Kastelein

Wie in Amsterdam woont, klaagt over de horeca. En dat is terecht. De gemiddelde barmedewerker in mijn stad is ongeïnteresseerd, chagrijnig, druk in de weer met zijn of haar eigen kapsel in plaats van met bedienen en heeft vaak een houding van “Ik weet ook wel dat ik veel te mooi ben om hier te werken maar ik kan toevallig elk moment ontdekt worden door een talentscout dus zeik niet aan mijn kop en pleur op met je vraag om een nieuw drankje”.
Ik ben opgehouden me hieraan te ergeren. Ik immers ga niet naar een café voor het personeel en vermaak me wel gewoon met mijn vriendjes terwijl ik 10 minuten wacht op een nieuwe ronde. We zijn niet anders gewend. We hebben onbeschoft bargedrag geaccepteerd.
Hoe absurd dit is, realiseer je je pas als je een keer wel met alle egards wordt behandeld. Dat is mij zaterdag gebeurd. Op aanraden van een vriend begeef ik me voor het eerst in café Myrabelle aan de Vijzelgracht. Ik fiets daar best vaak langs maar de hele kroeg was me eerlijk gezegd nooit opgevallen. En dat terwijl ik mezelf toch best kan omschrijven als een horecakenner (ik wilde hier bijna 'pur sang' achteraan zetten maar heb mezelf een corrigerende tik gegeven. Er zijn grenzen aan het gebruik van cliché’s, Roos!).
Maar goed, Myrabelle dus. Bij binnenkomst valt me weinig bijzonders op. Leuk publiek, niet te jong, niet te oud, niet te normaal, niet te imbeciel. Er klinkt top 40 muziek. Het ruikt er naar bier. Kortom: gewoon een bruin café.
Maar als ik bij de bar kom, zie ik wat hier anders is. Hier werkt Joop. Joop is geen ober, maar een kastelein. Hij is een jaar of zestig, heeft een wit overhemd aan met een gesteven boord en een schort om. Hij steekt zijn hand naar me uit . “Dag dame, ik ben Joop,” zegt Joop. “Waar kan ik u mee van dienst zijn?” Ik bestel een biertje. Voor hij het bij me neerzet, de schuimkraag precies twee vingers dik, veegt hij eerst nog even de blinkende bar extra schoon. “Die is voor jou. En voor die prachtige ogen van je.” Het klinkt niet eens slijmerig. Ik word er zelfs even verlegen van.
Mijn vrienden arriveren. Ook zij krijgen allemaal een hand en perfect getapte biertjes. Naar mate de avond verstrijkt worden we steeds joliger. Wat is het hier leuk! Joop drinkt een biertje mee. Natuurlijk voldoet hij aan onze wens om Amsterdamse liedjes te draaien. De Amsterdamse medley komt zelfs twee keer voorbij. Als mijn glas leeg is, staat er ongevraagd alweer een volle achter me. Joop knikt me vaderlijk toe. "Van mij meissie.” Onze gesprekken worden nog luider, het niveau daalt, we slaan op schouders. Joop blijft onberispelijk, evenals zijn overhemd. Stipt om twee uur stuurt hij ons met een glimlach de zaak uit. Ik waggel naar buiten, moet ergens vreselijk om lachen maar een meter daarna ben ik alweer vergeten waarom. Joop zwaait. "Dag meissie, kom je gauw terug met die ogen van je?” Ik beloof het. Joop pakt een bezem en begint fluitend de vloer te vegen. Wow. Ik voel me als een talentscout die een nieuw juweeltje heeft ontdekt.

admin, Maandag 29 Januari 2007 at 1:02 pm Zeven reacties

Poezie-album

Het is vandaag Nationale Gedichtendag. Nee dat is niet gek. Als je een dag voor de vaders, de moeders en de dieren hebt, kun je net zo goed een dag voor de gedichten in het leven roepen.
Op de fiets zet ik mijn iPod weer op random. En opeens komt Jeroen Willems voorbij, die ‘Ne me quitte pas’ van Brel zingt. In de Nederlandse vertaling. En ik weet: dit lied is al zo vaak gezongen dat het bijna een Hallmarkkaart is geworden. T is te cliché om nog mooi te kunnen vinden, zeggen mensen. Onzin. Het is echt en hoe vaak ik deze tekst ook heb geluisterd, hij raakt nog steeds. Niet omdat de inhoud iets te maken heeft met mijn huidige eigen leven, maar omdat ik de woorden geloof. Dit nummer is zo oprecht droevig dat ik er gelukkig van word. En o ja, op papier is 't bij vlagen net een gedicht:

Want ik wil alleen

Horen hoe je praat

Kijken hoe je lacht

Weten hoe je zacht

Door de kamer gaat

Nee, ik vraag niet meer

Ik wil je schaduw zijn

Ik wil je voetstap zijn

Ik wil je adem zijn

Laat me niet alleen

Laat me niet alleen

Laat me niet alleen

Laat me niet alleen



(voor de volledige tekst, zie hier)

admin, Donderdag 25 Januari 2007 at 3:00 pm Zes reacties

Route

Voor een check-up moet ik in het ziekenhuis zijn. Om de een of andere reden zijn die afspraken altijd berevroeg in de ochtend. Met een watten hoofd zet ik mijn auto in het pikkedonker op het parkeerterrein. Ik ben ’s morgens van nature al niet het zonnetje in huis (Soms zegt iemand tegen me: “Ik werd vanmorgen zo verrot wakker” waarop ik steevast denk: ‘Ik word al-tijd verrot wakker’.) maar vandaag ben ik extra mopperig. De verwarmingsketel bleek bij het opstaan uitgevallen waardoor het leek alsof ik verhuisd was naar een iglo, mijn handen zijn verstijfd en ik moet meer koffie, dreint het door mijn hoofd. Maar vooral: ik wil hier niet zijn. Dit is niet bepaald mijn hotspot in Amsterdam. Ben hier iets te vaak geweest.
Ik sla mezelf op de schouder en beloof me een grote cappuccino als dit achter de rug is. Intussen slof ik, hoofd naar beneden, naar de afdeling waar ik wezen moet. Twee trappen op, gangetje door en naar links. Als ik opkijk, staar ik recht in het gezicht van een heel oude man met een slang in zijn neus. Huh? Wat doe ik nou op de afdeling longziekten?
Wat blijkt: ziekenhuis is verbouwd. Althans, heringericht. Ik vraag me af waarom alles voortdurend wordt heringericht. Dit ziekenhuis is pas een paar jaar oud, hadden ze het niet meteen goed in kunnen richten???
Na enig zoeken op een informatiezuil (jaaa, die heb je dan dus nodig hè, als je de boel gaat lopen herinrichten) kan ik mijn afdeling vinden. Maar die hebben ze geen letter of nummer gegeven als pakweg B1 of iets dergelijks. Dat zie je in normale ziekenhuizen. Dan kijk je in de lift op welke etage B1 is, je stapt uit en je bent gearriveerd.
Maar nee, niet in dit heringerichte centrum. Er staat alleen maar dat ik Route 25 moet volgen. En Route 25 heeft een kleur, okergeel, zodat ik precies weet welke bordjes ‘t zijn. Ik begin te lopen. Aan het einde van de gang wijst Route 25 naar links. Weer een gang. Ik ben inmiddels al te laat op mijn afspraak. Ik ga sneller lopen. Ziekenhuisgangen zijn al-tijd lang, dat is een wet geloof ik. Eindelijk een nieuw bordje. Links af. Trap op. OK, ik draaf naar boven. Bij de deur, pijltje links. Sure. En dan weer een bordje. Ik moet er nu toch wel zijn. Trap af. Snel, snel, haast, haast.
En dan, eindelijk, sta ik weer bij de eerste informatiezuil. Ik geloof dat ik gek word. Wat is hier de bedoeling van? Dat wij patientjes ons geestelijk denkvermogen totaal on hold zetten? Dat we niet zelf kunnen kijken waar B1 zich bevindt maar een route met een kleurtje moeten volgen die vervolgens nergens naar toe leidt? Dat we eens wat meer gaan bewegen want dat is ge-zond?
Ik loop naar de informatiebalie. Het is er druk. Veel verontwaardigde, verdwaalde ziekenhuisgangers. Een mevrouw voor me krijgt de opdracht eerst Route 15 te volgen, vervolgens af te slaan naar Route 31 en na twee van die bordjes Route 7 te pakken. Als ik aan de beurt ben smeek ik de baliemedewerker mij in godsnaam te vertellen waar ik heen moet zonder het woord route te laten vallen. “Ach mevrouw, gaat u hier het trapje op en naar links, dan bent u waar u wezen moet,” zegt ie droogjes. Ik sjees weg en als ik inderdaad eindelijk voor de juiste spreekkamer sta, merk ik opeens dat ik zachtjes giechel. Mijn ochtendhumeur is weg. Over een half uurtje mag ik hier ook weg. Ik ben nu al blij. Ik heb zojuist mijn eigen bovenkamer heringericht.

admin, Dinsdag 23 Januari 2007 at 12:46 pm Twee reacties

Wééééér alarm

Wat een rukwind.

admin, Donderdag 18 Januari 2007 at 3:34 pm Eén reactie

Errug

T was onoverkomelijk
Groter dan ik zelf
Al weken zat het in mijn hoofd
Morele bezwaren hielden me tegen
Etische en esthetische ook
Maar ja
Het vlees is zwak
En het regende vanmiddag zo hard
Ik had het koud en was een beetje sip
En ja, wat gebeurt er dan?
Ik verlies mijn zelfbeheersing
Ik ben gezwicht
En het allerergste is
Dat ik er ook nog eens dolblij mee ben

Ik denk dat ik mijn naam in Veerkamp verander

admin, Woensdag 17 Januari 2007 at 6:34 pm Acht reacties

Rozig hoort

Momenteel vechten deze twee liedjes om de felbegeerde titel Meest Gedraaid op Rozigs iTunes:

Elusive- Scott Matthews

(Zo'n mooi woord... Elusive...
Mooie tekst ook:
"She's elusive and I'm awake,
You're finally real, there's nothing fake.
A mystery now to me and you,
Open my eyes and I'm next to you")

You could be happy- Snow Patrol
(hele cd is t downloaden waard, maar dit is het verdrietigste liedje. En ik heb nu eenmaal een zwak voor verdrietige liedjes)

admin, Dinsdag 16 Januari 2007 at 10:49 am Twee reacties

Afwerkplek

Nog even over die fiets.
Die had ik eerst echt wel in de fietsenflat willen parkeren, hoor. Maar ja, die is altijd vol. En dus zette ik hem ervoor. Tussen heel veel andere illegaal geparkeerde fietsen. Op een plekje waar niemand er last van had. Het enige waar ik later last van had was dat ie weg was.
Ik belde het nummer van de AFAC, de Amsterdamse Fiets Afhandel Centrale, wat een beetje klinkt als een afwerkplek voor tweewielers maar dat is dus niet zo. Ja hoor, mijn rode Kronan was daar naar toe gebracht. Ik kon hem komen halen. Ik nam een taxi naar het opgegeven adres. Ergens vlakbij station Sloterdijk had de mevrouw gemompeld. ‘Ergens vlakbij’ bleek een heel rekbaar begrip. De taxi passeerde het station, en toen heel veel winderige landwegen, en toen allemaal bedrijventerreinen en toen bordjes die aangaven dat IJmuiden inmiddels bijna dichterbij was dan Amsterdam. De chauffeur zette me af. “Succes meisje.”
En daar op een enorme parkeerplaats stonden ze. Duizenden fietsen op elkaar gepakt. Een aardige Amsterdamse afwerkmevrouw leidde me naar de mijne. "Jaja, wij sitten er ook niet op te wachten, hoor, maar de gemeente vindt dit nodig. Ik weet dat die fietsenflat vol met barrels staat en dat je daarom niet ken parkere maar ja, ze pakke liever de officieel fout geplaatste fietsen. Een stuk of vijftig per dag. Die hebben een signaalfunctie zeg maar. Het ken al na een dag zijn dat ze ze deporteren. Het ken ook een maand duren, je weet t niet. En waarom ze de ene wel pakke en de andere niet, ik heb geen idee. En soms heb je geluk. Dan gebeurt het je nooit. T hele systeem werkt eigenlijk voor geen meter. Want ik weet ook wel dat jij je fiets nu weer meeneemt, de stad in, en als je hem niet kwijt ken zet je hem toch weer op hetzelfde plekkie. Tja. Je mot toch ergens heen...”
Ik knik. Het waait. Ik kijk naar al die rijen geparkeerd staal.
Zo ver mogelijk weggevoerd, buiten de stad. Een signaalfunctie. Het je even lastig maken, duidelijk laten merken dat je op het verkeerde moment op de verkeerde plaats bent. Dat je er niet hoort. Soms ben je meteen de lul, soms duurt het tijden voor het zwaard van Damocles valt. En is het eenmaal gevallen, dan staat die fiets ondanks de eindeloos lange reis in no time weer in het centrum van Amsterdam waar hij het liefste is.
Zo zinloos allemaal.
Ik moet opeens aan Rita Verdonk denken.

admin, Maandag 15 Januari 2007 at 5:40 pm Vier reacties

Lost

Vanmorgen overal gezocht maar hij was echt zoek: een heel belangrijk aantekenboekje dat ik vandaag nodig had.
Kwijt.
Vanmiddag in overvolle trein vanuit Utrecht (niet de auto gepakt want weeralarm) wordt er omgeroepen: "Dames en heren, wij staan op het punt van vertrekken maar we kunnen niet weg want eeeeeh, de... nou ja, de eeh machinist is vermist. We kunnen hem nergens vinden."
Kwijt.
Begin van de avond, eindelijk op CS A'dam: fiets gejat.
Kwijt.
Net bij thuiskomst tref ik opeens dat notitieblok bij de kapstok aan.
Gevonden!
Nou mijn fiets en die machinist nog...



ps: Ha! Fiets bleek losgeknipt. Ook gevonden dus! Nu die machinist dan nog...

admin, Vrijdag 12 Januari 2007 at 12:53 am Zeven reacties

De onderbroekenman

Nieuw jaar, nieuw ondergoed, zo dacht ik laatst. Niet dat er nou een nieuw jaar nodig is om mezelf te trakteren op iets frivools. Ik had net zo goed ‘Nieuwe week, nieuw ondergoed’ kunnen tikken of ‘Nieuwe dag, nieuw ondergoed’. Er is eigenlijk altijd wel een moment voor nieuw ondergoed, zeker als het grauw en heel erg januari is. Waarop ik toch weer uitkom bij dat nieuwe jaar.

Nieuw jaar, nieuw ondergoed dus.
Om mezelf uit mijn winterdepressie te helpen besluit ik naar de Bijenkorf te gaan waar ze sinds een paar maanden een briljante uitgebreide lingerieafdeling hebben. Van petieterige Dolce & Gabbana-stringetjes tot heeeeeel mooi en heeeeel duur Marlies Dekkers-spul tot echte tijgersetjes (Zal ik? Zal ik? Zal ik?), het hangt er allemaal, klaar om door gretige vrouwenhanden van de haakjes te worden gegrist. Een afdeling als deze is er eigenlijk maar om één reden: ons intens gelukkig maken.

Ik kan er dan ook een hele tijd rondlopen. Niet alleen uit hebberigheid trouwens. Een bezoekje aan de lingerieafdeling heeft nog iets anders waar ik heel vrolijk van word: er komen ook mannen. En er is vrijwel niets zo grappig als een man tussen de bh’s. Want hoe je het ook wendt of keert, eigenlijk hoort ie daar natuurlijk niet. Maar ja, op een regenachtige zaterdagmiddag wordt ie nu eenmaal meegesleept door zijn vriendin onder het mom van ‘lekker samen shoppen’. Vervolgens moet zo’n kerel zich op een plek waar ie net zo weinig te zoeken heeft als Harry Mulisch in een ijsdansshow toch een houding zien te geven. En dat is zo fascinerend. Ik kan er uren naar kijken

Ik heb er zelfs een studie van gemaakt. Na uitgebreid veldonderzoek ben ik er achter gekomen dat er vier soorten mannen op de lingerie-afdeling te vinden zijn, te weten:

1. Het slachtoffer
Deze zie je het vaakst. Onder dreiging van een relatiecrisis is hij meegesleurd naar het land van Bh’s en Strings en nu doet hij zijn uiterste best om wakker te blijven. Niet dat hij iets tegen geile setjes heeft, integendeel, maar zijn úberdegelijke vrouw draagt al jaren niets anders meer dan breed gerande sloggies (bij voorkeur huidskleurige want ja, dat tekent niet af door een witte broek, hè) en als hij het ook maar waagt alleen al naar een slipje met een beetje kant te kijken, sist zij hem toe dat dat hoerig is. Er zit voor hem niets anders op dan in een geestelijke winterslaap te vallen wanneer zijn geliefde urenlang haar borsten in de ene na de andere sportbeha staat te wurmen.

2. De gluiperd
Dit is de man die ook een Sloggievrouw heeft maar haar vertelt dat hij inderdaad dol is op sportief ondergoed. Terwijl zij in de paskamer is, weet hij echter niet hoe snel hij dat lekkere wijf met zijn ogen moet volgen dat staat te dubben tussen een rood of een paars sjarretelletje.

3. De bromsnor
Seks is bah! probeert deze man uit te stralen. Meestal zie je hem mokkend in een hoekje een sudoku oplossen. Intussen probeert zijn vrouw hem en zijn kruis enigszins tot leven te wekken door een mooi setje voor haar aangeklede lichaam te houden en zwoel te vragen: ‘Hoe denk je dat mij dit zal staan?”, waarop hij afwezig antwoordt: "Ja hoor schatje.”

4. De connaisseur.
Eigenlijk is dit de ergste. Deze man is opgegroeid tussen de NVSH-boeken en weet precies wat de vrouwtjes belangrijk vinden. “Niet die nemen, hoor, die randjes schuren zo bij de billen,” zegt hij bijvoorbeeld wijs. Keurend laat hij zijn handen over de stofjes glijden, hij bekijkt ze van dichtbij, ruikt er soms zelfs aan alsof het een goed glas wijn betreft, hij verstelt de bh-bandjes zodat ze precies op haar maat zijn voor ze gaat passen, raadt haar zwart aan "want dat kleedt lekker af, pop” en kijkt daarbij zo zelfingenomen dat zij hem zichtbaar het liefst met een heel sterk stringetje zou wurgen.

En al deze mannen zijn de belangrijkste reden waarom ik zo graag ga lingeriewinkelen. Alleen welteverstaan. Want eerlijk gezegd is het mij werkelijk een raadsel waarom vrouwen hun man dit aandoen. Over lingerie moet je met een man helemaal niet lullen. Hij moet jou niet hebben zien twijfelen tussen de setjes, hij moet niet hebben gekeken hoe jij achttien broekjes ging passen om uiteindelijk nummertje één nog eens te willen proberen, hij moet niet doen alsof hij zich volledig op zijn plek voelt tussen de cups en bovenwijdtes want dat is ie niet.
Lingerie moet hem overvallen, hem in het gezicht staren als zijn meisje haar bloesje uittrekt. En ja, dan mag ie best even de connaisseur uithangen.



ps:
Ik heb inmiddels offline wat commentaar op dit stukje gekregen van pruilende mannen die denken dat ze nu nooit meer lingerie voor hun wijffie mogen kopen. Neen neen neen, driewerf neen, dat is niet wat ik bedoel. De man die alleen ondergoed koopt voor zijn teder beminde is een Held. Met een hoofdletter ja. Een fijne, zelfverzekerde man die zijn vrouw met dit soort snoepgoed verrast, daar zijn wij heel erg voor!!!! (mits in de juiste maat en bij voorkeur niet twee maten te klein wat dan heeft u crisis thuis, mannen. Tip: schrijf die maat op in uw agenda. En check, check, dubbelcheck zo nu en dan eens).

admin, Woensdag 10 Januari 2007 at 3:57 pm Vier reacties

Top

Ik houd niet van Top-tienen. Of Top-duizenden. Of erger nog: Top Tweeduizenden. Ten eerste omdat ze voorspelbaar zijn, ten tweede omdat ik het er nooit mee eens ben (waarom toch altijd dat dwepen met Hotel California en Whiter Shade of Pale??? Alleen maar omdat die nummers tien minuten duren? En hallo hallo Bohemian Rhapsody is alleen maar leuk als je het zelf mag playbacken met een te strakke legging aan) en ten derde en meest belangrijke: een Top Zoveel betekent dat je moet selecteren wat weer betekent dat je nummers uit moet sluiten en ik ben nu eenmaal niet iemand van of-of maar van en-en.
En toch heb ik wat muziek betreft een eigen Top. Een Top Eén welteverstaan. Het liedje dat ik op mijn begrafenis gedraaid wil hebben. Maar wat ik vooral bij leven nog heel vaak wil horen. En ik geef toe, soms denk ik er maanden niet aan, aan mijn ultieme nummer. Maar Best Friend L. mailde me vanmorgen dit linkje. Ok ok, hij heeft een rare muts op, en ok ok, het is weer Bruce S., ik beloof hierbij plechtig dat ik hem jullie hierna de komende maanden niet weer door de strot zal duwen, en ok ok, het is een opname uit mijn geboortejaar dus hip ende modern is het evenmin.
En misschien ligt het aan mijn ietwat grauwe overgevoelige stemming van de afgelopen dagen, maar man o man, wat kan zo’n liedje je weer in je gezicht slaan. Dit gaat nooit meer weg. Wat mij betreft is dit alleen al mijn hele Top 2000.

admin, Maandag 08 Januari 2007 at 2:33 pm Vier reacties

Tandje erbij

De snelheidsmeter in mijn auto is stuk. Als ik boven de tachtig rijd, zakt ie langzaam naar beneden om vermoeid op het nulpunt te blijven rusten. Eerlijk gezegd is dit al sinds oktober zo. Ik ben niet zo van de snelle reparaties. Dat is een kwestie van prioriteiten natuurlijk. Als die auto het niet meer zou doen, stond ik meteen bij de garage. Maar zo’n snelheidsmeter is best een overschat ding, dacht ik zo. Ik gok wel zo’n beetje hoe hard ik rijd. Het schijnt overigens niet te mogen, rijden met een kapot meterding, maar ja, denk ik dan weer, als een agent je aanhoudt, moet je stilstaan en staat dat metertje sowieso op nul. Het is soms heel eenvoudig in mijn wereld te leven.
Maar ja, toen kreeg ik een cd-tje van De Kwelgeest. Zo noemt ie zichzelf, mijn spinninginstructeur. “Jaja, nog een tandje erbij beste mensen, kom op, het MOET pijn doen, jawel, ik ben je kwellllgeest, traaaaappen maar!”. Ik ben bijzonder aan mijn kwelgeest gehecht. Het is namelijk goed iemand intens te haten tijdens het sporten. Mijn agressie doet die pedalen draaien en mijn eergevoel zorgt ervoor dat ik nog liever mijn fietsshirt opvreet dan dat ik toegeef dat ik niet nog een versnellinkie zwaarder kan. De Kwelgeest. Hij doet me pijn, duwt me over het randje maar aan het einde van de les ben ik des te doller dol op hem.
Afgelopen donderdag gaf hij zijn honderdste training en daarom kregen we allemaal zijn favoriete spinningmuziek cadeau. “Zodat je als je buiten fietst ook lekker aan me kunt denken,” voegde hij fijntjes toe.
Best een goed idee. CD-tje op mijn iPod pleuren en iedere dag met spinningsnelheid naar mijn werk racen. Maar ja. Vandaag moest ik weg met de auto. En dat cd-tje zat nog in mijn jaszak, dus dat heb ik maar opgezet. Oeps. Ik heb geen idee hoe hard ik ging uiteraard maar dat metertje is in elk geval echt overleden. Wat denken jullie? Kan ik tegen de onvermijdelijke megaboete in beroep gaan door te zeggen dat het de schuld van De Kwelgeest was?


admin, Zaterdag 06 Januari 2007 at 6:30 pm Twee reacties

O&N

Toen ik me aankleedde in jurk met grote gouden riem en me optuigde met glimgouden oorbellen en blinkelketting schoot het nog even door mijn hoofd: “Kut, ik ben straks toch niet de enige die zich aan de dresscode gehouden heeft?”. Zul je altijd zien. Roept iedereen eerst dat het zo leuk is als het Oud & Nieuw-feessie een thema heeft, bedenk je met de feestcommissie dat Fout-Hollandsch wel lollig is, ben je de enige die losgaat en er uitziet als rechtgeaarde kledder.
Mijn zorg bleek achteraf volledig ongegrond. Mijn vrienden hebben heel Amsterdam afgestruind op zoek naar de meest ordinaire blingbling-accessoires, glimmende roze overhemden, netpanties, blauwpaarse glimoogschaduw, glitterjasjes en Tropical Danny-shirts (alleen die Breezer Ananas bleek niet te vinden. Bestaat dat drankje überhaupt eigenlijk wel?). Ik voelde me zowaar ietwat underdressed en dat komt echt zelden voor.
Uiteraard moest er vervolgens heel veel leverworst worden gegeten, heel hard worden gekaraoked, heel veel champagne uit de fles worden gedronken en heel veel onzin worden geluld, gelardeerd met af en toe een zinnig gesprek. Om kwart over acht ’s ochtends verlieten de laatste Sjonnies het pand. Toen ik ver in de middag ontwaakte, trof ik een woonkamer vol oranje slingers en gouden ballonnen aan, aangekoekte haring op een schaal en allerlei vergeten foute spullen, ik kan zo met de hele collectie op de Albert Cuyp gaan staan. Ja, het nieuwe jaar is heel heel goed begonnen.
Bij deze een kleine collectie van foto’s die nog net door de beugel konden.



(B. (a.k.a Tropical D.) & L. van de feestcommissie)

(Nichtje P. met haar man, de Deense E. die normaal een stuk slanker is)

(de roze hemdenbrigade samen met De Pruikjes)

(ik met W., de medogenloze matroos)

("Kijk daar, een vuurpijl."
"Blijf van mijn fles af!!!")

(M., N. en L., oefenen wie er het hitsigst kan kijken)

admin, Dinsdag 02 Januari 2007 at 1:01 pm Vier reacties