¶ §Pweeeeeep!
Rare dag vandaag. Alles staat in het teken van die anderhalf uur. Mijn mailbox stroomt vol met mailtjes in de trant van “Hoe voel je je? Al zenuwachtig?” Ja, dus, want daar word ik zenuwachtig van. Straks worden het weer pienanties. En mist Robben de bepalende. En krijgt Van de Sar de hik. En zwaait Advocaat huilend af. Ik kan niet tegen huilende mannen. En ook niet tegen mijn verlies.
Ik leid mezelf af door mijn haar te wassen, potje te sporten (“Torro rocho!”), stukjes te tikken.
Dat andere ben ik door de Oranjestress welhaast vergeten. Vietnam. Het hangt al weken in de lucht. Vinden de autoriteiten het goed als ik daar voor Plan Nederland een repo ga maken? Het lijkt allemaal niet zo eenvoudig te liggen, een journalist en een fotograaf in een oud-communistisch land. Mijn paspoort ligt welhaast te verkroepoeken op de
ambassade.
En dan tringelt mijn nieuwe mobieltje (om mijn nek, want
Je weet maar nooit). Ik ga! Tien dagen Hanoi voor werk, ik maak spontaan een vreugdedansje. Hopelijk maak ik er vanavond nog veel meer. En zit ik maandag met een desolate grijns en mijn oranjetoeter op in het vliegtuig...

¶ §Wees ons genadig!
Ik had tegen vriend S. gezegd dat ik wel eens iets anders wilde. Ik ben al sinds mijn veertiende verbonden aan theatergezelschap
Toetssteen en heb inmiddels een heel arsenaal aan lieve, vrolijke meisjesrollen gespeeld. Leuk hoor, maar ik begin op een leeftijd te komen dat altijd maar gestalte geven aan het verlegen, jonge ding wel eens potsierlijk zou kunnen lijken. “Ik ben geen meisje, ik ben een vrouw!” riep ik daarom te pas en te onpas tegen S. die ons nieuwe stuk zou mederegisseren. “Goed vrouw, dan krijg jij iets heel bijzonders van me te spelen,” antwoordde S. vilein.
Hij wordt bedankt. In ons nieuwe stuk Ons Indië speel ik een gestoord wijf dat alleen maar bijbelkreten roept en zingt. “Genadig, here, wees ons genadig. Onze ziel is meer dan verzadigd, van de spot der hoogmoedigen en de verachting der hovaardigen!” is zo’n tekst. Ziet u het voor u?
Mijn medespelers hadden gisteren een reuze pret toen ik mijn eigen rode rokje voor de doorloop moest vervangen door een megagrote en beangstigend decente blauwe jurk. Ik voelde me net Jomanda. “Er groeit al een aureooltje boven je hoofd,” proestte een acteur.
Pfft. Lach maar. Jullie komen lekker allemaal in de hel en ik niet. Ik sla me hier als een ware Maria, de vrouw der vrouwen, doorheen. En daarna word ik weer gewoon lekker meisje.

¶ §Keigoed
"Dames en heren we staan stil voor een rood sein omdat we voor een rood sein staan." Al in de trein worden we door de conducteur om onze oren gemept met Cruyffiaanse logica en de wedstrijd is nog niet eens begonnen.
Sinds kort woont vriend Z in Nijmegen en omdat hij jarig is en we zijn huis willen bekijken, reizen we af naar het zuiden, gewapend met oranjebrillen, -ringen en uiteraaaaard De oranjehoed, die ik vanaf station Amstel stevig op mijn hoofd heb geplant. Als je er dan toch als een imbeciel uit moet zien, moet je het ook goed doen natuurlijk.
Ook in Nijmegen is het oranjelegioen op de been. Er wordt al hard geschreeuwd en gezongen in de straten. Jammer dat het niet te verstaan is. 'Wuhuhuhuhuhu-keigoed-wuhuhuhu-oranje" klinkt het. Ach, als de intentie er maar is.
En die is er. Over de wedstrijd hoef ik niets meer te vertellen. De hoed zet ik even af maar op dat moment krijgen die Zweden een loei van een kans, dus daarna zit hij verplicht op mijn hoofd. Jammer alleen dat sommigen het nodig vinden er zo nu en dan in te boeren. Heel vreemde resonans geeft dat. En dat noemen zich vrienden.
Ik heb al de hele dag geroepen dat het pienanties schieten wordt en ik krijg gelijk. En dan opeens word ik bijna emotioneel. Komt het door die nadreunende boer? Komt het door de oprecht blije uitdrukking op het gezicht van Van Nistelrooy? Of komt het doordat de blik van Van de Sar me opeens weer zo doet denken aan de blik van Hans van Breukelen bij die legendarische penaltystop in '88? Voetbal is emotie en man, wat een lekkere emotie. Het sein staat nog steeds niet op rood!

¶ §Een goed gesprek
De oude Volkskrant-journalist zat aan de bar van
De Kring in zijn rode wijn te turen.Hij wist zelf eigenlijk ook niet wat hij op dit feestje van het Volkskrant Magazine deed, maar ja, thuis voetbal zitten kijken in je onderbroek is ook niet altijd leuk.
Plotseling keek hij mij aan, terwijl ik een biertje bestelde. “Mijn god, wat heb jij een lekkere tieten,” zei de intellectueel. Ik humhumde maar wat. Tja, wat zeg je op zoiets? “Echt ongelofelijk, wat een tieten,” voegde hij subtiel toe. “Ahaaa,” ahaade ik.
Ik wilde weglopen, maar hij pakte mijn arm. “We gaan wild dansen!” voegde hij toe. Hij begon inderdaad woeste bewegingen te maken die ergens op de wereld vast wel als dansen konden worden aangemerkt. Hij spreidde zijn armen, schokte met zijn heupen. Hij hijgde me toe wat ie allemaal met me zou willen doen, vanwege die tieten uiteraard. Ik had het gehad. “Stel nou dat ik inderdaad zou zeggen: “O ja, oude Volkskrantjournalist, neem mij mee naar je rovershol” dan zou je zo schrikken dat je spontaan nog impotenter zou zijn dan je al bent,” fluisterde ik in zijn oor. Hij keek giftig. “Wat ben jij een felle feministische trut,” was het antwoord. “Maar dan wel een met lekkere tieten,” liet ik hem weten.
Het werd tijd om naar huis te gaan. Misschien herhaalden ze ergens op de televisie die mislukte penalty van Beckham wel.

¶ §Identiteitscrisis
“Zo zo mevrouwtje, wat kunnen wij voor u doen?”
“Mijn tas is vannacht gestolen meneer de agent.”
“Da’s is niet zo mooi. En waar heeft het delict plaatsgevonden?”
“Voor het café, meneer de agent.”
“Zo zo. Hebben wij de overwinning gevierd?”
“Ja, meneer.”
“En het werd een latertje zeker?”
“Eeehm, dat kan ik niet ontkennen.”
“Was er veel alcohol in het spel?”
“Ach... wat is veel, meneer de agent?”
“En toen is de tas gestolen?”
“Ja, uit mijn fietsbak.”
“Hoe is de naam?”
“Roos, meneer.”
“Kunt u dat bewijzen?”
“Nee meneer, mijn rijbewijs is gestolen.”
“En uw paspoort?”
“U gelooft het vast niet maar die ligt op de Vietnamese ambassade.”
“Hoe denkt u dan te bewijzen dat u u bent?”
“Ik vrees dat ik niet kan bewijzen dat ik ik ben meneer. Maar ik ben wel ik, hoor, echt waar.”
“Heeft u dan een agenda bij u met uw persoonsgegevens?”
“Nee meneer. Ook gejat.”(hevig gekreun)
“Voelt u zich wel lekker?”
“Jawel, maar ik heb plotseling een enorme behoefte aan koffie. Is trouwens typisch iets voor mij, hevige koffiebehoefte, dus ziet u wel dat ik ik ben?”
“Dat lijkt mij geen overtuigend bewijs.”
“Nou ja, het is nog typischer voor mij om met een kater van een meter op het politiebureau te zitten omdat mijn tas weer eens is gejat. Dat is echt heel erg ik hoor!”
“Heeft u wel een leuke avond gehad?”
“Ja meneer, dat dan weer wel. Ik heb ontzettend hard gejoeld en geschreeuwd en op twee teevees tegelijk gekeken en leverworst gegeten en ik ben bijna doof geworden van de toeters en ik heb eerst helemaal niet zoveel biertjes gedronken want ik ging me inhouden maar toen werden het er toch wel heel veel en opeens was het heel laat en ging het keihard regenen en wilde ik almaar niet naar huis want het was zo leuk en toen was mijn tas weg.”
“Hou maar op. Ik weet het zeker: u bent u. Wilt u hier even tekenen?”

¶ §Stampvoeten
Het stukje van gisteren was nog niet gelogt of de telefoon ging weer. Mijn vader vanuit Frankrijk met de mededeling dat mijn moeder van haar fiets was gevallen en uren in het ziekenhuis had doorgebracht maar dat het nu wel weer ging. Is die Murphy nou nog niet kassiewijle???
Maar goed, soms valt er ook iets mee. Er is grote kans dat ik binnenkort voor een opdracht naar Vietnam moet. Nu is Vietnam een oud-communistisch land waar je als journalistin functie natuurlijk niet zomaar inkomt. Er wordt dus hard gewerkt aan toestemming van allerlei hoge heren. Inmiddels heb ik mijn paspoort afgegeven en dat ligt nu bij de Vietnamese ambassade zodat er een visum in kan worden geplakt. Maar vanmorgen kwam er een telefoontje uit Vietnam dat ze daar NU ende DRINGEND de gegevens nodig hebben die in mijn paspoort staan waaronder de datum van afgifte en de vervaldatum. O. Die weet ik natuurlijk niet uit mijn hoofd. Bij de ambassade kost het ze drie weken om die gegevens te achterhalen. Juist ja. Zoveel tijd is er niet, ik moest het nu weten. Nou heb ik niet zulke goede ervaringen met het bevolkingsregister. Ik ben wel eens een rijbewijs kwijtgeraakt en ook wel eens mijn paspoort en het kostte me heel wat papieren en opgewonden uurtjes om alles weer enigszins geregeld te krijgen daar.
En dus fietste ik licht hysterisch en tot de tanden toe bewapend naar de Stopera. Ik zou eerst vriendelijk vragen of ik mijn gegevens mocht hebben. Bij een nee, zou ik ze eisen. Bij weer nee zou ik gaan stampvoeten en schreeuwen en vervolgens zou ik die kerel wel eens even over de balie trekken!
Met zweetdruppeltjes op mijn neus en bij voorbaat al stoom uit mijn oren stond ik vervolgens oog en oog met de ambtenaar. “Ik-heb-die-ge-ge-vens-no-dig-en-wel-nu!!!!” staccatoode ik op luide toon. “O prima hoor mevrouw, hier zijn ze,” was het antwoord van de vriendelijk glimlachende beambte. Huh? “Bent u een beetje gestresst?” vroeg hij nog terwijl ik naar adem stond te happen. "Zou ik niet doen hoor, Vietnam is een heel relaxed land.” Wow. In een volgend leven word ik ambtenaar bij de burgerlijke stand.

¶ §Onweer
Inmiddels zijn we ervan overtuigd dat onze gehele vriendenkring momenteel onder een slecht gesternte leeft. De een krijgt kanker, de ander raakt overspannen, een volgende heeft een slechte premiere, weer een ander heeft liefdesverdriet en dan is er nog eentje die heel onvrijwillig werkeloos is. Is Murphy hier heel sadistisch bezig ofzo?
Ikzelf ben eigenlijk behoorlijk blij met mijn leven, ware het niet dat ik altijd zo kan piekeren over andermans leed en er valt nu nogal wat te piekeren. Hoe vlug bewegen die gesternten? En kan iemand die Murphy even met zijn hoofd voorover van het dak pleuren? Of op zijn minst een beetje laten vallen zoals die fan van
Metallica gisteren overkwam. Je mag er natuurlijk niet om lachen, maar dit is wel een ultiem gevalletje van headbangen...

¶ §Een tandje erger
Je zou zeggen dat het went, maar dat weigert het te doen. Het afgelopen jaar werd ik een paar keer gebeld met de mededeling “Er is iets ernstigs aan de hand”. En altijd had het iets met die kloteziekte te maken.
Gisteren ging de telefoon weer. Vriendin S ligt in het ziekenhuis. Haar borst is afgezet.
Met zijn vieren gaan we meteen naar haar toe. Ze lacht, is blij om ons te zien, is dankbaar voor de lullige roosjes die we in het ziekenhuiswinkeltje voor haar kochten. Ze vertelt rustig wat haar allemaal is overkomen. Over het knobbeltje, over de biopt en over de haast die de artsen plotseling met haar hadden. Voor ze het wist lag ze in het ziekenhuis en was ze haar borst kwijt.
Ik kijkt naar haar. Ze lijkt zo frêle dat ze bijna wordt opgeslokt door haar veel te grote witte bed. Als ze praat, lacht ze veel maar het is een lach die moeiteloos over zou kunnen gaan in huilen. Ze dacht dat ze met heel veel relatieperikelen het rotste jaar uit haar leven net achter de rug had. Het kan blijkbaar altijd een tandje erger.
Vanmiddag ben ik weer bij haar geweest. Er is een botscan gemaakt om te kijken of daar uitzaaiingen zijn. Ze vertelt over het radioactieve goedje dat ze daarvoor in haar lijf moesten spuiten. “Vind je niet dat ik er stralend uitzie?” grapt ze. Ik lach met haar mee.
Wat moeten we anders? Op de dag dat ze werd opgenomen, was haar zoontje jarig. Hij is nu precies een jaar.
¶ §Rauw
Woensdagavond gaan F en ik naar
Dolf Jansen in
De Kleine Komedie. Ik ben ontzettend benieuwd. Las een zure recensie in de Volkskrant waarin stond dat de grappen leuk en aardig waren maar dat het van overmoed getuigt dat Jansen ook denkt te moeten gaan zingen, want dat kan ie niet.
Het blijkt onzin te zijn. Niet dat Jansen wel kan zingen, hij raakt inderdaad maar weinig noten, maar pijnlijk wordt het nooit. Ik houd niet zo van die geschoolde stemmen (is natuurlijk projectie, dat begrijpen de lezertjes die mij kennen wel), wat mij betreft mag het allemaal wel een rauw randje hebben.
Met het rauwe randje van Jansen zit het wel goed. Thema van de show: wat is waarheid? Op een gegeven moment vraagt hij aan de zaal: “Als iets klopt, is het dan waar? En als iets waar is, klopt het dan?”
Donderdagnacht lig ik over die vraag te woelen terwijl ik word opgevreten door de muggen. Als ik opsta, weigert mijn rechteroog zich te openen en blijkt ontstoken te zijn, waardoor ik er uitzie alsof ik aan een robbertje modderworstelen heb meegedaan. Ik start mijn Macje op, surf naar mijn log en zie een zwarte pagina met een Spaanse tekst. Hackers blijken mijn internetplekje te hebben ingenomen.
Uiteindelijk lost de
Pivotman het allemaal voor me op. maar ik heb het gevoel alsof er is ingebroken in mijn eigen huis. Dit is mijn domein, mijn vrijplaats en daar zitten ze zomaar met hun tengels aan. Muggenbulten, oogontsteking, computerinbraak, het is allemaal wel waar, maar het klopt niet.

¶ §Hup
Ik heb de afgelopen weken ernstig geleden onder euroscepsis. Nee, niet de ongeïnteresseerde houding van Nederlanders over wat zich in de EU afspeelt, maar de ietwat meewarige reacties als ik vertelde dat ik de 15e echt niets kon afspreken, want dan zou de wedstrijd der wedstrijden zijn. “Voetbal? Hou jij van voetbal dan?” was er zo eentje. “Dat is toch wel erg ordinair,” heb ik een paar keer vervolgens gehoord. Ook een leuke: “En je weet ook echt wat buitenspel is?”. Of: “Ach, wat maak je je druk, het wordt toch niets.”
Gelukkig blijken dinsdag heel veel landgenoten net zo gek te zijn als ik. In de stad zie ik steeds meer oranje T-shirts en merkwaardige hoofddeksels. Ik tref zelfs een man die een grasmat op zijn kop draagt met daar bovenop een stuiterend balletje aan een elastiekje.
Tegen achten loopt ons huis vol. Nog meer oranje, een hoed met een molentje erop (“de kwakkemole”), t-shirts met intelligente teksten als ‘Hup. Dat zeg ik, hup’. Geliefde F. kijkt wat verwonderd om zich heen. Tja, hoe moet je dit als Canadees begrijpen? Ik ben een tikje zenuwachtig en dus geagiteerd, “Wat maak je je druk,” zegt ie. “Het is maar een spelletje”. “ Spelletje, spelletje?” blaas ik. "Het is NEDERLAND-DUITSLAND, JA!”.
Ik moet iets doen. Tot de aftrap snijd ik ossenworst.
De wedstrijd zuigt. We klagen, schelden en mopperen. Stelletje luie eikels. Geen bal raken ze, geen bal! Doet Van der Vaart echt mee? Helemaal niet gezien. Die Ruud van Nistelrooy kan echt niks. Wisselen die man! Na de tegengoal zijn we echt op dreef. Niemand deugt, de kwakkemolehoed ligt onder een stoel.
En dan opeens, in de laatste minuten: een absolute wereldgoal. Ik vlieg F om zijn nek, die opeens op zijn Hollands hossend blijkt te kunnen juichen. We zijn lyrisch. Campione, campione! Die Van Nistelrooy? Nooit meer wisselen!
God, wat hou ik van dit opportunistische spelletje. Kijken of ik ergens nog zo'n grasmat voor op mijn hoofd kan scoren.

¶ §Ohmmmm
Deze hadden julie nog
te goed. Even ter afleiding. Om helemaal zennnn te worden. Ohmmmmmmmm...

¶ §Woehaaa
IkbennualzenuwachtigIkbennualzenuwachtigIkbennualzenuwachtigIkbennualzenuwachtig
IkbennualzenuwachtigIkbennualzenuwachtigIkbennualzenuwachtigIkbennualzenuwachtig
IkbennualzenuwachtigIkbennualzenuwachtigIkbennualzenuwachtigIkbennualzenuwachtig
Ikbennualzenuwachtig.... Pfffffft.... Het wordt een lange, hete dag.

¶ §Rooie stier
Omdat ik straks die mega-berg op moet, ben ik fanatiek aan het spinnen, want da’s goed voor de longinhoud en de beenspieren. Voor de nietsportschoolgangers onder ons: spinnen is met een groepje heel hard op hometrainers fietsen, de versnelling lichter en vooral zwaarder zetten, staan, zitten, snel staan, snel zitten, de versnelling nog ietsje zwaarder want we doen alsof we klimmen, sprinten en ga zo maar door. De eerste keer dat ik het deed zat ik na twintig minuten kotsmisselijk op de fiets, zo diep moest ik gaan. Inmiddels ben er iets meer aan gewend.
Maar vorige week ging ik voor het eerst op zondagmiddag. De jongen die lesgaf kende ik niet. Hij was nogal van de persoonlijke benadering. “Roos heet je? O leuk, zo heet mijn hond ook.”
Dat heb ik geweten. Alsof hij net een Martin Gauscursus had gevolgd begon hij me bevelen te geven tijdens het fietsen. “Kom op Roos, die versnelling een tandje hoger!” “Roos, beetje harder trappen!””Roos, sta!” “Roos zit!” “Roooooooos!”
Als een beul beende hij rond in het leslokaal, voortdurend nippend aan een blikje Red Bull. Voor de Spaanse deelneemster aan de les wilde hij dat wel even vertalen en op de maat van de muziek riep hij: “Torro rocho torro rocho tooorrooooooo!”. Tijdens dat geschreeuw bukte hij zich geregeld om bij mijn voorwiel aan het hendeltje te draaien waardoor hij mijn fiets dus op zijn allerzwaarst zette. Pffft. Ikj heb die Martin Gaus ook altijd al een sadist gevonden.
Deze fietsfiguur klinkt misschien als de nachtmerrie van hel maar deze jongen bleek tijdens het sporten ideaal. Hij was zo irritant dat ik bloed rook, en met alle agressie die ik in me had op die pedalen stond te stampen. Tijd om misselijk te worden had ik niet, energie om terug te blaffen evenmin. Gehoorzamen, dat was het enige wat ik kon.
Na afloop was ik al mijn agressie kwijt. Door de vrijgekomen endorfine voelde ik me heel blij, ook al bonkte het beukritme van de muziek en de stem van de trainer nog een paar uur in mijn hoofd. Torro Rocho! Het wordt mijn mantra op weg naar boven straks.

¶ §Omdat
Omdat hij er zo hard aan heeft gewerkt
Omdat er fantastische cameramannenervaringen opstaan
Omdat ie zo goed is
Omdat ik het zo'n mooie webstek vind
Omdat hij een gedreven vakidioot is
en nou ja, ook omdat hij mijn lief is, promoot ik bij deze schaamteloos F's eigen
prachtige site.
O ja, en ook nog omdat Pino koel is!
Gaat dat zien en geniet ervan...

¶ §Spelling
De spellingchecker is mijn grote vriend. Dat is een behoorlijke confessie, aangezien ik Nerderlandsche taal- en letterkunde heb gestudeerd en me officieel Neerlandicaresse mag noemen. Dan moet je natuurlijk wel weten waar de deetjes en de teetjes moeten staan. Nou kan ik ook wel spellen maar typen, ho maar. Dat is lastig voor een journalist. Het is een beetje alsof je een kleurenblinde schilder bent of een hardloper met een houten been. Maar ja, ik ben altijd te lui en te eigenwijs voor een typecursus geweest en dus ram ik mijn verhaaltjes alleen met mijn wijsvingers op het papier. Overigens kan ik dit weer wel in een adembenemend tempo, want ik ben natuurlijk geen slome tuthola, dat begrijpen jullie.
Maar ja, twee wijsvingers die met adhd-snelheid over een toetsenbord bewegen, die raken nogal eens een verkeerde letter, waardoor mijn teksten er soms eerder uitzien als Sanskriet dan als Nederlands. Goddank weet mijn spellingchecker mij dan weer te redden.
Wat ik dus niet snap is dat lang niet iedereen dit handige hulpmiddel gebruikt, met name als het op zijn zachtst gezegd lullig is als er typefouten in een tekst staan. Mijn morbide inborst dwingt me dagelijks de overlijdensadvertenties te lezen. Niet omdat ik denk dat er bekenden in staan genoemd, maar gewoon, omdat iedere dag stilstaan bij de dood me wel ligt. Jaja, okee, en omdat ik een sensatiebak ben inderdaad.
Het is ongelofelijk hoeveel spelfouten er in overlijdensadvertenties staan. Zo worden de bezoekers regelmatig uitgenodigd in het crematrorium voor de kofie en staat er soms een hartenkreet boven als “Papa, ik hou van jouw!”. Klaar is papa daarmee. Nu weet de hele wereld dat zijn Sharona woordblind is.
Hoewel ik nog lang niet van plan ben de pijp uit te gaan, toch dit verzoek: haal de spellingchecker even over je advertentie heen zodat ik me niet hoef om te draaien in mijn graf terwijl ik er nog niet eens in lig. Of schrijf hem in Sanskriet. Kun je fouten maken wat je wilt, het valt toch niet op.

¶ §Rapapapaaaaaaaa
Vannacht is hoogstwaarschijnlijk het moment daar. De seconde waar we allemaal op hebben gewacht. Ja, jullie ook, ook al weten jullie het niet want jullie kunnen de stand niet bijhouden. Maar nog 22 hitjes te gaan en dan.... heeft Rozig haar 5000e bezoeker! Rapapapapaaaaaaa! De vlag uit, wimpel erop, taartje erbij, of misschien een borrel en natuurlijk: op naar de 10.000e!

¶ §
De Duitsers nu ook in Oranje!

¶ §Blaargevaar
“Wandelen jullie vaak?”
“Nee nooit.”
“O.”
“Tja.”
“Maar jullie hebben wel eens eerder een bergtocht gemaakt natuurlijk.”
“Te voet???”
“Eeeehm ja?”
“Eeeehm, nou nee.”
“O”
“Tja”
“Is de Kilimanjaro dan niet een al te heftig begin?”
“Zou je denken?”
Mijn vader en ik hebben weer iets bedacht: we gaan de Kilimanjaro beklimmen. Waarom? Het is fysiek zwaar, lekker ver weg en iets bijzonders, daarom.
Eigenlijk ben ik helemaal geen loper. Ik krijg er altijd blaren van en ik heb zwakke zwik-enkels. Maar ja, om me nou door dat soort details te laten weerhouden, vind ik ook weer zo wat.
We zitten bij de outdoorwinkel en zoeken goede Kilimanjarobeklimbergsschoenen. Op een plankje dat naast de trap is bevestigd moet ik naar boven en naar beneden lopen. “Komt je teen tegen de voorkant?” “Naah, niet noemenswaardig...” De verkoopmevrouw is onverbiddelijk. We gaan net zo lang door tot we een schoen vinden die en mijn hielen niet afknelt (blaargevaar!) en mijn enkels steunt en mijn grote teen vrijlaat. Een paar hoge hakken vinden voor een travestiet met een horrelvoet is makkelijker.
De bergschoenen moet ik strak dicht doen. Ik snoer mijn voeten in en sjor de veters aan. Per ongeluk laat ik ze door mijn vingers snijden. Het gevolg: drie blaren op mijn handen. O. Tja.
Drie dagen later hebben we een avondje bij P., een vriend van mijn vader die ook meegaat. Hij heeft een kennis uitgenodigd die de tocht der tochten als eens heeft gemaakt en ons alles kan vertellen. Conclusie: het kan min twintig graden worden, schijten gaat in een gat in de grond, de tenten staan zo dicht op elkaar dat een vluchtelingenkamp daarbij vergeleken een luxe resort lijkt en de grootste mannen komen jankend boven. O. Tja.
Ik kan niet wachten!

¶ §Hele Ruige Film
Gisteren een stukje van
Amsterdamned opgenomen. Dat was schrikken! Toen die film in 1988 uitkwam, was hij cooler dan cool in mijn dertienjarige ogen. En nu... nu zie ik een jonge Huub Stapel met een te gecultiveerd Don Johnsonbaardje een te stoere politieman spelen met een belachelijk grote revolver aan zijn holster. Ik zie een piepjonge Tatum Dagelet die heel braaf zinnetjes opzegt, ik zie Daniel Daniel uit Goede Tijden Slechte Tijden die een ruige politieduiker moet voorstellen en ik zie Leontine Ruijters die door de boze, enge moordenaar doorkliefd wordt met een mes terwijl ze in de Amsterdamse grachten op een luchtbedje ligt te dobberen. Spannend wordt het allemaal geen moment maar wat heb ik gelachen.
Toch had de film één eye-opener. Er wordt flink wat gescholden, de klootzakken en godverdommes vliegen ons om de oren want het is natuurlijk een Hele Ruige Film. Maar het mooiste moment komt als Stapel iemand uitmaakt voor beschuitlul. Beschuitlul! Wat een geweldig woord eigelijk! Jaren niet meer gehoord, helemaal uit gratie, maar wat scheldt het lekker weg met die raspende G-klank. Het zit nu al de hele ochtend in mijn hoofd. Beschuitlulbeschuitlulbeschuitlul. Lekker!

¶ §Kofferbak
Stel, je bent je dagen moe. Je werk bij de administratieafdeling vind je saai, je collega's heb je niets te melden, je vrouw eigenlijk ook niet, je slapen worden grijs, je gezicht ziet grauw en je voelt je een verliezer die nog nooit iets opzienbarends in zijn leven heeft gepresteerd. Dan denk je: ik ga in ieder geval van mijn dood iets opmerkelijks maken. Een beetje je polsen doorsnijden of van een brug afspringen vind je te gewoontjes, pillen slikken, mwoah, zo Jan Modaal, voor de trein springen geeft weer zo'n rotzooi. Nee, jij wil iets waar echt over gepraat gaat worden.
Je koopt een pistool en rijdt je auto naar een afgelegen parkeerterrein. Je stapt uit en opent de kofferbak. Vervolgens ga je met je rug naar je auto staan, wijdbeens. Je pakt het wapen richt het op je slaap en haalt de trekker over. Je valt, keurig, precies in de kofferbak van je auto. Met je laatste krachten vouw je jezelf op en doet de klep dicht. Is dat een perfect geregisseerd einde of niet?
Maar dan... word je niet gemist. Niemand maakt het uit wat er met je gebeurd kan zijn. Pas als het daadwerkelijk begint te stinken, besluit de politie de
kofferbak van je auto open te maken en word je gevonden. En de politie concludeert: een misdrijf. Hoe komen ze er op? Shit. Voor altijd onbegrepen.

¶ §Moeluk
Doe nou toch even normaal! Soms word ik echt bang voor mijn eigen volk. We zijn een van de rijkste landen op aarde. Da’s mooi. Daarom kunnen we luxe stations bouwen. En pinautomaten. En hogesnelheidslijnen. En kaartjesverkoopmachines voor de trein. Maar ja, zo’n geel apparaat is wel erg moeluk hoor, met al die knopjes. Dus gaan we liever in de veel te lange rij voor het loket staan. En dat vindt de NS logischerwijs een beetje zonde. Dus sinds gisteren moeten we vijftig cent extra voor een kaartje betalen als we dat perse bij het loket vandaan willen halen. Moord! Brand! VIJF-TIG CENT! Hoe moeten we dat in godsnaam opbrengen? Waar halen we het vandaan? De treinreiziger is ontzet.
De Telegraaf bericht uitgebreid over deze a-lar-me-rende situatie. Waaaah! Een stelletje zuinige, gierige, domme druiloren, dat zijn we! Zo. Dat is er uit. Ook goeiemorgen.
