Warning: file_exists() [function.file-exists]: open_basedir restriction in effect. File(/home/virtual/site113/fst/var/www/html/pivot/first_defense.php) is not within the allowed path(s): (/home/schlikje/:/tmp:/usr/local/lib/php/) in /home/schlikje/domains/rozig.com/public_html/archives/archive_2006-m12.php on line 3

Warning: include_once() [function.include-once]: open_basedir restriction in effect. File(/home/virtual/site113/fst/var/www/html/pivot/pv_core.php) is not within the allowed path(s): (/home/schlikje/:/tmp:/usr/local/lib/php/) in /home/schlikje/domains/rozig.com/public_html/archives/archive_2006-m12.php on line 10

Warning: include_once(/home/virtual/site113/fst/var/www/html/pivot/pv_core.php) [function.include-once]: failed to open stream: Operation not permitted in /home/schlikje/domains/rozig.com/public_html/archives/archive_2006-m12.php on line 10

Warning: include_once() [function.include]: Failed opening '/home/virtual/site113/fst/var/www/html/pivot/pv_core.php' for inclusion (include_path='.:/usr/local/lib/php') in /home/schlikje/domains/rozig.com/public_html/archives/archive_2006-m12.php on line 10
Rozig.com - Een nieuwe pivothosting weblog
schlikje

Een nieuwe pivothosting weblog

§

Achter

Het is gek
Maar ik loop al een jaar
Een paar maanden achter
Toen het wintertijd werd
Zat ik nog vrolijk aan de rosé
Dus dat we na morgen zeven
in plaats van zes gaan zeggen
wil er nog niet helemaal in

En dat terwijl 2006 zo vol was
dat het nauwelijks in 1 jaar paste
Want wat was er veel te doen
En wat was er weinig te laten
Zo heb ik enorm gereisd
En hebben mijn ogen veel gezien
Ik zat ook te weinig thuis
Om mijn hoofd te laten rusten
Toch heb ik me soms terug getrokken
Om in mijn eentje een potje te staren
Maar niet te lang,
Nee nooit te lang
Ik heb een aantal maal
op het juiste moment ja gezegd
En een enkel keertje nee
(werken we nog aan)
Ik heb verhalen geschreven
die er toe deden
En ik heb ook zomaar
woorden achter elkaar gezet
Ik heb heel wat nachten doorgehaald
Soms starend naar het plafond
Of met een vliegenmepper in mijn hand
Maar minstens zo vaak
geheel en totaal vrijwillig
Ik heb dit jaar heel veel gezegd
En ook heel vaak gezwegen
Ik ben zo gelukkig geweest
Op het belachelijke af
En een paar keer zo verdrietig
Ook op het belachelijke af

Ik denk soms dat het nog augustus is
En ben eigenlijk niet toe aan een jaarwisseling
Maar ik weet ook
2006 heeft me omarmd
En ik ben van plan hetzelfde met 2007 te doen

schlikje

§

Getikt

Yo, ik ben door Mieke getagd, wat zo veel betekent als tikkertje op internet doen. Als je wordt aangetikt moet je een vraag beantwoorden (voor uitleg, zie hiero). Aan mij dus nu om gehoor te geven aan het verzoek vijf dingen te noemen die de meeste mensen nog niet van mij weten.
Komt ie:

- Ik word ernstig depressief van clowns. Ik ben er eigenlijk gewoon doodsbang voor, vrolijkdoeners met een rode nepneus. Ja ook voor Popov of hoe heet die gast die iedereen zo geweldig vindt. Mocht ik ooit ziek worden en er verschijnt een Cliniclown aan mijn bed dan sterf ik waarschijnlijk van schrik en anders eis ik de pil van Drion.

- Ik kan niet slapen als er ergens in de kamer een deur openstaat, bijvoorbeeld van de badkamer of een kast. Deuren moeten dicht ’s nachts. Geen idee waarom maar iedere avond voor ik mijn hoofd te ruste kan leggen, maak ik een rondje door de slaapkamper om alle deuren te sluiten.

- Ik heb soms een heel, heel ordinaire smaak. Zo wil ik al tijden ondergoed in tijgerprint en koop ik het maar niet. Omdat je er daarin als blondine toch al heel snel uitziet als een Veerkampje. En dat is natuurlijk errug. Maar soms, heel stiekem, droom ik van het ultieme tijgersetje.

-Ik kan er niet tegen als mensen iets met mijn oren doen. Er in blazen, er aan likken, er mee spelen. Brrr. Kippenvel. Geldt overigens ook voor mijn voeten.

- Ik huil zelden en al helemaal niet in het openbaar. “Huilen doe je bij je eige” zo zei wijsgeer Koos A. al eens in een interview en daar ben ik het mee eens. Maar er zijn dus dingen waarbij ik het niet drooghoud. Heel gęnante dingen. Effectbejagdingen, puur bedoeld om je te laten janken. En ook al verzet ik me hevig, ik ga gegarandeerd voor de bijl. Bij Merci-reclames met lieve opa’s bijvoorbeeld. De All you need is love-kerstspecial is ook immer raak. Of ‘Like a bridge over troubled water’ van Simon and Garfunkel. Traaaanen met tuiten. En ook zo erg: ik kan dan niet meer stoppen. In het vliegtuig hier naar toe was ik zo dom om de film 'Terms of Endearment' te gaan kijken op mijn videosysteempje. Ik dacht: 'Leuk, met Jack Nicholson, altijd lachen'. Wist ik veel dat er iemand heeeeeel erg dood gaat aan kanker in die film! Ja, dan komen de tranen vanzelf. En probeer dat maar eens midden in een Boeing bij je eige te houden. Zat ik daar in mijn eentje onder dat vliegtuigdekentje te snikken.

-Nou en dan nog eentje extra, omda ik toch bezig ben: Ik heb een extreem goede Herman van Veen-imitatie in huis. Uitsluitend bedoeld voor zeer kleine kring en als ik gansch dronken ben. “Ik heb overaaaaaal, blauweplekkenvanjououou. Blauweplekkenvanjououou.”

Zo. Nu ga ik me even ernstig in een hoekje zitten schamen....
Het is de bedoeling dat ik het stokje weer doorgeef maar ik heb besloten het democratisch op te lossen. Wie hem wil hebben, maile mij, dan kun je hem krijgen. Tijger!

schlikje

§

Contemplatie

Gunst ja, ik moet natuurlijk wel iets schrijven. Dat verwachten jullie vast op tweede kerstdag. Of niet. Dan verwacht ik het van mezelf op tweede kerstdag. Kan ook. In elk geval moet ik iets schrijven.
Maar ik weet niet zo veel. Ik heb net twee dagen over Zuid-Afrikaanse vlaktes gereden. Dat zorgt altijd voor contemplatieve gedachten. Vermoed ik. Misschien ook wel niet en schrijf ik dat nu vooral omdat ik het opeens heel prettig vind om ‘contemplatieve gedachten’ te tikken. Die woorden heb ik namelijk het afgelopen jaar helemaal niet gebruikt, geloof ik. Doodzonde!
In ieder geval leidt rijden door de Afrikaanse wildernis tot fijne mijmeringen. En tot dromerijen en bespiegelingen. En ook tot denken aan niets. Dat is goed, zo zeggen ze in zelfhulpboeken. Daar kom ik veel te weinig aan toe. Daarom had ik misschien een beetje een keelontsteking toen ik hier kwam. Maar die heb ik inmiddels contemplatief weggedacht.
Verder heb ik geen moer gemerkt van die hele kerst. Dat is nog veel beter. Wel heb ik twee cheetah’s gezien. En weet ik nu dat een cheetah niet hetzelfde is als een luipaard. En daarnaast is de bovenkant van mijn voeten verbrand. Ja, je maakt wat mee hoor, op zo’n dag in de woestenij. Als je denkt: dit is een stukkie van niks, moet ik je daar gelijk in geven. Helaas, ik kan er momenteel niets beters van maken. Als het je stoort, verzin dan lekker zelf eens wat. Ga ik nog een beetje verder mijmeren. Contemplatief uiteraard.

schlikje

§

Dak van de wereld

In het kader van de broodnodige onthaasting ga ik een weekje naar de zon staren. Wil niet zeggen dat ik niet meer log, maar wil ook niet zeggen dat ik wel log. Kortom: ik zie wel. Nu nog een mooi Amsterdams plaatje van vanmiddag:

schlikje



(In het geval van niet loggen hoeven jullie me niet te missen. Ja, dit is weer een slinkse poging tot schaamteloze zelfpromotie, ik begin het te leren. Deze week, deze week, deze week in Volkskrant Banen een interview van mij met priester Antoine Bodar. Op hun site staat alvast een samenvattinkje, maar de lange versie in het blad is beter. En in het kerstnummer van het Volkskrant Magazine van zaterdag as een heftig edoch gevoelig verhaal van mijn hand over hele nare echtscheidingen. Voor de vrolijke noot onder de kerstboom. Cheers.) §

Hard

Ik weet het heus wel hoor. Dat ik deze weken een beetje te hard ga. En dat ik mezelf nauwelijks kan bijbenen. Dat mijn lijf lichtelijk protesteert. Kwaaltjes, pijntjes. Negeren die hap. Want net als bij skiën, fietsen of autorijden is ook bij leven een beetje te hard gaan af en toe zo lekker.
Mijn koffer uit Halifax is nog niet eens helemaal uitgepakt als ik een weekendtasje volprop voor twee dagen Helsinki. Perstrip. Zeggen we geen nee tegen natuurlijk. En dat er dan ’s avonds in de bar gedronken moet worden tussen de Finse vikingen, tja, dat ligt voor de hand.
De dag daarna ben ik brak en besluit het niet te laat te maken die avond. Maar het vliegtuig landt om 19.30 en om 21.00 begint De Dijk in Paradiso. Als ik mijn spullen thuis dump, zie ik dat ik een boete heb voor te hard rijden. Ironisch. Ik kan niet anders dan er om glimlachen en ben blij dat er geen boetes zijn voor te hard leven.
Ik sjees naar het Leidseplein. Tijdens het tweede nummer kom ik hysterisch en bezweet de zaal binnenzetten. Ik weet, de volgende dag moet ik naar een trouwerij en ook dan gaat het laat worden. En dat blijkt ook zo te zijn. Tijden, nachten, landen en uren beginnen door elkaar te lopen. Maar ik ben overal, helemaal volledig ten volle aanwezig.
Bij De Dijk denk ik eerst nog: ik ga me een beetje rustig houden. Niet te hard meezingen ook vooral, want mijn stem is moe en heeft de neiging op dit soort momenten vermist te raken. Ik kijk om me heen. Zie vrienden staan. We slaan armen om elkaar heen. Heffen het bier. Huub heeft een stippeltjesoverhemd aan en zingt met heel zijn Huub-wezen.
Ik gooi mijn handen in de lucht en zing mee. Heel hard, ja. Fuck it. Als het golft, dan golft het goed.

schlikje

schlikje

§

Rozen in december

Als ik thuis kom zie ik dat de rozenstruik op mijn balkon in bloei staat. Het is half december. Ik tel meer rozen dan ik alle zomermaanden bij elkaar heb gehad.
Ze zijn prachtig maar zien er kwetsbaar uit. De wind beukt ze tegen de muur. Ik doe mijn best een constructie in elkaar te zetten om ze te beschermen, maar realiseer me na een tijdje schuiven met terracotta potten dat er geen beginnen aan is. Ik kan ze moeilijk in een kastje stoppen voor als het gaat vriezen. Ik kan alleen maar hopen dat ze het nog een tijdje volhouden.
Vanmiddag zit ik aan haar bed in het ziekenhuis. Het leek een tijdje goed te gaan maar het is mis. Heel erg mis. Misser dan mis. Ze heeft een lapje voor haar oog omdat ze constant dubbel ziet. Ik noem haar “Piraatje”, ze lacht een beetje, maar echt vrolijk is het niet. En leukere grapjes heb ik even niet.
Onder haar bed ligt een plastic zak, van boven tot onder gevuld met medicijnen. Chemopillen, pillen tegen de bijwerkingen van chemopillen, pillen tegen de bijwerkingen van de pillen tegen de bijwerkingen van chemopillen. Ze is een chemische fabriek, verpakt in een fragiel meisje met een blauwe muts op. Haar haar, net weer aangegroeid, is ze kwijt. Gelukkig had ik mijn pruik nog, merkt ze droogjes op.
"Het is best een dramatisch verhaal hč", vervolgt ze zachtjes. Ik knik. Vertellen dat het goed komt heeft geen zin, want het komt niet goed. We praten over behandelplannen, over scans, over pijnstillers, over alle mogelijke uitstellen van executie. Ik kijk haar aan. Heb geen tekst meer. Het liefst zou ik iets tegen haar zeggen dat haar opbeurt. Ik wil een constructie maken om haar te beschermen maar realiseer me dat er geen beginnen aan is. Ik kan alleen maar hopen dat ze het nog een tijdje volhoudt.

schlikje

§

Verloren

Lost in translation. Zo noemt de vriendin van een collega van F haar leven hier. De hele dag wachten op een hotelkamer in een vreemde stad tot je vent eindelijk klaar is met werken.
Ik vind het in eerste instantie een beetje overdreven, die omschrijving. 'Lost in translation' is vooral zo’n briljante film omdat ie gaat over de onoverbrugbare en onbegrijpelijke cultuurverschillen tussen westerlingen en Japanners. Ik weet nog hoeveel ik herkende uit de tijd dat ik zelf als achttienjarige een zomer alleen in Japan doorbracht en voortdurend verwonderd om me heen keek. Hoe eenzaam ik me daar ook voelde. Maar dat heeft niets met Halifax en nu te maken natuurlijk.
Hoewel...

Het loopt allemaal niet helemaal zoals gepland. Het idee was dat ik hier overdag de stad lekker zou verkennen (beetje shoppen, beetje cultuur opsnuiven, beetje lekker eten) en dat F zich na het filmen bij me zou voegen zodat we de avonden samen hadden. Wisten wij veel dat uitgerekend deze week de draaidagen zo uitlopen dat ie nooit voor 1 uur, half twee ’s nachts terug is in het appartement?
Nou is dat heus geen drama, want ik ben best graag alleen. Alleen niet in Halifax zo heb ik ondervonden. Shoppen, cultuur en eten zijn er namelijk zo verschrikkelijk anders. En ik, ik hoor hier gewoonweg niet.

Het appartement waarin ik zit blijkt zich middenin de voornaamste winkelstraat van Halifax te bevinden. Leuk denk ik eerst, totdat blijkt dat het enige wat ze hier verkopen geurkaarsen, potpourri en kerstverlichting is.
Goed, op naar de cultuur dan. De tentoonstelling in het plaatselijke museum, even checken waar die over gaat. Over veerboten. Juist ja. Ook niet echt top of my mind.
Een hapje eten dan maar. Mmmm. De enige optie overdag is aanschuiven aan een formica tafeltje in een foodcourt in een mall. De keuze bestaat uit hamburger, hamburger en o ja, hamburger. En als ze gek doen krijg je daar nog een extra hamburgertje bij.
Ik moet een beetje zuchten. Het leuke van reizen vind ik vaak dat je je gedwongen moet aanpassen, dat je je draai moet zien te vinden op een nieuwe plek. Dat kan ik ook goed zo weet ik uit ervaring, maar nu lukt het niet. Want eigenlijk wil ik hier helemaal mijn draai niet vinden. Halifax en ik, we matchen niet.

Op zoek naar een vorm van vertier dwaal ik door de stad. Het regent. De sneeuw die alles zo romantisch deed lijken verandert in bruine pap. Op straat word ik gek aangekeken, vooral door vrouwen. Die hullen zich namelijk in heel grote oversized truien en mannenspijkerbroeken die iedere vorm van vrouwelijkheid bedekken. En ik, eeeeh, niet.
Bij de bank vraagt een medewerkster waar ik mijn jas vandaan heb. “We don’t see things like this over here,” zegt ze, de lippen samengeknepen. Ik zie haar windjack heen en weer schommelen aan de kapstok.
Een kassajuffrouw informeert later of ik op weg ben naar een feestje, want ik zie er zo bijzonder uit. We hebben het hier over een spijkerrokje en katoenen truitje.
Verregend ga ik een groot winkelcentrum binnen. In godsnaam, ik moet een stuk zeep kopen, een dvd of parfum. Iets moet me verlossen uit deze depressie. Ik neem de lift naar boven naar de afdeling met luxegoederen. Luxe en goederen, daar kan ik wel wat mee denk ik blij.
De deuren gaan open. En ik zie een enorme hal vol met keukenmachines en stofzuigerzakken.
Dan weet ik het zeker. Halifax schrijf je eigenlijk met een –e. En ik ben totaal lost in translation.

schlikje

§

Vreemd

T is een geintje van de natuur vermoed ik. Volgens F heeft hij al maandenlang hetzelfde iets te warme weer als ik in Nederland, maar de nacht voor ik aankom in Halifax duikt de temperatuur naar beneden en valt er een halve meter sneeuw.
Ietwat confuus kom ik uit de terminal op de luchthaven en kijk om me heen. De kou kietelt mijn longen als ik diep inadem om mijn hoofd wat frisser te krijgen.
Alles is witter dan wit. Ik ben vrij duf en zo gedesoriënteerd dat ik links amper van rechts kan onderscheiden. Dat wordt nog wat zo, want met alleen wat aanwijzingen in een mailtje van de filmproductie moet ik mijn weg naar de studio zien te vinden waar F staat te werken.
Eenmaal in de huurauto draai ik mijn raampje open en zet het volume van de radio op tien. Dat helpt. Het begint opnieuw te sneeuwen als ik richting de stad zoef. De bordjes die de afslagen aangeven zijn zo besmeurd dat ik ze niet kan lezen. What the hell. Ik rijd de wittigheid in en de realiteit uit.
Een half uur later parkeer ik voor een enorm gebouw. Buiten zie ik talloze cateringwagens, bulldozers, veel kabels. Ik glibber richting de ingang en vraag of Outlander hier soms wordt gedraaid. Een lid van F’s crew begint me spontaan te omhelzen. “It’s so great you’re here!” roept hij hysterisch. Ik glimlach onhandig, nog niet gewend aan Noord-Amerikaanse omgangsvormen.
Hij brengt me naar binnen en dan sta ik plotseling in een enorme hangar voor een nagebouwde metershoge rotswand. Bovenop is F. Ik sta een beetje stom naar hem te staren en pas na een paar seconden ziet hij me. Dit heeft niets meer met werkelijkheid te maken. F op een gigantische piepschuimen rots, omgeven door acteurs in leren vikingoutfits. Hij komt naar beneden en grijpt me vast. Goddank, hij ruikt nog hetzelfde.
Hij leidt me rond in zijn wereld van de afgelopen twee maanden. Ik schud tientallen handen, variërend van mensen die hoog in de filmcrewhiërarchie staan tot de jongen die verantwoordelijk is voor het opplakken van het mos op de rotsen. “It’s got to look realistic.” Ik vraag me af of hij Mosopplakker op zijn visitekaartje heeft staan. En vooral ook wat in godsnaam nog realisme is.
De jongens van F’s crew noemen F sir. Het zijn zíjn jongens, hij vertelt ze de hele dag wat te doen. Ik sta wat verwonderd te kijken naar mijn F die zomaar een baasje is. Het is een F die ik niet ken.
“I want some waterfall” roept de regisseur. Dan klettert een enorme hoeveelheid water van de neprots. De hoofdrolspelers rennen er doorheen, uitgerust met zwaarden waar ze op de Elf Fantasy Fair nog een puntje aan kunnen zuigen.
Onderaan de rots staat een jongen met een lange houten stok waarop de klauw (grootte: een meter bij een meter ) is geschroefd van het monster dat een hoofdrol in de film speelt. Hij krijgt aanwijzingen om de poot met de uitgeslagen nagels precies zo te houden dat deze dreigend in beeld komt. Eigenlijk voel ik me wel thuis in deze nepwereld, bedenk ik alvorens ik plotseling hevig begin te twijfelen aan mijn geestelijke gezondheid.
Achter me loopt een meisje met een groot stuk monsterstaart langs.

schlikje

schlikje

§

Ik weet

Ik weet dat ik moet slapen
Van al die nachten wakker
Fijne feestjes tot in de morgen
Dien ik nodig te herstellen
Bovendien word ik van katers
In combinatie met te weinig rust
Altijd net iets te gevoelig
Net iets te ernstig
Net iets te indachtig
Net iets te veel

Ik weet dat ik moet slapen
En toch blijf ik hier zitten
Starend naar het beeldscherm
Draai ik mijn muziekjes
En persoonlijke verhalen af
Onscherpe teksten in mijn hoofd
Net iets te diffuus
Net niet het juiste woord
Net iets te kritisch
Net iets te veel

Ik weet dat ik moet slapen
Maar ik bega de fout
Om door mijn webarchief te graven
Ik lees mijn eigen stukjes
Vooral tussen de regels door
Glimlach om mijn kleine grote leven
Want het is net iets te hevig
Net iets te onbehouwen
Net iets te veel
En toch altijd nooit genoeg

Ik weet dat ik moet slapen
Maar ik blijf wakker


schlikje

§

Bloemlezing

“Focus op je krokus”
“Natte urn”
“Klamme hut”
“Spermatsunami”
“Doe een Adootje”
“Grijze pijpenkrul”
“Lunch trakteren in een schortje
Met je titten op een bordje”

Ik kan en zal er verder geen woorden aan vuil maken maar Pornoklaas was wederom enorm op dreef dit jaar. Daarbij heeft hij mij een heuse Bunny-outfit cadeau gedaan. Ik zet die oren niet meer af!
Het was al met al een avond voor in de analen. En lieve vrienden, jullie zijn pervers, verwerpelijk en door en door slecht.
Wanneer mogen we weer?

schlikje

Linkdump