Ice ice baby

Speciale toetsenborden had je. En muismatjes met gel er in. Er liepen mannetjes je kantoor binnen om te controleren of jouw computer wel op Arbo-ooghoogte stond. En of je je voeten op een voetenbankje plaatste, in een hoek van 90 graden. En of je knie recht boven je enkel stond. Want anders zou het mis gaan. Net als wanneer je langer dan tien minuten achter elkaar tikte, niet genoeg water dronk, belde en internette tegelijkertijd en als je te weinig sneltoetsfuncties uit je hoofd kende. Dan speelde ie namelijk gegarandeerd op: de muisarm.

Een jaar of tien geleden keek ik niet vreemd op als een rechtshandige kennis in het café zijn biertje plotsklaps heel klompig met zijn linkerhand naar zijn mond probeerde te brengen. Muisarm. Of als een collega in een sjiek restaurant me vroeg of ik haar biefstuk even wilde snijden. En wellicht ook in kleine hapjes aan haar voeren. Muisarm. Of als een vriend in een dronken bui bekende dat ie tegenwoordig met zijn andere dan gebruikelijke hand masturbeerde. “T is net alsof je vreemd gaat”. Maar ja, hij moest wel. Muisarm.

Waar zijn al die muisarmen in godsnaam gebleven? Héél soms hoor je er nog iemand over mompelen. Maar meestal zijn dit vrouwen van eind veertig die ook glutenintolerant zijn, hypersensitief, bultjes krijgen van zendmaststraling en niet tegen geluid, licht of kleur kunnen. (En voor ik nou weer de hele hypersensitieve glutenintolerante zendmastbevreesde geluidlichtkleurallergische gemeenschap over me heen krijg, zeg ik alvast: sorry. Het valt allemaal niet mee voor jullie. Ik begrijp het, ik begrijp het. Ik stel alleen maar vast dat jullie óók degenen zijn met hun muisarm in een mitella. En een nekkraag.).

De rest van Nederland kan zich amper nog herinneren wat een muisarm was. De gelmatjes liggen te verkroepoeken in de kast, de voetenbankjes doen tegenwoordig dienst als slaapplaats voor de poes, de Arbomannetjes zijn gewoon weer stadswacht geworden en die sneltoetsfuncties? Die konden we sowieso niet onthouden.
De muisarm vertoont opvallende gelijkenissen met Vanilla Ice. Ooit was ie wereldberoemd. Nu hoor je er nooit meer iets van.
Wat een buitengewoon geruststellende gedachte.


(En oké oké, omdat ik weet dat jullie het nu toch in je hoofd hebben, zingen we nog even met z'n allen mee. For old times sake: Ice Ice Babyyyyy!

admin, Dinsdag 31 Augustus 2010 at 10:29 am Vier reacties

Ouderlijke Trots

Gisterenavond laat hingen twee mensen gillend en zwaaiend uit het hoogste middelste raam van het Amstel Hotel.
Mijn vader is vandaag jarig en om dat te vieren wilde hij graag met ons bootje naar La Rive varen om daar een vijfgangendiner te verorberen. Met ons. Nu zijn wij de beroerdsten niet, dus regelden we een oppas, hingen ballonnen aan de Lummelboot, sloegen Prosecco in en gingen mee.
Eenmaal aan tafel waren we de druktsten in het restaurant, er waren vijf gangen, er was een wijnarrangement, er was een sommelier met mascara op (“Neeeeeeeee!” “Ja echt!” “Kijk maar bij de volgende gang” “Komt er nog een gang dan?” “Neeee!” “Jaaaaa!”), er waren veel anekdotes en grapjes en aan het eind van de avond was er nog enige melancholie.
“Pfffft, morgen ben ik 62” verzuchtte mijn vader. “Het gaat zo hard. Die vergankelijkheid, daar kan ik best wel eens treurig van worden.”
We knikten. En we zeiden dat als ie 102 werd, hij toch maar mooi nog 40 jaar te gaan had. “Maar het gaat zo ontzettend hard.”
Een uur later keken F. en ik vanaf ons bootje naar boven. Twee mensen hingen gillend en zwaaiend uit het hoogste middelste raam van het Amstel Hotel. En maakten zo een groot fuck you-gebaar naar de vergankelijkheid.
Zelden was ik trotser op ze. Het is een gave om je leven te kunnen blijven vieren, realiseerde ik me. De ballonnen wiegden instemmend knikkend boven het water met ons mee.

admin, Zondag 15 Augustus 2010 at 1:32 pm Twee reacties

Sterretje

HPX2-hars.
Ik was ervan overtuigd dat dit mijn zoons eerste woordje zou zijn.
Ik weet dat Carglass-bashing nogal populair was de afgelopen week, maar dat is niet de reden dat ik dit schrijf. Ik wist het echt zeker: als Miró zou praten zou hij het hebben over dat harsspul. Zijn eerste zinnetje zou vervolgens zijn: “Heeft u een sterretje in uw voorruit?”. Of “Heeft u een sterretje achter uw voorhuid?” want dat maakt zijn moeder er altijd van.
In de maanden nadat Miró geboren was, keek ik nogal veel tv. Je moet wat, met zo’n baby aan je tiet. En ze kunnen nu zeuren over al die ongewenste aandacht wat ze willen, maar Carglass was het afgelopen jaar echt over- en oververtegenwoordigd in de reclameblokken.
Paul van Carglass, hij was niet meer weg te denken. Sterker nog: hij hoorde erbij, bij die hele kraamtijd. Een dag zonder Paul, was een dag niet gelachen, was een dag niet geleefd. Later kreeg Paul ook collega’s. Allemaal van die aardige, houterige knullen, die behulpzaam met hun harssetje het land afreisden om iedereen met een sterretje uit de brand te helpen.
Hun melodietje staat geëtst in mijn hoofd. Du moment dat mijn nagelschaartje breekt, ik de snoer van mijn föhn stuktrek, een wijnglas in duizend splinters op de grond uiteen spat, beginnen we te zingen. “Carglass repareert! Carglass vervangt!”. En dan na het opruimen even nonchalant met je hand heen en weer gaan ten teken dat je goede klant niet hoeft te betalen omdat ie verzekerd is tegen ruitschade.
H2X2-hars.
Ruitschade.
Voorruit.
Voorhuid.
Eén van die vier had gemakkelijk het eerste uit te spreken woordje van mijn zoon kunnen zijn. Ik had er niet van opgekeken.
Twee dagen geleden was het eindelijk zo ver. Hij trok een beetje gek met zijn mondje, tuurde peinzend in de verte, richtte zijn koppie naar me op en zei het...
“Mammmmma.”
Sorry Paul.

admin, Zaterdag 14 Augustus 2010 at 2:23 pm Eén reactie

Hoogachtend

“Een ongelofelijk fijne dag gewenst!”
Eeeeeeh. Jij ook...
Vroeger stond er onder een mailtje doorgaans gewoon: “Vriendelijke groet”. Verder niets. Dat werkte prima volgens mij, maar de laatste tijd krijg ik steeds vaker berichten met een bijzondere afscheidsgroet.
Het begon met “Hartelijks”. Vond ik best oké. Het stond wat aardiger dan dat iets te formele ‘Vriendelijke groet’ of dat malle ‘Hoogachtend’ waardoor ik me altijd een beetje Freule Van Bos tot Dal tot Henegouwen En Weer Terug voelde.
Maar ‘Hartelijks’ is voor veel mensen niet meer genoeg. Nee, er moeten prachtige afscheidswensen in mailtjes verwoord worden, ook in de zakelijke.
Gortdroge consultants die hun mail standaard afsluiten met ‘Carpe Diem!’. Voorlichters die onderaan een volstrekt niet boeiende afspraakbevestiging opeens schrijven: ‘En ik wens jou en de jouwen een heerlijk weekend toe!’.
Het is allemaal vast aardig bedoeld, maar ik word er een beetje ongemakkelijk van. Het is alsof je voor het eerst je nieuwe buurman ontmoet en hij, terwijl jij hem keurig een hand wil geven, je plotsklaps omhelst en drie ferme klapzoenen geeft. Reuze sympathiek maar vooral ook heel erg te veel.

“Een ongelofelijk fijne dag gewenst!”
Eeeeeeh. Jij ook... Veel verder kom ik in een reply op zo’n mail niet.
De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ook ik mijn mails niet meer afsluit met een standaard vriendelijke groet. Vaak schrijf ik ‘Groet!’ of ‘Dag!’. Schijnen sommige mensen bloedirritant te vinden en daar hebben ze gelijk in. Maar het is in ieder geval lekker kort en aangezien ik best een uitroeperig type ben, vind ik dat het mag.
En toch voel ik me altijd ietwat tekort schieten als ik op de blije toewensingen als “Geniet geniet geniet met jou en de jouwen vandaag!” domweg antwoord met “Groet!”.
Daarom meld ik nu voor eens en voor altijd dat ik daar eigenlijk mee bedoel: “Ik wens jou en iedereen echt ja werkelijk iedereen van wie je houdt, ooit gehouden hebt en houden gaat, een heerlijk fantastisch fortuinlijk leven toe inclusief veel gelach, nog meer seks, spetterend orgasmes, copieuze maaltijden, drinkgelagen, kinderen, of geen kinderen als je ze niet wilt, voldoening in je werk, goede gesprekken, dom gelul, flauwe grapjes, verre reizen, een gezond en fantastisch afgetraind lichaam, eindeloze regenbogen en ieder jaar een vette financiële bonus toe.”
Dag!


admin, Vrijdag 13 Augustus 2010 at 10:40 am Twee reacties

Rust, reinheid en regelmaat

Rust, reinheid en regelmaat.
Als je een kind krijgt, doen die drie dingen intrede in je leven. Zeggen ze.
En het is een regelrechte, schandalige, grove leugen.

Rust? Mijn reet. Een dag die bestaat uit:

ochtendpapje- doekje- nee niet de tv van de muur trekken- poep- naar de creche- naar kantoor- 12 telefonische interviews en 2 irl gesprekken- stukkies uitwerken- voorlichters lastigvallen- lastiggevallen worden door voorlichters- laatste correcties doorvoeren- facturen tikken want anders word je nooit betaald- nog één telefoontje wagen aan iedereen die niet te bereiken was- computer nu toch echt uit- sporten- naar huis- AH- doe maar wat makkelijks- nee je mag echt de tv niet van de muur trekken- wijntje- nog een wijntje- Dikkertje dap zingen- broccoli pureren- poep- wat doet ie nou in de kattenbak- nee nee nee die krant moet ik nog lezen, niet opeten alsjeblieft- welteruuuuusten schatje ga maar lekker dromen- pfffft hehe- wijntje- morgen stoppen we echt met drinken- hoe was jouw dag eigenlijk- bed

nou ja, zo’n alledaagse dag dus, die noem ik niet rustig. En reinheid? Woehaha. Vraag dat maar aan mijn schoonmoeder.
Alleen die regelmaat, ja, die zit er wel in. Ik denk namelijk iedere avond als ik mijn hoofd op mijn kussen leg aan hetzelfde.
Aan alles wat ik die dag niet heb gedaan. En wat ik toch echt meer zou moeten doen. Omdat ik daar altijd zo gelukkig van werd.
Van blogjes schrijven bijvoorbeeld. En van lezen. Echte boeken. En van fotoplakboeken maken. En van mijn teennagels lakken. En daar ook weer schilderijtjes van maken.
Iedere avond maal ik en neem ik me voor: vanaf morgen ga ik het anders doen. Morgen móet ik echt tijd vinden voor al het bovenstaande.
Je begrijpt, dat lukt nooit. Want wat ik leuk vind is een moeten geworden. Een agendapunt. Daar is natuurlijk niets aan. En dus denk ik de volgende avond in bed precies hetzelfde. Morgen...
Maar vanaf vandaag is alles anders. Ik moet niks. En juist daardoor kan ik alles.

admin, Woensdag 11 Augustus 2010 at 1:34 pm Drie reacties