Lunchen

Hij kijkt haar stralend aan en strijkt haar over haar wang.
Ze schudt hem letterlijk van zich af.
“Kijk schat, mozzarella, dat is echt hartstikke gezond.”
Ze draagt een heel strakke broek met daarover een colbertje met typische Balmainschouders.
“Ik ben een succesvolle zelfverzekerde powervrouw!” schreeuwt haar outfit.
Maar haar zorgvuldig gelipglosste mond is een dun streepje. Ze tuurt op de menukaart bij De Bakkerswinkel. “Het is met brood,” piept ze.
Haar vriend knikt. “Maar dit brood is heel voedzaam, joh.”
Ze kijkt ernstig naar de schappen vol heerlijk geurend zuurdesem-, krenten- en notenbrood. Haar zwijgen duurt lang. Hij blijft maar praten. “Oh kijk, een boterham met vitello tonato. Dat vond je zo lekker in Italië! Of wat dacht je van geitenkaas met pruimenchutney. Dat lijkt me een bijzondere combinatie. Misschien wil je iets warms? Ze hebben ook tosti’s? Of een hartig taartje?”
Ze kijkt hem aan alsof hij haar zojuist een klap heeft gegeven.
Ze trekt haar mond pas open als de serveerster verschijnt . Zit er mayonaise in de vitello tonato? En die mozzarella, waar komt die vandaan? Hebben ze misschien ook een salade? Neenee, dressing hoeft niet.
De bestelling is gedaan en de jongen leunt tevreden achterover. “Gezellig hè, samen lunchen.”
Ze knikt traag, lipglosst haar lippen en stopt een kauwgompje in haar mond.
“Ik heb echt trek,” ratelt hij door.
Ze staart de leegte weer in. Ze is een succesvolle zelfverzekerde powervrouw. En ze ziet er uit alsof ze elk moment in huilen kan uitbarsten.

admin, Donderdag 30 September 2010 at 10:50 am Twee reacties

Vogeltje

Wat heb ik nu gedaan? Hij is er al. Ik ben bevallen. Ik heb me er helemaal niet op voorbereid. O god, alles doet pijn. O hemel, deze blijft toch wel leven? Heb ik erg gescholden? Die Marokkaanse co-assistent zag wat bleek om zijn neus. Het was zijn eerste bevalling zeiden ze. Tering, en het is ook nog Ramadan, die arme jongen. Ik heb het zo koud. Mijn buik is weg. Leeggeprikte ballon. Wat is F. schor. Volgens mij heeft ie harder geschreeuwd dan ik. Wat een bloed allemaal.
Ach vogeltje toch, klein vogeltje. Kom maar hier. Hij heeft het zo zwaar gehad. Ik durf hem bijna niet te aaien. Wat ligt ie stil. Hoezo wordt ie nu blauw? O ze nemen hem bij me weg, ze moeten hem nakijken. Waarom kijken ze zo bezorgd, waarom gingen ze op een drafje met hem de kamer uit? Hij komt toch wel weer terug? Hij mag nooit meer weg. Hij zal toch wel goed zijn?
Neenee natuurlijk niet, het gaat niet goed. Dit loopt verkeerd af. Het is ons gewoon niet gegeven, een gezond kind. Waarom huil ik eigenlijk niet? Zou ik niet in paniek moeten raken? Ik kan alleen nog maar liggen. Ik moet F. geruststellen. En mijn ouders. Maar ik weet niet wat ik zeggen moet. Dit gaat niet goed.
O gelukkig daar is ie weer. Loos alarm. Huh? Helemaal gezond? Hoe kan dat nou? Helemaal gezond, helemaal gezond, mijn vogeltje.
En nu allemaal weg, die witte jassen. Mijn kamer uit. Ik ontferm me over hem. Ik ontferm me alleen maar over hem. Ik heb alleen geen idee hoe je zo’n luier omdoet.

Lieve Miró. Wat waren we kwetsbaar een jaar geleden, hè. Ik zie je nog liggen als een propje op mijn buik. Je zag er uit als een aangeslagen bokser. Je neus stond scheef, je ogen waren dik, je blik vertroebeld. Mijn eigen blik op die eerste foto’s is een tikje waanzinnig. Mijn pupillen zo groot, mijn haar nat van het zweet, mijn hersens enerzijds verdoofd en anderzijds vol gedachten. Ik was heel helder, lucide haast. En tegelijkertijd volslagen in de war.
Dat gevoel bleef die eerste weken nog flink hangen. Niet alleen bij mij maar ook bij je papa. Pas een paar maanden geleden durfden we aan elkaar te bekennen dat we allebei diverse keren per nacht naar het wiegje slopen om onze hand op je wangetje te leggen. Oef, gelukkig, niet koud, niet versteend, je leefde nog. Wij leefden nog. Maar wat waren we kwetsbaar.

En moet je nu eens zien. Een grote blonde peuter met rode wangen, vier fikse tanden, en een lach die alles om je heen doet verstommen.
Gisteren was je jarig. Papa en ik sloegen een beetje door in ons enthousiasme. Overal ballonnen, een kluwen van slingers, een huis vol kinderen en taart en ouders en vrienden vrolijk aan de borrel.
Temidden van de totale kakofonie was je het stralende middelpunt. Mijn zonnetje, mijn kind dat zo dol is op nieuwe impulsen, op aandacht en op knuffels. Van wie zou ie dat nou hebben?
Na een paar uur feest zag ik je langzaam veranderen. Je keerde een beetje in jezelf, reageerde minder op alle stimuli. Inwendig moest ik lachen. Ik herkende het verschrikkelijk. Zo hunkerend naar contact en er tegelijkertijd soms ook gewoon even niet meer zijn. Ik heb dat, jouw papa ook.

Ik pakte je op, je kroop dicht tegen me aan.
En even was het weer alsof je pas geboren was en je je kopje voor het eerst tegen mijn sleutelbeen legde. Samen zijn we dit jaar groot geworden. En samen blijven we een beetje klein en kwetsbaar.


admin, Zaterdag 18 September 2010 at 4:44 pm Negen reacties

Bij de fysio

“Heb jij onlangs een fikse blessure aan je hamstring gehad?”
“Eeeh...”
(O kut. Wat moet ik nu antwoorden?)
“Zo oogt het wel namelijk.”
“Eeeeeh hoezo?”
(Keep it cool, keep it cool)
“Nou, die enorme paarsblauwe plek aan de binnenkant van je knie. Rare plaats voor zo'n bloeduitstorting. Dat ziet er uit als een serieuze sportblessure.”
(Fokkerdefok. Lig ik hier bij de fysiotherapeut vanwege een scheur in een schouderspier, krijgen we dit. Aardige jongen trouwens. Vaardige handen ook. Maar ik ga toch echt niet vertellen hoe ik aan die blauwe plek kom. Of zal ik liegen?)
“Heb je er last van?”
“Neuh... neuh...”
(Ik kan natuurlijk zeggen dat ik inderdaad tijdens een urenlange sessie op de spinfiets mijn hamstring heb geblesseerd. Of dat ik die blauwe plek heb opgelopen doordat ik een oud vrouwtje van de dood heb gered toen ik haar wegsleepte vlak voor een te snel rijdende vrachtauto die ze over het hoofd had gezien, waarbij zij uiteindelijk ongedeerd bleef maar ik lelijk ten val kwam. Of ik kan beweren dat ik bij het Chinees staatscircus werk en dat dit soort ongelukjes kunnen gebeuren als je repeteert voor de drie dubbele radslag met achterwaarts gekantelde schroef op de trapeze. Kan ik hem allemaal op de mouw spelden.)
“Je hoeft het niet te vertellen, hoor, als het erg persoonlijk is.”
“Nee, nee, het is niet raar of persoonlijk ofzo, maar...”
(Hij kijkt best pienter uit zijn ogen. En hij is ook veel te aardig om tegen te liegen.)
“Nou?”
“Het is een beetje gênant...”
(Een beetje?)
“Ik ben dol op gênant, hahaha.”
“Hahaha.”
(Grapjas. Nou ja, toe maar dan. Hop hop. Liever een hele waarheid dan een halve leugen. Of zoiets. Oké, daar gaat ie:)
“Ik ben gevallen...”
“....?”
“Van de wipkip.”
“Van de wat?”
“Ja godsamme, het is echt niet tof hoor, maar ik zat met mijn zoon op die kip want dat kan ie niet zelfstandig, maar ik had een vrolijk jurkje aan, want ik wil niet zo’n makkelijke doos van een moeder zijn die na het baren alleen nog maar in spijkerbroeken rondsjouwt en haar haar kort knipt en lippenstiften verbannen heeft, hoe dan ook ik zat dus op die wipkip bij de kinderboerderij, met dat jurkje, en mijn zoon, en toen wilde ik er achterwaarts afstappen en toen bleef mijn jurkje haken aan de staart van de wipkip, waarom heeft zo’n ding überhaupt een staart, en toen verloor ik mijn evenwicht, maar ik wilde niet dat mijn zoon viel, en ik wist hem nog net op te vangen maar toen roste die enorme veer van die klotkutkip keihard tegen de binnenkant van mijn benen en nu ben ik dus heel, heel erg blauw. Wat sta je nou te lachen? Moet je niet doorgaan met kneden?”
“Je, hahahaha, o, sorry hoor, hahahaha, bent geloof ik, hihihihi, niet zo hahahahahahaha-handig hè?”.
“Nee. Maar mijn contract bij het Chinees staatscircus ligt toevallig mooi wel al klaar.”

admin, Woensdag 08 September 2010 at 5:04 pm Vijf reacties