Linkse hobby

Ik ben misselijk.
Godkolere wat ben ik misselijk.
Plassen moet ik ook.
Geen goed moment nu.
Je plast maar naar binnen, Schlikker.
Nee en kotsen mag ik ook niet.
Ik heb een urn in mijn handen.
Daar mag niets mee gebeuren.
Gewoont, rustig en neutraal vasthouden.
Iedereen kijkt naar me.
Wat is die bonsende dreun nou toch?
O dat is mijn hart.
Het maakte een cadans die door mijn lijf dendert.
Was ik maar niet zo misselijk.
Wat zijn mijn handen opeens nat.
Fok. Die urn. Hij mag niet vallen.
Waarom deed ik dit ook alweer?
Ik wilde de mensen iets zeggen.
Over het leven ofzo.
God, dat klinkt veel te hoogdravend.
Ironisch ook dat ik nu met een urn in mijn armen sta.
“Wat doen we met de as?” is straks de eerste zin.
Vond ik een geinige opening.
Ik ben vergeten waarom.
Ik ben überhaupt alles vergeten.
Waarom ik zo nodig een toneelstuk moest schrijven?
Waarom ik er zelf in mee moest spelen?
Wat ik wilde zeggen?
Wat ik de komende anderhalf uur moet doen?
Geen idee.
Ik weet alleen dat die urn niet uit mijn poten mag flikkeren.
En dat ik missselijk ben.
Zo gruwelijk misselijk.
Het licht verandert.
Ik moet nu op. Ik ga. Ik ga. Ik ga.
Ik leg mijn kop op het hakblok.
U mag het er af slaan.
Maar doe het wel een beetje voorzichtig.

Meer dan twaalf uur later.
Mijn kop zit er nog op.
Er is gelachen. Heel hard. Om mijn grapjes.
We mochten drie keer terug komen bij het applaus.
Ik kreeg bloemen. En complimenten.
Er gingen ook dingen mis.
En ik twijfelde bij alle bargesprekken.
Had ik dat niet anders kunnen doen?
Was dit een goede wending?
Vonden mensen het echt leuk of zeiden ze dat maar?
Maar mijn kop zit er nog op.
En vanavond moet ik weer.
Vanavond mag ik weer.
Ik heb er zin in.
En ik ben alweer een beetje misselijk.



(Komen kijken? Reserveren kan: hier!)

admin, Vrijdag 29 Oktober 2010 at 11:39 am Vier reacties

Begeerdgeliefdbewonderd

Hysterische huilbuien. Woedeaanvallen. Ruiten die trilden in hun sponningen vanwege het gegil. Ik heb het allemaal meegemaakt.
In de twintig jaar dat ik nu toneel speel zijn er tientallen acteurs en -trices langs gekomen die er op hoge toon en weinig eufemistisch blijk van gaven dat ze hun kostuum niet mooi genoeg vonden.
“Die jurk! Dat kan niet! Die past totaaaaaal niet bij mijn personage!”. Dat laatste zinnetje is favoriet. Past niet bij mijn personage. Eigenlijk betekent dat: die jurk maakt me dik. Of die kleur staat me niet. Of ik vind dat ik niet sexy genoeg ben aangekleed.
Want beste mensen, het zal geen verrassing zijn: sommige acteurs zijn ijdel. Heel ijdel. Ze spelen om bekeken te worden, ze willen dat het publiek extra speeksel aanmaakt bij hun aanblik, ze willen begeerd, geliefd en bewonderd worden.

Zelf heb ik daar weinig last van. Op het toneel althans. In het dagelijks leven wil ik niets liever dan begeerdgeliefdbewonderd worden, hou me ten goede, maar op zo’n podium... och.
Gepraat en gedoe over kleding zit me dan voornamelijk in de weg. Het liefst heb ik ook zo min mogelijk kostuums tijdens een stuk. 1 jurkie, 1 haardracht klaar. Geen gepruts, geen gefrunnik, dat leidt me af. Het is ook zo erg: sta je na afloop in de bar, heb je de ballen uit je broek gespeeld en zegt een toeschouwer: “Je moet de volgende keer wel even je bloesje strijken voor je op gaat, hoor. Dit is geen gezicht.” Hallo, ik vind op zo'n podium staan al meer dan eng genoeg, ik wil niet ook nog bezig zijn met de vraag of het er een beetje uit ziet. Doe me een lol.

Maar ja, dan komt de dag waar ik altijd aan moet geloven. Ik weet dat het nuttig is, ik weet dat het moet wil je een beetje publiciteit maken, ik weet dat ik er niet omheen kan, maar het liefst zou ik er niet aan mee doen. De try-out waarop er foto’s worden gemaakt terwijl je aan het spelen bent.
Onze huisfotograaf doet zijn werk altijd heel nauwkeurig, hoor. Mooie plaatjes maakt ie in principe ook. Mooie plaatjes van anderen welteverstaan. Want van mezelf zie ik alleen maar de gekke bekken die ik trek, de onderkin die ik tijdens die scène heb, mijn haar dat een eigen leven leidt en de kreukels op mijn rug. Het is alsof je je eigen stem terug hoort op een bandje. Dan realiseer je je: jezus, zo hoort de rest van de wereld mij.
Ik kijk naar de foto's en denk: jezus, zo ziet de hele zaal mij. En ik ga me onzin afvragen. Maakt die jurk me niet dik? Misschien past ie niet bij mijn personaaaaaaage.
IJdele trut die ik ben. En ja, natuurlijk zit er af en toe ook een leuke foto van mezelf tussen, dat is dan een fijne meevaller. Maar de rest... Nou ja, gauw vergeten maar. Echte acteurs durven lelijk te zijn op het podium, houd ik mezelf voor.
Maar reken maar dat mijn leuke jurkjes voor na afloop in de bar al klaar liggen. Gestreken en wel.


(voor meer foto's, zie hier)
(over het stuk waar deze foto's uit komen, binnenkort meer. Het enige wat ik nu al zeg is dat we vanaf 28 oktober in De Engelenbak in Amsterdam staan, dat het door een heel Leuke Getalenteerde Fotogenieke schrijfster geschreven is en dat er een hoop dat lachen valt. O ja, en dat reserveren hier kan!)

admin, Zaterdag 16 Oktober 2010 at 11:34 am Vier reacties

Pauze

Ik moet stoppen met moeten.
Shit, dat kan hem niet wezen natuurlijk.
Moeten moet ik niet meer.
Naaah.
Een dag niet gemoeten, is een dag...
Pfffft.

Het zal de meeste mensen in mijn omgeving niet opgevallen zijn, maar ik heb de afgelopen weken pas op de plaats gemaakt.
Na een zoveelste dag racen tegen de klok met een hartslag die te snel ging en een adem die te hoog zat, kwam ik op een avond thuis en belandde ik in een zee van tranen. Mijn eigen tranen welteverstaan.
Dat was even schrikken, want aan huilen doe ik niet zo vaak. En terwijl ik doorgaans behoorlijk goed kan verwoorden wat me bezig houdt, kwam ik nu niet verder dan:
“Ik-kan-niet-meer.”
"Wat kan je niet meer?", vroeg F geschrokken.
Nog meer tranen. En schouderophalen. En verdomd weinig tekst.
Ik
Kan
Niet
Meer

Het was alsof mijn hoofd was bezet door een ander, zwakker figuur dan ik zelf ben. Een typje dat zich verzette. Dat riep dat ik te moe was. Dat ik moest rusten. Een alter ego dat voortdurend in gevecht was met de mij die riep: kom op, niet zeiken, je hebt het toch naar je zin?
Nou nee, ik had het eigenlijk helemaal niet naar mijn zin. Zelfs leuke afspraken werkte ik af alsof ze op een to do-lijst stonden. En iedere dag dacht ik mijn voortdurende gehaast op te kunnen lossen door een nog betere to do-lijst te maken. Nog meer puntjes er op te zetten. Nog duidelijker mezelf te sturen. Nog dwingender.
Werkte ik te hard? Ja, misschien wel. Maar het grootste probleem was: ik ontspande te zacht. Of liever gezegd niet.
Sinds ik een kind wilde sta ik in de aan-stand en is het knopje om mezelf even uit te zetten zoek. Eerst moest ik ‘aan’ blijven om mijn verlies te verwerken, toen moest ik er zijn om een nieuw kind te maken en dat gezond ter wereld te brengen, en vervolgens bleef ik almaar alert en aanwezig. Omdat ik eindelijk weer ruimte had om te werken, omdat er zo veel nieuwe ideeën en plannen waren, om ten volste van mijn nieuwe gezinssituatie te genieten, om mijn lichaam al sportende weer op orde te krijgen, om theater te maken, om vrienden te zien, om.. om... om...
En verdomme, het is dus allemaal hartstikke fucking waardevol. En belangrijk. En groots en mooi en rijk.
Maar ik kon niet meer uit. Ik was er altijd en overal helemaal. Ik stond permanent aan.

En toen zwom ik dus in mijn tranenzee. En ik nam een beslissing.
Ik nam een paar weken lummelvakantie. Gewoon om even niets te moeten. En om na te denken. Om vrijheid in mijn kop te krijgen. Om heel heel eerlijk tegen mezelf te zijn.
En tegen anderen. Dat vind ik eng. Je wil niet weten hoe lang dit blogje al in mijn hoofd zit, maar ik kreeg het almaar niet op papier. Zeuren over dat je het zo druk hebt, ja hoor, wat een gezeik.
Punt is eigenlijk dat ik het helemaal niet te druk heb. Ik heb na mijn rustpauze weer zo veel goede zin. Ik kan niet wachten om dinsdag weer aan het werk te gaan. Maar onder nieuwe voorwaarden. Het lijkt een woordspelletje maar dat is het niet. Ik heb iets te leren.
Van moeten mogen maken.
Dat moet.
Nee.
Dat mag.

admin, Zondag 03 Oktober 2010 at 12:49 pm Zeven reacties