¶ §Alarm
Ik zit een beetje voor me uit te suffen in de auto
Als ik op de radio hoor dat er alwéér alarm is
Wie is er nou weer dood?
Vraag ik me af
En ze zijn die Samir A
Nou toch juist aan het berechten?
Blijkt het over een
weeralarm te gaan
Heb ik nou zo’n zieke geest
Dat ik alleen maar denk:
‘Ach, laat maar waaien?’

¶ §Woordjes
Grrrr. Hmpffff. Brrrrr. Mmmmmm.
Als om kwart voor zeven vanochtend de wekker gaat ben ik op zijn zachtst gezegd niet blij. Waaróm rinkelt dat ding?
O ja, weet ik meteen daarna. Ik heb twee grote deadlines vandaag. En die stukken moeten voor vanmiddag 3 uur door omdat ik beloofd heb daarna in een journalistenforum te gaan zitten van de UVA. De studenten willen graag weten hoe het leven van een journalist er uit ziet ofzo. Waarom had ik daar ook alweer ja op gezegd? En wanneer leer ik eigenlijk eens nee zeggen? Kreun. Diepe kreun.
En daar zit ik dan
tien minuten later te tikken.
Met de pest in mijn lijf natuurlijk.
Klotevak.
Altijd maar deadlines.
Nooit eens even niks.
Woordjeswoordjeswoordjes.
Het is gewoon nog donker, for Christ's sake.
Straks gaat die persvoorlichter natuurlijk over die kop zeiken.
En die lead loopt niet lekker.
Nog meer woordjeswoordjeswoordjes.
Koffie over mijn aantekeningen.
Inkt loopt uit.
Printer loopt vast.
Nog even en ik ook.
En dan is het middag en zijn de stukken verstuurd.
Ik kom aan bij de universiteit, afdeling Mediastudies.
Twee jaar geleden heb ik er ook al eens een praatje gehouden.
“Je had toen zo'n enthousiast verhaal
die kinderen kregen er echt zin in” zegt de coördinator van de studiedag.
Als ik de zaal binnen stap kijken vijftien paar grote ogen me aan.
Iedereen mag vragen stellen.
En ik vertel.
Over opdrachtgevers, onderhandelingen, mijn eerste stukkie,
mijn laatste stukkie, mijn vrijheid, mijn blunders, mijn trots.
Ik hoor mezelf praten.
Woordjeswoordjeswoordjes.
Maar mooie woordjes.
En ware woordjes.
“Is het heel moeilijk om werk te krijgen in de journalistiek?” vraagt een jongen.
Ik herken zijn blik.
Zo graag willen. Maar zo angstig zijn dat het niet lukt,
Ik hang een verhaal op over veel schrijven, hard willen werken, je helemaal inzetten.
Terug naar huis fietsend schaam ik me een beetje.
En ik neem me voor niet te klagen als morgen die wekker weer om kwart voor 7 gaat.


¶ §Zin
Wat is dat toch met eerste zinnen?
Als ik geen eerste zin heb, kan ik geen verhaal tikken. Dat klinkt logisch, maar is het niet. Zat journalisten beginnen gewoon halverwege, in medias res chique gezegd, tikken domweg een eind weg en zetten een begin boven hun stuk als ze dat verzonnen hebben of zelfs pas als het helemaal af is.
Ik kan dat niet. Zonder eerste zin, komt de rest ook niet, laat staan een einde.
Irritant genoeg stel ik ook nogal wat eisen aan een eerste zin. Verhalen met een dooie opening schiet ik linea recta af. Lang gewauwel aan het begin van een artikel, ik lees het niet uit. Een typische feitelijke nieuwsopening , veel te voor de hand liggend. Een cliché. Ja daaag.
Eerste zinnen moeten licht en eenvoudig zijn, triggeren en uitnodigen om verder te lezen. Simpel toch.
Soms wel. Dan weet ik de eerste zin al voor ik überhaupt research of interviews heb gedaan. Heerlijk is dat. Zo’n verhaal schrijft zich vanzelf.
Maar meestal gaat het stukken moeizamer en sta ik 24/7 te dubben. Onder de douche, in bed, tijdens het koken, in het spinningklasje, mijn hoofd draait en maalt, want die eerste zin moet er uit.
Jaloers kijk ik op kantoor naar hard tikkende collega’s. “Ah joh, begin gewoon,” glimlachen ze me toe.
Begin gewoon? Begin gewoon?
Klinkt eenvoudig, maar ik kan het niet zomaar. Het moet niet gewoon, het moet goed.
Ik ben er inmiddels uit waar het aan ligt dat ik zo’n moeite heb met het beginnen van een verhaal. In de kroeg deed ik ook nooit aan openingszinnen. Het is de diva in mij, het prinsesje, dat zich liever aan laat spreken dan zelf een gesprek te beginnen. En ja, dat ook nog eens heel bitchy de een na de ander wegstuurde omdat ie meteen begon met “Mooie ogen” of “Jij hebt een opening en ik heb zin” of “Is dat een ladder in je kous of de stairway to heaven?”. De groeten, met dat soort teksten komt er natuurlijk nooit een verhaal. Maar goed, zelf wat verzinnen om een kerel aan de praat te krijgen, ho maar. Daar was ik toevallig veel te trots voor.
En nou zit ik er mee. Een leeg vel papier. Geen opening. Niks zinnigs.

¶ §Geëmancipeerd licht
Tring.
Man van de Ikon-radio aan de lijn.
"Vanavond is er een uitzending van
Desmet Live en raad eens wie naast Cisca Desselhuijs de gast is?"
Ik raadde niks.
Wist ik veel.
En bovendien wat had ik daar mee te maken?
"Sandra Roelofs! En het lijkt me nou zo aardig als jij even de monoloog die je over haar hebt geschreven wil mailen. Dan kan zij daar fijn op reageren."
Uch. Uch. Verslikking.
"Eeeeh, u bedoelt die monoloog waarin ze niet echt als groot geëmancipeerd licht naar voren komt?"
"Inderdaad, die."
"De monoloog waar zij beslist niet blij mee gaat zijn omdat er een vette huwelijkscrisis in gesuggereerd wordt tussen haar en haar grote liefde, de president van Georgië?"
"Jaaaa."
"De monoloog waardoor ze onmiddellijk een hekel aan me zal krijgen?"
"Yes."
OK. Komt eraan.
Vanavond om 7 uur is de uitzending te beluisteren op 747 AM of via
podcast.

¶ §Rang!
Normaliter ben ik van het slag dat geen vlieg kan doodslaan. Letterlijk. Ik heb nooit sadistische neigingen met dieren gehad. Als kind was ik zelfs lid van de dierenbescherming en ik geloof er nog steeds heilig in dat je niks en niemand onnodig lijden moet bezorgen ook al is het dan veel kleiner en stompzinniger dan jij (ik bedoel: een pissebed is geen toonbeeld van intelligentie. Maar Kelly van Big Brother ook niet en daarom hoeven ze heus nog niet dood allebei).
Ik ben dus van de bloemetjes en bijtjes en vrede en natuur. Peace on earth, weetjewelweetjeniet.
Maar slapeloosheid doet rare dingen met mensen. Na vier weken worstelen begin ik een wat merkwaardige versie van mezelf te worden. Neurotisch (“waarom passen mijn schoenen nooit bij mijn haarelastiekje???”), emotioneel (een Merci-reclame met droge ogen uitzitten, vergeet het maar), lichtgeraakt (“Waarom schreeuw je zo tegen me???”) en eeeh, agressief.
Nou doet het feit zich voor dat we bij mij in de straat momenteel te kampen hebben met een vliegenplaag. Hoe proper we onze huisjes en keukens ook houden, overal klinkt gebrom van vliegen.
Afgelopen weekend was ik het zat. Ik stampte naar de drogist en kocht het eerste het beste antivliegding dat ik kon vinden: een elektronische vliegenmepper. Ik, die tot voor kort kleine vliegjes en mugjes voorzichtig op mijn hand uit mijn bad verwijderde en naar buiten stuurde zodat ze niet zouden verdrinken als ik me in het sop liet zakken, ik die alles aait wat oren heeft en een staart met haar, ik De Dierenvriendin.
Toen ik mijn aanschaf voor het eerst wilde proberen, had ik dan ook enige schroom. Ik las de gebruiksaanwijzing. Je moet ermee naar de vlieg zwaaien, die blijft op het gaas plakken, dan druk je op een knopje en vervolgens elektrocuteer je hem. Eitje, maar eigenlijk kon ik het niet over mijn hart verkrijgen. Ik legde de mepper weg.
En toen werd het drie uur ’s nachts en was ik opeens klaarwakker. Kut. Niet weer. Het ging zo goed, ik was gewoon in slaap gevallen, ik hoefde niet wakker te zijn, waarom???
Ik besloot mezelf te kalmeren met een kopje slaapthee. Eenmaal in de keuken werd ik compleet omsingeld door vliegen.
En toen was ik er klaar mee. Ik pakte de vliegenmepper en voerde mijn eerste aanval uit. Raak! De vlieg knetterde nog wat na, een geur van verbrande vleugels vulde de ruimte. Oe. Eigenlijk was dat best lekker.
Rang! Ik deed nog een mep. Weer raak.
Rang! Rang! Rang!
Vlieg na vlieg stuurde ik linea recta naar het hiernamaals. In alle hoeken en gaten van mijn keuken wist ik ze te bereiken.
Opeens keek ik om en zag ik mezelf weerspiegeld in het raam, met woest haar dat alle kanten op krulde, gekleed in slechts een minuscuul stringetje bovenop het aanrecht staan met de vliegenmepper geheven boven mijn hoofd en de blik van een kampbewaarder (Nee, daar zijn geen foto’s van, goddank).
En ik vond mezelf even doodeng.
Maar man, wat heb ik daarna lekker geslapen.


¶ §Uitleg
Zeg Roos, was doet die
F van jou nou de hele tijd daar in Canada?
Goeie vraag, moeilijk te beantwoorden. Het is met veel techniek, en een verhaal over aliens en vikingen, en er zijn paarden, en het is er erg koud momenteel, en ze zitten aan zee, en de apparatuur is niet altijd compleet maar het lukt toch en, nou ja, ze bouwen dan dus vikingenschepen en die filmt F. En vervolgens worden die in de fik gestoken. En dat filmt F ook weer. En als het mislukt doen ze hetzelfde. Maar dan met een ander schip.
Dat legt ie me allemaal uit als we midden in de nacht zitten te chatten. En dan stuurt ie me een foto van wat ze hebben gemaakt.
Simpel baantje toch?

¶ §Supplement
En in het kader van 'Ik wou dat ik het verzonnen had':
de eigenaar van Sinterklaascentrale De Gouden Staf wordt verdacht van
ontucht.
Ik geloof niet dat ik hier nog wat aan toe moet voegen.

¶ §Vraagje
Bejaarden willen meer
seks
Bagagemedewerker stal
schaamhaar (vraagje: heeft u ook altijd van die bossen schaamhaar in uw koffer?!)
Ellemieke Vermolen doet het met
Jantje Smit
De keeper van Ado laat zich graag door vrouwen
naaien
Waarom valt al het nieuws vandaag in de categorie Too Much Information?


¶ §Ingezonden mededeling
Voor wie morgen zin heeft in een fijn stukje radio:
vanaf drie uur 's middags ben ik samen met Ger Beukenkamp te gast in het rechtstreeks uitgezonden cultuurprogramma van
Amsterdam FM, waarin wij alles zullen vertellen over '
ons' stuk, Het meisje en de macht.
Komt dat horen, komt dat horen...
(en vanaf 2 november: komt dat zien, komt dat zien!).
Einde van dit bericht

¶ §Spice girl
Mijn vader zei het vroeger al en nog steeds krijg ik het zo nu en dan van hem te horen. “Jij hebt te veel peper in je reet.”
Is waar. Sterker nog, ik heb te veel peper in m’n alles.
Ik heb een beweeglijk onrustig lijf, ik heb een beweeglijke onrustige geest, ik heb een beweeglijk onrustig humeur, ik heb een beweeglijk onrustig temperament.
Dat heeft zo zijn voordelen. Energie, emotie, passie, het is allemaal in ruime mate aanwezig. En bovendien ben ik niet saai en als ik iets niet wil zijn is het saai, dus dat komt goed uit.
Behalve dan als ik behoor te slapen. Dan kan het me niet rustig, stil en saai genoeg zijn. En dat is het momenteel niet. Totaal niet.
Ik heb altijd al fases gehad dat ik weinig sliep en de acht uur per nacht haal ik standaard niet, maar de laatste tijd maak ik het wel erg bont.
Eerst dacht ik dat het te maken had met F’s naderende
vertrek. Hij was gestresst en ik dus ook waardoor we elkaar gezellig wakker hielden. Maar toen hij wegwas, sliep ik nog altijd veel en veel te weinig.
Vervolgens dacht ik dat het kwam doordát hij net vertrokken was. Geen hand die zachtjes door mijn haar woelt, geen lichaam naast me, geen rustgevende ademhaling van een man. Maar nu is hij al weken weg dus ook daar moet ik aan gewend zijn en nog steeds heb ik mijn draai niet gevonden.
Je kunt niet zeggen dat ik het niet letterlijk probeer. Ik woel me wezenloos, heb alle hoeken van mijn toch ruimbemeten bed inmiddels uitgeprobeerd, lees übersaaie boeken, drink liters slaapthee, neem een fijne borrel, maar nee. Voor een uur of twee gaan de luikjes niet toe.
Dat is nog tot daar aan toe, het heeft vaak wel zijn charme om op te zijn als de rest van de wereld dat niet is, maar ik word vervolgens ’s morgens doodleuk berevroeg wakker, ook als dat werktechnisch helemaal niet hoeft. Woehaaaa, steigert het pepertje in mijn alles. Het vuur moet weer worden ontbrand! Je moet er uit! Er dient geleefd te worden! Woei! Mooi uitgangspunt, maar NIET om kwart voor zeven!!!! Dan word ik een tikkeltje prikkelbaar van dat pepertje van me. Dus mag die waakvlam nu alsjeblieft even uitblijven tot een uur of negen morgenochtend?

¶ §Toeristen
“Het beste wat u kunt doen als u in Amsterdam bent, is een fiets huren. En dan gaat u met die fiets heel hard slingeren zodat u het fietspad niet rechtdoor overgaat maar zigzaggend, dat is reuze boeiend vooral na een fijn hasjontbijt. Tenslotte gaat u ernstig giechelen en midden op het fietspad met elkaar in een dikke kluit stilstaan en dan kijkt u naar boven. Altijd alleen maar naar boven. Niet op of om, naarrrr boven. Trekt u zich van eventuele passanten niets aan. De locals vinden dat reuze gezellig, al die naar boven kijkende fietstoeristen.”
Ik heb hem er niet op nageslagen maar ik weet vrijwel zeker dat er zo’n passage in de Lonely Planet over Amsterdam staat. Hoe kan het anders dat de stad momenteel weer, net als elk jaar rond de herfstvakantie, wordt bevolkt door dwazen die:
a. Niet kunnen fietsen
b. Niet begrijpen dat een pad met een geschilderde fiets er op een fiets-pad is
c. Niet inzien dat de mensen die in deze stad wonen, werken en leven zich graag in een redelijk tempo van A naar B willen verplaatsen zonder dat ze gedwongen zijn om zich hard bellend, joelend of schreeuwend door meutes naar boven starende toeristen te rammen
Dit alles overdacht ik toen ik zaterdagmorgen over de Zeedijk naar de nagelstyliste reed (die heb ik want ik doe namelijk
nog steeds hardnekkige pogingen om te transformeren in Estelle Gullit. En dat kan niet zonder nagels). Tot diep in de nacht had ik gewerkt (reportage over pubers en uitgaan in IJsselstein, ja mijn leven is een aaneenschakeling van hoogtepunten), mijn kop was wattig, mijn reflexen nog niet optimaal en daar waren ze dan, massa’s en massa’s verdwaasde en reeds dronken toeristen met MacBikes. Grr, het zou verboden moeten worden.
En toen kwam ik binnen bij
Tilly alwaar ik een Engels echtpaar aantrof. Zij liet haar nagels net drogen en hij stond ze te bewonderen. Ik ging zitten en knikte ze afgemeten toe. Plotseling haalde de man een grote fles bubbels te voorschijn en vroeg me: “Hey beauty, you want some champagne?”
Ik vroeg hem wat de gelegenheid wel niet was. “Oooh, just because we’re aso happy we’re in Amsterdam...”.
Even later zigzagden ze weg op hun huurfietsen.
Ik nam een slok. En nog één. Toeristen zijn lief.

¶ §Tofu
Het is niet zijn besluit. Het gaat buiten zijn macht om. Hij mag er dan ook eigenlijk niet te veel over zeggen. Maar premier Balkenende wil wel nog even graag benadrukken dat hij erg meeleeft met al de mensen die gedupeerd zijn.
Dan denk je dus dat het gaat over gewichtige zaken als vrouwenbesnijdenis, onnodig veel doden in Irak, zich misdragende mariniers, het Amsterdamse taxibeleid of de eeuwige opmars van extreemrechts in België.
Nee nee, vijfwerf nee.
Dat waar Balkenende zich gisteren over heeft uitgesproken, waar minister Van der Hoeven zich volgende week bij de kamer over moet verantwoorden, dat wat door het CDA is omschreven als een zaak van ‘nationale importantie’ is:
Het stopzetten van Lingo.
Ja, je leest het goed.
Het stopzetten van Lingo.
Een zaak van nationale importantie? Een zaak van ongelofelijke debiliteit zou ik willen zeggen.
Op het gevaar af dat ik straks talloze bedreigingen van hardcore Lingofans in mijn mailbox krijg, wil ik toch even kwijt dat ik het stoppen van Lingo een van de beste omroepbesluiten, zo niet hét beste omroepbesluit, van de afgelopen jaren vind. Ik ben al niet van de televisiespelletjes maar wat is er in godsnaam leuk, goed of leerzaam aan om dag in dag uit volwassen mensen in een bak met ballen te zien grabbelen en te zien hoe ze het niet voor elkaar krijgen te raden wat het vijfletterwoord is als er al heel lang
T . F E L
staat?
Vroeger stond het nog wel eens aan op de achtergrond als ik stond te koken maar dat kwam ons avondeten niet ten goede. “TAFEL, lul, TAFEL!!!” bleef ik maar schreeuwen tegen het scherm. En wat zegt zo’n idioot? “Eeeeeh, tofu?” “DAT ZIJN VIER LETTERS ONGELOFELIJKE IMBECIEL!!!”. Je begrijpt, boontjes verpieterden, kip werd overgaar en aardappelen kookten stuk. Lingo en ik, het is geen goede combinatie.
Nou hoeft dat natuurlijk ook niet, maar ik heb nooit begrepen waarom een programma als dit bij de publieke omroep thuishoort. “Ja, nee, het is dan wel een spelletje, maar het is natuurlijk heel educatief,” zeggen de voorstanders dan. Educatief. Waarom? Omdat het iets met Letters is? Lees een krant als je wilt leren spellen! Call-tv is toch ook niet educatief terwijl de deelnemers daar eveneens moeten raden wat voor dier er toch gezocht wordt als er . E U S H O O R N staat?
En dat dan een premier en lijsttrekker het zo vlak voor de verkiezingen in zijn hersens haalt om bejaarde zieltjes te proberen te winnen voor zijn partij door te zeggen dat hij zo enorm meeleeft met de slachtoffers van de Netcoordinator, daar heb ik eigenlijk maar één woord voor:
E I K . L
Jullie mogen een klinker kopen.

¶ §Gevoel
“Ja, nee, ik ben er nu helemaal uit hoor, want weet je eigenlijk is het dus zo, nou je, eeh, dan heb ik zoiets van, ik trek het allemaal niet, maar nou weet ik waar het door komt hè, want ja, dat las ik dus laatst, eigenlijk heb ik gewoon last van HSP.”
“Haa-Ees-Peee?”
“Jaja, ik ben een Hoog Sensitieve Persoon. Ik ben dus heel gevoelig zeg maar. Daar kan ik ook niks aan doen.”
Zomaar een gesprekje dat ik opving in een koffiebar. HSP. Het is momenteel een trend, sterker nog, bijna iets om je op voor te staan: hypergevoeligheid. Net als dat alle, maar dan ook alle kinderen tegenwoordig én hoogbegaafd zijn én ADHD hebben,
(vroeger heette dat gewoon een lastig kutkind, maar nee, nu kan kleine Sjoerd er echt zelluf niks aan doen hoor dat ie, oeps, zomaar het cd-laatje heeft afgebroken waarna hij heeft geprobeerd het anaal in te brengen bij de kat. “Ja, t is zo’n levendig mannetje”.),
hebben alle zeikmutsen van Nederland nu ook een eigen diagnose: ze zijn HSP.
Dus dat ze meteen gaan janken zodra iemand een kritische opmerking heeft over hun werk, dat kunnen zij niet helpen. En dat ze constant pruillipjes trekken als ze niet krijgen wat ze willen, is niet hun fout. En dat ze geen harde muziek dulden, geen luid gelach in het café, geen regenboog van kleuren in een herfstbos kunnen zien zonder dat de tranen over hun wangen biggelen, dat ligt niet aan hen. Het is de HSP.
Vanmorgen zag ik op straat opeens een gympie liggen. Helemaal eenzaam, zonder eigenaar of medegymp, vertrapt in een blubberplasje. En dat vond ik opeens zo zielig en naar...
Het zal toch niet? Ik zal toch geen gevalletje HSP worden?
Maar nee, hoor, inmiddels ben ik er uit waar het aan lag. Ik ben gewoon schijtsjaggerijnig van mezelf vandaag.
Goddank.

¶ §Compliment???
Gisteren in de kroeg spreekt een man me aan.
'Hé meissie, heb jij een pruik op?"
Een pruik? Een pruik?
"Ja, want dat haar, dat ken toch gewoon nie echt weze?"
Waarom kan het nou nooit eens normaal?

¶ §Aai
Ik heb neurotische handen. Altijd al gehad. Ik kan de rust zelve zijn, maar mijn handen zijn dat nooit. Voortdurend bezig met ergens aan friemelen. Bierviltjes zijn favoriet. Ik kan er de mooiste dingen van macrameeën. Of ze op een stapeltje leggen, ze onderhands van de bar tikken en ze vervolgens in één nonchalante beweging met diezelfde hand opvangen. Of gewoon in duizend kleine stukjes scheuren. Er zijn dan altijd onverlaten die zeggen dat dat een slecht teken is, vrouwen die bierviltjes verscheuren. Die zouden te weinig seks hebben. Gelul. Als ik te weinig seks heb, hebben mijn handen wel wat beters te doen dan bierviltjes verscheuren. Puh.
Ik houd gewoon van pielen. Kaarsen in restaurants zijn ook erg geschikt. Hele kastelen kan ik er van bouwen inclusief kokendhete slotgracht. Mijn haar leent zich eveneens goed voor aanraking. Duizenden extra krulletjes draai ik er per dag in, vooral als ik geestelijk een beetje wegzak tijdens een saai gesprek. Ook fijn is een kiezelsteentje in mijn hand hebben terwijl ik op de fiets zit. Zachtjes met m'n duim over dat hele gladde oppervlak aaien.
Kleine confessie: maandenlang heb ik een vrij grote moer in mijn portemonnee gehad. Als mensen hem zagen en vroegen wat dat ding daar deed mompelde ik : “Oh, die moet ik thuis even aandraaien.” Aandraaien! Alsof ik weet hoe en waarmee. Aan-aaien was een betere omschrijving geweest, maar dat klonk weer zo genant. Ik had dat ding omdat het zo fijn was om er vlak na het betalen mee te spelen, hem even om mijn pink te laten draaien en hem vervolgens weer op te bergen. Een onzegbaar genoegen. Eigenlijk een klein geheim.
Gisteren liep ik door een parkje en opeens zag ik ze. Er lagen er wel honderd groot, bruin en gladglimmennd te wezen. Ik heb er een paar uitgekozen, die sindsdien rondjes draaien in mijn jaszak. Twee kastanjes die af en toe zachtjes “Aai mij, aai mij” fluisteren. Zo fijn. Daar kan geen bierviltje tegenop.

¶ §Post
Vandaag kreeg ik het volgende mailtje:
---
Beste mevrouw ,
Mijn naam is xxxx, laatstejaars studente Journalistiek. In december ga ik stage lopen en ik ben in het kader daarvan bezig met een stagevoorbereidend onderzoek.
Daarbij heb ik ook uw interview met Kurt Rogiers in NL20 gelezen. Allereerst moet ik zeggen dat ik het een erg interessant interview vind waar ik veel kan leren. Toch heb ik nog enkele vragen over het maken van een productie als deze. Ik hoop dat u de tijd vind om deze te beantwoorden.
De vragen zijn als volgt:
1. Hoe kwam deze productie pagina tot stand? Wie bedacht het onderwerp en waarom?
2. Welke mensen (welke verslaggevers/redacteuren vaste dienst, welke freelancers, welke lay-outers, welke eindredacteur, welke pagina-indeler) waren er bij betrokken en wie heeft eindfiat gegeven om productie op deze manier af te geven?
3. Was er met deze productie wat bijzonders aan de hand? Zo nee, zijn er met dat soort A-produkties wel eens aparte voorvallen geweest?
4. In welk formulesegment past dit item en hoe belangrijk is
dat formulesegment voor het blad?
---
Nou ben ik natuurlijk helemaal niet te beroerd om een studente met raad en daad terzijde te staan. Of in ieder geval wat spellingtips te geven (stam plus t!). Maar ik ben wel een beetje verontrust.
Want A-productie
En formulesegment...
Wat zijn dat in godsnaam???
En hoe heb ik het de afgelopen tien jaar als journalist volgehouden zonder enige vorm van kennis over deze onderwerpen die blijkbaar zo belangrijk zijn dat er naar moet worden gevraagd in stageonderzoeken?
Nog even en mijn vak is zo vermarketeerd dat ik opnieuw naar school moet om me al deze nieuwe woorden eigen te maken.
Zucht...
Ik denk dat ik voor ik antwoord eerst nog maar eens ordinair een stukkie ga tikken.
Een A-productie voor mijn eigen formulesegment.

¶ §Aai
Ja het regende.
Heel hard.
Dat had die grote man daar boven bedacht.
Stond wel lekker dramatisch.
Mascara op mijn wang.
Ach, eigenlijk ging het best. Maar wat ik niet begrijp is dat zo’n vliegveld er niet op is ingericht.
Ik bedoel:
Er tettert Vodafonereclame in je oor. En beneden is Schipholplaza waar je allerhande troostaankopen kunt doen. Maar dat is dus niet wat je wilt.
Al die mensen die afscheid nemen
Een laatste kus
Een laatste zwaai
Daar helpt geen mobiele telefoon of nieuwe Gucci-tas tegen.
Daar moet gewoon even Heel Lief tegen worden gedaan.
Dus nou dacht ik: Wouter Bos heeft in zijn verkiezingsprogramma gezet dat er meer stadswachten moeten komen. Zit natuurlijk niemand op te wachten. Meer gekken met idiote uniformen die zeggen dat je niet mag fietsen in de Leidsestraat.
Maar wat als we nou Idols-achtige audities houden en de lekkerste, warmste, breedstgeschouderde werklozen uitkiezen? Dan benoemen we die tot Hoofd Troost bij de vertrekhal van het vliegveld.
Officiële Uithuilschouders. Gelegitimeerde Aai-over-de-bolgevers. Echte oprechte schouderkloppers.
Ik zweer het je: met dit idee wint de PVDA de verkiezingen op zijn sloffen.

¶ §Pleister
De laatste dagen ben ik het me weer buitengewoon bewust: ik ben een ongeduldig meisje. En niet alleen wat leuke dingen betreft. Ik bedoel: dat ik dat beloofde cadeau nú wil, dat vrolijke feestje bij voorkeur stante pede plaats moet vinden, het George Michaelconcert a.s.a.p, die dikke factuur onmiddellijk betaald wens te zien, dat snapt iedereen.
Maar ook op narigheid wil ik niet te lang wachten. Uitstellen, dralen, het tijden van te voren aan zien komen, ik trek dat niet. Ik ben van de radicale methode: trek die pleister er maar in één ruk af. Dan hebben we dat gehad.
Dat ik nu dus al
weken weet dat er morgen een onaangename scène op het vliegveld plaats zal vinden, is tamelijk onverdraaglijk. Natuurlijk roept iedereen: “Geniet zo veel mogelijk van elkaar die laatste dagen!” en dat doen we heus. Maar er hangt een zwaarte om ons heen en ik weet dat mijn gemoed pas lichter wordt, als we dat schrijnende moment achter de rug hebben. Ik weet trouwens ook dat dat schrijnende straks best mee zal vallen. Alles waar je tegenop ziet, valt altijd mee. De aanloop er naar toe, dat is de narigheid. Want nu is mijn leven niet echt. Het is alsof ik er van achter glas naar kijk, maar er niet werkelijk aan deelneem. Ik zit vast in een wachtruimte. En die zijn nergens echt gezellig.


¶ §Moeder
Dan sta ik in een winkel
En word ik geroepen door een apparaat
Iets met gangetjes en buisjes
Overtrokken door de zachtste poezelstof
Oh wat ga ik haar daar gelukkig mee maken
Lyrisch zal ze spelen
Bovenop dat ding
En ik, ik zal me de allerbeste poezenmoeder van de wereld weten
Nou nee dus
Het zoveelste kattenapparaat staat roerloos in de kamer
Mevrouw heeft er even aan geroken
En is er toen pal naast
In slaap gevallen
Hoe moet dat straks als ik kinderen heb en ik hun speelgoed leuker vind dan zij zelf?
