¶ §Terug
De kamer
Ruikt weer naar aftershave
En lekker mannenzweet
Zijn haren vinden het doucheputje
Zijn sokken de wasmand
In de koelkast staat
De melk die hij drinkt
Hij blijft slechts twee dagen
Maar heeft de woning helemaal gevuld
En ook ik
Ben eindelijk weer thuis

¶ §Verbloemen
Het bevalt me wel, dat dertig zijn. Vroeger, ja vroeger, toen leek het natuurlijk echt mega-oud. Toen dacht ik dat ik nu al kinderen zou hebben, dat slempen in de kroeg definitief voorbij zou zijn, dat mijn tieten naar de grond zouden wijzen.
Is allemaal niets van waar, gelukkig. Maar natuurlijk ben ik anders dan tien jaar geleden. Het grootste verschil? Mijn gezicht is eerlijker geworden.
Vroeger kon ik moe, zwak, ziek en misselijk zijn en niemand die het zag. Een klein beetje blusher op mijn jonge, strakke gelaat en ik zag er uit alsof ik zojuist was gekust door de lentezon.
Dat kan ik nu wel vergeten. Als ik me slecht voel, zie ik er slecht uit, klaar. Er zijn rimpels, lijntjes en wallen te zien en daar helpt zelfs de volledige beautycase van poederdoos Leco geen mallemoer aan. Er valt niets meer te verbloemen.
Maar het mooie is: dat hoef ik ook niet meer. Ik heb de tijd achter me gelaten dat ik altijd vrolijk, fris en fruitig van mezelf moet zijn. Niet alleen mijn gezicht is eerlijker, ik ben het zelf ook. Het lukt me nog niet altijd, maar ik kan tegenwoordig veel makkelijker zeggen dat ik iets moeilijk vind, dat ik een rotdag heb of dat ik iemand ronduit niet aardig vind. Niks vergoelijkende glimlach, niks niks-aan-de-hand—pose.
Er valt steeds minder te verbloemen.
Rimpelloos leven? Ik moet er niet aan denken.

¶ §Nooitgenoeg
Als kind wilde ik mijn verjaardag altijd het liefst over zo veel mogelijk dagen uitsmeren. Een dag thuis vieren bij papa en mama, een dag uitdelen op school, een dag een feestje met mijn vriendinnetjes (“Ik zeg niet wat we gaan doen maar neem je badpak mee”). Hoe meer dagen ik een beetje jarig was, hoe leuker ik het vond, want dat gaf me het idee dat het nooit echt helemaal voorbij ging, dat feestelijke gevoel.
Dat was natuurlijk niet waar. Je kunt niet elke dag een feestje vieren, dat weet ik ook wel. Maar stiekem wil ik het nog steeds een beetje. Du moment dat de dagen op elkaar gaan lijken, word ik ongelukkig. Wat feesten betreft ben ik nog steeds rupsje nooit genoeg.
Dus wat is het dan heerlijk om op tweede Paasdag jarig te zijn! Mijn
Grote feest heb ik al gehad maar afgelopen maandag werden me nog bloemen nabezorgd en de hele week kreeg ik kaartjes van mensen die me vooral wel op tijd wilden feliciteren omdat ze bang waren dat de post raar gaat doen vanwege de feestdagen.
Vanmorgen vroeg ging ook nog eens de deurbel en hoewel ik ietwat sjaggerijnig naar beneden stommelde (ik stond net in m’n nakie m’n tanden te poetsen) klaarde mijn humeur helemaal op toen ik een enorme bos rozen zag. Achter het groene loof ontwaarde ik even later het bloemenmeisje dat zich verexcuseerde dat ze ze nu al moest brengen omdat op tweede paasdag haar winkel dicht is.
Meid, helemaal niet erg, vandaag ben ik gewoon weer een beetje jarig. Op deze manier mogen de dagen best een tijdje op elkaar lijken. Dat hou ik heus wel vol tot dinsdag.

.
¶ §En spreid en sluit
Sesammmm, open u, sesammmm open u. Ik kan er niets aan doen maar telkens als ik plaatsneem op de Abductor Machine schiet dit als een mantra door me heen. Van alle fitnessapparatuur is dit degene waar je je als vrouwelijke sporter het meest belachelijk in voelt.
Voor de luiaards onder ons: een abductor is een stoel waar je op gaat zitten met de knieën tegen elkaar. Aan de buitenkant van je benen rust een steun en die moet je door je benen te openen naar buiten duwen. Reuze goed voor de dijen, maar knap beroerd als je je iets te bewust bent van je eigen aanwezigheid.
En dat ben ik, want laten we wel wezen, wanneer spreidt een vrouw in een openbare gelegenheid zo vrijwillig haar benen om de anderen in de zaal een full frontal in haar kruis te bieden? Wie niet in de prostitutie werkt en niet gespecialiseerd is in gang bangs, doet dit maar zelden, lijkt me.
Natuurlijk doet iedereen alsof het reuze normaal is, deze abductorpositie, maar man o man, wat wordt er gegluurd. Vanmorgen was het de laatste oefening die ik moest doen (uitstelgedrag, inderdaad. U kent me.) en net toen ik plaats had genomen ging er een dikkige jongen op het apparaat tegenover me zitten, de Adductor Machine. Daar maak je dezelfde beweging mee, alleen zitten de steunen dan aan de binnenkant van je benen.
Ik begon te bewegen en terwijl ik mijn benen opende zag ik dat zijn blik op mij bleef rusten. En nee, hij zat niet naar mijn ogen te kijken. Tergend traag spreidde hij zijn dijen. Ik wilde er snel van zijn, dus probeerde ik zo vlug mogelijk de oefening af te werken. Hij intussen deed hetzelfde en voerde ook telkens tempo op, intussen almaar breder grijnzend. Spreid sluit spreid sluit. De scharnieren van de apparaten kreunden, zo woest ging hij te keer.
Met een klap deed ik mijn benen bij elkaar. Gadverdamme. Het liefst had ik mijn opponent een klap voor zijn smoel gegeven. Ik denk dat ik de komende tijd maar veel armspieroefeningen ga doen.

¶ §Helaaaaaas
Geen tekst vandaag. Rozig bekwaamt zich in de edele kunst van het spijbelen!

¶ §Voor F.
Acht jaar vandaag. Wat kan ik zeggen? Deze is voor jou:
Honey you are a rock
Upon which I stand
And I came here to talk
I hope you understand
The green eyes, yeah the spotlight, shines upon you
And how could, anybody, deny you
I came here with a load
And it feels so much lighter now I met you
And honey you should know
That I could never go on without you
Green eyes
PS
(Het
hele nummer is hier te halen)
PS PS
Liefhebbers van zure, narrige of cynische stukjes zijn vandaag aan het verkeerde adres bij me. Ik bedoel: kijk naar buiten!!! Dat zeg ik! Misschien komen jullie morgen weer aan jullie trekken. Pomptiedomptiedom!

¶ §Topconcert op vrijdag
Het is nacht en ik rijd naar huis vanuit het café met allemaal gesprekken in mijn kop. Ik rijd extra langzaam, want ik hou er van om ietwat beneveld alleen door de stad te fietsen. Ik wil net ’T is stil in Amsterdam’ van Shaffy neuriën als ik het hoor. Keihard.
De merels zijn gaan zingen. Maandenlang is het echt stil op straat op dit tijdstip maar ergens in maart spreken ze het met zijn allen af, die merels, en geven ze iedere nacht een topconcert.
Ik wil ook een merel zijn, maar helaas ik kan helemaal niet fluiten. En zingend kan ik hun wijs niet houden. Dus ik ben stil maar ga steeds harder trappen. Met vliegende vaart race ik de brug van de Prinsengracht op. Er gaat een briesje door mijn haar als ik naar beneden suis. Het liefst zou ik op zijn Shaffy’s ‘Lailalailalailala’ zingen en mijn handen losgooien van het stuur en boven mijn hoofd zwaaien.
Maar ik doe het niet. Want ik kan nog slechter met losse handen fietsen dan fluiten.
In der Beschränkung zeigt sich der Meister.

¶ §Pfeeew
Geheugenverlies na een feestje zoals ik
laatst had komt gelukkig vaker voor, gezien deze
Day After-foto's. Pfeeew, volgens mij heb ik geluk gehad.

¶ §Neerlandicaresse
Ik heb soms een kort lontje, ik weet het, maar sommige dingen kan ik zo onnoemelijk irritant vinden... Sinds 1997 mag ik me officieel Neerlandica noemen. Dat doe ik nooit. Neerlandicaresse vind ik veel leuker namelijk. Maar goed, sinds mijn afstuderen krijg ik vier keer per jaar het blad Vaktaal in de bus, een tijdschrift voor
mede-Neerlandicarissen en -essen.
Zit ik het vanmorgen door te bladeren, stuit ik op de kop: "Ik besef me dat de media grote invloed heeft op een groot deel van de Nederlandse scholieren."
Wat???? Woedend smijt ik het blad tegen de muur. Een kop vol met taalkundige fouten in een blad voor Neerlandici!? Dat is toch verschrikkelijk!!! Waar gaat dat heen???? Als wij onze taal al niet meer snappen, hoe kunnen wij dan ooit van onze Marokkaanse buurman verwachten dat hij foutloos Nederlands spreekt? Als
De Telegraaf nou zulke koppen maakt, ok, maar Vaktaal??? Waaaaaah!!!!!!
Ik wind me zo op dat ik hardop begin te zuchten. Nou, en dan is het erg met me, hoor, als ik hardop begin te zuchten. Ik hoor zelfs een vaag gegrom uit mijn keel komen.
Als ik het blad opraap, valt mij oog op het artikel dat bij de kop staat. Ahem. Het gaat dus over fouten in opstellen van leerlingen Nederlands. De kop was een citaat uit zo'n stukje tekst.
Juist ja. Met een bonkend hoofd ga ik zitten. Ik ben nog niet helemaal beter, geloof ik.

¶ §Het heerscht
He hé, hallo hallo, dat hadden we niet afgesproken! Al maanden hoor ik iedereen om me heen klagen. Ik heb zoooooo’n keelpijn, mijn ooooor zoemt, ik kan amper uit mijn ogen kijken van de kooooorts. “Tja, het heerst” glimlach ik steeds vrolijk naar al die grieperds, terwijl ik lekker ga sporten of nog eens een stevig verhaal intik. Griep? Moi? No way!
Vanmorgen word ik wakker van het geblaf van een hond. Een hond? Een hond? Ik heb helemaal geen hond.
Ik blijk het zelf te zijn.
Bovendien is het bed nat. Het waterbed zal toch niet lek wezen?
Nee, hoor, ik blijk het zelf al zwetende te zijn.
Vervolgens zie ik allemaal beelden van mensen wiens keel worden doorgesneden. Heeft iemand een horrorfilm opgezet?
Nope, ik blijk het zelf te zijn.
Met een duizelingwekkend laag tempo fiets ik naar kantoor. Mijn Aaimek vertoont alleen nog maar een wit scherm. Het zal toch niet? Doet mijn computer nu ook al mee aan die onzin?
Ik bel de reparatieservice. "Hoort u ook een krrr krrr-geluid?” vraagt de jongen. Ja dat had ik gehoord, maar ik dacht dat ik het zelf was.
Niet dus, de harde schijf is gecrasht.
Ik breng het ding naar de
Aaimekdokter en kijk in de spiegel naar mijn half geopende ogen. Grrrrr. Ja, het mag dan wel heersen, maar Ik verdom het. Ik doe hier niet aan mee. Ik crash niet!

¶ §De groenteboer heeft altijd gelijk
Zeer bekakte intellectueel koopt radijsjes
"Gunst, groenteboer, wat zijn die radijsjes klein"
"Is normaal hoor voor de tijd van t jaar"
"Kunnen ze daar nou niks tegen doen?"
"Hoebedoelu?"
"Nou ja, ze chemisch een beetje beter uit de verf laten komen?"
"T zijn geen pille"
"Maar wat gek toch, dat ze zo minimaal blijven. Vind u dat ook niet?
"Tja. Ze worden niet met een jassie an gebore."

¶ §Keukenwijffie
Het meisje van het castingbureau had me vrijdag heel blij opgebeld. “Je bent uitgekozen voor een fotosessie!” kwaakte ze. Eerlijk gezegd wist ik niet eens meer dat ik bij dat bureau stond ingeschreven. Ooit had ik een fotootje opgestuurd met de bedoeling om eens een leuk acteerklusje in de wacht te slepen. Ik was daarna nog wel een paar keer gebeld, maar altijd voor castings en daar had ik nooit zin in. Ben ik te trots en te lui voor.
Maar nu was mijn foto zomaar uit een la getrokken, was ik op voorhand uitgekozen en mocht ik vanmorgen aantreden. Het meisje van het castingbureau had iets gemompeld over “Foto’s die op een vrachtwagen van een keukenfirma komen te staan” . Dat leek me wel lollig. Ik ben dol op keukens.
In de studio werd ik gekoppeld aan de man met wie ik op de foto moest, een helblonde ras-Rotterdammert, die mij consequent aansprak met “Wijffie”. Van de weeromstuit ging de golden reclameboy me ook zo noemen en toen zelfs de fotograaf vroeg of het “wijffie” zich niet even om wilde kleden had ik helemaal het gevoel dat ik in een tweederangs pornofilm was beland.
Gelukkig mocht ik een normaal shirtje aan, al moest ik wel errug dicht naast de Rotterdammer gaan staan. “Komt maar hoor, wijffie, ik bijt niet.” Hij had een beetje natte handen.
Maar ik was professioneel. Ik toverde een stralende lach op mijn gezicht, want ik moest heel blij doen omdat ik een nieuwe keuken had. Nou kan ik dat reuze goed heb ik ontdekt. Blij doen omdat ik een imaginaire nieuwe keuken heb. De fotograaf was namelijk innig tevreden. En de Rotterdammert ook. “Wat lach jij lekker, wijffie.”
Toen ik ietwat versuft van de studiolampen vroeg waar de rest van de modellen bleef, kreeg ik een verbaasde blik. De rest? Welnee, jullie zijn onze gezichten, was het antwoord.
Vandaag heeft mijn carrière kortom een ietwat bizarre wending genomen. Binnenkort is mijn smoel vrachtwagengroot naast dat van de Rotterdamse ariër te bewonderen op de Nederlandse wegen. Mijn leven is een aaneenschakeling van hoogtepunten.

¶ §Een baard? Serieus?
“Maar ik heb niet op de bar staan dansen?”
“Nee, dat niet, hoor.”
“En ik heb ook al mijn kleding aangehouden?”
“Jaaaa.”
“Zeker weten?”
“Ja hoor, heel zeker.”
“Oh. Gelukkig.”
“Hoe ben je eigenlijk thuis gekomen?”
“Goeie vraag. Hele goeie vraag...”
Over twee weken en een dag word ik dertig. Drie van mijn beste vrienden zijn dat onlangs ook geworden en dus besloten we een feest te geven. Geen thuisverjaardag met blikbier en zelfmaakhappen, maar een heusche partij op een locatie. Reuze volwassen zeg maar.
En het was mooi. Iedereen kwam, de tent was vol met vrolijk zuipende mensen, vrienden die elkaar nog niet kenden stonden vrolijk met elkaar te praten, er werd flink gedanst.
Het feest begon om acht uur. Van de eerste uren staat alles me nog helder voor de geest. Ik dartelde van vriend naar vriendin naar collega en weer terug, maakte praatjes met de barman, vroeg eens een leuk liedje aan en nam heel veel cadeautjes in ontvangst. En nog veel meer biertjes. Want die kreeg ik steeds aangeboden. Niet zo gek, als je zelf aan het eind van de avond de drankrekening moet voldoen natuurlijk.
Ik weet nog dat ik op een gegeven moment op mijn horloge keek, zag dat het pas elf uur was en helemaal gelukkig was dat het feest nog uren zou gaan duren. Maar toen gebeurde me wat me sinds mijn puberteit niet meer is overkomen.
Van het ene op het andere moment was het vier uur. Ik had gewoon een sprong in de tijd gemaakt. Dat moest wel, want dat het ooit 1, 2 en 3 uur was geworden, kan ik me toch echt niet herinneren. Mijn geheugen is een gatenkaas geworden. Ik herinner me dat ik het reuze naar mijn zin had, dat wel, maar heel veel details ben ik kwijt. Pas nu, na een aantal uur uitkateren schiet me af en toe weer iets saillants te binnen. Ik check bij vriendin L. wat daarvan klopt.
“Ja, we hebben ook meegezongen met Andre Hazes.”
“O, dus daarom ben ik mijn stem kwijt.”
“Yep. En je hebt nog een tijd met I. Staan praten.”
“Echt waar? Dat is dan ook voor het eerst.”
“Wel gek, dat ie nu een baard heeft.”
“Een baard? Serieus?”
En nu probeer ik me dus hevig te herinneren hoe ik thuis ben gekomen. Het moet wel op de fiets zijn geweest maar hoe ik een halve bibliotheek aan boeken en een hele slijterij aan wijn heb vervoerd... al sla je me dood.
Ach ja. Ik ben bijna dertig. En bijna volwassen. Bijna.

¶ §Rode loper
Voor een journalist is het misschien wat vreemd, maar ik heb een gruwelijke hekel aan persconferenties. Ik vind het zo dom om met dertig collega’s tegelijk verslag te gaan doen van hetzelfde. En allemaal maar lopen hopen dat je nog iemand in de wandelgangen kunt spreken die jou net dat ene kwootje geeft dat hij aan een ander niet gaf. Uniciteit? Nul. Mijn ding is het niet.
Maar het kan nog erger. Gisteren was ik voor het eerst als genodigde pers bij een galapremière. In Tuschinsky werd met de film
Hotel Rwanda het Amnesty International-filmfestival geopend. Omdat ik bezig ben met een soort behind-the-scenes-verhaal liet ik me op de perslijst zetten.
Daar stond ik dan, met te dunne kousen in mijn mooiste laarzen (de dresscode was blacktie) anderhalf uur lang te kleumen achter een dranghek in het persvak naast de rode loper. Gelukkig had ik weinig last van concurrentie, want de roddelfotografen zijn in van alles geïnteresseerd behalve in dat wat er achter de schermen gebeurt. Glitters willen ze zien, stralende sterren, diamanten, meer niet.
Toen Katja Schuurman samen met haar lover Thijs Römer de rode loper betrad, lichtte de hemel minutenlang op door al het geflits. Geroutineerd zwaaide ze haar haar naar achteren, met een klein gebaar schoof ze haar rechterborst even wat beter in haar topje, een andere hand rustte op de rechterbil van Thijs. “O ja,” antwoordde ze een interviewster, “ik voel me zeer betrokken bij Amnesty. Het thema van de film, de oorlog in Rwanda, mag nooit vergeten worden.”
Achter haar was inmiddels een klein, gedrongen, donker mannetje voorzichtig aan komen lopen. Hij glimlachte vriendelijk naar het journaille. Er werd nauwelijks gereageerd. Niemand had in de gaten dat dit Paul Rusesabagina was, de man wiens levensverhaal in de film wordt verteld. Deze hotelmanager redde in 1994 meer dan 1000 Tutsi’s van de dood. Een held, voor wie de rode loper eigenlijk iedere dag zou moeten uitliggen. Een held, die niet werd gezien.
Plotseling begon het hysterische geflits van de fotografen weer. Katja had een andere pose aangenomen.



¶ §Danny! Danny!
Zou het? Zou het? Zou het??????
Volgens hardnekkige geruchten gaat Ajax vanmiddag bekend maken wie de nieuwe trainert wordt.
Zou het? Zou het? Zou het??????

¶ §Lokroep
Pontificaal staat hij voor mijn deur. Groot, log, een vooral prominent aanwezig te wezen. Zijn omvang is zo enorm dat hij over de randen van het kleine Jordanese parkeerplaatsje heen stulpt. Een groepje jongens is hem luidkeels aan het bewonderen en ook voorbijrijdende fietsers kijken om, alsof het hier een nieuw wereldwonder betreft.
Nee, het is geen fata morgana het is echt waar. Er staat een heusche Hummer in mijn straat.
En ik begrijp echt niet waarom iedereen zo wegloopt met die Hummer. Die paar druilerige hoopjes sneeuw vereisen toch niet dat we ons op straat begeven in iets wat veel weg heeft van een tank? Patserig klinkt nog veel te bescheiden voor dit voertuig. Hij ziet er uit als een Transformer die ieder moment van een auto kan veranderen in Robocop.
Achter het stuur zit een typische Hummerbestuurder. Iets te schouderbreed, kale glimkop, semi-nonchalante oogopslag. Ja, ik ben vreselijk vooringenomen. En nee, ik weet niets van deze meneer. Misschien leest ie ’s avonds voor het slapen gaan wel Kafka. Maar het lijkt me sterk.
Aan de overkant van de straat komt een blonde poederdoos aangetrippeld op gouden glimsandaaltjes. De Hummerman toetert. Het klinkt als een lokroep.
Hopelijk heeft hij succes. Want als ik iets zeker weet, is dat een Hummer een pure compensatieauto is, die een bepaalde fysieke tekortkoming moet goedmaken.
Ik kan het dan ook niet laten. Als ik langs het raampje van de bestuurder loop, hef ik langzaam mijn pink op.
Uit de bassen van zijn stereo-installatie klinkt: “Me so horny”. Yeah right.

¶ §Sneeuwwitje 2
Dit is hoe mijn balkonnetje er nu uit ziet. Zelfs de verschrikkelijke
Sinterkerstman is ondergesneeuwd! Ha! Eindelijk gerechtigheid.

¶ §Sneeuwwitje 1
Deze foto maakte F. van me, ongeveer een maand geleden in Chicago. Toen dachten we dat we zulk uitzonderlijk weer hadden, maar moet je nu eens gewoon hier naar buiten kijken...

¶ §Verstild
De doden hebben hun eigen plek gekregen. Bepaalde straatjes, pleinen, café’s of plantsoenen doen me denken aan mensen die zijn overleden. Zo had H. ooit een eigen bankje in een restaurant waar ik werkte, herinnert Bloemendaal me altijd even aan M, is de afslag Osdorp verbonden aan F. en moet ik vandaag hevig aan S. denken als ik over het fietspad naast het Waterlooplein rijd, omdat ik met haar ooit een feest bezocht in die straat.
Het is niet zo dat ik nou de hele dag aan overleden mensen denk, maar vandaag wel, waarschijnlijk ook door de sneeuw die alles lijkt te verstillen.
Iedere dode heeft zijn eigen plekje en misschien is dat wel mooi. Zo zijn ze niet vergeten. Maar ik wil niet dat er nieuwe plekjes bijkomen. Dat het er zo veel zijn is al erg genoeg, nu moet het ophouden. Helaas weet ik dat dat niet gebeurt, ik weet dat er binnenkort weer een plek bij komt. En dat wil ik niet.
Want een mens is zo veel meer dan een straat.
