¶ §Willempie
Humor ontstaat bij mij vaak op momenten dat het totaal niet gepast is. Ik ben iemand die als ze triest of depressief is het leukst uit de hoek komt. Voor mezelf dan, want meestal schiet ik weliswaar heel hard in de lach, maar merk ik even later dat ik omringd bedoor geshockeerde hoofden. Oeps. Blijkbaar geen humor-om-te-lachen-moment.
Dus toen ik vorige week hoorde dat ik binnenkort een niet nader te noemen operatie moest ondergaan, hield ik mijn hart vast. En terecht.
Vanmorgen moest ik me melden bij de anesthesist in het Lucas Andreas om een en ander door te nemen voor de ingreep die in een paar weken plaats moet vinden. Ik was al ietwat melig geworden in de wachtkamer omdat een Marokkaanse vader zich met zijn kindje was komen melden en de verpleegster vroeg hoeveel het meisje woog. De man had geen idee en dus werden ze naar een weegschaal in de hoek gedirigeerd. De man keek mij verbaasd aan en ik knikte hem vriendelijk toe. “U moet haar er op zetten” riep de zuster. De man pakte het kind, zette het op zijn schouders en ging zo samen met haar op de weegschaal staan. Het was hem niet aan zijn verstand te peuteren dat dit misschien niet de handigste methode was. Ik was spontaan mijn eigen vervelende gedoe vergeten.
Even later ging er een deur open en in een witte doktersjas stond daar plotseling... André van Duin. Nou ja, zijn lookalike dan. Het bleek de anesthesist te zijn, die o, toeval, ook nog André bleek te heten. Ik voelde een lachkriebel opkomen. Terwijl hij mijn bloeddruk mat, me vragen stelde over eventueel alcohol- of drugsgebruik en lijstjes met potentiële allergieën doornam, staarde ik almaar naar zijn rode haar. Ik had het gevoel dat hij elk moment op kon staan, een helm op ging zetten en al marcherend door zijn witte artsenkamer “Willempie!” zou gaan zingen. Maar de man bleef bloedserieus al zijn lijsten vragen afwerken en legde me vervolgens uitgebreid uit wat een ruggenprik was.
Uiteindelijk kwam de slotvraag. “Heeft u uw eigen tanden nog?” En toen kon ik echt niet meer. Er schoot een enorm
gegiebel uit mijn keel. Toen ik weer enigszins was bijgekomen zag ik dat hij het vakje ‘Nerveus voor de operatie’ en ‘Extra rustgever’ had aangekruist. Pffft. Wie is hier nou gek?

¶ §Do they know it's Christmas time?
Wie nog niet heeft gestort, moet maar even naar
deze beelden kijken. Kom op, er kan best iets van die dertiende maand af. Giro 555!

¶ §Home sweet home

De plaatjes thuis zijn net iets anders dan de plaatjes in Frankrijk...
Na terugkomst tref ik thuis een blije kat (Prrrrr), een stapel kerstkaarten (Dank), een hoop betaalde facturen (Yes!) en ...
een houten plaat voor mijn kantoorraam.

De aanblik van mijn bureautje is vernield. De ruit met uitzicht op het koude grachtenwater is aan gruzelementen geslagen. In de brievenbus ligt een briefje dat ik me maar even moet melden bij de politie Lijnbaansgracht.

Wat blijkt? Tijdens kerstnacht vinden enkele dieven het wel een goed idee zichzelf te trakteren op mijn Aaimekje, mijn trouwe computer, die heerlijke pepernoot. Met enorme kracht werpen ze een fikse baksteen door het dubbeldikke glas. De politie hoort het geraas en is er gelukkig bij, nog voordat de heren iets hebben kunnen meenemen. Ze proberen nog te vluchten in een gestolen auto, maar zijn te langzaam en zitten nu vast.
En ik zit met de rotzooi. Mijn bureau is bezaaid met glas, de baksteen ligt een paar meter verder en lijkt me bijna provocatief aan te staren. Maar mijn computer staat vier overeind. Ha!
Vanmorgen word ik wakker en zie dat het sneeuwt. Mmmm, even ben ik weer in Frankrijk. Op het dak van de buurman ligt een vliesdun laagje van het waterige goedje. Niet te vergelijken met het pak in de Alpen maar toch, even is het magisch. We zijn weer thuis.

¶ §
Gut,
ik kan ook niet even weg zijn of de meest schunnige reacties druppelen binnen... Maar goed, ik ben een tijdje in FRankrijk, maar leef je vooal uit in het reactieveld. Ik ben heel gauw weer terug. Tot die tijd: heb het goed, met of zonder Rudolf!
¶ §Rudolf the rednose
Niet bij naam genoemde zeeeeer vage kennis bewijst dat er mensen zijn die WEL plezier aan kerstversieringen beleven...

¶ §Spannend
Het zal de thrillseeker in mij wel zijn, maar datgene wat ik het lekkerst vind, is vaak een beetje gevaarlijk. Iets te hard rijden bijvoorbeeld, of skiën door de tiffschnee, of flirten met een foute man of toch nog dat laatste wodkaatje als het best wel eens verkeerd zou kunnen vallen. Af en toe moet je even voelen dat je leeft, nietwaar.
Groots en meeslepend hoeft dat niet altijd te zijn. Het spannende ligt vaak heel dichtbij. In bed bijvoorbeeld. De laatste tijd word ik wel eens ’s nachts wakker. En dan doe ik het. Ik steek een voet onder het dekbed vandaan en voel. Jaaa, daar is het. Heerlijk warm, een beetje klam zelfs. En zacht, superzacht.
Het buikje van mijn kat Louis. Ze ligt meestal op mijn voeteneind te slapen, opgerold als een balletje. En het is echt het lekkerste gevoel van de wereld om even met de onderkant van mijn voet tegen dat lijfje te wroeten, tussen de pootjes door en het tegen haar buik te leggen. Zo fijn. Zo spannend ook. Want vaak vindt ze het prima, fysiek contact met het baasje, maar voor hetzelfde geld stoor ik haar en hangt er zo een 8 kilo zware vuilnisbakkenkat in mijn grote teen.
Ja, dat doet zeer, behoorlijk zelfs. Met een beetje pech bijt ze er nog bij ook. En toch neem ik elke nacht weer het risico. Want je moet het leven blijven wakker schudden. Ook ’s nachts.

¶ §In mijn element?
Gisterenavond lukte het niet. F. zit in Canada, ’s middags had ik een borrel en ik had me al de hele dag verheugd de rest van de avond alleen door te brengen. Poes op schoot, wijntje erbij en zappen van Koefnoen naar The Swan naar Kopspijkers. Helemaal in mijn element zou ik zijn.
Niet dus. Ik was ongedurig en wist niet wat ik er mee aan moest. TV vond ik stom, in eten had ik geen trek, een vriendin sms-te of ik naar Cineac wilde komen maar andere mensen trok ik al helemaal niet
Typisch gevalletje van ziel onder de arm. Ik vond me zelf dan ook letterlijk heel zielig. En een arme ziel bovendien. De hele week had ik het gevoel gehad dat ik mijn leven niet in de hand had. Dat ik afhankelijk was van anderen die vervolgens miskleunden, wat weer grote invloed op mij had. En nu ik daar eindelijk van kon bijkomen en alles een beetje op een rijtje kon zetten, wist ik even niet meer wie of wat ik was.
Vanmorgen stond ik op en besloot niet meer te zeiken maar te doen. Te sporten, te wassen, op te ruimen. Nu zit ik tevreden achter de computer. Wierookje aan, knorpoes naast me, pot thee erbij. Helemaal tevreden. Ik heb mezelf weer terug.

¶ §Weteringschans
Zoek de kerstboom...

¶ §Grote blije baby
Het lijkt misschien of dat namedropping besmettelijk is, maar ik had gisteren toevallig een BN-er-dag. Na mijn fijne gesprek met J.K. mag ik ’s avonds dineren in het
Lloyd Hotel met Pierre Wind, die kale kok. En wat is dat een verademing.
Pierre is geen vat maar een hele loods vol tegenstrijdigheden. Hij zegt uiterst punctueel te zijn in de keuken maar komt drie kwartier te laat opdagen op de afspraak. Hij roept: “Ik ben een volstrekt asociaal mens, echt een einzelgänger” en babbelt vervolgens drie kwartier in een uur, zo nu en dan geïnteresseerd informerend naar wat jij er allemaal van vindt. Hij maakt zich zorgen over de voedingsindustrie (“Zo’n Knorr-zakkie, da’s toch gewoon ech nie kicken, joh”), maar is intussen wel lyrisch als er een frikadel op de menukaart blijkt te staan.
Je vergeeft het hem allemaal onmiddellijk. Als een grote blije baby zit ie aan tafel. Zodra het brood wordt neergezet grijpt hij er met beide handen in. Ook de olijven worden stuk voor stuk beknepen, zodat hij precies kan voelen welke de lekkerste zijn. “Hier joh, je weet nie wat je proeft.”
Zelden iemand zo zinnelijk zien eten als Pierre Wind. Bij voorkeur alles met zijn handen want eten is ook voelen, aldus de kok. Enthousiast wipt hij voortdurend op zijn stoel, behalve wanneer er een hap wordt gekeurd, dan blijft het lichaam even stil en draaien alleen de ogen weg.
En hij proeft dat het goed is. "Ech kicken."

¶ §Jeroens harem
Op allerlei vlakken een ietwat onverwachte dag vandaag met als voorlopig hoogtepunt dat ik mijn grote vrind
Jeroen Krabbé moest interviewen. Wat een ironie.
En ja, ja, ja, hij was net zo vreselijk als ik had verwacht. Aaaaardig, natuurlijk, dat wel, en beleefd ook bovendien. Maar man o man alle Barbra’s, Joans en Emma’s zijn in zo’n beetje ieder antwoord langsgekomen. Toen ik hem daarmee confronteerde zei hij alleen maar: “Ja, maar ik ken toevallig gewoon heeeeel veeeeel van dat soort mensen.”
Tja. De kop boven het verhaal heb ik al. Of moet het toch “Ik ben een gebooooren acteur gewoon. En een geboooooren schilder. Maar dus ook echt een geboooooren acteur.”? Want nee, dat was niet ironisch bedoeld.



¶ §Oogwenk
Aanstaande vrijdag wordt in het radioprogramma van Jeroen van Inkel bekend gemaakt wat Nederlanders het mooiste woord uit onze taal vinden. Inmiddels is duidelijk op welk lijstje we kunnen stemmen. Let op, dit zijn de genomineerde woorden:
Geboorte
Liefde
Geborgenheid
Oranjelegioen
Respect
Saamhorigheid
Desalniettemin
Naastenliefde
God
Stigmatiseren
En ik denk alleen maar: waarom? Wat is er zo mooi aan het woord stigmatiseren? Dat het meer dan vier lettergrepen bevat ofzo? En het woord respect? Wat is dat nou voor een modische term. Als het het woord was geweest voor het botje in je hiel, was het nooit genomineerd geweest. Ik heb zo’n jeuk aan mijn respect. Klinkt best plausibel maar mooi?
Probleem is natuurlijk dat volstrekt onduidelijk is wat de criteria zijn waar het mooiste woord aan moet voldoen. Gaat het om de klank, om de betekenis of om de manier waarop je het kunt uitspreken?
Zelf heb ik op basis van deze drie criteria ook wel een paar favoriete woorden. Een hele mooie vind ik ‘oogwenk’, gewoon puur vanwege de letterlijke betekenis. Ook fijn is ‘smegma’ omdat het net zo vies is als het klinkt. En de allerlekkerste om te zeggen vind ik momenteel ‘starnakel’. Starnaaaaakel dronken, dat klinkt zo lekker lodderig en tegelijkertijd een beetje grof en ouderwetsig bovendien.
Starnakelstarnakelstarnakel. Ik denk dat ik niet meer kan stoppen.

¶ §
En op dit soort momenten mis je
Andre Hazes nou het meest...

¶ §Roede
Van je vrienden moet je het hebben. Maar wat als je hele obscene, dirtyminded, sadistische vrienden hebt?
Een jaar of zes geleden leek het ons wel leuk om samen Sinterklaas te vieren. Niet met surprises maar wel met lootjes trekken. Voor wie je hebt getrokken maak je een gedicht en koop je een klein cadeautje, zo was de afspraak. Wat bleek op de avond zelf? Het ene gedicht was nog pornografischer dan het andere. Onafgesproken lieten we allemaal Sint de meest vuile dingen met zijn Pietjes doen, zijn staf werd in vele standen en posities benut zullen we maar zeggen. En dus was een traditie geboren: het grote Sint&Pietpornofeest.
Afgelopen vrijdag was het weer zo ver. De lichaamsdelen vlogen ons om de oren. Rijmsels werden luidkeels voorgedragen, soms ietwat moeilijk te begrijpen omdat wij een internationaal gezelschap zijn en je moet maar eens proberen om een Pool, een Canadees of een Spanjaard woorden als ‘Bebloede aars’ of ‘Zwoegende roede’ te laten uitspreken.
Nou is het op deze avonden niet alleen maar seks wat de klok slaat. Uiteraard moet er ook flink onderling worden getreiterd, rare gewoontes of achterlijke voorvallen van het afgelopen jaar worden uitentreuren becommentarieerd.
Nou kan ik wel wat hebben. Dus toen ik vorig jaar een gedicht kreeg waarin uitgebreid werd stilgestaan bij het feit dat ik mijn tas weer eens had laten jatten kon ik daar hartelijk om lachen. Dat ik als cadeau een tasje voor om mijn nek kreeg, vond ik ook een goeie. En ook grappen over alcoholinname of ander gestoethaspel mijnerzijds, prima.
Maar nu zijn ze toch echt te ver gegaan. Het gedicht was best beschaafd, maaaaaar, dit was mijn cadeau:

En nu schrik ik me telkens als ik de kamer binnenloop werkelijk de tering. Ik droom dat die engerd me achternazit met dat rendier van hem en een grote bel in zijn klauwen. Ik heb moeten zweren dat ik hem niet 'per ongeluk' uit mijn handen laat vallen maar wat moet ik met die creep???
Nee. Van je vrienden moet je het hebben.
¶ §Zucht...
En
het ratelt maar door...

¶ §Jeroen
“Goedenavond dames en heren, welkom bij deze speciale uitzending van Barend en Van Dorp die helemaal gewijd is aan Prins Bernhard. En bij ons aan tafel zitten...”
“Ja, dat ben ik, Jeroen Krabbé ja, ik was dus een hele goede vriend van de Prins, en ook van Barbra Streisand en van Kim Basinger en van...”
“Ja, Jeroen, jij komt zo.”
“O. Ik wilde me niet opdringen. Ik ben wat enthousiast, dat ben ik gewoon hè, een hele enthousiaste man, en heel warm ook, die graag...”
Verder hebben we dus Harry Mulisch aan tafel.”
“Ja, leukleuk, maar ik wil dus wel even kwijt dat ik, Jeroen, vorige week nog met de Prins heb...”
“Juist, maar eerst, Jan, wat is jouw nieuws van de dag?”
“Ja sorry, dat ik je even moet onderbreken, maar er is natuurlijk maar één mogelijkheid voor het nieuws van de dag. Dat Bernhard, de goede vriend van mij, Jeroen Krabbé, is overleden.”
“Goed Jeroen, vertel dan maar, wat voor relatie had jij met Bernhard?”
“Een hele, hele warme, intense band. Hij vertelde mij alles. Echt alles. Over Lockheed, Greet Hofmans, Juliana, echt alles, dat moest hij gewoon bij mij, Jeroen Krabbé, kwijt.”
“Goh, wat vertelde hij dan over Lockheed?”
“Ja, dat kan ik natuurlijk niet zeggen, dat was heel vertrouwelijk.”
“Waarom noem je het dan zo nadrukkelijk?”
“Omdat ik wil vertellen wat een ongelofelijke vertrouwensband wij hadden. Ik en De Prins. De Prins en ik.”
“Waarom was de Prins zo op je gesteld?”
“Poeh, dat vind ik echt een hele moeilijke vraag. Ik vind het zoooo raar om dat van jezelf te zeggen. Ik bedoel: ik ben een heel, heel bescheiden mens. En enthousiast ook. En warm. Maar vooral heel bescheiden, dus hier weet ik geen antwoord op.”
“Kwam het door je films?”
“Oh zeeeeeker. Ik heb natuurlijk een waanzinnige, waanzinnige carrière achter de rug. De prins had laatst nog gezien dat ik door een handgranaat werd opgeblazen in een film. Dat vind hij zoooo erg. Dat ik, Jeroen Krabbé , zijn vriend, zo’n gruwelijke dood moest sterven. Nou ja, dat was natuurlijk ook heeeeel erg.”
“Goed, dan wil ik nu even doorgaan met de heer Mulisch.”
“Wacht, nog heel even, als ik je even mag onderbreken, ik weet een antwoord op je vraag.”
“Op welke?”
“Waarom de Prins mij nou uitgerekend tot zijn allermooiste dierbaarste vriend rekende. Dat kwam denk ik doordat hij heel open was. En ik ben ook heel open. Naast enthousiast en warm en bescheiden en een internationaal befaamde acteur, en een alom geroemde schilder -had ik het al over mijn schilderen gehad?- ben ik met name heel, heel open.”

¶ §Vieze worstjes
Romantiek is een gek ding. Je kunt het nog zo plannen, met kaarsjes, rode wijn, diepindeogenstaarderij, maar dan hoeft het er nog niet te zijn. Voor hetzelfde geld denk je aan die zeurderige geïnterviewde, die factuur die maar niet wordt betaald, je wintertenen, bodywarmers in het algemeen en die van hem in het bijzonder en weg is de romantische sfeer...
Vanavond zijn we helemaal niet uit op romantiek. Ik ben moe, heb een paar deadlines afgewerkt, hevig gespind in de sportschool en slaap al een paar nachten onrustig. Hij is ook duf, heeft gemauntenbaikt en zijn administratie gedaan. We zijn allebei bepaald niet in voor hogere sferen.
Opeens vraagt hij of ik zin heb om naar de film te gaan. “Da’s goed” zeg ik, “zo lang het maar een hele slappe is.” Natuurlijk, we willen al heel lang naar Der Untergang, maar drie uur Duitse Hitlerfilm is een beetje te veel van het goede vandaag. Wij moeten simpel vermaeckt worden.
En dus zitten we een uurtje later bij Bridget Jones. In Tuschinski, in de champagneloge, want F. vindt dat opeens helemaal nodig. En we drinken champagne en eten popcorn en vieze worstjes. En ik ben rozig van de kou buiten en lach om bizar voorspelbare grappen. Man, wat is het opeens romantisch. Zo helemaal ongepland.

¶ §
Zoek de verschillen...
