Rub it in

Jajajajaja, nou weet ik het wel.
Iedere keer als ik net even lekker bezig ben, kom jij je er mee bemoeien.
Ho, stop, doe nou rustig aan, lispel je in mijn oor als een oud vrouwtje dat zich op de snelweg links en rechts ingehaald ziet door vrachtwagens, motorrijders en Ferrari’s.
Doe nou kalm, ik hou het niet bij, mok je. En ik trap het gaspedaal nog wat dieper in.
Deze keer was ik wel erg aan het Schumacheren, dat geef ik toe. Veel werken, veel theater maken, veel voor mijn kind zorgen, veel sporten, het was best veel, daar heb je gelijk in. Maar best lichaam, was het nou echt nodig om me zo hardhandig een halt toe te roepen?

Spit. Wie krijgt er nou spit? Dat is toch voor oude wijven? Niet voor mij.
Jij vond het wel een mooi plan. Ha lekker, we zetten die onderrug eens goed vast. Dat zal je leren, kreng. Niet meer voor en niet meer achteruit kun je. Gewoon blokkeren die hap.
Nou, het is je gelukt, hoor. Totaal geblokkeerd was ik, een week lang. Sporten was onmogelijk, mijn baby optillen geen optie, tijdens interviews zat ik zo te grimassen van de pijn dat de geïnterviewde een glaasje water voor me ging halen.

Maar toen verscheen daar een engel. Een engel met zachte handen maar een stevige greep. De fysiotherapeute legde me iedere dag op haar behandeltafel en liet me oefeningetjes doen. Heel zachtjes draaien met mijn onderrug, moest ik. “Nee, niet zo hard, Jezus, sla jij altijd zo door?” riep ze uit toen ik eens extra mijn best probeerde te doen. Jaja, rub it in, zei ik. En dat deed ze ook, met die sterke handen van haar.

Inmiddels voelt mijn rug bont en blauw. Maar bewegen kan ik hem. Ik kom weer vooruit, zij het nog ietwat voorzichtig. Dat zal wel precies je bedoeling zijn geweest, lief lijf. Als ik te hard ga, hint die rug dat het kalmer aan moet. Ik beloof je dat ik er naar zal luisteren, maar laat me nu maar weer vrij, oké?
Er zijn al veel te veel mensen die rijden met de rem er op.

admin, Dinsdag 20 April 2010 at 08:15 am Twee reacties

Me zus en me zo

Ik had een flinke schop onder mijn kont nodig. Al een hele tijd zat ik in de artistieke commissie van mijn theatercluppie. We vergaderden over stukken die we wilden programmeren, we brachten nieuwe ideeën in, smeedden plannen. En ik deed van harte mee hoor, daar niet van. Soms had ik ook wel een half ideetje dat ik zelf wilde uitvoeren, maar het was altijd maar een half ideetje. “Kunnen we niet iets doen met me zus en me zo?” vroeg ik dan. Ja leuk, was de reactie, werk het eens uit, dan kijken we verder. Maar dat uitwerken, dat deed ik nooit. Als het puntje bij paaltje kwam, vond ik me zus en me zo toch niet zo boeiend. Of ik wist niet wat er verder moest gebeuren met me zus en me zo. Of ik vond dat iemand anders al veel beter over me zus en me zo had geschreven.

In wezen waren dat natuurlijk allemaal rotsmoezen zodat ik in de journalistiek kon blijven hangen. Lekker comfortabel want een interview tikken, een repo maken of een achtergrondverhaal in elkaar draaien, dat is na een kleine vijftien jaar ervaring geen probleem meer. In de journalistiek moet alles waar zijn, gecheckt en gedubbelcheckt, de feiten op een rij. Dat is wat ik ken en kan. Dat is wel zo duidelijk en veilig.

Maar stiekem ook een beetje beperkend. Want ik heb een hoofd dat heel veel verzint. En ik heb daarnaast last van een tamelijk visueel ingesteld brein. Dat is soms vervelend, want als iemand praat over een mogelijke seksuele escapade van pak hem beet Jan Peter Balkenende met Patricia Paay, zie ik onmiddellijk voor me hoe hij haar met sonore stem geile woordjes in het oor fluistert ("Klein stout konijntje van me"), terwijl zij stevig zijn billen kleedt en hij vervolgens boven op haar.... hohoho stop. Nou ja, een visueel ingesteld brein dus.
En in dat hoofd van mij, popte op een ochtend een idee op. Een verhaal over me zus en me zo dat ik eigenlijk best goed vond. Sterker nog: waar ik zo aan wilde beginnen.
Ik stelde het voor tijdens een vergadering en werkte vervolgens het plan eens echt uit. De reacties waren duidelijk: ga het maar maken.

Een dag later stond ik ietwat beduusd op met de zin “Ik ga een toneelstuk schrijven!” zoemend in mijn hoofd.
Ik checkte mijn twitteraccount en vond een berichtje van Jelte, uitgever. Hij bleek mijn weblog te lezen, kende daarnaast mijn journalistieke stukkies en hij vroeg zich af: had ik misschien ook fictieambities?
Eeeeh nou eeeeh ja eeeeh ik had dat ideetje over me zus en me zo maar eeeh waren dat eeeh fictie-ambities?

Jelte en ik dronken koffie. En ik besloot hem ietwat beschroomd over mijn toneelstuk te vertellen. Het was nog niets, kleedde ik het in. Een prematuur ding. Een nog helemaal niet zo goed uitgewerkt plan, hoor.
Waar ik op hoopte weet ik niet precies. Misschien had ie nog tips? Of wellicht kon ie me in ieder geval op het hart drukken dat het heus best een aardig ideetje was?
Een paar uur later kon Jelte dat inderdaad. En hoe. Hij stuurde me een mail. Met een contract. Een mooi contract. An offer I couldn’t refuse-contract.

Zoals gezegd: ik had een schop onder mijn kont nodig. Die schop onder mijn kont is een karatetrap geworden. Me zus en me zo wordt niet alleen een toneelstuk, maar ook een roman.
En dat betekent dat ik het komende jaar een dubbelleven ga leiden. Enerzijds zet ik als journalist de feiten op een rij, ik stel de scherpe vragen en teken de antwoorden op zoals ze gegeven zijn. Maar anderzijds ga ik die zieke verdorven geest van me eens alle ruimte geven. Kom maar op met de beelden, kom maar op met de verzinsels, kom maar op.
Het kan me niet gek genoeg zijn. Al beloof ik hierbij plechtig dat Jan Peter en Patries en niets mee te maken zullen hebben.


admin, Vrijdag 02 April 2010 at 12:19 pm Zes reacties