
hier. Ik zit er om 2 uur vanmiddag.

¶ §Niks aan t handje
Mijn weblog bestaat vandaag drie jaar.
En ik mag Henny Vrienten vanmiddag interviewen
Het is twintig graden buiten
Zomaar in april
Genoeg reden voor jubelende stukjes alhier
En vanavond heb ik première
Er komen recensenten van allerlei kranten
Dat zijn natuurlijk collega’s
Maar zo voelt het even niet
Het voelt als rijexamen doen
En tegelijkertijd heb ik er heel veel zin in
Weblogverjaardag-jeugdidoolinterviewen-blotebeneninmijnlaarzen-eneenkritischpremierepubliek.
Ik doe maar net alsof het een hele gewone dag is.

¶ §Grut
Volgens haar
gynaecoloog deed Maxima het gisterenavond ‘koninklijk’.
Ik vraag me af wat dat is, koninklijk bevallen.
Is dat dat je in majesteitelijk meervoud tegen de arts zegt: “Wij zijn geloof ik een beetje aan het uitscheuren nu...”?
Of dat je in plaats van de begrijpelijke oerkreten je alleen maar af en toe, als de wee op zijn ergst is, zachtjes “Goeie grutjes” laat ontvallen?
Dat je je schaamhaar oranje hebt geverfd en er een kroontje in hebt laten scheren?
Of dat je je man een prachtige royale glimlach toewerpt als hij nadat het kind er uit is geploept mompelt: “Kut, weer een gleuf”?

¶ §Beneveld
Soms gaat het zo.
Ik spreekt met wat mensen af voor een biertje.
Of twee. En daarna zie ik wel.
En dan opeens is het zo’n tien uur later en fiets ik liederlijk naar huis.
De vogels maken rond half zeven ’s ochtends minstens net zo veel herrie als ikzelf
terwijl ik de laatste tophit van Jan Smit voor me uitmompel
die ik in deze staat van dronkenschap plotseling een buitengewoon talent vindt.
En daar schaam ik me niet eens voor. Jaja, alcohol.
En dan sta ik stil, midden voor het stationsplein en ik kijk eens om me heen.
Goh.
Een straatveger begroet me. Ik zwaai terug. Zo’n aaaaaardige man.
De bouwkranen van de Noord Zuidlijn, overdag vervloek ik ze,
nu zie ik opeens hoe mooi ze afsteken bij de lucht.
Bij een lucht die donkerblauw is en maar heel langzaam lichter wordt.
Alsof de hemel nog niet kan kiezen tussen dag en nacht.
Ik ben beneveld. Nou en of.
En zit gevangen in een heel mooi schemergebied.

¶ §Een traan
Het Parool heeft het begrepen,
we staan er vandaag paginagroot in.
Nu jullie nog. Er zijn nog kaarten, komt allen, komt allen. Reserveren kan
hier!

¶ §Zoetzuur
5 mensen in een zaal zijn enger dan een radiopubliek van 400.000 man.
Afgelopen weekend moest ik beide bedienen.
We speelden de try-outs van het toneelstuk ‘Een traan voor Boye Bah’ (voor meer info zie
hier). Try-outs spelen is vergelijkbaar met het eten van die besuikerde snoepmatjes die je wel eens bij de drogist ziet: verschrikkelijk en lekker, want zuur en zoet tegelijkertijd.
Wekenlang repeteren we met alleen onszelf als publiek dus als je je kunsten eindelijk in het theater mag vertonen met een lichtje er op, muziek erbij en applaus na afloop, doet dat best goed.
Aan de andere kant denk je altijd dat je er niet klaar voor bent, betwijfel je of het werkt wat je hebt bedacht, ben je bang dat ze het niet snappen en erger, nog veel erger, weet je dat iedereen straks in de bar een mening over je heeft. En ook al komen er slechts kleine plukjes mensen op die try-outs af, hun mening telt wel. Vluchten kan niet meer.
Dat hebben we dus gemerkt. Het publiek na de eerste avond is in twee kampen te verdelen: ze vinden het ofwel geweldig ofwel verschrikkelijk. Het stuk is niet bepaald traditioneel en bovendien zo nu en dan tamelijk hard. Weinig vrolijk ook nog eens. Niet iedereen begrijpt dat. Of wil het begrijpen. Dat had ik wel verwacht, maar dat het zo erg zou zijn...
Die nacht word ik drie keer wakker. Ik ben pissig vanwege sommige felle reacties. Ongerust ook en onzeker omdat ik niet weet of het goed is wat we doen. Waarom doen we het eigenlijk überhaupt?
De volgende morgen rijden schrijver
Dick en ik naar Haarlem. We zijn uitgenodigd in het radioprogramma Spijkers met Koppen om over het stuk te vertellen. We komen te laat en dus gehaast binnen. Frank Boeijen treedt op, pas bij zijn laatste zin hoor ik dat hij Nederlands zingt. Vlak daarna zitten we patsboem op een podium voor een zaal met VARA-leden die live bij de uitzending aanwezig mogen zijn.
Dolf Jansen doet het interview. Hij vraagt. Snel. To the point. Scherp. Wij antwoorden. Uit de losse pols. Maar wel bevlogen. We praten. Over een jongetje dat Boye Bah heette. Een alleenstaande asielzoeker. Twaalf jaar oud was hij. Hij heeft zichzelf opgehangen aan een verwarmingsbuis. We willen zo veel kwijt in de minuten die we hebben. Want we willen dat iedereen komt kijken. Wat ze er dan ook van mogen vinden. We willen iets vertellen, iets hier over zeggen.
Na afloop lopen we een beetje dizzy door het pand. Wat hebben we eigenlijk allemaal precies geroepen? Is het goed? Zouden mensen het begrepen hebben? Columniste
Carrie spreekt ons aan. Ze vond het een prachtig verhaal. Wil graag komen kijken. Er komt een filmmaker op Dick af. Of ze niet eens kunnen komen praten over een eventuele Telefilm. Hij is geraakt.
Die dagen daarna try-outen we weer. En zondag vinden we opeens een sleutel. Het stuk wordt sneller, lichtvoetiger ook. Leuker om te doen, lekkerder om te spelen. We weten het publiek mee te krijgen. Het kwartje valt, zowel bij hen als bij ons. Het stuk is zoet en zuur tegelijkertijd.
En ik weet opeens ook weer waarom we het doen.
Omdat we 400.000 man plus 5 iets willen zeggen. Daarom.


(het radiointerview is
hier te beluisteren. We zaten in het begin van het tweede uur).
¶ §Vaag
Ik kreeg vanavond een aantal sms-jes met de vraag of ik door felle robuuste Turkse strijders was ontvoerd vanwege het opruiende karakter van Rozig.com...
Gelukkig kan ik iedereen geruststellen die deze site vanavond heeft bezocht en in plaats van leuke verhaaltjes een merkwaardige Turkse booschap tegenkwam: ik was zowaar gehackt. Gezellig hoor, nieuwe bezoekers, maar zo lang ze zich niet voorstellen knikker ik ze uiteraard hardhandig van mijn webstek. Ook als ze foto's van het Ottomaanse leger achterlaten.
Maar mocht er een hacker zijn die hier een foto wil plaatsen van pak 'em beet dokter Alex Karev uit Grey's Anatomy met een strik om zijn lul, dan mag ie best even zijn gang gaan. Ik ben heus de beroerdste niet...
