¶ §Mobiele eenheid
Sommige mensen vragen zich af hoe ik ooit aan werken toe kom . Ik laat me namelijk nogal makkelijk afleiden. Graag zelfs. Zowel thuis als op kantoor ben ik in mijn eentje een heel communicatiecentrum.
Uiteraard zijn er de collega’s om me heen met wie zo nu en dan even de stand van zaken moet worden doorgenomen (“Leuk rokje!” “Thanx. Ik heb een groene fase.” “Wat vond jij nou van die verkiezingsuitslag?” “Ach, eens een lul altijd een lul.” “Waarom is de koffie weer oooop???”).
Tijdens zo'n gesprekje hoor je geregeld uit mijn computer de glass-sound, het teken dat ik nieuwe mail heb. Want ja, mijn emailprogramma staat per-ma-nent open.
Ik heb een goed excuus. Negentig procent van mijn werkcontacten verloopt via de mail. Maar eigenlijk verlopen ook heel erg veel privé-contacten via de mail. En niet zo zeer door elkaar stomme filmpjes of getrukeerde foto’s te sturen. Die tijd hebben we wel gehad. Nee, gewoon, door af en toe even te vragen hoe het nou gaat. Heel handig, ook bij mensen die je niet zo vaak spreekt, je houdt elkaar al schrijvende simpel op de hoogte.
Maar bij mailtjes krijg je niet altijd meteen antwoord en dat kan irritant zijn. Gelukkig is daar dan de chat. Heb ik ook een goed excuus voor. Met ouders en een echtgenoot die constant in het buitenland vertoeven zou ik failliet gaan als ik ze steeds zou moeten bellen. Chatten gaat veel makkelijker. Bovendien weet je meteen of iemand die vijf uur vroeger leeft dan jij al wakker en aanspreekbaar is. Wie online is, kan lullen, simpel. Maar ja, niet iedereen gebruikt hetzelfde chatprogramma. En dus staan er altijd twee open, iChat en MSN. Ja, je zal eens iemand missen.
En dan is er nog de mobiele telefoon. Ik ben een wandelende sms-bundel. Sms-jes zijn leuk, want kort en doeltreffend en het staat zo gezellig, zo’n envelopje in je scherm.
Het moge duidelijk zijn: ik ben makkelijk afleidbaar. Maar gelukkig ben ik een vrouw. Die kunnen verschillende dingen naast elkaar doen. Ik kan rustig een verhaal schrijven en chatten tegelijk bijvoorbeeld. Of koffie zetten (nog zo’n afleiding) en sms-en. E-mailen en intussen de krant lezen is wat moeilijker, maar na enige oefening lukt zelfs dat me. Daardoor haal ik uiteindelijk ook altijd die deadlines. En doordat ik niet te beroerd ben om hard te werken natuurlijk.
Dus zit ik gisterenavond thuis nog een stukkie te tikken. E-mailprogramma open, een chatje tussendoor, hé een sms-je, en tikkerdetikkerdetik. Dat werk. Hoor ik opeens een heel raar geluid. Vrij doordringend. Het komt uit mijn huis, achter de televisie vandaan. En het blijft zich herhalen. Het houdt maar niet op. Hoe irritant! Ik kan nergens mijn aandacht meer bijhouden. Wat is dat????
Ik duik achter de kast en vind de veroorzaker. De telefoon. Die zomaar overging. Wat bizar. Bij ons thuis rinkelt de telefoon eigenlijk nooit meer. Er zijn andere communicatiemiddelen te over.
Ik staar even naar het ding in mijn hand. Dan druk ik het knopje in. “Hallo,” zeg ik schor, een beetje op mijn hoede. “Ja, met Arie de Boer van KPN, ik wil u een fantastisch aanbod doen! Vanaf volgende maand kunt u bij ons veel goedkoper bellen naar het buitenland en u kunt ook nog voordeelnummers krijgen zodat u in de voordeeluren heel voordelig kunt bellen naar wie u maar wilt. Is dat niet geweldig?”.
Ik heb Arie maar afgewimpeld. Voordeelnummers. Voordeeluren. Bellen met wie ik maar wil. Alsof ik daar tijd voor heb, zeg.

¶ §Reclame
Las net dat Allen Carr is
gestopt met roken. Longkanker.
Hoorde laatste ook al dat meneer Atkins niet meer leeft. Gestorven aan overgewicht.
En je had natuurlijk ook nog Nico Haak die een gezondheidsarmband had en vlak daarna het loodje legde.
Ik zeg: ik zie een patroon.
Sonja Bakker wordt straks tonnetjerond en stikt in een chocoladereep, Yvon Jaspers krijgt een wasverzachtervergiftiging én wordt kleurenblind (“Mmm dat slaapt zo heerlijk, zo’n wit schoon bed”), Leco “Nederland ont-tut” van Zadelhoff ook, Katja Schuurman wordt bedolven onder een pallet Gouden Gidsen, de melkzuur in Vanessa blijkt uit zichzelf op te lossen waardoor ook zij verdwijnt in het niets en Jan Mulder wordt aangevallen door een blauwe leeuw in de Beekse Bergen.
Mmmmm. Eigenlijk best een mooi scenario.

¶ §Citaat van de week
De echte trouwe bezoekers van deze log weten het al. Ik heb een bijzonder warme band met Jeroen Krabbé. (Zie
hiero en
hiero).
Lees ik net een stukje over Maarten Spanjer in het Volkskrant Magazine waarin hij vertelt interviews met Jeroen Krabbé te sparen. Gewoon puur voor de lol. En dat ie ze Rijk de Gooijer aan diens ziektebed voorleest om nog eens even flink te lachen.
Ik had Maarten Spanjer nooit zo heel hoog zitten, maar man o man wat stijgt die jongen in mijn achting. Briljant, vooral op het moment dat hij de journalist laat optekenen:
"Als Jeroen zich laat pijpen, is hij in staat om na afloop te vragen: 'Schat, hoe vond je mij?'."
Ik wou dat ik het zelf bedacht had.
Soms voelt het zo heerlijk om begrepen te worden.


¶ §Bouillon
Ik was stil hier de afgelopen dagen want ik was ziek. Nou heb ik nooit een beetje griep of een klein verkoudheidje, nee het is altijd all the way. Dus bij ziekte heb ik ook meteen vet koorts, doen mijn ledematen niet meer wat ze behoren te doen, wordt mijn coördinatievermogen tot minder dan nul gereduceerd en krijg ik geen verstandelijk woord meer over mijn lippen. Gematigd en ik, da’s geen combinatie dus ook in mijn griepland is het alles of niets. Heel fijn.
Maar om daar nou naar te gaan leven, dat is ook zo wat. Een verstandig mens neemt gewoon gas terug, zegt op zijn werk dat ie niet kan komen want lichaamstemperatuur van meer dan 38 graden, eet zich ziek, o nee, beter aan fruit, drinkt kippenbouillon, laat zich bepotelen en vertroetelen en zorgt dat ie eens lekker bij slaapt, want dat is de moeder aller genezers.
Ja. Klinkt goed. Maar. Eeeeh. Lukt niet. Lukt nooit.
Want ik ben een freelancer en die zijn niet ziek. Deadline is deadline. Krant moet gedrukt. Stukkies getypt. Kein gelul.
En kippenbouillon, dat smaakt dus helemaal naar niks. Nou ja, naar kip. Maar een beetje lafjes is het wel.
En zomaar vroeg in bed gaan liggen is natuurlijk wel een optie. Maar de kans dat ik mezelf dan heel zielig ga vinden is levensgroot. En dat is helemaal niet leuk, mezelf zielig vinden. Daar leven we niet voor.
Kortom: ik kom al een paar nachten heel heel laat thuis, uit de kroeg. Want na een Advilletje of twee, voel je niet meer dat je verrot bent. En smaakt zo’n biertje best wel. En twee ook. En vervolgens ben je al heel snel te stoned van de pillen en te dronken van de drank om de tel überhaupt nog bij te houden.
Maar nu is er iets geks aan de hand. Want terwijl ik ernstig gestraft zou moeten worden voor mijn onverantwoordelijke gedrag, voel ik me sinds vanmiddag weer piekfijn. Koorts is weg, spierpijn ook, ik kijk helder uit mijn ogen, sterker nog, ik zie er eigelijk best goed uit. Maar dat kán helemaal niet! Met deze levenswijze kan ik nooit een griep te boven komen. En verdienen doe ik het al helemaal niet natuurlijk.
Ik vertrouw het niet. Van schrik ben ik vanavond na een gezellig etentje niet meer mee gegaan naar het café. Neenee, ik ben nu voor twaalven thuis. Want ik voel me te goed en dat klopt niet. Ik weet het zeker. Ergens zit een mannetje met een hamer enorm te wachten tot ie toe kan slaan. Ik ga hem die kans niet geven.
Vannacht ga ik een kip slachten en soep koken. Mij krijgen ze niet klein.


¶ §Taalgrapperij
Door Iemand die liever anoniem blijft
Werd ik gisteren als Vieze vuile
slet bestempeld
(zie Laatste Reacties)
Dat vond ik best wel geestig
Het houdt de stemming er in
En dat er een lief kaartje bij de post zat
Dat helemaal niet voor mij bestemd bleek te zijn
Ook dat stemde me heus niet sikkeneurig
De buurman mag ook wel eens een aai over zijn bol
Ok ok, dat ik om half twee
Een uur naar mijn stemkaart heb lopen zoeken
Omdat ik dat stomme brieffie weer eens had kwijtgemaakt
Dat drukte wel eventjes een naar stempel op de nacht
Maar het meest beroerde is
Dat mijn hersens de hele tijd maar woorden produceren
Met het woord stem er in
Dat is gewoon niet leuk meer
Hou eens op met die taalgrapperij
Ik ben Seth Gaaikema verdomme niet
Ik word er sjaggerijnig van
Om niet te zeggen
Hevig ontstemd

¶ §Stem
Hypotheekrenteaftrek ja of nee, generaal pardon doen we het of doen we het niet, of Nederland 1 grote 80 kilometer-zone wordt omdat dat tegen de files zou helpen wat helemaal niet zo is maar je kunt het toch proberen, stadswachten er bij of er juist af, TBS-ers binnen of buiten de poort, de MAVO terug, je weet het niet, je weet het niet, gratis kinderopvang of eerder subsidie als je je niet voortplant want het is immers al zo druk, zullen we de Kyotonormen dan toch werkelijk heus gaan naleven of blijft het bij idealistisch gelul, of een moordenaar echt zo gek is het moordwapen in het graf van zijn slachtoffer te proppen, wat we eigenlijk in Irak doen en is mensen natspuiten een kwestie van martelen of een doodgewone veldoefening?
Wie het allemaal weet mag het zeggen.
Ik niet.
Maar dat vanmorgen iemand met zo’n invaliden-ikkannietharderdan45kilometerperuur-karretje voor me op de linkerbaan blééf rijden, dat vandaag voor het eerst de hele dag mijn bureaulamp aanmoet omdat ik anders geen ruk zie, dat de regen natter en kouder is dan ooit ook al roepen ze nog zo hard hoe o o o warm het deze herfst buiten is en dat ik een leeg hoofd heb en wel allerlei deadlines, nou ja, wie daar belooft iets tegen te doen, heeft onmiddellijk mijn stem.
Met of zonder stemcomputer.

¶ §Popje
Ze doet haar best niet de hele winkel bij elkaar te krijsen.
Mijn anders zo buitengewoon gedistingeerde moeder staat midden in de H&M tegenover me met een blik in haar ogen die ik niet anders kan omschrijven dan als waanzinnig.
“Ik heb hemmmmm! Een zwarte!!!! Maat 38!!!! PAS HEM PAS HEM PAS HEM!”
In de modeblaadjes heb ik hem al een paar keer gezien. De Victor & Rolf-trenchcoat die afgelopen week is uitgebracht door H&M. Met een hartjessluiting. En een hartjesvoering. En hartjesriempjes aan de mouwen. Hier móet ik wel verliefd op worden. En de jas hoort op mijn schouders. I was made to wear this baby.
Maar ja. Roos is druk en Roos past er voor om om 9 uur in de Kalverstraat met tientallen fashionistas voor de deur van de H&M te gaan liggen. Die hele Victor & Rolf-gekte is trouwens ook belachelijk, vind ik. Handige commerciële truc van de H&M natuurlijk, maar wat een onzin. En trouwens, het zijn maar kleren hoor, heus niet het belangrijkste wat er is.
En toch, ik kan het niet helpen, zeurt het dagenlang almaar "Die jas. die jas" in mijn kop.
Nee spreekt ik mezelf ferm toe. Ik ga níet voor de deur liggen, ik kijk wel uit. Overdreven gedoe.
Misschien blijft er nog wel eentje over.
Een dag later ga ik kijken. Er is er inderdaad nog een. Maar die is twee maten te groot en gaat niet passen. En om nou dertig kilo erbij te gaan eten voor een jas, gaat me te ver. Eigenlijk gaat dit hele gedoe me te ver. Wat een onzin. Het is slechts een jas.
Maar ja, het is wel de jas die ik wil.
Dus als ik met mijn moeder twee dagen naar Kopenhagen ga, is niet het eerste wat we doen het Jensen-museum bezoeken of smörrebröd eten. Nee. We duiken een H&M in. Maar helaas, geen jas. Wel rijen vol met Victor & Rolf-trouwjurken, maar die heb ik niet nodig natuurlijk. Ik haal mijn schouders op. Deze liefdesaffaire is not meant to be. Klaar.
En dan sta ik de volgende morgen in een andere vestiging van H&M. Mijn moeder ben ik al lang kwijt, want we struinen als hyperactieve tieners door de winkel. Er is niemand die zo snel en doelgericht kan winkelen als mijn moeder. Behalve ik zelf dan.
En daar staat ze. Met de jas. En hij past. En hij voegt zich naar me. En ik nestel me in hem. En hij heeft hartjes.
O mijn god, realiseer ik me. Ik, de stoere vrouw die van voetbal en bier houdt, ben een hysterisch modepopje geworden. Wat erg!
Maar wel een hysterisch blij modepopje. Mét een Victor & Rolf-jas.

¶ §Joop
Joop is dood.
Dat kwam nogal onverwacht. Hij was niet ziek bij mijn weten en ook nog helemaal niet oud. En toch was het vanmorgen opeens voorbij. Einde leven.
Niet dat ik nu vreselijk in zak en as zit, hoor. Hoewel hij een broer was van mijn moeder, heb ik hem maar één keer ontmoet. Eigenlijk zagen we hem allemaal nooit. Want Joop wist toch amper wie we waren. Laat staan wie hij zelf was.
Al vanaf zijn vroegste jeugd zat Joop in een tehuis. Zijn hersenen deden niet wat hersenen normaal doen, zoiets. Hij werd liefdevol verzorgd daar, in leven gehouden. Maar wat Joop dacht en of hij iets dacht en wat Joop voelde en of hij iets voelde, geen idee.
Een paar jaar geleden werd Joop vijftig en besloten we dat met een hoop familieleden bij hem te vieren. Hij was het stralend middelpunt maar of dat nou was omdat hij werd omringd door bloedverwanten waag ik te betwijfelen. Het had meer iets te maken met de drie stukken taart die hij op had. En de grote pluchen kikker die hij als verjaardagscadeau had gekregen.
Joop en ik konden het erg goed vinden toen. Dat hij van mij net zo veel suiker in zijn koffie mocht als hij wilde, had daar vermoedelijk iets mee te maken. En dat ik het hem dus niet verbood een beker suiker met drie druppels koffie aan te lengen en die substantie daarna luid smakkend naar binnen te lepelen. En dat ie van mij ook best een tweede en derde kop mocht.
Daar werd Joop overigens wel wat hyperactief van. Hij vond het heel leuk om me met zijn hele lijf zijdelings flink aan te stoten. Dat ik iedere keer bijkans van mijn stoel lazerde, achtte ie met name heel geestig. Daar had Joop natuurlijk ook gewoon gelijk in.
De hele middag stootte hij me iedere minuut wel een keer aan. Zijn gelach, eerder een soort hoog gegiechel dat je niet verwacht bij zo’n grote vent, vulde de ruimte.
Toen na een paar uur de koffie een beetje was uitgewerkt, werd het stiller. En opeens lag even zomaar Joops hoofd tegen mijn schouder en gaf hij mij een kopje, zo zacht dat ik er van schrok.
Nu is Joop dus dood. Toen ik het vandaag hoorde dacht ik: ‘Dat is misschien maar goed ook’. Want wat is dat nou, zo’n Joopleven? Wat is een leven eigenlijk als je niet weet dat je leeft?
Maar nu begin ik te twijfelen. Misschien had Joop het wel beter met al zijn bakkies bruine suikerdrab en pluchen kikker dan wij die altijd maar moeten leven met ons eigen denken. En dat Joop niet kon praten, wat gaf dat eigenlijk? Ik weet me van Joop meer te herinneren dan van menigeen met wie ik een gesprek heb gevoerd.
Ik hoop dat Joop daar boven iemand vindt om flink tegenaan te bonken. En dat zijn meisjesgiechel zo nu en dan nog ergens mag schallen.

¶ §Schaamteloze zelfpromotie
Paspoort faxen.
Bewijzen dat ik ik ben.
Contract tekenen dat ik geen geheime informatie zal doorlullen
En ook dat zij niet aansprakelijk zijn als mij iets overkomt
Een brief van de hoofdredactie ritselen waarin staat dat ik echt voor ze werk.
Ja. Het kostte een hoop moeite en overtuigingskracht maar ik ben de eerste journalist in Nederland die mee is geweest op geldtransport. Dit om er achter te komen wat mensen drijft om iedere dag in een grote kluis op wielen rond te rijden en voortdurend rekening te moeten houden met een potentiële
overval.
En rapapapapaaaaaa:
Vandaag een verslag hiervan in het Volkskrant Magazine.
Plus een interview met de Meiden van Halal wat weer van een heel andere orde is.
Kopen kopen kopen dus!
Einde mededeling


¶ §Manwijf?
“Zal ik je even helpen de datum en tijd er goed op te zetten?”
Ik kijk de jongen in de mobiele-telefoniewinkel glazig aan.
Vroeg ie dat nou echt?
“Eeeh nou nee, kan ik zelf wel,” mompel ik.
“Zeker weten? T is echt vrij in gewikkeld hoor met al die knopjes.”
Ach, ik kan het hem niet kwalijk nemen. Het ziet blond, kort rokje, hoge hakken en denkt: a-technisch. In negen van de tien gevallen zal het wel kloppen dat de vrouwen die aan deze omschrijving voldoen hulp nodig hebben bij de instelling van hun nieuwe mobieltje. Maar ik toevallig niet. Ik ben dol op nieuwe mobieltjes. En op Macs. En op iPods. En op allerlei andere gadgets. Diep in mijn wezen ben ik een nerd. Ik kies er alleen voor er niet zo uit te zien.
Blijkbaar heb ik wel voor gekozen er reuze hulpeloos uit te zien. Althans op de momenten dat ik helemaal niet hulpeloos ben. Vanmiddag sta ik te tanken, klinkt er naast me een zware basstem: “Zal ik je effe hellepe?”. Dat heb ik vaker op tankstations. En dan denk ik: helpen? Met wat? Met de ongelofelijk ingewikkelde handeling van een slang in de opening van de tank houden?
Of ik krijg bij een flinke klus een opdrachtbevestiging onder mijn neus. “Ach meid, je hoeft niet helemaal te weten wat er staat als je rechts onderaan maar een kriebeltje zet,” zegt de opdrachtgever. Joehoe! Ik KAN al jaren lezen en schrijven, dank.
Ook geinig: een Tele2-meneer die belt om ons aan een abonnement te helpen (Ik zeg nog : “Hé Small Bill!”. Vond ie geen humor.) en die vraagt of mijn man thuis is. Nee, leg ik uit, maar we zijn tevreden met de KPN en hoeven geen andere aanbieder. “Nou, mevrouw, ik heb anders echt een speciale actie maar dat leg ik uw echtgenoot wel uit als hij terug is.”
Juist ja.
Punt is dat dit alles me helemaal niet zo zou storen als ik op de momenten dat ik wel hulp kan gebruiken af en toe eens een brede schouder zou vinden. Want even voor de duidelijkheid: ik ben weliswaar niet achterlijk, maar ik ben beslist geen manwijf . Ik ben ook helemaal niet overdreven stoer of sterk of in de overtuiging dat ik alles zelf moet opknappen. Dus als ik bolderdebolder drie hoog van mijn trappen afdender met drie zware overloaded vuilniszakken in mijn handen die de stoep op moeten, ja dan wil ik graag een sterke man naast me. Of als de droger zo enthousiast heeft lopen trillen dat hij scheef op de wasmachine staat, dan til ik me liever niet in mijn eentje een halve hernia. Of als mijn standaard plotsklaps last krijgt van de zwaartekracht en tussen mijn fietsspaken belandt waar ik hem met geen mogelijkheid uit gebogen krijg, ook dan wil ik graag geholpen worden. Maar nee hoor, hoe hulpeloos ik om me heen kijk, geen potige vent.
Hulpbiedende mannen. T is net politie.

¶ §Woesj
Omdat het vandaag zo herfstig is, maar eens een vrolijk zomers plaatje!

¶ §Kanonnade
Terug van de sportschool wandel ik langs F’s autootje, de
Playmobiel, als ik iets vreemds op de voorruit ontdek. Het blijkt niet één parkeerbon te zijn, maar een hele stapel, bijeen gehouden door een keurig mapje. Klootzakken! Hij heeft gewoon een parkeervergunning die keurig betaald is. Een week of zes geleden had hij ook aleen boete waarvoor ik bezwaar heb gemaakt (want een Frans Canadees naar de Dienst Parkeerbeheer laten bellen is een eeeeh iets te interessant langdurig sociologisch experiment). Nooit meer wat over gehoord, maar nu blijken die overijverige gasten gewoon door te zijn gegaan met prenten schrijven.
Briesend neem ik het pak papier mee naar huis. Meer dan twaalf bonnen. Het is zondagmiddag dus ik kan ze nu niet bellen maar o o o morgen zullen ze het van me horen. Ai, dat gaat een moeizaam gesprek worden dat weet ik nu al. Ik moet natuurlijk weer door de hele bureaucratische mallemolen waarbij je 39 maal in de wacht wordt gezet, iedere keer aan een nieuwe medewerker het probleem uit moet leggen en ze je tenslotte na veel te veel tijd en gezeur met een kluitje in het riet sturen door te zeggen dat je eventuele bezwaren maar in een brief moet schrijven en dat je dan heel misschien binnen acht weken iets hoort en dat ze dan dus hoogstwaarschijnlijk al die acht weken door blijven gaan met bonnen schrijven, de pennenlikkerds.
Dat zal mij toch niet gebeuren, naai ik mezelf op. Dus vanochtend half tien, bel ik. Tot de tanden toe bewapend.
“Met De Boer, parkeerbeheer.”
"De Boer, ik heb een probleem. Mijn man heeft al een hele maand onterecht parkeerboetes ontvangen. Hij heeft jaren gewacht op een vergunning en nou heeft ie die en hij heeft gewoon betaald! WAT DACHT U HIER AAN TE GAAN DOEN?????”
“Wacht Ik kijk het even na in de computer. O ja, ik zie het. Dat is een foutje.”
“VAN JULLIE JA!! Wat moet ik nou met die dingen doen? Hè hè hè???”
“Ach, ik zou ze gewoon verscheuren en weggooien. Probleem opgelost.”
“Eeeeh o ja.”
“Een hele prettige dag nog, dame.”
“Ja. U ook. Ofzo.”
Dat was dus niet de bedoeling. Zit ik met al die opgekropte agressie en een hevig onbevredigd gevoel.
Modderfokkers.

¶ §Ultiem
Als ik hem in zijn hoesje om mijn arm bind, voel ik de spanning al. Wat zal er gaan gebeuren? Het kan natuurlijk goed aflopen, maar o o o, wat is het tricky.
De laatste tijd speel ik steeds hetzelfde spelletje met mijn iPod. Vlak voor ik naar kantoor fiets, zet ik hem op shuffle. En ik spreek met mezelf af dat ik alle nummers die voorbij komen uit moet luisteren en dus niet mag zappen.
Nu heb ik een nogal divers samengestelde muziekdatabase op dat ding staan. Een hoop verantwoorde cd’s, wat recente hits, dat werk. Maar ook liedjes die ik met mijn dronken hoofd heb gedownload tijdens etentjes met vrienden, als we weer eens een Verschrikkelijke Jaren Tachtig-sessie hadden of domweg behoefte aan meer meer meer meezingers.
En ik kan je melden dat een ritje naar je werk met achtereenvolgens Fergal Sharky, The sound of music-remix en 'Telkens weer' van Willeke A. bepaald niet meevalt. Het mag misschien fijn meelallen zijn na 3 flessen wijn (de man uiteraard), ’s ochtends met net het eerste kopje koffie achter de kiezen, komt het hard aan. En meezingen zit er al helemaal niet in.
Waarom doe ik het dan? Omdat ik vind dat ik mezelf een beetje moet blijven verrassen. En vooral omdat het soms zo verdomd goed uitpakt.
Vrijdag zit ik een hele tijd in de trein op weg naar een interviewkandidaat (die wonen de afgelopen weken allemaal op de een of andere manier ver en diep in de provincie). Ik besluit mezelf bezig te houden met het grote Ipod-spel, vooral ook omdat het me zo geestig lijkt in de eerste klas te gaan zitten met Fergal Sharky in mijn oren.
Maar die komt niet. En ook René Froger, Drukwerk en Boten Ana laten het afweten. Het wordt veel mooier.
Al bij de eerste noten weet ik het. Fok, dat is lang, heel lang geleden. Als überromantische zwaar melancholische puber heb ik er zo vaak naar geluisterd. Bruce Springsteen.
Drive all night van de tweede cd van The River. Ik wist niet eens dat ik het op mijn iPod had staan.
Ik was het nummer gek genoeg een beetje vergeten, maar juist daardoor komt het nu, boemelend in die trein, dubbel hard binnen. Ik doe m'n ogen dicht en weet het weer. Dit is het ultieme liefdesliedje met die ene regel die alles zegt. Zo’n zin schrijven en daarna kun je sterven denk ik.
De laatste tonen klinken. Op het iPodschermpje zie ik dat het nummer maar liefst 8 en een halve minuut duurt. Ik druk hem op repeat. 8 en een halve minuut. En dat terwijl ik principieel tegen liedjes ben die langer zijn dan 5 minuten. Ik bedoel: als je je punt binnen die tijd nog niet gemaakt hebt, ben je gewoon te lang aan het woord.
Maar niet deze man. En niet deze tekst. En niet deze uithalen. Die mogen veel zijn en lang duren. Een hele treinreis lang. God, ik wou dat ik kon meezingen, maar ja, er zit een beschaafde man in pak tegenover me en twee oude kwebbeldames. Ik houd me in.
Op het Centraal zit die ene zin nog steeds in mijn oren. Ik loop naar mijn fiets, ijswater regent in mijn gezicht. Ik begin hard te trappen en eindelijk kan ik geluid maken. Onder een viaduct galm ik hem.
“Baby baby baby, I, I swear I'll drive all night, just to buy you some shoes and to taste your tender charms.”
Ik hoop heel hard dat ik morgen weer zo getrakteerd word.
PS: En laat ik nou een
prachtige versie vinden op Youtube. Let ook op de tweede stem van een
lid van de Soprano-familie. Zucht...

¶ §Beetje onhandig geformuleerd
Net bij de aankondiging van het AT5-nieuws:
"Weinig animo voor moord Theo van Gogh!"
