Gefeliciteerd

Gefeliciteerd! Gefeliciteerd! Gefeliciteerd!

Ik voelde me zowaar een beetje jarig gisteren door alle reacties die ik kreeg toen bleek dat mijn boek een tweede druk krijgt. Mijn inbox ontplofte zowat door de gelukwensen. “Maar,” voegden veel mensen er voorzichtigjes aan toe, “misschien is het ook wat gek om je te feliciteren gezien het onderwerp enzo.”

En ja, gezien het onderwerp enzo is dat wellicht ook wat gek. Een boek over een doodziek baby’tje waarvan de ouders willen dat het komt te overlijden, verdient dat wel een blije uitroep?

Natuurlijk verdient het dat, want het is een bijzonder boek, denk ik enerzijds. De moed van de ouders en de artsen om over dit onderwerp te vertellen mag geprezen worden. Maar anderzijds merk ik dat ik steeds pissiger word.

Vanmorgen sla ik de Volkskrant open en lees het verhaal van Kirsten, een ernstig verstandig gehandicapt meisje van 18. Haar kwaliteit van leven is zo slecht dat haar moeder zich afvraagt of het niet beter is om haar te laten sterven. De artsen worstelen, want net als Bente is Kirsten wilsonbekwaam en levensbeëindiging bij wilsonbekwamen is strafbaar.

Het verhaal schrijnt en schuurt, er komen veel zinnen in voor die zo uit mijn boek hadden kunnen komen. “Het idee dat ze dood gaat is onverdraaglijk. Maar het idee dat ze nog langer moet doorleven ook. Geen enkele moeder wil dat haar kind sterft. Maar ik voel en zie aan alles dat mijn dochter diep ongelukkig is,” zegt Kirstens moeder.

Helaas wordt in het verhaal ten onrechte de indruk gewekt dat er voor baby’tjes als Bente makkelijker tot levensbeeindiging wordt overgegaan. Inderdaad, er is een protocol in het leven geroepen om artsen een leidraad te geven om levensbeëindiging bij baby’s mogelijk te maken. De hoop was dat door dat protocol meer artsen melding zouden maken van levensbeëindiging van baby’s. Een mooie gedachte: we hebben de richtlijnen, nu kunt u er best voor uit komen.

Helaas gebeurt dat niet. De afgelopen twee jaar is er slechts één melding geweest van levensbeëindiging bij een baby. Worden er geen doodzieke kinderen meer geboren? Zijn er geen ouders meer die zoals Edwin en Karin het onmogelijke voor hun kind wensen? Ik weiger het te geloven.

Ik was er zelf akelig dichtbij, ook ik had bijna een Bente gehad. Ik weet niet wat ik dan gewenst had. Maar ik weet wel dat ik had gewild dat er in alle openheid over mijn twijfels aan de zin van dat leven werd gesproken. Veel artsen zwijgen. Veel ouders zwijgen. De politiek zwijgt. Degene die zijn mond open doet is een idioot als Santorum die beweert dat Nederland zo’n euthanasiewalhalla is dat je al een spuitje krijgt, voor je überhaupt een kick hebt gegeven.

Daar luisteren we naar, daarvan zeggen we allemaal “Oh, wat erg zeg.”

En we denken: wij in Nederland zijn humaan, wij hebben een euthanasiewetgeving, wij hebben het goed geregeld. Ook voor heel kleine kinderen. We hebben toch een protocol? Nou dan. Opgelost.

Het is niet waar, het is niet opgelost. Er zijn Kirstens, er zijn Bentes. Daar moet meer over gesproken worden. Het probleem is levensgroot. En dat is geen felicitatie waard.

roos, Donderdag 23 Februari 2012 at 11:38 am Zes reacties

Schaamplaat

Ik ben een stoere ruige vuige hardcore rockchick, dat weten jullie allemaal. Ik kan luchtgitaar spelen zonder handen, ik hou van zangers- en –essen met een randje aan hun stem, het mag van mij hard, veel en rafelachtig zijn. Jaja, ik ben een beest.

Maar als het huis leeg is en niemand het kan horen, zet ik mijn iPod in de speler en klik ik hem aan: de muzieklijst die ik lafhartig Eclectica heb genoemd.

Eclectica my ass, dit is gewoon mijn persoonlijke verzameling schaamplaten. Liedjes waar muziekliefhebbers om moeten huilen omdat ze zo afgezaagd, sentimenteel, gedateerd of ronduit beroerd zijn. En waar ik zo om moet huilen uit…eeeeh…ahum…ontroering. Ja. Echte oprechte ontroering. Dus.

Wat staat er op die lijst? Durf ik dat met jullie te delen? Het zou wel goed zijn voor onze hernieuwde kennismaking op dit blog als ik meteen uit de kast durf te komen. Geen bullshit, geen crap die te cutten is, ik toon mij aan jullie in al mijn kwetsbaarheid. Goed dan. Ik doe het gewoon, ik vertel jullie mijn schaamplaten-top 5. Komt ie (tromgeroffel):

Op 5: ‘Mi Rowsu (Tuintje in mijn hart)’ van Damaru en (onhandig gekuch) Jan Smit. Maar deze kan ik uitleggen: toen ik zwanger was van mijn eerste zoon Miró was dit een gigantische hit. F. en ik waren de enigen die wisten wat de naam van onze zoon ging zijn en deden niets liever dan heel hard Miiiiiroooosu meezingen.

Nummerrrr 4: ‘Like a bridge over troubled water’- Simon and Garfunkel. Ik leg mij neer als een brug over troebel water; een verschrikkelijke tekst, maar shit, iemand zal het je maar aanbieden.

Numero 3: ‘Voor haar’ van Frans Halsema. Uitgekauwd tot en met, geregeld door lesbo’s gecoverd om hun liefde aan hun mevrouw te verklaren (vraag me niet waarom), veel te veel vioolgedoe en toch. In mijn lichaam heeft hij plaats gemaakt voor twee.

De tweede plaats is voor: ‘Suzanne’ van Herman van Veen. Nu is mijn Herman van Veenimitatie vrij legendarisch, maar aan dit liedje mag niemand komen. Ik begrijp geen hol van die tekst (iets met Jezus, een visser, en dan weer die meeuwen enzo), maar ja: brok in keel.

En dan nu het met-de-billen-bloot-momentje, de nummer 1, die ene plaat waar ik standaard van moet huilen, die rechtsreeks mijn sentimentsnaar bespeelt, die me altijd maar dan ook altijd raakt:

‘Leaving on a jetplane’ van John Denver. En dan met name het stukje waar hij op het laatst een beetje de hoogte in gaat; draagt u mij daar maar weg.

Zo. Dat is eruit. Het lucht op. En het geeft zelfinzicht, zo’n lijstje. Want in de schaamte verbergt zich ons ware karakter. Wat we verborgen proberen te houden, is wie we echt zijn. Ik ben geen stoere ruige vuige rockchick. Ik ben John Denver.

roos, Zondag 19 Februari 2012 at 11:40 am Vier reacties

Heeee hoi

“Heeeeeee, hooooooi, jij hier?”

“Ja euh, dat heb je goed, ik hier.”

“Tijd niet gezien, meid, hoe is het nou met jou?”

“Niet rijmen als het niet hoeft.”

“Sorry hoor. Maar ik zit in jouw hoofd, dus is het jouw eigen schuld.”

“Hè ja, laten we meteen over schuldgevoel beginnen.”

“Daar ben je toch dol op?”

“Nietes. Ik ben opgehouden met schuldgevoel, weet je nog?”

“Echt?”

“Ja. Daar ben ik voor behandeld.”

“Wat doe je dan hier?”

“Stukkie tikken.”

“En waar was je dan al die tijd?”

“Kind baren, boek schrijven.”

“Och ja, drukdrukdrukdruk zijn we weer he. Zo drukjes.”

“Geen verkleinwoorden, please.”

“O ja, daar kreeg je jeuk van.”

Nance zei laatst in de Varagids dat haar man haar zo goed had bijgestaan toen ze ontslagen was. “Chapeautjes!” voegde ze eraan toe. Chapeautjes.”

“Oe.”

“Heel erg oe.”

“Maar heb je het niet veel te druk om hier te zijn?”

“Grappig, dat denkt iedereen. Opdrachtgevers bellen me fluisterend op en durven me nauwelijks te vragen voor een klusje, omdat ik vast geen tijd heb. Maar dat boek is geschreven en het kind gebaard, dus het meeste werk zit erop.”

“Wil je nou zeggen dat je je hier vaker gaat melden?”

“Ja, want het is natuurlijk een schande om je al zoveel jaar de pleuris te tikken op een weblog, allerlei fijne lezers aan je te binden en vervolgens domweg te vertrekken.”

“Dat kun je niet maken, vind je.”

“Nee.”

“Dus je doet het uit schuldgevoel.”

“NEEHEE! Ik doe het om dat ik Rozig mis. Omdat ik lekkere stukkies wil schrijven. Met zo nu en dan een grapje. Of bloedserieuze ernst.”

“Dat is dubbelop.”

“Dat was een grapje.”

“Oh.”

“Ik wilde je alleen maar zeggen: ik ben terug. Nu mét extra feauture: fotocollages."

“Daar heb ik maar één ding op te zeggen…”

“Wat?”

“Chapeautjes.”

roos, Vrijdag 17 Februari 2012 at 1:59 pm Vijf reacties