¶ §Kleine moeite, groot plezier
Ik vond het de ultieme oplossing. Digitale kerstkaarten. Niks geen kerstzegels kopen, niks geen sneeuwlandschapjes uitzoeken, niks al die postcodes opzoeken die ik nooit in mijn adresboekje schrijf (sterker nog: ik weet doorgaans ook nooit het huisnummer van mijn vrienden. Meestal onthoud ik het met zinnetjes als ‘Derde lantaarn links’ of ‘Tegenover die travestietentent’). Nu kun je ook denken: ‘Laat al die kaartenschrijverij’ maar ik ben een vrouw en vrouwen voelen zich altijd schuldig dus du moment dat er dan weer zo’n overijverige kerstgroet van deze of gene op mijn deurmat belandde vond ik mezelf een nare, luie kip omdat ik niet zo blij kerstengeltjes had zitten knippen, beglitteren en be-Velponnen.
Digitaal, dat ging een stuk makkelijker. Men neme een leuke foto, schrijve er een geinig tekstje bij en klaaro. Jammer alleen dat de meeste digitale kerstkaarten zo truttig zijn. En dat ik een gruwelijke hekel aan kerstbomen cq –mannen heb en weiger vriendelijk lachend voor ze te poseren. Gelukkig zijn F en ik niet voor één gat te vangen en maken we er doorgaans wat lolligs van. De vorige keer stond ik dus halflam met een fles champagne aan mijn lippen en liet F zijn kont zien, in het kader van een Fucking Merry Christmas.
Dit jaar wilden we weer zoiets doen. Maar ja, nu hoor ik steeds vaker mensen roepen dat ze die digitale kerstkaarten zooooo onpersoonlijk vinden. Dat ze terugverlangen naar de nostalgische papieren kaart die ze aan een lintje in de keuken kunnen hangen. Dat ze vinden dat je je er met een digitale groet wel erg makkelijk van af maakt.
Ja daaaag. Hoe persoonlijk is dat nou, zo’n sneeuwlandschap uit een pakkie van het postkantoor? En weet je wat een werk het is om vanuit Afrika een foto te versturen naar je halve adresboek? Omdat de foto hier en daar is blijven steken en ik van lang niet al jullie lezertjes het e-mailadres heb, bij deze dus onze bijdrage aan de feestvreugde. Ik zou zeggen: leef je uit. Print hem uit, hang hem aan de keukenmuur, vouw er een hoedje van. En heb een fucking goed nieuw jaar.

¶ §Zelf-beeld
Vroeger ging ik nog wel eens naar de Cooldown (ja, zo vlak voor kerst wordt het tijd voor confessies), de grootste grijp- en graaitent van Amsterdam waar voornamelijk nummers met een hoog “Ik heb een toetoetoeter op m’n waterskoeter” worden gedraaid. Omdat er doorgaans meer mannen dan vrouwen binnen waren, werden vrouwen door het barpersoneel altijd schandalig gepaaid, waardoor ik na een paar uurtjes daar niks anders meer kon zingen dan “Ik heb een shooshooshooter op m’n waterskoeter.” En uiteraard kwam dan ook altijd het onvermijdelijke punt waarop al dat bier en al die sterke mixjes geloosd moesten worden.
Ik probeerde dat moment altijd zo lang mogelijk uit te stellen, want naar het toilet gaan in de Cooldown was een op zijn zachtst gezegd confronterende ervaring. Er was namelijk een enorme spiegel aan de binnenkant van de wc-deur gemonteerd. En echt, het is geen feestje om je zelf half bezopen met je broek op je enkels aan te staren terwijl je haar op half zeven hangt, je mascara zich een weg naar je voorhoofd en kin heeft gebaand en je zorgvuldig aangebrachte lipgloss richting oor is verhuisd. Wat een horror.
Afgelopen woensdag moest ik opeens aan dit beeld denken toen ik me in het vliegtuig naar Kaaptad bevond. Ik zat op het wc-tje en wat bleek: ook hier een grote spiegel aan de deur. Why??? Wie wil er nou zien hoe ze zit te plassen? We wil er nou al pissende kijken naar dat asgrauwe hoofd, dat al weken te weinig slaapt en tot het laatste moment toe nog een aantal deadlines moest halen en dat heel erg een zonnebankje nodig heeft maar het kwam er almaar niet van?
Maar plotseling begreep ik de gedachte er achter. Het is juist de bedoeling dat je op zo’n vlucht wordt geconfronteerd met je verrotte kop. Want daardoor weet je weer precies waarom je die vakantie ook alweer nodig had. Eigenlijk best slim. Alleen wel jammer dat ze geen shooters in t vliegtuig serveren.

¶ §Pagína
Op de middelbare school zat er een tijd een meisje bij mij in de klas, dat graag een beetje apart wilde zijn. Ze gedroeg zich eigenlijk ronduit snobistisch. Ze had zichzelf daarom een soort Frans accentje aangemeten. Nou heb ik helemaal geen moeite met Franse accenten uiteraard, maar bij een geboren en getogen Nederlandse komt het nogal potsierlijk over. Het is toch een beetje debiel als iemand vertelt dat ze altijd naar school gaat met de metró in plaats van met de métro.
Sinds die tijd heb ik er een ontstellende hekel aan als mensen doelbewust met de klemtónen van woorden aan het knoeien zijn. Wat een aanstellerig gedoe is dat toch. Gisteren had iemand het tijdens een interview over een téntoonstelling. What the fuck? En laatst hoorde ik iemand op tv iets zeggen over een pagína uit een boek. Een pagína! Zou ze ’s nachts in bed ook aan haar man vragen of hij spelletjes wil spelen met haar vagína? Geen wonder dat je dan nooit seks hebt.
Een klemtoon hoort domweg op de goede plek, zoveel is duidelijk. Maar vorige week kwam ik er achter dat ik het altijd over Schiphól heb. Terwijl het toch echt Schíphol hoort te zijn. Ik weet ook niet waarom ik het anders zeg, maar ik kom er niet van af. Ik probeer het echt. “Schíphol, Schíphol, Schíphol” klinkt het in mijn hoofd, maar mijn mond zegt: “Schiphól.” Zo gênant. Ik ga me vandaag eens ernstig in een hoekje zitten schamén.

¶ §Zen
Ik ben een ochtendmens. Veel vrienden zullen na deze zin hard moeten lachen want mijn gemonkel in de morgen is vrij legendarisch. Voor tienen bellen is alleen voor eigen risico en bij me aan komen met gezeur over een moeilijk probleem staat gelijk aan een zelfmoordaanslag. Bovendien ben ik ’s morgens dusdanig van de wereld dat ik vergeet het gas uit te zetten nadat ik thee gemaakt heb, minutenlang in totale verwondering naar mijn ondergoedla kan staren voor ik in staat ben er een broekje uit te trekken, op zoek ga naar een bijpassende bh in de ijskast, met de haarföhn mijn tanden wil poetsen en mijn brood denk te kunnen roosteren in de wasdroger. Kortom: not my finest hour.
Maar toen ik vanmorgen noodgedwongen heel vroeg over de grachten fietste, realiseerde ik me hoe fijn ik het ’s morgens eigenlijk vind. Geen rinkelend mobieltje, geen toeterende auto’s, de geur van vers brood en speculaaskruiden, een verlegen winterzonnetje dat langzaam boven de daken uitpiept.
De ochtend is de totale zen-ervaring.
Alleen jammer dat je er zo teringklotevroeg je bed voor uit moet.

¶ §Aahaahaa
Soms vragen mensen of ik altijd al journalist wilde worden. Of ik in mijn bedje lag te dromen dat ik Woodward of Bernstein was. Of ik vlijtig met mijn pennetje de schoolkrant volschreef. Of ik vind dat mijn diepste droom nu werkelijkheid is geworden.
Vergeet het maar. Begrijp me niet verkeerd, ik heb het naar mijn zin, maar er was naast het schrijven toch altijd een ander knagend verlangen, een ambitie die ik waar wilde maken.
Ik wilde een Frogette zijn.
Ik ben namelijk een achtergrondkoortjesfanaat. Noem een nummer en ik weet precies wat de shoebidoeaaa-lijntjes van de dames zijn die meezingen met de hoofdzanger of –zangeres. En ooh, als ik toch één keertje als een rechtgeaarde del achter René Froger zou mogen staan, “Aaahaaaahaaaaa” zou mogen zingen, verschrikkelijk foute pasjes zou mogen uitvoeren en flink met mijn haar zou mogen zwaaien... Ja dan zou mijn levensgeluk compleet zijn.
Nou is er een klein probleempje: ik kan niet zingen. En dat is natuurlijk toch een beetje lastig als Frogette. Dus ben ik maar gaan schrijven en shoebidoeaaa ik alleen maar in de auto of badkamer.
Tot afgelopen week. Met mijn
theatercluppie zijn we een musical aan het maken die gaat over een aantal derderangs artiesten die onze soldaten in Irak gaat entertainen. En laat ik nou met drie andere dames een zanggroepje in dat stuk vormen. En laten we nou promotiemateriaal nodig hebben, liedjes op een cd-tje die we in de persmap kunnen stoppen...
Zo kon het dus dat ik deze week plotsklaps in een echte muziekstudio stond om twee nummers op te nemen. Ik voelde me helemaal We Are The World toen ik daar voor mijn eigen microfoon stond met zo’n grote koptelefoon op mijn oren en talloze knoppen en schuiven voor me.
Bloednerveus was ik, want stel je voor dat ik als enige van ons vieren keihard vals zou zingen en ik mijn ontslag als Frogette aangediend zou krijgen! Nog even overwoog ik de technicus te vragen of hij, mocht mijn partij echt niet om aan te horen zijn, mijn microfoon gewoon uit wilde zetten, maar uiteindelijk bleek het niet nodig. Ik leefde me in, deed een pasje links en een pasje rechts, zong zoals ik het nog nooit gedaan had en ik zwaaide, zwaaide, zwaaide met mijn haar. Een hele ochtend lang was ik een echte Frogette. Dus René, bel je me?
Wie onze inspanningen wil horen:
hier 2 downloadjes.
(En vanaf 11 januari staan we 4 weken in het Werkteater in Amsterdam)

¶ §Rozig met geluid
Wie het leuk vindt bij sommige van mijn logjes mijn stem te horen en enige toelichting te krijgen, kan nu terecht bij
BNN want sinds deze week ben ik één van hun nieuwe audiologsters. Iedere week belt presentator Sander Guis van dit online radioprogramma me en babbelen we een paar minutendoor over een stukkie. Komt dat horen!
