¶ §Puber
Opvallend leuke blaadjes worden vaak in elkaar gedraaid in opvallend deprimerende gebouwen. Daar heb ik als eenpitter natuurlijk weinig last van, maar soms ontkom je er niet aan en word je ontboden op de redactie.
En dus zit ik in de auto richting Hoofddorp, naar wat wel het droevigste blaadjesgebouw van Nederland is: de Sanoma-vesting. Zie een betonnen blok op een tochtige hoek ingericht met Ikea-meubulair en je weet wat ik bedoel.
In Hoofddorp gebeurt verder geen ruk, dus waarom er zo veel stoplichten zijn die altijd heel lang op rood staan, t is me een raadsel.
Ik ben me dus stierlijk aan het vervelen en voel mijn oogleden naar beneden zakken als ik plotseling op de radio de eerste maten hoor van Bohemian Rhapsody. Nou vind ik Queen best wel een schijtband, maar dit is toch een cadeautje.
Wie ooit de meesterlijke scène in de film Waynes World heeft gezien, weet wat ik bedoel. De hele cast zit in een piepklein Fiatje gepropt als dat nummer wordt gespeeld en iedereen een gedeelte mee karaokeet. Met name het moment waarop er heftige gitaren in de muziek zitten is vrij memorabel. Ik ben dan ook spontaan wakker. De puber in mij is helemaal gelukkig als ze keihard headbangend voor het stoplicht op het kruispunt Hoofddorp staat. “Mamaaaaaaa, oehoehoehoeoeoeoeee...”. Kom maar op kantoorkolos. Ik lust je rauw.


¶ §Handicapje
“Van een kind met een handicapje houd je ook net een beetje meer.” Regisseur
Dick weet het mooi te verwoorden. De afgelopen week is op zijn zachtst gezegd hectisch geweest, vandaar ook het gebrek aan logjes op deze site (waarop jullie weer een volstrekte
non-discussie beginnen, die mij ertoe dwingt weer te gaan tikken om te voorkomen dat we hier vervallen in totaaaaale prietpraat!).
De Kleine Johannes heeft zijn eerste week beleefd en hoe. Op de dag van de generale sloeg werd een van onze actrices geveld door een klaplong (nee, ze lijkt niet op Jack S.) en dus hadden we plotseling niemand meer die konijn, kabouter en theetante kon spelen. Heel verdrietig voor haar en ook voor ons geen feest, zeker niet een dag voor de première, die we dan ook een avond hebben uitgesteld.
Ook de andere dagen waren gekleurd door ziektes in allerlei soorten en maten. Zonder er al te veel over uit te weiden (ik ben Vinger aan de Pols niet) komt het er op neer dat De Johannes enorm veel van onze flexibiliteit en incasseringsvermogen heeft gevergd. Dit is geen voorstelling meer met een handicapje, dit is de volledige
Zonnebloem.
Maar: we hebben het gered. Met humor vooral (de beste grappen verzin je op de meest tragische momenten) en verder hard werken en moedig voorwaarts gaan.
Het is me wel eens door mijn hoofd geschoten: een toneelstuk maken met negen vrouwen, dat is vragen om problemen. Maar ik heb ongelijk gehad. De problemen zijn er, maar daarbij kwamen nog veel meer oplossingen. En de voorstelling? Die kan inmiddels alles hebben want er is zelden een toneelstuk met meer liefde op de planken gebracht dan dit.
Morgen mogen we weer.

(zelfs de kat is zich aan Johannes gaan hechten)
¶ §Helder moment
Ik rijd op de fiets achter een jongetje dat met een noodvaart door een enorme plas scheurt en plotseling weet ik het. Waarom een spatbord een spatbord heet. Heb ik me nooit gerealiseerd. Spat-bord. Logisch eigenlijk. Waarom heb ik dan dertig jaar lang gedacht dat het een Engels woord was?

¶ §
De
poppen-cast!

¶ §Glimlachmeisje
Ze wil het zo graag goed doen.
Ik sta bij de
Gebroeders Winter want ik heb een ordner voor mijn facturen nodig voor het nieuwe jaar (Ja, het is al april ja, nou en??? Had je wat?). Er staan twee bejaarden voor me. De achterste met een potje plaksel, de voorste nog met niks. Het meisje achter de toonbank heeft een vastgebeitelde glimlach. Ze kijkt heel vriendelijk naar de oude man tegenover haar. Hij moet een enveloppe hebben.
Op het moment dat hij daar om vraagt, weet ik dat het mis is. Immers, een enveloppe kopen bij de Gebroeders Winter gaat niet zo maar. Want ja, hallo, de ene enveloppe is de andere niet. Dus wil meneer een grote, een kleine, een A3 of toch A4, met bubbeltjes binnenin, eentje om zelf aan te likken of met zo’n aftrekbaar reepje over de plakrand, moet het een witte zijn, of een kringlooppapier, of misschien een hele feestelijke met een bloem er op?
De man haalt een ansichtkaartje uit zijn zak en bromt dat hij een envelop wil waar die in kan, klaar. Het te blije glimlachmeisje blijft maar mogelijkheden opnoemen. We zijn inmiddels een minuut of tien verder want tussendoor staat ze ook nog twee keer uitgebreid een collega te woord. "Ach, Mirjam, vertelt u mevrouw ook nog even dat we precies zo'n fineliner hebben, maar dan met een vulpotlood aan de andere kant. Misschien wil hij dat liever?" De telefoon gaat. Ze neemt op. "Wat voor soorten knutselpapier we hebben? Nou, ik zal `ze eens voor u opnoemen..." gaat het door. En ik heb haast, heel erge haast zelfs. Maar ik sta nu al zo lang te wachten dat ik die ordner echt perse mee wil nemen en weiger terug te leggen. Ik moet mijn ordner, nu!
Ik voel mezelf lomp en ongeduldig. Onaardig bovendien. Dit winkelmeisje is het schoolvoorbeeld van beleefd personeel dat de klanten op haar best wil helpen. Niks typisch Amsterdamse “Wat-mot-je”-houding maar oprechte behulpzaamheid.
En ik? Ik zou haar het liefst bij haar witte bloesje over de toonbank trekken en die glimlach van haar gezicht schudden. Ik schaam me.
Eindelijk heeft de bejaarde zijn envelop en is de mevrouw met het plaksel aan de beurt. Goddank, zij weet tenminste wat ze wil. Het winkelmeisje glimlacht nog iets uitbundiger als ze vraagt: “Weet u dat we deze lijm ook met glittertjes hebben?”
Niet lang daarna is haar hoofd gespiest op een geodriehoek. Er zit maar een klein druppeltje bloed op mijn ordner. Tijd voor de administratie.

¶ §Een jaar
Na een jaar wordt het lastig, zo is me veelvuldig verteld. Dan heb je alle feestdagen en seizoenen een keer gehad en komt er onherroepelijk een moment dat je er last van krijgt: een inspiratieblokkade. Geen leuke kwinkslag, melige woordgrap of narrige woedeaanval komt er in je op. Het beeldscherm kijkt je verwijtend aan. De bezoekersaantallen schieten naar beneden. Het is op. Je bent uitgeluld en uitgelogd.
Het moment is nu daar. Vandaag precies een jaar geleden begon ik, na even
oefenen op BNN , mijn weblog op deze stek.
Jullie hebben kunnen lezen dat ik ging
duiken met Flappie en
raar op de foto stond, me een
Frogette waande, een oud nieuw
scheldwoord ontdekte, heus wel wist dat het maar
een spelletje was, een
identiteitscrisis kreeg, kennis maakte met een
Vietnamese jongen, dat ik
afscheid moest nemen, de
kotsrots beklom, geroepen werd door een bak
Macadamian Nutt Brittle, een duidelijke wijsheid te berde bracht over
vis en logees, nodig
benzine moest tanken, niet zo goed ben met
complimentjes, een
batterij aan pillen niet wilde zien, ongelofelijk onaangename
vrienden heb, en dat bleek wel
vaker en nog
vaker, de
Amerikaanse intelligentia trof, me liet redden door
Willempie, totaal werd
verrast, aan
een tijdelijke geheugenstoornis leed, de
pornokoningin van de sportschool was en keihard
dertig werd.
We hebben het allemaal gehad! Wat nu? Nu komt er nog veel meer natuurlijk. Want het ene jaar is het andere niet en wie mij een beetje kent, weet dat ik niet zo heel snel uitgeluld raak. Laat staan uitgelogd. Op naar het volgende jubileum.

¶ §Uitgewoond
Ik heb een nieuw vriendje dat me alle hoeken van de kamer heeft laten zien het afgelopen weekend. Mijn hele lichaam doet pijn. We hebben het heel leuk samen, daar niet van, maar meneer is nogal veeleisend en verwacht een hoop van mijn lenigheid, souplesse en kracht. Mijn spieren zijn inmiddels tot in iedere vezel gespannen, mijn rechterbil is beurs en van de knopen in mijn rug zou ik een mooie ketting kunnen rijgen. Ik ben uitgewoond.
Ja, het is een veeleisend mannetje. Met
Theatergroep Toetssteen speelden we de afgelopen dagen try-outs van het toneelstuk 'De kleine Johannes', een bewerking van het boek van Frederik van Eeden. En Johannes is een pop, die ik tot leven moet zien te wekken. Het is mijn arm die hem rechtop doet staan, mijn hand die hem laat praten, mijn stem die hem geluid geeft en mijn pols die zijn koppetje van links naar rechts laat bewegen. Intussen ben ik op het podium wel zichtbaar, maar meer als een zwarte schim die naast Johannes staat. Ik vouw mezelf achter mijn medespelers en houd intussen Johannes twee uur lang hoog in de lucht met mijn rechterarm.
Al maanden ben ik met hem aan het oefenen en inmiddels begint het inderdaad ergens op te lijken. Mijn lichaam protesteert, maar wat geeft het. Ik ben echt een beetje van hem gaan houden. En zo vaak krijg ik de kans niet om een man volledig te bespelen.
Binnenkort zijn er foto’s maar nog leuker is het om kennis met Johannes te maken in het theater. Vanaf 21 april zijn we te zien in
Theater De Engelenbak , Amsterdam.

¶ §Hip
Ik blijf nog even bij de paarden want vanmorgen kwam ik op
Villamedia, het internethuis van de journalistiek, de volgende aankondiging tegen:
Za 16 april, 15u: Het Nederlands Kampioenschap tuigpaarden, gereden door Hippische Journalisten, is een van de hoogtepunten van de Noordelijke Tuigpaardendag. Locatie: Diamanthal, Balkbrug.
Ik heb mijn roeping gemist! Hippische Journalisten, klinkt dat fijn of klinkt dat fijn? Ik kan alleen maar kaaltjes zeggen dat ik journalist ben, Hippische Journalist, dat klinkt toch veel beter. Dat wekt verwachtingen. Journalist gespecialiseerd in hippiezaken, of extreem hippe dingen, of in de hiphop, het kan van alles wezen en al weet je niet wat het is, het klinkt toch heel bijzonder.
Helaas gaat het om paarden en daar heb ik een hekel aan. Ze zijn me te groot en bovendien ben ik bang dat je er op gaat lijken du moment dat je er op gaat zitten. Kijk maar naar Anky.
En toch... vandaag noem ik me even Hippische Journalist. Gewoon om er aan te kunnen proeven. En om er over te fantaseren dat je dat op je visitekaartjes laat zetten. En dat je het dan ook visitepaardjes noemt. Sla ik door?

¶ §Vraagje
Ben ik nou de enige die steeds aan
die knol van Ankie moet denken?
Waarom heet het niet gewoon Operatie Samir A.?

¶ §Fantasie op hol
De schoenverkoper die zijn stoep onder de hondenpoep smeert
De politieman die met een breekijzer aan je fiets staat te rommelen
De hoer met de kuisheidsgordel om
De topzwemmer met de baksteen om zijn nek
De masseur met artritis
De journalist die met type-ex schrijft
Barend en Van Dorp met een spreekverbod
Ik moest er allemaal aan denken bij
dit bericht 
¶ §Sappig
Eigenlijk is het me net pas opgevallen. Natuurlijk, de crocussen heb ik al gezien, maar hoe groen de bomen inmiddels zijn, merk ik pas na die enorme regenbui vanavond.
Niet dat ik het in het donker nou zo duidelijk zie. Nee, ik ruik het. De stad ruikt sappig. Dat friszure van gemaaid gras en boomknoppen die de laatste druppels uitwasemen. Snuivend loop ik naar huis. De stad ruikt sappig en veelbelovend.
