¶ §Bubbels
Ik moet maar 750 woorden. Dat is helemaal niks natuurlijk. Als ik me een beetje kwaad maak, staan ze er in een uurtje op. Max. Maar dan moet ik wel beginnen. En dat lukt niet. Want ik heb een kater.
Er wordt altijd gezegd dat je van champagne geen kater krijgt. Flauwekul. Zeker als je die bubbels mengt met rosé en daarna nog bier krijg je het de volgende dag keihard voor je kiezen. En daarom werk ik niet.
Ik kijk naar de finale van
Herken de homo die ik heb opgenomen. Ik vrees dat ik in mijn huidige toestand van sterk verslechterd inzichtelijk vermogen nog geen homo zou herkennen als ik midden op de Gay Pride had gestaan.
Ik moet een stukje tikken. Toe nouououou. 750 woorden is peanuts. Zal ik gewoon 750 keer kater achter elkaar tikken? Benieuwd wat de opdrachtgever daar van vindt. Man, wat ben ik een mietje.

¶ §
Overigens kan de winter in Amsterdam ook heel mooi zijn.....

¶ §Het zuigt
“Afscheid nemen bestaaaaaat niet” kwezelt Marco Borsato, maar dat is natuurlijk je reinste bullshit. Afscheid nemen bestaat wel degelijk en het zuigt. Ik bedoel: heb ik net een verloofde, vertrekt ie voor zes weken naar allerlei wintersportoorden omdat hij moet draaien voor
Snow Magazine. Mooi is dat.
De kat doet haar uiterste best te voorkomen dat F vertrekt door zich breeduit in zijn reistas te nestelen als hij aan het inpakken slaat. Ik ben minder naďef en weet dat verzetten geen zin heeft. En dat het ook niet hoeft. Want het lijkt altijd erger dan het is, na dag drie zonder elkaar weet je niet beter, bladiebla. Maar Marco? Die moet voorlopig even heel erg z’n bek houden.

¶ §Hoe blond kun je je voelen???
“Met de Renault garage”
“Dag mevrouw, u heeft twee weken geleden mijn auto gerepareerd, maar nou doet ie het weer niet.”
“Wat is er mee aan de hand?”
“Kweenie. Stuk...”
“Stuk... Wat doet hij dan niet?”
“Hij slaat steeds af. Best vervelend als het stoplicht net op groen springt op de Overtoom.”
“Moet hij worden weggesleept?”
‘Nee, want als ik daarna een tijdje heel hard gas achter elkaar geef, doet ie “prrt, prrrt prrt” en dan rijdt ie weer.”
“Prrt prrrt prrrt?”
“Nou ja, zoiets.”
"U heeft dus een probleem met het stationair draaien."
"Eeeeeh... als u het zegt..."
“Wat heeft de monteur bij de laatste reparatie tegen u gezegd?”
“Dat er iets met de temperatuurdinges was.”
“Wel-ke tem-pe-ra-tuur-dinges?”
“Tja, hoe heet zo’n ding?"
"Had het met t koelwater te maken?"
"Nee, het was juist iets met warmte."
"Aha."
"Zo'n ding dat doorgeeft aan het systeem hoe warm het van binnen is."
"Hoe warm wat is?"
"Ja, eeehm, de motor neem ik aan."
"Dat snap ik."
"Nou ja, een thermometerding dus. de Peter Timofeef van de auto zeg maar.”
"..."
"Hallo? Helpt u me nou, ik weet het echt niet meer hoe het heet."
"Ik wel."
"HOE DAN???"
“De koelwatertemperatuurzender.”
"Juist ja. Dat zeg ik.”
“Komt u morgen maar even langs.”

¶ §O Paris
Zou er een anatomische verklaring zijn waarom dit domme altijd met een
scheef hoofd op de foto staat?

¶ §Burgerlijk geluk
Heel veel meisjes hebben er in hun jeugd zo vaak van gedroomd dat ze precies een scenario in hun hoofd hebben van wat ze zullen doen als hun vriendje De vraag stelt. Eerst kijken ze verbaasd, dan slaan ze hun hand voor hun mond, ze blazen een plukje haar uit hun gezicht en vervolgens twinkelt er een decent traantje in hun ooghoek als ze bedeesd en glimlachend “Ja” antwoorden.
Ik ben niet zo’n meisje. Ik heb nooit gedroomd van een huwelijk. Sterker nog, ik heb me er altijd tegen afgezet. Ouderwets gedoe. Duur ook trouwens. En de meeste trouwjurken zijn onvoorstelbaar lelijk. Je denkt toch niet dat ik de hele dag ga rondlopen met een strik op mijn reet?
Dus als F vandaag traditioneel op zijn knieën gaat, heb ik geen flauw idee van wat er gaat gebeuren. We staan midden in de sneeuw op 2500 meter hoogte, mijn neus rood van de kou en mijn hoofd beschermd met een ietwat mallotige muts. Quelle romantique.
Maar hij kijkt opeens zo ernstig naar me, houdt een mooie speech (zij het in verkorte versie omdat hij van de zenuwen niet meer weet wat hij ook alweer allemaal ging zeggen) en haalt een knalroze doosje uit zijn binnenzak.
En ik? Ik schiet in een onbedaarlijke giechelbui. Niks beheerst kijken, niks bloedmooi met mijn ogen knipperen, niks lieflijk glimlachen. Ik kan niet stoppen met grinniken, tot ik merk dat het al een tijdje stil is om me heen. Shit, helemaal vergeten “Ja” te zeggen!
Dat doe ik natuurlijk wel en dan ben ik opeens ook ontroerd en merk ik dat ik niet alleen maar lach omdat de situatie zo bizar is, maar vooral ook omdat ik het stiekem schandalig leuk vind. Ik, het meisje dat nooit zou trouwen en wars was van burgerlijk geluk, mag zich vanaf vandaag officieel een verloofde noemen!


¶ §Typisch gevalletje
Toen ik nog op de redactie van een financieel tijdschrift werkte, moest ik vaak managers interviewen. En daar kom je nooit meer helemaal overheen. Af en toe schiet me nog wel eens zomaar een holle frase te binnen. Ik wil die woorden dan helemaal niet gebruiken, maar heb spontaan last van management-GillesdelaTourette en kan me niet inhouden. "Kansen en bedreigingen!" roep ik dan zomaar. Of "Een nieuwe uitdaging!". Of "Carpe diem!".
Ik zit momenteel in Canada waar ik in diepe sneeuw aan het skiën ben. Dat doe ik elk jaar. Heerlijke, enorm fysieke weken zijn dat die alleen maar uit off-piste afdalingen bestaan.
Dit jaar ligt het een beetje anders. Voor wie vorige week de trap thuis nog amper kon bestijgen, is een Canadese steile helling best een beetje veel gevraagd. Dat wist ik van tevoren natuurlijk ook wel, maar ik ontzeg mezelf het liefst zo min mogelijk, dus ben ik toch gegaan.
Hoe het is? Ja, het is nog steeds zo prachtig. Ja, ik geniet van de kou en de knispersneeuw. En ja, het doet af en toe verdomde zeer.
Een hele dag skiën lukt nog niet en dat is lastig voor iemand die zoals gezegd niets wil missen. Ik doe mijn best, ik luister naar mijn lichaam en probeer op tijd te stoppen, maar man, wat is het moeilijk om me er aan over te geven.
Vanmiddag stond ik voorovergebogen op een helling uit te blazen en opeens kwam het in me op. Managementwoorden. Voor ik het wist prevelde ik ze hardop. "Dit is een typisch gevalletje van een stijgende leercurve."
Woehahahaha. Dat was schrikken! Maar ik wist stiekem wel wat ik bedoelde. Ik moet mijn verzet leren te staken en me overgeven aan hoe de situatie is.
Natuurlijk gaat me dat lukken. Ik heb er alle vertrouwen in. Het is een hele uitdaging, ik zie kansen en bedreigingen, maar uiteindelijk sta ik bovenaan de leercurve en pluk ik de dag. Brrrr. Soms word ik bang van mezelf.
¶ §P.P.
“Met de Telegraaf, afdeling rouwadvertenties.”
“Ja goedemiddag, u spreekt met de dieren.”
“Dag meneer Van Dieren, wat kan ik voor u doen?”
“Nee, ik spreek namens de dieren.”
“U spreekt namens meneer van dieren?”
“Nee, namens de die-ren. Figuren met een snuit, met haar, met vier poten, of soms wel duizend poten, of maar twee, met snavels of juist niet, nou ja, de hele beestenboel zeg maar.”
“O. Juist ja. Wat kan ik voor u doen?”
“Wij hebben een zwaar verlies te verwerken.”
“Aha.”
“Pistolen Paultje is dood.”
“Ja, dat is ons niet ontgaan. Heb net al een advertentie namens de familie moeten plaatsen. Met een poezenhoofd ernaast.”
“Dat is natuurlijk mooi, maar dat dekt de lading bij lange na niet. Ook de honden, paarden, ratten, gnoes, zeeleeuwen, padden, ezels, kakkerlakken, pissebedden, kraanvogels, luipaarden, konijnen en leeuweriken willen iets in de melk te brokkelen hebben. Het zijn altijd maar weer die katten die het alleenrecht opeisen in zo'n advertentie. Bestaat de rest dan niet?
Nou? Nou? Nou????”
“Natuurlijk, meneer.”
"Dat zou ik ook zeggen."

¶ §Game-set-match
Vanmorgen sta ik op met een suizend hoofd. Ietwat dizzy en vermoeid doe ik een plas. Moe van alle dromen, het steeds met een schok daaruit ontwaken en het hopen daarna toch weer in slaap te vallen. Zo gaat het al dagen en ik ben het beu.
Ik stommel weer terug richting bed als de telefoon gaat. Mijn arts aan de lijn. Ik zou pas donderdag uitslagen krijgen van een belangrijke test. Dat ze nu belt, kan geen goed teken zijn, schiet er door mijn plotseling heldere hoofd.
Onbewust zoek ik alvast een plekje op de bank waar ik kan gaan zitten mochten mijn knieën gaan knikken.
“Wat zegt u?” vraag ik, omdat ik me niet voor kan stellen dat ze echt zegt wat ik denk te horen.
“De uitslag is goed,” klinkt het.
Ik slik. En moet toch even gaan zitten.
Na heel veel slechte of op zijn minst discutabele uitslagen ben ik niet meer gewend aan goed nieuws van het medische front. Ik vraag nog een keer of ze het wel zeker weet. Ja, het is echt zeker. Pas in juni hoef ik terug te komen en dan gaan ze opnieuw checken. Tot die tijd ben ik witte-jas-vrij.
Ik hang op en doe even mijn ogen dicht. Dan spring ik op en vlieg F. om zijn nek. Ik moet lachen en huilen tegelijk. Ik voel me een overwinnaar. Belachelijk, want ik heb hier niet zelf de hand in gehad. Mijn lot heb ik in handen moeten leggen van mensen die meer verstand hebben van mijn lichaam dan ik zelf. Het is niet mijn schuld dat ik ziek werd en dus ook niet mijn verdienste dan ik beter ben. Maar ik ben het voorlopig lekker wel. En dus houd ik het nog even vast vandaag. Dat gevoel dat ik gewonnen heb!

¶ §Bekentenis
Mmmm. Als je het Centraal Justitieel Incasso Bureau te leeuwarden aan het adresboek van je online bankbetalingen moet toevoegen omdat je geen zin hebt steeds dat rekeningnummer opnieuw te moeten invoeren... Dan is er toch iets mis vrees ik.
Maar kunnen ze niet gewoon een jaaroverzicht maken van al die keren dat ik met maar liefst 58 km per uur in de Wibautsraat ben geflitst? Scheelt toch een lamme arm.

¶ §Vaag
Misschien is het raar om van jezelf te zeggen maar ik denk dat ik van nature een redelijk scherpzinnig en opmerkzaam type ben. Zo iemand die altijd wel snel in de gaten heeft wat er in mensen omgaat, wie ruzie heeft met wie, waarom de bananen krom zijn, nou ja, zo’n meisje dus.
Maar sinds de injectie van dokter Willempie ben ik behoorlijk vaag, zo mag ik wel stellen. De Beau Monde lezen voelt alsof ik het zwaarste werk van Kafka doorploeter, de trap oplopen lijkt een oefening in achteruit inparkeren met een dubbeldeks caravan achter mijn auto, een telefoongesprek voeren met een vriendin voelt aan als mijn eindexamen wiskunden en de The Bold and the Beautifull-actrices lijken het regeerakkoord uit te spreken, in het Zuid-Russisch. Kortom: ik snap nergens meer iets van.
Gisterenavond besloot ik ondanks mijn wazigheid toch naar toneelrepetitie te gaan. Zodra ik een voet buiten de deur zette, overviel het me. De echte wereld. Als een highe tuinkabouter stond ik om me heen te kijken. Hoge huizen man, jemig. Kijk, nou sterren! Wow, ver zeg, heeeeeeftig. Oeps, o sorry, een fietser. Wat doet die hier? O ja, dit is een fietspad. Pfffft. Heavy shit.
Ik heb de laatste dagen een heel andere kijk op de wereld gekregen. Net of ik er even geen deel van uit maak, alsof ik er niet bij hoor. Ik geloof dat ik vandaag maar binnen blijf. Kijken of ik mijn Zuid-Russisch een beetje op kan halen.

¶ §Uitgewerkt
En dan is het
Willempie die uiteindelijk mijn redder blijkt te zijn. Ik heb een ruggenprik gekregen maar op het moment dat ik naar de OK wordt gereden, houdt een verpleegster mij en haar collega tegen. "Helaas, er is een spoedoperatie tussendoor gekomen, je moet weer terug.”
Het wachten begint. Ik kijk een beetje om me heen naar al die andere patiënten die in deze uitslaapkamer liggen, wachtend op of bekomend van een operatie.
Twee vrouwen die net aan hun amandelen zijn geholpen maken rochelende keelgeluiden. “Willen jullie een ijsje?” vraagt de verpleegkundige. “Ja jottum,” roep ik bijna maar de vraag wordt mij niet gesteld. Dat hele concept van nuchter blijven... ik ben er niet goed in.
Links naast me ligt een dikke man luidkeels te snurken. Aan de andere kant weigert een oude, demente dame een injectie. “Dat mot ik allemaal niet, dat mot ik allemaal niet, dat mot ik allemaal niet,” mompelt ze. Ik kan me nauwelijks bedwingen met haar mee te roepen.
En terwijl ik op de klok de halve uren zie wegtikken, voel ik langzaam het gevoel terugkomen in mijn tenen. Shit, ik kan ze alweer bewegen! Ik probeer mijn kuiten aan te spannen en ook dat lukt. Mijn bilspieren? Verdomme, ook die doen het weer.
Op het moment dat ik voor de tweede keer naar de OK word gereden lijkt het alsof ik nooit een verdoving heb gehad. Er is onrust onder de artsen. Snel word ik een operatietafel opgeslingerd in de hoop dat er nog even vlug kan worden geopereerd voor de verdoving helemaal is uitgewerkt. Niet dus. Bij de eerste de beste beweging van de arts vlieg ik een meter de lucht in van schrik en pijn. Paniekerig wordt er omgeroepen. “We hebben nu een anesthesist nodig, doet er niet toe wie. Nu!”
En dan komt André binnen en word ik rustig. Zo stug als hij was tijdens het eerste gesprek, zo lief is hij nu. Hij aait me door mijn haar, pakt mijn hand en zegt dat hij me lekker laat slapen. Ik krijg drie spuiten. Het laatste wat ik zie zijn zijn bewegende, scheve mond en roodborstelige wenkbrauwen. En ik droom. Van hele grote bloemkolen.
