¶ §Poentmoets
Hoe het komt weet ik niet precies, maar ik zit in één van de minst xenofobe vriendengroepen van Amsterdam. En dat terwijl ik toch op één van de
witste middelbare scholen van de stad heb gezeten, waar wel heel vaak geroepen werd dat het énig was om met mensen uit andere cultuuuuren om te gaan maar waar we welgeteld maar 1 Marokkaan hadden zitten. Vervolgens ben ik Nederlands gaan studeren alwaar ik vanzelfsprekend ook geen buitenlanders trof (wel eens een Turk met een boek van Elsschot onder zijn arm gezien?). Tenslotte belandde ik in de journalistiek en al zijn er allemaal clubjes die je anders willen doen geloven, de gemiddelde journalist is blank en Hollandser dan Hollands.
Het is dus best opmerkelijk dat ik diverse Polen, een Spaanse, een Italiaanse, een Frans Canadees, een Deen, een Fin en een Zuid-Afrikaan tot mijn vrienden mag rekenen. Al die nationaliteiten zijn trouwens ‘aangetrouwd’ of liever gezegd ‘aanverkeringd’. Blijkbaar zien we niet zo veel in seksen met iemand uit hetzelfde taalgebied, ik zou het anders ook niet weten.
In ieder geval zijn onze feestjes nooit saai en vallen gesprekken nimmer stil, al was het maar vanwege de talloze Babylonische spraakverwarringen waar we uit moeten zien te komen.
Klinkt heel gezellig en ideaal maar er is één nadeel aan dat multicultigedoe: al die vrienden hebben een moederland. En dat missen ze bij tijd en wijle. Dat snap ik natuurlijk wel, maar net als ik ze helemaal in mijn hart heb gesloten, zeker weet dat ik nooit meer zonder ze kan, nee dan, uitgerekend dan, vinden ze een baan in het land waar ze vandaan komen. En gaan ze weg...
Afgelopen zaterdag nam ik dus afscheid van de Poentmoets, mijn kleine grote Italiaanse vriendin.
(Waar die naam vandaan komt? We waren eens op De Parade en zagen een theatervoorstelling over kabouters. Wij legden haar uit dat dat ding op de hoofden van de acteurs een puntmuts heette. De hele avond hoorde ik haar achter me herhalen “Poentmoets! Poentmoets hahahaha! That’s so great hihi...”).
Natuurlijk heb ik altijd wel geweten dat ze hier niet voor eeuwig zou blijven. Ze vernederlandste weliswaar steeds meer, begon de taal zelfs echt te spreken en wist feilloos “Twaalf bier” in de kroeg te bestellen, maar ze bleef de Napolitaanse die overal een uur te laat binnen kwam (“Italian time”), die vond dat de lunch uit minstens drie gangen en wijn moest bestaan en die stelselmatig mijn huisnummer vergat en daardoor geregeld een uur voor een afspraak moest bellen met de vraag waar ik nou toch ook al weer woonde.
Ik baal ervan dat ze het ondanks dat voor elkaar heeft gekregen maandag haar vliegtuig te halen. Afscheid van haar nemen voelde alsof ik in een Italiaanse opera stond. Ik gun Italië haar, maar ik gunde haar mezelf ook. Kabouter Power Now!

¶ §
Leuk...

Dat thuiswerken.

¶ §Korreltjes
Als ik ziek ben, ben ik weerloos en willoos.
Het komt namelijk nooit uit, dat ziek zijn. En nu al helemaal niet. Mijn agenda staat vol afspraken, de kachel doet raar en moet ik repareren, er is een stop gesprongen waardoor de helft van de woonkamer pikdonker is en ik moet vanmiddag een voorstelling spelen. Onzin natuurlijk dat dat lichaam van mij een potje snotverkouden is geworden. Het moet gewoon over zijn, en wel onmiddellijk!
Met die gedachte stapte ik naar de drogist. “Hallo ik ben ziek, dus ik moet neusdruppelsantigrippinecitrosanenvitaminec,” piepte ik.
De man keek mij glimlachend aan. Hij was van de Zen-politie, dat zag ik meteen. Leden van de Zen-politie zijn Heel Erg in Balans en kijken altijd Heel Erg neer op mensen met stress. “Kind, doe nou eens even rustig” zei hij glijend. “Dat is allemaal helemaal niet goed voor je, daar wordt je lichaam echt niet beter van, van al die producten.”
Ik keek hem waterig aan. Nee, legde hij omstandig en bizar-langzaam-want-zen uit. Ik moest een nieuw middel proberen, Oscillococcinum, dat ging mij van alles afhelpen. Het kostte weliswaar een eurootje of 18, maar dan was ik ook gegarandeerd binnen 2 dagen griepvrij. Het was vrijdag en aangezien ik zondagmiddag moet spelen, zou dat precies uitkomen. En die drogistman was dan misschien een zalvende lul, hij zat er natuurlijk wel op, dus tja, als dit nou het laatste wondermiddel was... Ik was verkocht en een halve seconde later was de Oscillimeuk gekocht.
Toen ik thuis kwam, wist ik dat ik een fatale fout had gemaakt. Ik opende het doosje wondermiddel en het zat vol met buisjes vol kleine witte bolletjes. Dit kende ik wel. Toen ik nog klein was, had mijn moeder een homeopathische fase. Gewone medicijnen waren gif in haar ogen en dus kocht ze een grote doos vol van die buisjes. Bij elke kwaal moest je een bepaald soort korreltjes onder je tong leggen waardoor je beter zou moeten worden. Als dat niet gebeurde, was het argument altijd dat het met homeopathie natuurlijk eerst érger moest worden, voor er verbetering optrad.
Maar dat wil je toch helemaal niet! Medicijnen moeten verzachten, niet verergeren. Je vraagt toch ook niet aan de dokter als je vinger half gebroken is: 'Wilt u hem er even helemaal afhalen en er dan opnieuw aanzetten want dan wordt ie pas echt beter?"
Nu zit ik dus thuis met een doos vol witte korreltjes en ze helpen inderdaad geen fuck. Gisterenmiddag ben ik maar even langs een andere drogist gegaan voor een gezonde dosis neusdruppelsantigrippinecitrosanenvitaminec. Dat heb ik allemaal tegelijk ingenomen waarna ik om het af te maken die korrels er overheen heb gegoten. Dat zal ze leren. Voorlopig heb ik nog steeds het snot voor de ogen, maar als ik vanmiddag zo stoned ben dat ik totaal Zennnnn op het podium sta, weet u waar het aan ligt.

¶ §Guilty as sin
Ik kom op kantoor en zie een briefje van de postbode liggen. Even maakt mijn hart een sprongetje. Zou hij hebben geprobeerd een verlaat kerstpakket van een extreem dankbare opdrachtgever langs te brengen? Nee dus. Als ik de notitie bekijk, zie ik dat het om een aangetekende brief gaat die nu op het postkantoor op me ligt te wachten. De afzender: Keizers Poelman Advocaten te Eindhoven.
Een brief van een advocaat? Opnieuw slaat mijn hart een keertje over maar dit keer niet van verwachtingsvolle blijde opwinding. WAT HEB IK IN GODSNAAM UITGEVRETEN??
Het postkantoor is inmiddels dicht, dus ik kan niet meteen nagaan wie er zo boos op mij is dat hij een rechtszaak aanspant.
De hele avond overweeg ik allerlei opties.
Zou een geïnterviewde zo pissig op me zijn dat hij me voor het bankje sleept? Maar dan gaat hij toch eerst naar de Raad voor Journalistiek?
Of zou ik met mijn auto per ongeluk het portier van een andere auto op een parkeerplaats hebben geraakt en wordt mij nu een vandalistische misdaad verweten?
Zou er iemand zijn die me wil aanklagen wegens seksuele intimidatie?
Ben ik een heeeeeleboel bekeuringen vergeten te betalen?
Ik kom er al met al niet uit en als ik vandaag een nummertje mag trekken bij het postkantoor ben ik tot de tanden toe gewapend. Wat nou mij aanklagen terwijl ik niet waar voor! Dat zullen we nog wel eens zien, mannetje! Ik grijp je, grrrr!
De postbeambte kijkt me ietwat meewarig aan en vraagt of er wat is. Neuh, schud ik semi-nonchalante mijn rood aangelopen hoofd.
Eindelijk, na tekenen en legitimatie, kan ik de enveloppe openscheuren.
“Geachte heer, mevrouw. Door mij is een afschrift van de door de Rechter-Commissaris goedgekeurde uitdelingslijst, tezamen met een verslag over de toestand van de boedel, ter griffie van de Rechtbank te ’s Hertogenbosch gedeponeerd.”|
Juist ja. Dit gaat om een opdrachtver die al meer dan 4 jaar failliet is en van wie ik nog zo’n 100 euro kreeg. Heb ik me daar nou zo druk om gemaakt? Heb ik me daar nou de hele avond schuldig voor zitten voelen? Het is toch een schande, dat ik voor niks helemaal in de stress ben geraakt. Ik sue ze, die modderfokkers.

¶ §Poppoëet
Op school word je als aankomend journalist altijd ingepeperd dat je Onafhankelijk dient te zijn. Je mag je berichtgeving niet laten beïnvloeden door Persoonlijke Voor- of Afkeuren. Je interviewt iemand die je aardig vindt exact hetzelfde als iemand die je onaardig vindt.
Dat is natuurlijk gelul. Geen mens is objectief. Het is zaak je stukkies niet al te persoonlijk te kleuren, maar een robot, dat ben je natuurlijk niet. En dus beleef ik een interview met iemand aan wie ik een schurfthekel heb heel anders dan normaal (de vaste lezertjes zullen zich
dit en
dit nog wel herinneren).
Maar wat als ik iemand moet interviewen die ik al jaren bewonder? Wiens stemgeluid me klamme handen bezorgt? Die ik beschouw als Neerlands enige poppoëet ?
Ik had hem één keer eerder ontmoet, Huub van der Lubbe, in de Kleine Komedie waar hij een ode aan Ramses Shaffy zong. Later stond hij een biertje te drinken aan de bar en vonden een vriendinnetje en ik dat we hem moesten aanspreken.
Kordaat stapte zij op hem af en complimenteerde hem met zijn performance. Snel schoof ik naast haar, want ik wilde me dit moment niet ontzeggen, maar toen hij mij vriendelijk aankeek, kwam er niets over mijn lippen. Het enige wat ik er na een tijd stompzinnig knikken uit wist te persen was: “Jaja- kuch kuch- mooi gezongen enzo, jaja, zeg maar, eeeh, enzo.” Huub keek me wat meewarig aan, gaf me een hand en vertrok. En ik, ik voelde me de stomste bakvissenfan op aarde.
Maar gisteren kreeg ik een herkansing en zat ik in het Lloyd Hotel tegenover de grijze ogen van Huub. Ik dacht dat ik uit elkaar klapte van de zenuwen. Want hoe voorkom je dat je weer zo stom doet als toen? Hoe verberg je je bewondering en laat je tegelijkertijd merken dat je hem en zijn werk wel degelijk goed kent? En hoe zorg je ervoor dat je alle domme vragen achterwege laat, terwijl je eigenlijk ook heel graag van hem weten wat hij het liefste eet, wanneer hij gaat slapen en wat de kleur van zijn sokken is.
Ik heb het hem allemaal niet gevraagd. Want zowaar, binnen tien minuten hadden we een echt gesprek (binnenkort te lezen in
NL10).
Aan het eind van het interview, schudde Huub ferm mijn hand (mannen als Huub schudden alleen maar ferme handen, slappe handjes kennen ze gewoon niet) en zei dat hij het een leuk gesprek vond.
Nog voor ik kon gaan stamelen vroeg hij: “Hebben wij elkaar nooit eerder ontmoet?”
Ik schudde hevig mijn hoofd en probeerde me te herinneren dat ik een robot moest zijn.
“Oh, ik dacht het even...” glimlachte Huub.
Ik gaf hem zo mogelijk nog fermer een hand en bedankt hem voor het gesprek.
En stiekem ook omdat hij Huub is. Maar dat zei ik natuurlijk niet. Pffft. Ik ben geen puber.

¶ §Korte metten
“Ja nou ja kijk, we vinden het dus wel echt, JeePee.
Nee nee, dit is geen verkiezingsstunt.
Dit is een principe.
We gaan niet, punt uit.
Daar zijn wij heel duidelijk in.
En als jullie het in je hoofd halen toch te willen gaan, dan stappen we op.
Klaar.
Daar maken wij gewoon korte metten mee.
Puh.
Wat denken jullie wel?
Dat wij geen ruggengraat hebben?
Puhpuh.
Die hebben wij wel degelijk, hoor.
Nee, JeePee, je kunt lullen wat je wil,
maar dit is nou eens een echt ferm standpunt.
Niet genomen in de achterkamertjes.
Gewoon open en bloot.
Ik ben niet voor niets Minister van Bestuurlijke Vernieuwing.
Iedereen mag, nee MOET het weten.
Wij zijn tegen!
Daar zijn wij heel duidelijk in.
De kiezer wil weten waar wij voor staan.
En wij willen dus niet gaan.
Daar staan wij voor.
Lijkt ons heel helder.
U wil met ons praten?
Vanavond?
Op uw kamertje?
Nou ja, oke, JeePee.
Praten kan geen kwaad.
Nee ja, daar heeft u wel gelijk in.
Mmmm.
Zit wat in.
Maarmaarmaar...
Jaja.
Goed JeePee.
We gaan.
Daar zijn wij heel duidelijk in.”

¶ §Verslag
Hoe het gisteren was? Ik zou het allemaal kunnen opschrijven, maar ik laat het bij de woorden van onze schrijver Ger Beukenkamp die deze week de weeklog van de Volkskrant bijhoudt. Zaterdag te lezen in de krant, vandaag al
hier...

¶ §Onze Jongens
“Is het echt zo erg, een generale repetitie?” vroeg iemand me laatst toen hij hoorde dat we deze week met
Onze Jongens in première gaan. Erg? Erg? In vergelijking met het zonder verdoving amputeren van je rechterbeen of een wortelkanaalbehandeling terwijl je een spreekbeurt voor 2000 collega’s moet houden valt het reuze mee.
Maar verder is het inderdaad verschrikkelijk.
Na maanden repeteren was het gisteren eindelijk tijd voor de generale en ja, er ging weinig goed. Danspasjes die we zaterdag nog hadden gerepeteerd bleken niet op de harde schijf in ons hoofd te zijn opgeslagen, liedjes die we altijd moeite- en gedachteloos zongen kwamen nu in een heel andere versie onze strot uit en last but nog least vergat ik onder mijn extreem korte rokje waarin ik veelvuldig voorover moet bukken een enigszins bedekkend broekje aan te trekken waardoor iedereen zicht had op mijn billen in string. Erg? Ja, het was dus erg.
En dan moet je op de dag van zo’n première proberen al die narigheid te vergeten. Ik tik nog wat verhalen, draai leuke toi toi toi-cadeautjes in elkaar, beantwoord sms-jes met de mededeling dat het best meevalt met de zenuwen (vergeleken met een wortelkanaalbehandeling etc. etc.), tel persmappen samen en pleeg wat telefoontjes met journalisten die willen komen kijken (heeeeel raar om plotsklaps de rol van persvoorlichter aangemeten te krijgen). En ik heb het de hele dag warm en koud tegelijk, kan moeilijk stilzitten, zit mijn lip stuk te bijten en constateer dat er van mijn nagels ook niets meer over is.
Ik zal blij zijn als na vanavond de kop er af is en we gewoon echt lekker kunnen gaan spelen...

¶ §Waarom, zeg mij waarom
Leven is onbegrijpelijk, onzeker en verraderlijk bovendien. En omdat we vinden grip op ons bestaan te moeten hebben doen we voortdurend dappere pogingen er toch zoveel mogelijk van te snappen.
Logisch en menselijk bovendien, maar er zijn grenzen.
Een tijdje geleden fietste ik om half twaalf s avonds over het Damrak toen ik werd aangehouden door een politieagente. Ik reed zonder licht, en ja, dat mag dus niet, zo maakte ze me duidelijk. Ik knikte, vertelde haar dat ze volledig gelijk had en vroeg of ze zo snel mogelijk die boete wilde uitschrijven want ik stierf van de kou.
Rond mij stonden talloze lotgenoten die ook ietwat gelaten wachtten tot ze hun bon hadden gekregen van één van de collega-pliesies om zo snel mogelijk hun weg te kunnen vervolgen, te voet uiteraard, tot de hoek van de straat in elk geval.
Het meisje begon mijn gegevens over te schrijven uit mijn rijbewijs. Elk feitje checkte ze nog even om te verifiëren of die gasten op het stadhuis hun werk wel goed hadden gedaan. Ik wist mijn geduld te bewaren en antwoordde vriendelijk “Ja hoor, in Amsterdam.” “Inderdaad, in 1975” “Helemaal goed, Rosa is mijn geboortenaam.” Met minutieuze precisie schreef ze elk antwoord op, ze beet op een pluk haar en fronste haar wenkbrauwen hevig, zo hard deed ze haar best een juweeltje van deze bon te maken. Mijn tenen waren inmiddels bevroren en mijn lippen blauw.
En toen eindelijk, na al haar ge-pen kwam ze met de slotvraag. “Wilt u een verklaring afleggen waarom u zonder licht reed?” Een verklaring? Eeeehm, omdat mijn licht stuk was? Omdat ik almaar vergat van die kerstmislampjes voor aan je tas te kopen? Omdat ik geen zin had nieuwe lampen op mijn fiets aan te brengen omdat dat zinloos is? Dit is Amterdam. Hier wordt je licht net zo makkelijk van je fiets getrapt als dat Ajax een doelpunt tegen krijgt.
Nadat ze tot mijn verbazing in alle ernst al deze antwooorden daadwerkelijk had opgeschreven, mocht ik gaan.
Vorige week begaf ik me weer op het criminele pad. Ik fietste door de Bakkersstraat, dat straatje tussen het Rembrandtsplein en de Amstel, toen ik werd tegen gehouden door een jongen met een pet. Ja, er is meer blauw op straat, dat is wel te merken. Hij keek me verontschuldigend aan en mompelde: “U eeehm mag hier dus niet fietsen zeg maar.” Ik knikte. Hij glimlachte scheefjes naar me. Eigenlijk was het best een leukerd. Ik gaf hem stilzwijgend mijn rijbewijs en het pennen begon weer. Het duurde lang, maar goddank liet hij alle verificatievragen achterwege. Na tien minuten leek hij eindelijk het papierwerk te hebben afgerond toen toch nog de slotvraag kwam. “Waarom fietste u hier?”
“WAAROM DENK JE SCHAT?” wilde ik roepen. “Omdat mijn huiskameel aan het bevallen is van drie mongoloïde circusapen en ik daar zo van in de war ben dat ik niet meer weet waar ik woon en nu al drie dagen lukraak alle stoepen van de stad affiets in de hoop mijn eigen voordeur tegen te komen????”
Ik zei het niet en mompelde iets over “de kortste weg.” Hij knikte en schreef verder. Soms kun je ook te veel willen weten.

¶ §En nog een kleine foto-impressie...
(uiteraaaaaard ken ik al deze mensen bepaald niet!)




¶ §Hmpff
T was weer een zwaar feestje...

