Koplampen

Geluk is eng. Heel erg eng. Doodeng.
Want voor je het weet, is het voorbij. Een afslag gemist, een moment van onoplettendheid, een blik in de koplampen van een onverwachte tegenligger. En weg is het, dat geluk, zo ver weg dat je je meteen niet meer herinnert hoe het ook alweer voelde.
Het enige wat overblijft is overeind krabbelen en heel hard je best doen zodat je het wel weer voelt, dat onbezorgde, dat tevredene, dat weten dat alles heel erg goed is.

Ik zit op de achterbank van de auto, we brengen baby en kat naar mijn ouders om een nachtje te logeren. Mijn F. rijdt, links naast me staat een bak met de kat er in, rechts naast me slaapt mijn zoon terwijl hij met zijn kleine plakkerige handje mijn wijsvinger omklemt. Ik zie de besneeuwde weilanden en realiseer me: dit is mijn gezin. Ik heb een gezin. Ik ben onderdeel van mijn eigen gezin. En ik ben ontzettend gelukkig.
Mijn ouders leven nog en zijn gezond, vanavond zie ik mijn vrienden om zoals altijd het voorbije en het aankomende jaar te vieren, mijn lief is mijn lief, mijn kind... tja, mijn kind bestaat, mag er zijn, doet wat ie moet doen en lacht zoals alleen hij kan lachen. Alleen dat laatste is al genoeg om hysterisch te worden van geluk.

Maar met het geluk komt de angst. Er zal toch niets gebeuren? Alles moet blijven zoals het nu is. Geen veranderingen, geen onheil, geen risico’s, geen koplampen alstublieft.

Fok, geluk is eng. Heel erg eng. Doodeng. En ironisch genoeg laat het zich heel eenvoudig verdrijven door de angst dat het voorbij gaat. Dat kan de bedoeling niet zijn. Onheil ondervang je niet door er van tevoren angst voor te hebben of over te piekeren. Je voorkomt het niet met noodscenario’s bedenken, met wakker liggen, met “Wat als? Wat als?”-gedachten.
Ik besluit tot een goed voornemen: 2010 wordt het jaar van de overgave. Ik geef me over aan het geluk, de stemmetjes in mijn hoofd die zeuren dat het allemaal zo voorbij kan zijn leg ik het zwijgen toe. Bek houden allemaal. Zoals liefde onvoorwaardelijk moet zijn wil het echt tellen, zo moet geluk dat ook zijn.
De kat mauwt klagelijk, mijn zoon kwijlt over mijn hand heen en op de radio klinkt een ontzettend kutnummer van de Dire Straits. Niets romantiek, dit is de realiteit.
Gelukkig.


admin, Donderdag 31 December 2009 at 5:41 pm Vier reacties

Goed gesprek

Bij de nagelstudio:

"Kijk hier heb je een foto van m'n kerstboom. Mooi hè!"
"Eeeeh ja leuk hoor."
"Heb ik gisteren helemaal opgetuigd, veel werk aan gehad!"
"Leuk, maar eeeeeh, hangen daar nou allemaal Buddhabeeldjes tussen de ballen?"
"Ja! Goed hè! Vonnik zo'n mooi gezicht!"
"Vind je dat niet wat vreemd, met kerst enzo?"
"Waarom?"
"Eeeeeh, het is een Christelijk feest."
"..."
"We vieren de geboorte van Jezus."
"O GOD!"
"Ja, die had er ook wat mee te maken."
"JEZUS! Daar heb ik nooit bij stil gestaan! Oooooh wat genant! Wat mot ik nou met die dikke in die boom?"
"Gewoon laten hangen, joh. Zou ie vast prima gevonden hebben."


""

admin, Donderdag 17 December 2009 at 09:37 am Drie reacties

Op pad

“Ol aai wanna doe wen aai week up in de morning is sie jor aais, Rosèèèèèènna, Rosèèèèèènna”.
Het is bijna kerst en op de een of andere manier klinkt in die tijd veel vaker dan normaal Toto op de radio. Dat is natuurlijk niet best, maar de dame achter de kassa zingt luidkeels mee.
Voor het eerst in maanden ben ik weer op pad. Ik had met mezelf afgesproken dat ik tot december niet zou werken, maar afspraken zijn er om geschonden te worden en na wekenlang spuitpoep ruimen, wasjes draaien en kindzogen wil ik wel weer eens mijn hersens gebruiken. Dus als een opdrachtgever voorzichtig peilt of ik weer zin in een klusje heb, stuur ik hysterisch een met veel smileys en uitroeptekens gelardeerd bevestigend mailtje terug.
Een paar dagen later zet ik thuis zorgvuldig afgekolfde flesjes melk in de koelkast, ik verschoon nog een laatste luier, zoen mijn mannen, zeg dat ze voorzichtig moeten zijn met wat ze ook gaan doen en hup, daar ga ik dan.
Het interview is in Friesland en halverwege de Afsluitdijk zie ik dat ik veel te vroeg ben. Cappuccino dan maar in het café dat bij het Afsluitdijkmonument hoort.
Het is er een desolate bedoening. Sky Radio klinkt uit de speakers, het personeel kijkt verschrikt op als er een klant binnen komt, de koffie is lauw en dien je zelf te halen en de tafels zijn van formica. Ik had me mijn eerste schreden in de snelle hippe wereld van de journalistiek ietwat anders voorgesteld.
Maar diep in mijn hart ben ik dol op dit soort cafés. Ik houd van treurige plaatsen, van plekken waar ze nog nooit van verse muntthee hebben gehoord, van barren waar een taai saucijzenbroodje de hoogst haalbare culinaire traktatie is, waar de barvrouw zonder enige Idols-pretentie vals als de neten meeblèrt met Toto en waar zelfs de kerstkransen aan de muur er ietwat slapjes bij hangen. Niets is hier gelikt en van al die droefgeestigheid word ik bijzonder vrolijk.
Ik zit aan mijn plakkerige tafeltje, staar naar een waterig zonnetje dat begerig over het IJsselmeer schijnt en weet dat het goed is.

admin, Zaterdag 12 December 2009 at 2:30 pm Twee reacties