¶ §Vraagje
Mmmm, ik zie net dat de zoekwoorden op Google die mensen allemaal naar deze site hebben geleid het laatste uur onder meer waren: 'Hangborsten' 'Irene van der Laar' 'Beschaafd naakt' en 'Handboeien'. Dubieus... Zouden al die mensen hier hebben gevonden wat ze zochten?

¶ §Invasie
Tijd voor serieus stukje. Ik heb jarenlang mijn mond er over gehouden, maar gezien de recente ontwikkelingen kan ik niet meer stil blijven. Het mag, nee moet nu wel eens gezegd worden!
Vreemde schimmen bevolken ons land en het lijken er steeds meer te worden. In het donker laten ze me schrikken als ze plotseling midden op een brug opdoemen. Vaak in groepen, met tientallen scholen ze samen, ik huiver van hun duistere silhouetten.
Ze nemen onze kantoren over, onze huizen in beslag. Ze laten bergen troep achter, vermeerderen zich vliegensvlug en ook hun kinderen moeten zo nodig een plekje. En het ergste is: het is onze eigen schuld. Wij hebben ze binnengehaald. Maar Nederland is te vol. We hebben er geen plaats meer voor. Voor je het weet is er geen ruimte meer voor onszelf en nemen ze ons hele land over...
Ik heb het natuurlijk over de kerstbomen. Want laten we wel wezen, de jaarlijkse kerstbomeninvasie is nu echt begonnen. Overal staan ze, vol knipperende lichtjes, met plakken kunstsneeuw op hun dikwijls plastieken takken. We hangen ze vol met glimmers en dat noemen we dan gezellig. Gezellig? Dat is niet gezellig. Dat is lelijk!
Mijn vrienden kennen mijn kerstbomenaversie en ik word er al jaren mee gepest, maar nu is iemand toch echt te ver gegaan. Afgelopen zaterdag gingen we bij mijn vriend T eten. T, mijn kameraad die ook niet van opgeklopte gezelligheid houdt, die zelfs al de kriebels krijgt als ik hem feliciteer met zijn verjaardag, die zich altijd verzet tegen alles wat iedereen leuk vindt.
Deze T. had een plastic minikerstboom op zijn eettafel staan. Met lichtjes er in. Speciaal voor mij. En hij had ook nog een
bodywarmer aan. Speciaal voor mij.
Mijn God, dat is de druppel. Ik ga emigreren. Alleen nog even zoeken naar een gegarandeerd kerstboom- en bodywarmervrije zone op deze wereld.

¶ §Typisch
Een half jaar geleden volgde ik een workshop over het enneagram. Ik had er een artikel over moeten schrijven en wilde wel wat meer weten van dit model dat de mensheid indeelt in negen verschillende types die allemaal een nummer hebben. Ik ontdekte al snel dat ik de meeste overeenkomsten had met type nummer 7.
Type 7 is het enthousiaste type. Het rent overal als een jong hondje op af, wil alles uit het leven halen wat er in zit, is dominant, druk, aanwezig, heeft een overvolle agenda en begint aan van alles en maakt het niet af. Juist ja. Ben ik dat? Ja dus. Ik, die altijd in zes boeken tegelijkertijd bezig is, die het niet bij 1 krant kan laten, die drie agenda’s heeft omdat het er anders allemaal niet inpast, die een paar keer per jaar door haar hoeven zakt van vermoeidheid omdat ze weer eens veel te veel hooi op haar vork heeft genomen. Herkenning alom dus tijdens de workshop. En het rotsvaste voornemen om het eens helemaal anders aan te pakken. Ik ging rust in mijn hoofd creëren, minder afspraken maken, ja, ik zou zelfs gaan mediteren. En zo had iedere deelenemer aan de cursus zijn eigen dingen om aan te werken. We besloten om een half jaar later met elkaar te gaan eten om te zien wat er van ons terecht is gekomen. Dat was gisterenavond.
En inderdaad, veel mensen hadden iets aan zichzelf gedaan. Het meisje dat niet assertief kon zijn, had ruzie gemaakt met haar baas, de vrouw die haar lichaam had verwaarloosd was tien kilo afgevallen, en de zweverigste had veel aardse dingen gedaan.
En ik? Ahum. Ik betrapte me laatst op de zin: “Ja, maar ik heb ook helemaal geen TIJD om te mediteren!”. Mijn agenda hangt weer van geeltjes met dubbele afspraken aan elkaar. Ik vlieg van de ene deadline naar de andere. Ik ben geen spat veranderd.
Terug in de auto zit ik daar nog eens over na te denken. En ik realiseer me: ik vind het lekker zo. Ik ben druk, ik ben veel, maar ik lééf. Ik weet hoe ik in elkaar zit, ik drink het leven met grote slokken, ik ben gulzig, gretig, gepassioneerd. En ik sta ’s morgens op en ik heb er zin in. Ik ben gelukkig. Daar hoef ik niets aan te veranderen vind ik. En alleen al van die gedachte word ik opeens rustig.

(zelf benieuwd naar het type dat je zou kunnen zijn, doe een
test)
¶ §Abdul
Sommige mensen kunnen momenteel wel een geestelijk opkikkertje gebruiken. Daarom vandaag op Rozig.com alleen maar humor om te lachen!

¶ §Ingezonden mededeling

¶ §Afbestellen? Afbestellen?
Mijn ouders vertrekken binnenkort weer voor een paar maanden naar het buitenland en dus houden we een afscheidsfeestje bij restaurant Bordewijk. Thuis is er al een fles champagne doorgegaan en ook in het restaurant is er geen gebrek aan rood en wit. Ja, als wij iets te vieren hebben doen we het ook echt.
Halverwege het eten is het tijd voor de iets serieuzere gesprekken en spreekt mijn vader me vermanend toe dat ik niet zoveel op mijn schouders moet nemen, dat het niet erg is het soms een beetje rustig aan te doen en dat ik niet alles tegelijk moet willen in mijn leven.
Bij het dessert bestelt mijn moeder kaas en F, mijn pa en ik alledrie iets zoets. Als het kaaswagentje wordt langsgereden zodat mijn moeder haar selectie kan maken, roept mijn pa: “Maar dat wil ik ook!” Het bedeesde meisje dat ons bedient vraagt of hij zijn eigen toetje soms wil afbestellen. “Afbestellen? Afbestellen?" roept mijn vader uit, "Ik wil niet of-of, ik wil en-en! En mijn dochter en haar vriend ook!”.
En zo gebeurt het dat we aan het eind van de avond met vier man boven zeven borden gebogen zitten, daarbij zowel dessertwijn als port drinkend, intussen gadegeslagen door een zuur stel aan een tafeltje achter ons, dat zichzelf niet meer dan een fles water en een kopje koffie toe had gegund.
Van wie zou ik dat gretige nou toch hebben?
Vanmiddag maar eens heel hard sporten om te herstellen. Want zo en-en ben ik ook wel weer.

¶ §Stoppeltjes
Haar Hoofd is inmiddels kaal. Met een mutsje op zit ze onder een dik dekbed op de bank. “Het is koud, joh, zo zonder haar.”
Trots laat ze haar pruik zien. Een hip kapsel, leuk geknipt. Maar toch ook een beetje raar. “Ik weet dat ik hem vandaag of morgen echt ga dragen, maar ik ben er nog niet helemaal aan toe. Het voelt te veel als verkleden,” zegt ze.
Haar zoontje kruipt bij haar. “Hij trekt telkens dat mutsje af. Hij vindt die stoppeltjes die ik nog heb zo gek. Zit ie steeds aan te voelen. Maar binnenkort ben ik helemaal glad natuurlijk.”
In de spiegel kijkt ze even liever niet. “En mascara durf ik ook niet op te doen. Want stel dat ik het er ’s avonds afhaal en er breken een paar wimpers af. Zo zonde! Ik wil zuinig zijn op die haartjes die ik nog heb.”
Ik knik en ga naar de keuken, blij dat ze een beetje trek heeft. Ik probeer de batterij aan pillen die ze op het aanrecht heeft staan niet te zien. Ik smeer nog een boterham voor haar. Met extra kaas.

¶ §Ladieieies
Het is natuurlijk helemaal niet feministisch Cisca Dresselhuijs-verantwoord maar ik erger me meer aan vrouwen dan aan mannen. Niet dat mannen nou zoveel leuker zijn dan vrouwen, maar vrouwen kunnen echt het bloed onder mijn nagels vandaan halen en dat is een man tot nu toe nooit gelukt.
Natuurlijk, ik kom geregeld domme mannen tegen. ‘Goh, wat een domme man,’ denk ik dan, ‘ maar je kan wel leuk bier met hem drinken’. Of zelfingenomen kerels. Dan schiet door mijn hoofd: ‘Wat een naar mannetje. Maar ik zou het er wel op kunnen...’ Of heel saaie figuren. ‘Fascinerend dat je zo in en in saai kunt zijn’ is dan de gedachte.
Maar vrouwen die ook maar een klein beetje dom, zelfingenomen of saai zijn, die vind ik echt verschrikkelijk. Want bij veel vrouwen uit zich dat in pruillipjes, loze kreten (“Ja, maar ik moet gewoon op zoek naar mijn eigen ikje”), hoge stemmetjes, snijdende opmerkingen (“Wat zie je er moe uit. Ach, het zal de lichtval wel wezen, joh.”) en algehele enorme mutserige nietszeggendheid (“Ja maar die lippenstift kleurt gewoon heel mooi bij jouw ogen”).
Met dat soort vrouwen klik ik niet. En dat terwijl ze mij wel altijd opzoeken, want ik zie er uit als een vrouwlijke vrouw en draag lippenstift, dus dat moet een band scheppen. Niet dus. Je kunt mij niet ongelukkiger maken dan me in een vrouwenpraatclubje te zetten waarin we met z’n allen eens lekker gaan klessebessen over make-up. Lippenstift draag je, daar lul je niet over.
Maar vannacht realiseerde ik me opeens iets geks. Ik heb een behoorlijke groep vrouwen met ballen om me heen weten te verzamelen. Op de middelbare school was het nog een enkeling, maar de laatste tien jaar heb ik iedere keer als zich een leuk, lekker wijf in mijn omgeving liet zien, mijn klauwen in haar gezet om haar niet meer los te laten. En nu heb ik opeens allemaal vriendinnen.
Gisterenavond zag ik er weer twee, en het gesprek ging weliswaar zeker een half uur over een vrouwenonderwerp (tieten en waarom we geen Verbaantjes hoeven) maar er werd niet gesneerd, niet gepruild en al helemaal niet over make-up geluld. Morgen ga ik weer met een ander stel vriendinnen eten. Ook al van die wijven die niet aan piepstemmetjes en muizengesprekjes doen. Fantastische vrouwen met ballen heb ik om me heen. Echte klote-wijven. En wat ben ik trots op ze.

Nou nog die camera een beetje recht houden...
¶ §Het boze oog
Het heeft even geduurd, maar deze nerd heeft eindelijk wat ze wil. Mijn mobiele telefonie-abonnement verliep onlangs en dus was het feest want ik mocht een nieuw toestelletje uitzoeken. Nou wilde ik er wel eentje waarmee ik foto's kon maken die ik dan makkelijk op mijn weblogje kon zetten. Klinkt eenvoudig, is het niet, vooral niet als je een Mac hebt.
Eerst kreeg ik de nieuwste Nokia mee. Ultra-geil ding, helemaal je dat. Maar de eerste Nokia sinds lang die NIET compatible is met Mac. Juist ja.
Vervolgens aan een Siemens gedacht maar daar hadden ze op de klantenservice nog nooit van Mac gehoord. "Een appel? Hoezo appel?"
Gisteren eindelijk de telefoonwinkel verlaten met een Sony Ericsson S700i. En het heeft even geduurd maar: hij doet het! Bij deze een eerste foto. Van mijn oog. Ik wist zo snel niks beters. Binnenkort meer inkijkjes!

¶ §Hoge nood
Ik zit en pers en puf en zweet maar het lukt niet. Geen druppel. Ik bal mijn vuisten. Het moet nu toch gaan komen. Kom op! Ik moet zo nodig! Bevrijd me!!!
No way.
Zeker niet de juiste plek. Gauw ga ik op zoek naar een andere wc. O kijk, daar hangt er een hoog aan de muur. Hoe kom ik daar nou weer? O ja, als ik de trampoline gebruik die in het bidet hangt. Ene, twee, drie, woepla. Daar zit ik.
Weer proberen. Hngggggggg. Er komt niks. Maar mijn blaas staat op knappen! IK denk dat ik dan maar naar beneden spring en zorg dat ik precies in die grote kuil in het zand beland. Yesss!
Weer proberen. Aaaaaah... Toe nououou, ik moet echt. Ik krijg kramp. Heeeeeelp!
Pffft. Ze zijn niet fijn. Plasdromen. Soms werkt mijn ingebouwde wekker niet die mij wakker maakt als ik nodig moet plassen zodat ik slaapdronken naar de wc kan stommelen. In plaats daarvan droom ik de hele nacht dat ik moet plassen en ben ik almaar op zoek naar een geschikt moment. En lukt het dus niet.
Dat is misschien maar goed ook, want anders liet ik het vast zomaar in mijn slaap lopen. En wakker worden tussen de klamme lappen is niet fijn. Maar nu moet ik acht uur lang op zoek naar een geschikte plaslocatie?
Wat een zeiknachten zijn dat.

¶ §Ontheemd
Ik ben iemand die zich snel hecht. Aan mensen, aan geuren, aan plekken. Ik ben net een hond. Zodra ik me ergens enigszins op mijn gemak voel, beschouw ik die plaats als mijn huis en ben ik er helemaal genesteld.
De afgelopen weken stond mijn hondenmand in kleedkamer 3 in De Engelenbak. Het is wonderlijk hoe snel je bepaalde rituelen ontwikkelt met de mensen met wie je een ruimte deelt. Al op de dag van de premičre waren de verhoudingen in onze kleedkamer volstrekt duidelijk. Op wie we liepen te schelden, wie er in de zeik werd genomen, wie de slechtste grappen maakte, eigenlijk is het in de weken die volgden nooit veranderd.
Op die eerste avond was ik voor de voorstelling langs het feestje van de Quote 500 geweest en daar kreeg ik van de sponsor een kratje bier. Ik had geen tijd meer om het thuis te brengen, maar geen nood, dat kratje werd uiteraard met blijdschap ontvangen in de kleedkamer.
Vanaf toen was het belangrijkste kleedkamerritueel geboren. In de pauze werden in de wasbak de pilsjes koud gezet en pal na de voorstelling stond P. al klaar om in zijn onderbroek de flesjes achter de deurpost te klemmen om ze te openen. Een vrij onvergetelijk beeld.
Twee weken lang hebben we dat iedere avond volgehouden. Inmiddels is de laatste voorstelling gespeeld en moet ik afkicken van mijn dagelijkse gewoontetjes. Ik mis mijn kleedkamer 3-mannen. Wie weet er een nieuwe hondenmand voor me?

¶ §Raar
Dood of niet dood en echt of niet echt. Dat is waar het deze dagen om draait. Een persbericht uit doen gaan met de mededeling dat iemand NIET dood is, doet toch een beetje raar aan. Maar een
statement uitbrengen met de mededeling dat ze WEL echt zijn is ook wat vreemd. Moet je je voorstellen dat iedereen dat gaat doen; luidkeels verkondigen dat ze nog leven en dat hun tieten niet van zakjes siliconen zijn gemaakt. Zou een vreemde boel worden. Maar goed Bernhard leeft nog en die van Georgina zijn... ja zeg, wie gelooft er nou nog in sprookjes?

¶ §Benno
Mmm. Er gaan op dit moment sehr hardnekkige geruchten dat Prins Bernhard is overleden. Het wordt nog druk daar boven met al die boefjes...

¶ §Gek
Tja, met zulke
vrienden heb je geen vijanden meer nodig natuurlijk. Terwijl Nederland de afgelopen week iedere dag een beetje erger lijkt te veranderen is het toch een geruststelling dat bepaalde zekerheden onveranderd blijven: ze zijn het allergekst bij de LPF. Zouden Van Gogh en Fortuyn ergens daar boven zitten te kraaien van het lachen?

¶ §Kwetsbaar
Het is altijd eng als je verhaal in beeld moet worden gevat. Natuurlijk, bij een praatje hoort een plaatje, maar ik ben vaak bang dat mijn artikel wordt verneukt door belabberde stripjes of niet ter zake doende foto’s. Het is de controlfreak in mij, die het liefst alles maar dan ook alles in de hand houdt als ze een stuk maakt. Helaas kan dat niet. Fotoredacteuren en fotografen hebben iets over het beeld te zeggen. Ik ben van de woordjes, klaar.
En dus heb ik al heel wat van mijn verhalen zien worden opgesierd door belachelijke illustraties of foto’s van mannen die elkaar de hand schudden (bij een nieuwtje over een fusie...huuuu!) of een gebouw (als ze echt niets anders weten... waaaah!).
Vorige week ben ik voor het Volkskrant Magazine op pad geweest met een wijkverpleegkundige. Er ging een fotograaf met me mee langs talloze doodzieke en invalide patiënten. Al met al een heel heftige, indrukwekkende gebeurtenis.
Ik vond het zelf dan ook een behoorlijke opgave om het verhaal zowel objectief als meelevend als onderkoeld als realistisch te schrijven. Daarnaast was ik als de dood dat de foto’s too much zouden zijn bij het verhaal. Veel mensen waren naakt, moesten bij alles worden geholpen, waren zo kwetsbaar als je je zelf niet voor kunt stellen ooit te zullen zijn.
Ik voelde me al een voyeur toen ik er naast stond, hoe erg moest het wel niet zijn als er foto’s van zouden worden afgedrukt? Ik wilde absoluut niet vervallen in een soort SBS-ranzigheid waarin alles maar dan ook alles van mensen zomaar moet worden getoond aan de buitenwereld. Tegelijkertijd wil ik ook wel weer dat mensen worden geraakt door het stuk en de foto's. Integer en onthullend, geen makkelijke combinatie.
Maar ik kreeg vandaag de proefopmaak te zien en ik ben er zo blij mee. Geen blote lichaamsdelen, maar toch eerlijke, prachtige foto’s. Soms kan andermans werk me heel gelukkig maken.
Voor verhaal en foto’s, zie zaterdag de twintigste.

¶ §Bibberdebibber
Sommige mensen hebben het met bepaalde geuren. Of met sommige kapsels. Of bij muziekbandjes. Dat de rillingen ze bekruipen zodra ze ze ruiken, zien of horen. Ik heb het overigens bij alledrie. Van Opium, stekeltjes en Dire Straits krijgt ik het zowel van binnen als van buiten ijskoud, zo erg vind ik ze. Maar ik ben misschien wat ril-gevoelig.
Ik kan namelijk zelfs de bibbers van kledingstukken krijgen. Oorwarmers bijvoorbeeld vind ik heel eng. Vleeskleurige bh-s; brrrr. Tuinbroeken; bibberdebibber.
Maar bovenaan de lijst van enge kledij staat... de bodywarmer. De bodywarmer is het minst flatteuze kledingstuk dat er bestaat. Bij vrouwen bedekt het de borstpartij (zonde!) maar laat het juist ruimte over aan vlezige armen. Op de een of andere manier zijn het echt ook altijd vlezige armen die uit bodywarmers steken.
Bij mannen bedekt het ding de buik, wat soms een goed idee is maar op de een of andere manier ziet een man er in een bodywarmer uit als een meisje met vlezige armen.
Daar komt bij dat bopdywarmers extreem weinig functioneel zijn. Als je het koud hebt, doe je toch een ding met mouwen aan!?
Vanavond kwam ik thuis en oh, quelle horreur...F. droeg een bodywarmer......
Ik kon alleen maar stamelen: “Wat de hel heb jij aan????”
“O ja, geinig hč. Kreeg ik een keer bij een cameraklus in een wintersportgebied,” was het antwoord.
De bodywarmer is blauw, fleecig en het allerergste: achterop staat een olijk kijkende, skiënde kip.
Nu zit ik sidderend onder mijn bureautje plannen te beramen over hoe ik dit onding mijn huis uit krijg. Iemand suggesties?




¶ §Yeah, right
Vanavond komt er na het stuk een vrouw op me af die zegt: “Jezus, wat lijk jij op Kathleen Turner, ik vind het echt bijna eng!”
Die reactie heb ik eerder gehad. In een restaurant ben ik ooit aangesproken met die zin en ook op straat ben ik een keer staande gehouden.
Leuk natuurlijk, maar ik zie het niet. Net als dat ik niet zie dat ik op mijn vader lijk, terwijl dat toch echt het geval is. De innerlijke overeenkomsten zijn duidelijk voor me, maar de uiterlijke... (Nu ik dit zo schrijf realiseer ik me dat mijn vader waarschijnlijk ook op Kathleen Turner lijkt, wat dit logje wel weer een merkwaardige wending geeft.).
De reserve komt natuurlijk gedeeltelijk doordat het als een hele goedkope pickupline klinkt wanneer iemand je vergelijkt met een filmster. Maar daarnaast zie ik bij Kathleen Turner een mooie vrouw voor me, terwijl ik zelf eerder naar mijn mindere trekken kijk. Kathleen heeft een charmante neus, ik een klein gek dingetje, Kathleen heeft mooie golvende manen, ik springkrulhaar dat altijd een eigen leven lijkt te leiden, Kathleen heeft een mooi regelmatig gezicht, ik een pukkel op mijn kin. Bekijk ik nou mezelf door een waas of haar?
Overigens was Kathleen in de jaren tachtig natuurlijk beeldig, maar is het nu een dikke, uitgezakte tante. Met welke versie vergelijken ze me eigenlijk? Pffft. Als ze nog eens een complimentje weten.


¶ §Vlek op vlek
Ik ben momenteel weer aan het
spelen in De Engelenbak en daarna beland ik uiteraard in de kroeg aldaar. Dat is niet gezond voor mij. Echt niet gezond.
Twee dagen geleden ben ik er namelijk aangevallen door de bar. Ik was omstandig een verhaal aan het vertellen en hoe meer drank er in mij gaat hoe groter mijn gebaren worden dus ik deed iets wild zwaaiends met mijn armen, een soort vaandelzwaaien zonder vaandel zeg maar. Ik raakte met mijn duim heel hard de bar. Gevolg: duim dik, blauw en dusdanig gekneusd dat ik mijn huis amper in kan omdat ik de sleutel in het slot nauwelijk kan omdraaien.
Stom.
En sehr ongezond. Maar ja, dat is de avond daarna al snel weer vergeten. Sterker nog, de bar en ik zijn weer beste vriendjes.
Stommer.
Ze zeggen altijd dat een herstelbiertje de beste remedie tegen een kater is, tja, en wie ben ik dan om dergelijk advies in de wind te slaan?
Stomst.
Want de katers worden heviger naarmate je ze langer probeert uit te stellen. Het is een gevalletje van vlek op vlek. Mijn lever staat inmiddels op springen en ik moet nog een week.
Stomst.
Waar is die vlekkentovenaar als je hem nodig hebt?

¶ §Vreemd
Ik kreeg vanmorgen een mailtje van NL20 met deze foto. Gek, mijn eigen verhaal te zien op deze plek. En ik ben stiekem nog een beetje trots ook. Mag dat eigenlijk wel onder deze omstandigheden?

¶ §Herschrijverds
Zo nu en dan heb je er als journalist mee te maken: de herschrijverds. Het is tegenwoordig eerder regel dan uitzondering dat geďnterviewden graag je verhaal willen lezen voor het wordt gedrukt. Dat is hun goed recht, dus mail ik het ze, altijd met de opmerking erbij dat ze mogen controleren op feitelijke onjuistheden.
Dat gaat meestal goed, maar soms tref je een pr-meneer of mevrouw met journalistieke aspiraties. Oei. Dat zijn de ergste.
Want vervolgens krijg je je eigen verhaal terug in je mailbox, maar dan wel compleet herschreven. Nu ben ik heus niet overdreven ijdel, maar van mijn zinnen moeten ze afblijven. Zeker als ze ze zo verbouwen dat het pr-prietpraat wordt of ze volgeplempt zijn met jargon.
Vanmorgen had ik er weer eentje. Ik probeerde de meneer uit te leggen dat ik niet zo blij was dat hij zinnen als „Hij zorgt ervoor, samen met de cardiologen en andere intra-en extramurale hulpverleners, dat de hartfalenpatiënt na het stellen van de diagnose intensief poliklinisch begeleid wordt” niet zo mooi vind. Sterker nog, dat ik ze beslist NIET in mijn tekst wil tegenkomen. “Ja maar het is toch goed Nederlands?” sputterde de man.
Zucht. Ik wil graag een secretaresse die dat soort telefoontjes voortaan voor me afhandelt. Of doe maar een secretaris eigenlijk. Een lange en knappe. Die ook mijn afspraken regelt. En me zo nu en dan fijne hapjes voert. Of een wijntje komt brengen net als ik er behoefte aan heb. Eentje met grote handen. Die goed mijn vaste schoudertjes kan masseren. Iemand die absoluut geen schrijfambitie heeft. Dat moet toch niet zo moeilijk zijn?

¶ §Naief
Het ene moment rijd ik ietwat versuft met de slaap nog achter mijn ogen naar mijn kantoortje, het volgende moment schrijf ik voor NL20 een necrologie van de filmmaker die altijd heb bewonderd.
Er treedt een raar mechanisme in werking als ik als journalist zulk nieuws te horen krijg. In eerste instantie reageer ik als gewoon mens, geschokt, ongelovig, met kippenvel. Daarna wil ik niets liever dan het zoveel mogelijk mensen vertellen. Nieuws willen doorgeven, dat zit er zo ingebakken. En daarna begin ik te bellen met bronnen, pluis ik interviews uit, zoek quotes en pieker intussen over hoe ik mijn verhaal net iets anders zou kunnen vertellen dan de concurrent. De klokt tikt, het blaadje zakt al over een uur of twee. Geconcentreerd tik ik door.
Maar tussendoor ben ik ook nog Roos. Een mens dat helemaal niet wil geloven in slecht nieuws. Dat de hele tijd denkt ‘Dit kan niet waar zijn’. Dat niet begrijpt dat het echt gebeurd is was ze intussen allemaal op zit te schrijven. Maar veel tijd is er niet voor bespiegelingen, ik moet door.
Uiteindelijk haal ik mijn deadline, ben tevreden over mijn verhaal en voel me als het donker wordt even merkwaardig voldaan.
Maar op weg naar huis rijd ik langs De Dam. En ik kan het niet nalaten even van mijn fiets te stappen en naar de bloemen te kijken die er al zijn neergelegd. Overal om me heen staan collega’s van de televisie op zoek naar mooie beelden.
Ik kan wel janken, maar geen haar op mijn hoofd die dat voor een camera gaat doen. Ik fiets naar huis, zo hard ik kan tegen de koude wind en realiseer me hoe naďef we zijn. Je zou denken dat we na 9-11 en Pim Fortuyn toch wel enigszins zouden moeten zijn voorbereid op gekken die zo ver gaan dat ze vanwege hun eigen idealen iemand vermoorden. Maar het went niet. We denken nog altijd dat het zo ver vast niet meer zal komen.
Ik moet iets afgeven ergens en het meisje achter de balie verzucht: “Wat een gekke dag hč.” Ik knik. “Weet je,” gaat ze verder, “iedereen heeft het de hele dag nergens anders over, we zijn zo van slag. Op een bepaalde manier verbroedert zoiets nog ook.”
Helaas, daar heeft ze geen gelijk in. Deze actie zal niet verbroederen maar polariseren. Over een paar dagen zullen er mensen opstaan die zeggen dat Van Gogh hierom heeft gevraagd met zijn gekke ideeën. Anderen zullen roepen dat iedereen die in Allah gelooft het land uit moet. We gaan steeds minder van elkaar begrijpen.
Man van 26 met twee paspoorten, wat heb je in godsnaam gedaan?

¶ §
Dilettant, lastpak, provocateur. Maar ook begenadigd filmmaker en bijzonder interviewer. Theo van Gogh is dood. Vermoord. Ik ben woest en bang tegelijk. Nederland begint een heel eng landje te worden.

¶ §Ouder
Ik fiets laat op de avond over de dam als ik hem plotseling bij het stoplicht zie staan. De jongen die in mijn studententijd een maandje mijn oogappel was. Ooit hebben we zelfs gezoend, maar verkering wilde het niet worden. Maar wat vind ik hem leuk toen, met zijn poëtische karakter, zijn hemelbestormende dromen, zijn woeste kapsel (niet noodzakelijk in die volgorde van belangrijkheid).
En nu, een jaar of tien later staat hij te wachten bij het zebrapad. Hij ziet er keurig uit. Sterker nog, hij heeft een ouwe mannen-regenjas aan, zo’n groene. Daaronder zie ik bruine gaatjesschoenen. En hij heeft een grote paraplu in zijn hand, zo een die niet stuk te rammen is en waar je met zijn tweeën onder kan. Aan zijn arm hangt een meisje, niet te mooi, niet te lelijk, een keurig kind. Gestifte lipjes, de haren in een braaf bopje, kleine elegante hakjes aan.
Ik kijk naar hem, hij ziet mij niet. Ik schrik van zijn aablik. Hij is een brave burgerman geworden.
En kaal bovendien.
De romantische jongensziel is veranderd in iemand die er uit ziet als een verzekeringenverkoper. Of in ieder geval als iemand die alles maar dan ook alles in zijn leven verzekerd heeft.
Vandaag werd mijn beste vriendin dertig. Ik realiseer me dat we de leeftijd krijgen waarop mannen kaal worden en schoenen met gaatjes gaan dragen. Ik vind ouder worden niet erg. Ik ben zelfs een stuk gelukkiger dan toen ik 19 was. Maar shit, ik ben nog niet klaar voor onbreekbare paraplu’s. Laat staan voor een levensverzekering.
