Stichtelijke eindejaarswoorden

2010 wordt het jaar van de overgave, zo schreef ik vorig jaar op deze plek.
En Schlikkertje? Is dat gelukt?
Mwoaaaaah zullen we maar zeggen.

Ik heb weinig talent om me over te geven. Wel zit ik vaak vol overgave. En zo kijk ik terug op een jaar waarin ik vol overgave heb geschreven, vol overgave onzeker ben geweest over wat ik schreef, vol overgave heb gespeeld, vol overgave een tikje overspannen raakte, vol overgave heb lief gehad, vol overgave heb gemopperd, vol overgave heb geprobeerd te mediteren (maar ja, wie heeft daar nou tijd voor?), vol overgave heb gelezen, vol overgave heb getraind, vol overgave spekkies heb gegeten, vol overgave vol overgave vol overgave. Ja, van dit soort opsommingen word ik zelf ook moe, ja.

Geluk is doodeng schreef ik vorig jaar. En dat bleek maar weer. Want plotseling kan alles kantelen. Wat heb ik veel tranen gezien de afgelopen maanden. Niet zo zeer van mezelf, maar wel van anderen. En het went verdomme niet.
Vol overgave heb ik geprobeerd te troosten. En ja, natuurlijk is dat belangrijk. Maar het voelt alsof je de marathon wil rennen met één been. Je bent van goede wil, probeert al je kracht in te zetten, maar toch heb je niet genoeg in huis om de finish snel te halen. Daar doe je niks aan, behalve je overgeven. Daar heb je hem weer. Genoegen nemen met kleine stapjes, er zijn, er alleen maar zijn. Het lijkt wel mediteren.

Het geeft niets. Ik heb de tijd. Opgeven is voor mietjes. En dus, lieve verdrietigerds die nu wel weten dat ik hen bedoel: we lopen de marathon helemaal uit, al doen we er nog zo lang over. Ik sla mijn arm om jullie heen en samen strompelen we naar het einde. Volgend jaar wacht een nieuw begin.

Ps. En ja! Daar mag, nee móet op gedronken worden. Proost!

admin, Vrijdag 31 December 2010 at 11:30 am Drie reacties

Licht ontvlambaar

6.00 Rechtop.
Wat moet ik doen? Wat moet ik doen?
Doodse stilte in huis.
Ik moet toch iets doen? Ik moet vast iets doen.
Iedere morgen.
6.00 Rechtop.

Als ik veel aan en in mijn hoofd heb,
ga ik in de waakstand.
Continu.
Ik ben het handelende type.
Dus bij problemen is mijn reflex:
oplossen die hap.
Maar sommige problemen kan ik niet oplossen.
Zeker niet omdat ze met name anderen raken.
En toch staat continu mijn waakvlammetje aan.
Bij het minste of geringste laait het vuur op.
Licht ontvlambaar,
zo mag je het wel noemen.
Overdag geeft dat niets.
Sterker nog: je wordt er verdomd daadkrachtig van.
Maar ’s nachts en ’s morgens heel vroeg
problemen willen oplossen
dat is als zin hebben in seks
als je aan een bungeejumptouw hangt.
Leuk idee
maar praktisch onuitvoerbaar.

Het enige wat helpt
is weggaan.
Vroeger wilde ik nog wel eens wegkruipen in mijn speelgoedkast
Tegenwoordig is er grover geschut nodig.
En dus tik ik dit stukje in de zon.
’s Morgens om zes uur slaap ik nog.
Ik droom wel, heel veel zelfs
Maar ik slaap. Ik slaap.
Zodat ik straks weer genoeg energie heb
Om dat vuurtje in me goed op te stoken.

Morgen ‘ns kijken of ze hier ook aan bungeejumpen doen.



admin, Vrijdag 10 December 2010 at 08:40 am Zeven reacties