Ik had me voorgenomen
hier zo min mogelijk
zoetsappige babystukjes
te plaatsen.
Ik heb alleen zo'n last
van zwangerschapsdementie
dat ik vergeten ben
waarom.
En daarom stel ik u
bij deze toch voor
aan mijn zoon!
Aaaaaaah....
(klik
voor de grote versie)
admin, Maandag 27 Juli 2009 at 2:12 pm
Ik lig in een stoel met mijn ogen gesloten en om me heen hoor ik het geblaat van schapen.
Ik bevind me midden in de stad Montreal in een tuin. En nee, er is hier helemaal geen vee, ik ben omringd door een groep veertigers die dit geluid produceren. Ik glimlach en tuk verder.
Ik was een week bij mijn Canadese schoonmoeder in huis.
Zo. Laat die zin maar even goed tot je doordringen.
Ik was een week bij mijn Canadese schoonmoeder in huis.
Lief mens. Echt. Maar een week. Schoonmoeder. Bij haar. In huis.
Daar hoef ik verder niet over uit te wijden, toch?
F. en ik hadden besloten haar alle aandacht te geven die ze de afgelopen twee jaar van ons gemist had en bleven dus bij haar. De hele week. In haar huis. Op een regenachtige berg.
Maar daar ging ik verder dus niks over zeggen.
Punt is dat we na die week snakten naar leven in de brouwerij. Gelukkig had één van Fs beste vrienden een barbecue georganiseerd, speciaal voor ons.
En daar zouden ze elkaar eindelijk weer zien: de vrienden van weleer. Het is een groep van een man of 12, de meesten kennen elkaar van de middelbare school. Ze hebben elkaar ooit rare bijnamen gegeven als Chum en Chico en noemen elkaar nog steeds zo (overigens is dat ook uit praktisch oogpunt want vrijwel iedere Canadese jongen van die generatie heet ofwel Francois ofwel Nicholas. Dat leidt nogal eens tot verwarrende gesprekken in de trant van: Wist je dat Francois gaat scheiden? Echt waar? Was ie getrouwd dan? Ja, al tien jaar kom op, dat weet je toch? Maar ik dacht dat ie een vrijgezelle homo was!. Eeeeeh, welke Francois bedoel je dan?).
Vroeger spijbelden ze samen, blowden ze samen, joyride-den met hun vaders auto samen. Kortom: ze deden wat jongens zoal doen.
Nu is het leven over ze heen gegaan. Er is getrouwd, gescheiden, er zijn kinderen geboren, er werden buikjes gekweekt, haren verloren permanent hun grip op sommige hoofdhuiden, anderen kregen een intelligente grijze gloed.
Ze zien elkaar al lang niet meer dagelijks, zelfs niet wekelijks. Geen tijd. Gezin, carrière, het leven van alledag.
En dan is F. ook nog geemigreerd. Af en toe schreeuwt iemand uit de groep nog iets naar hem op Facebook, maar daar blijft het vaak bij.
Maar als ze elkaar zien is alles zoals het was. We zijn koud vijf minuten binnen of een Nicholas stompt mijn F. keihard op zijn schouder. Gegiechel. F. grijpt met een van pijn vertrokken gezicht naar zijn bovenarm, en haalt vervolgens enorm uit. Stomp, op de schouder van zijn opponent. Ook de andere jongens beginnen elkaar te stompen. En verschrikkelijk hard te lachen. Niet lang daarna komen de schapengeluiden. De één doet Bèèèèèèèèèèèèèèèh, de ander doet het nog harder, een derde doet een hele lange.
Er wordt geschreeuwd, geschopt, gezopen. Dit zijn gerespecteerde advocaten, filmmakers, journalisten, fotografen, en zakenmannen, die in elkaars gezelschap in no time metamorfoseren tot jongens.
Jongens die ook mij omarmen en liefdevol in hun midden opnemen. Maar ik hoef niet in hun midden. Dit is hun groep, hun verleden, hun posse. Thuis heb ik mijn eigen posse. Dit is voor F.
Ik ga op een stoel liggen en doe roezig mijn ogen dicht. De uren glijden voor de jongens voorbij in een wolk van bier, wijn en oude herinneringen. Ik hoor gesnik. De meest emotionele van het stel (een Italiaan, wat wil je) omhelst mijn F. Hij mist hem. Hij mist hen. Dan volgt er weer een keiharde stomp.
Want jongen blijven het. Maar aardige jongens.
(eenmaal thuis krijgen we een mailtje van één van de mannen met een
Bèèèèh-foto en de titel The song remains the same. En zo is het.)
admin, Zaterdag 25 Juli 2009 at 11:39 am
In het kader van mijn reeks
51 vrijpostige vragen aan in HP/De Tijd staat deze week in het dubbeldikke zomernummer een interview met Saskia Noort. Klein tipje van de sluier:
Noort over Connie Palmen:
"Ik kan natuurlijk denken: Wat kan mij dat ouwe wijf schelen?. Maar aan de andere kant vind ik: het feit dat ik veel verkoop en het goed doe, maakt niet dat ik overal boven hoef te staan en dat ik mezelf niet meer mag verweren. Ik vond haar opmerking ver beneden alle peil. Dat wilde ik kwijt. (...) Al die kritiek op schrijfsters zoals ik zijn domweg de laatste stuiptrekkingen van een stelletje literaire mastodonten. Daarom is het zo pijnlijk. Ik hoop in ieder geval niet dat ik zo word op die leeftijd."
Voor de rest van het gesprek dat gaat over plastische chirurgie, kritiek, scheiden en Eckhart Tolle: koop HP/De Tijd.
Plus, helemaal achterin een aankondiging van mijn volgende 51-vragen-interview waarvan ik nu al kan zeggen dat het een eer, een genoegen en een bijzondere, pittige ontmoeting was...
admin, Vrijdag 10 Juli 2009 at 12:48 pm