Dat zeg ik

Yor de wannadewanna oe oe oe honey
Dewannadewanna!!!

Heel lang heb ik dit vrolijk gezongen vanaf het moment dat ik als kind de plaat van Grease bij mijn ouders in de kast ontdekte. Geen idee had ik waar t liedje over ging, maar vrolijk klonk het wel. Groot was mijn verbazing toen ik na mijn eerste Engelse lesjes ontdekte dat dit wel degelijk een tekst met betekenis was. You’re the one that I want. Wow... John Travolta, op wie ik jarenlang hevig verliefd was, bleek niet alleen goed te kunnen zingen en dansen. Hij had ook nog inhoud! Oe oe oe!

En ik moet toegeven, ik word nog steeds wel eens verrast als ik hoor wat de werkelijke tekst van een liedje is en me realiseer dat ik het al een hele tijd fout zing. Zo heb ik serieus heel lang gedacht dat Frank Boeijen murmelde:

“Denk niet wit, denk niet zwart, denk niet zwart-wit,
maar in de kleur van je haar.”

Nou kan dat met mijn eigen haarkleur te maken hebben, maar wat blijkt? Dit hebben veel meer mensen! Op deze site kun je van tientallen Nederlandse liedjes zien wat de luisteraars er in hun hoofd allemaal van gebrouwen hebben. Wat te denken van “Je loog tegen mij” van Drukwerk:

Juiste tekst: "Zeg schat, je bent heel wat van plan dan"
Misverstaan als: "Zeg schat, je bent helemaal van plakband"

En nog eentje uit "Zwart wit" van Boeijen:

Juiste tekst: Wie wil er bloed op de achterbank
Van de werkelijkheid
Misverstaan als: Dierenbloed op de achterbank
Van de degelijkheid

Erg leuk, al deze per ongelukke verbasteringen. Maar wat als je ooit expres een liedje hebt vernacheld?
Een paar jaar geleden zat ik met vrienden in Frankrijk rond een kampvuur en vraag me niet waarom, maar opeens maakten we van het hele repertoire van Hazes pornografische versies (ja, het waren dezelfde vrienden als van het Sint&Pietpornofeest... Ja ik heb oversekste vrienden. En nee, dat zegt helemaal niet iets over mij).
En sindsdien kan ik nooit meer normaal ‘Zo heb ik het nooit bedoeld’ zingen zonder dat ik van “Een ander in je huis die deelt met jou de hele nacht” maak “Een ander in je huig die wil met jou de hele naaaaaacht...”.
Sorry André. Zo heb ik het nooit bedoeld.

admin, Donderdag 31 Augustus 2006 at 1:00 pm Negen reacties

Fictie

Ik schijn de indruk te wekken dat het leven me makkelijk afgaat. Een collega noemde mij daarom vroeger altijd een blije eikel. Zo iemand die vrij- en blijmoedig ietwat nonchalant door de wereld stapt.
Nou ben ik over het algemeen inderdaad best een opgewekt meisje, maar er zijn van die momenten dat het blije eikelschap me totaal in de steek laat en dat ik word overvallen door vlagen van ernstige onzekerheid en een zeer vast gewortelde overtuiging die roept: “Ik kan het niet, ik kan het niet.”
Vooral in het begin van mijn carrière had ik er last van. Een interview doen, een nieuwsbericht maken, een column? Ikkanhetniet Ikkanhet niet Ikkanhetniet, brulde het in me, terwijl ik intussen de buitenwereld toeschreeuwde dat het allemaal geweeeeeldig ging en heel eenvoudig was.
Maar ja, toen was ik 21. Nu ben ik 31. En een hoop overtuigingen van toen heb ik inmiddels losgelaten. Ik weet wat ik wel en wat ik niet kan. Een band plakken, een ordentelijke administratie voeren, maat houden, dat kan ik niet. Maar schrijven wel. Daar ben ik van overtuigd.
En toch zat ik vorige week, na jarenlang geen last meer te hebben gehad van faalangst, weer dagenlang wanhopig naar mijn computerscherm te staren. En was ik er diep, heel diep van binnen van overtuigd: IK KAN HET NIET.
Toen ik door Ger Beukenkamp van mijn toneelcluppie werd gevraagd mee te werken aan het scenario voor de monologenvoorstelling 'Het meisje en de macht' was ik in eerste instantie best vereerd. In het stuk komen 9 monologen voor van vrouwen van bekende machthebbers, waarvan ik er eentje mocht schrijven: die van Sandra Roelofs, de vrouw van de president van Georgië.
Als een brave journalist las ik alles over Sandra wat er over haar te lezen viel. Ik bedacht een rode draad. Checkte feiten. Googlede. Kocht haar boek. Tot zover vond ik het een eitje.
En toen moest ik gaan zitten en al het bekende loslaten. Want toneel, dat is op zijn hoogst gebaseerd op feiten, maar verder is het natuurlijk louter fantasie. En om je eigen fantasie nou zomaar op het papier te kalken in de wetenschap dat er straks een actrice zou zijn die de woorden gaat uitspreken die jij haar in de mond legt...
Ikkanhetniet Ikkanhetniet Ikkanhetniet.
Plotsklaps was ik weer tien jaar jonger en er zeker van dat het één grote vergissing was geweest te denken dat ik hier geschikt voor zou zijn.
Op de morgen van de uiterste deadline roste ik met de moed der wanhoop mijn woorden op papier. Ik gooide het bestandje op de mail en wachtte af.
Uiteindelijk klonk de verlossende 'ping' in mijn mailbox en stond daar het simpele bericht dat ze erg tevreden zijn met mijn tekst.
Zomaar. Opeens. Als vanzelf.
En sindsdien ben ik weer een enorme blije eikel. Een enorme blije eikel die weet dat haar doemscenario een stuk slechter is dan haar gloednieuw geschreven eerste scenario.

admin, Woensdag 30 Augustus 2006 at 1:35 pm Twee reacties

Vrouwtje

Of ik het jammer vind om weer thuis te zijn?
Ben je gek! Na wekenlang combatbroeken, slippers en eenvoudige witte hemdjes dragen mag het vrouwtje in me weer naar buiten. En laat de stad nou vol hangen met übermeisjesachtige Roos-jurkjes van superzachte stoffen met fijne afwijkende prints en doorgaans flink wat decolleté...
Ok ok, ik sloeg door vanmiddag toen ik er maar liefst 4 scoorde. Ik hou het er maar op dat het een inhaalslag was. En sta de rest van de week ook niet voor mezelf in. Want ik wil nog nieuwe schoenen, nieuw ondergoed, een nieuwe tas, een najaarsjas (ja die heb je ook), een warm vest, nieuwe sportkleren, nieuwe .... nieuwe ... nieuwe.....
Het wordt een fijne herfst.

admin, Zondag 27 Augustus 2006 at 7:33 pm Drie reacties

Nitchen

Ik zit momenteel in een empatische fase. Misschien komt het doordat ik tijdens mijn reis te veel ben geconfronteerd met zwerfkatjes of dat ik het gestresste bestaan hier nog niet kan velen, maar ik vind alles en iedereen zielig.

Neem nou gisteren. Al wekenlang krijg ik van vrienden en mijn vader opgetogen sms-jes over Ajax dat het plotsklaps geweldig doet. Onder leiding van Jaap Stam hebben we zowaar een team vol Jongens van Stavast die zich door niets of niemand laten intimideren. Dus zat ik gisterenavond opgetogen op de tribune voor mijn eerste wedstrijd van het seizoen. En natuurlijk zou ik net als de rest van d’Arena moeten zitten godveren op die duurbetaalde gasten die zomaar de Champions League en daarmee 9 miljoen weggeven, maar ik kan alleen maar kijken naar de afhangende schouders en het intense verdriet van Thomas Vermaelen en als ik ’s avonds dan ook nog zijn roodbetraande ogen in de samenvatting zie heb ik zin om een potje met hem mee te janken. Hoe vaak zal hij de komende dagen niet dat moment gaan herbeleven van zijn eigen doelpunt? Zo zielderig!

Vanmiddag had ik een borstonderzoek. Onder het mom van “je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen” sleept mijn moeder mij jaarlijks mee naar de specialist die nagaat of er zich geen foute knobbels in mijn cupje schuilhouden.
Nou is die tietendokter een beetje een rare, sociaal incompetente man. Als ik op de behandeltafel lig, smeert hij mijn borsten in met een koude gel waarna hij ze met een apparaat controleert. Intussen probeert hij mij op mijn gemak te stellen. Niet nodig. Ik heb niet zo veel last van preutsigheid maar dat weet die man niet. Hij besluit een mop te vertellen. Een hele, hele slechte. “Er gaan twee boeren op reis naar Amerika. Vraagt die ene boer in het vliegtuig: “Wat is eigenlijk neuken in het Engels?”. Zegt die andere: “Nitchen natuurlijk.” “Hoezo nitchen?” “Nou, een keuken is toch ook een kitchen?”.
En daar lig ik dan, met ijskoude tieten en het enige wat ik kan denken is: ‘Dit kan toch niet de clou zijn???? Shit, het ís de clou!’. En voor ik het weet begin ik keihard te lachen. Nee, niet omdat het zo leuk is. Maar ik vind het anders zo sneu.

Ik weet het. Het enige echt zielige geval ben ik zelf.

(ps: Neeee, die zijn niet mijn borsten. Zo preuts ben ik nou ook wel weer...)

admin, Donderdag 24 Augustus 2006 at 7:33 pm Acht reacties

Nu mét!

Het was voor de beeldliefhebbers een saaie bedoening de afgelopen tijd op Rozig, maar nu alles opnieuw is aangesloten kan ik jullie weer trakteren op foto's. Dat doe ik met terugwerkende kracht, dus scrollll naar beneden voor de plaatjes bij de verhaaltjes!

admin, Dinsdag 22 Augustus 2006 at 2:05 pm Geen reacties

Terug

En dan opeens zit het er op.
We nemen afscheid van het land dat zo graag een paradijs wil schijnen en dat het ook de laatste week weer werd, zo lang we onze roze bril maar ophielden.
En ik neem afscheid van de planloze tijd, van 6 weken rondreizen zonder precies te weten waarheen en waarvoor. In het vliegtuig zeg ik met mijn ogen dicht onze reis gedag.

Dag wittepalmwuifstranden
Dag trotse big mama’s met hun gekleurde rokken
Dag jongetjes langs de kant van de weg sabbelend op maïskolven
Dag overvolle mutata’s, autobusjes, scheefhangend door hun vracht
Dag hobbelwegen meer bevolkt door kinderen en geiten dan automobilisten
Dag hakuna matata
Dag roodbruine aarde
Dag oogwit en tanden die opflikkeren in het vroegvallende duister
Dag corruptie
Dag bizarre bureaucratie

(op het vliegveld nog een staartje: “Ja, ik weet dat u al een visum van 3 maanden voor Kenia heeft, maar dat geldt niet als u naar de Seychellen bent geweest en weer terugkomt. Ook al is het maar voor 1 nacht. U moet een transitvisum kopen anders komt u er niet in. O u heeft geen geld? Dan kunt u buiten het vliegveld pinnen. Maar uw vrouw blijft hier als onderpand. Ah, daar bent u weer. Dan kunt u nu de formulieren invullen. Nee dat is het verkeerde formulier. U moet die blauwe hebben. Hoezo daar staat hetzelfde op. Nee, ik moet een blauwe en geen witte. Juist ja. Dat is dan 40 dollar. Of u in Keniase Schillingen kunt betalen? Nee. Hoezo dat is mijn eigen munteenheid. Nou en? Ik wil dollars. Kan me niet schelen dat ik u net naar een pinautomaat heb gestuurd waar alleen maar Keniaas geld uitkomt. Aan de andere kant van het vliegveld kunt u wisselen. Wat doet u nou toch boos mevrouw?”)

Ik zeg het allemaal gedag. Het was goed. Het was mooi. Het was fantastisch.
En vermoeid en uitgerust tegelijkertijd omhels ik Amsterdam.

admin, Dinsdag 22 Augustus 2006 at 1:36 pm Vier reacties

Paradise Lost

Hoe langer de vakantie, hoe schoner het volk.
Nou nee dus. Na wekenlang door Afrika te zijn getrokken en weinig andere toeristen te hebben getroffen is het nogal een cultuurschok als we op de Seychellen in een hotel volgepropt met 500 westerlingen blijken te zitten. Het hotel dat er op internet zo aardig uitzag blijkt een soort veredeld Sporthuis Centrum te zijn waar het doodnormaal is om iedere vorm van beschaving of elk concept van regels aan je badslipper te lappen. Nu en ik heus Miss Etiquette niet maar ik kan niet ontkennen dat ik me verschrikkelijk loop te ergeren als iedereen het doodnormaal vindt met een brandende peuk in zijn bek het restaurant binnen te stappen en dan bij voorkeur zo naakt mogelijk zodat we eten met een continu uitzicht op in bikini gepropte rokende cellulituslijven. Je wordt er kortom niet vrolijk van.

Op zoek naar wat meer beschaving vlucht ik richting een stil stukje strand. En daar, met uitzicht op de turkoiseblauwe zee, de onvermijdelijke palmbomen en voetballende locals die naarmate de zon verder zakt langzaam veranderen in duistere silhouetten, vind ik weer rust. Goddank, het paradijs is nogb niet overal aangetast.

Laat in de avond drinken F en ik een biertje in de beachbar die op dit tijdstip louter door Seychellianen wordt bevolkt. Ik raak aan de praat met een jongen die in de watersportschool werkt. Ik vertel hem over mijn middag en complimenteer hem met zijn land waar de moskee nog vredig naast de Katholieke kerk en de Boedhistische tempel blijkt te staan, zoals we vanuit de taxi hadden gezien. Daar kunnen ze in het Midden-Oosten nog een puntje aan zuigen. De jongen glimlacht.
Nog geen vijf minuten later klinkt er woedend geschreeuw. Een glas wordt op de grond gesmeten, scherven dreigend omhoog gehouden. De watersportjongen springt razendsnel op en gebaart ons hem te volgen en weg te gaan van wat hij een ‘political discussion’ noemt.

En dan, ver weg van het tumult, vertelt hij zijn verhaal. Over een tot op het bot corrupte regering die al 30 jaar aan de macht is. Over iedere vorm van opstand die met geweld de kop in wordt gedrukt. Over zijn angst en tegelijkertijd zijn wil om zijn mond open te trekken. Hij laat littekens zien op zijn heup en ellebogen. Vertelt hoe hij op een nacht moedwillig door aanhangers van de regering is aangereden. Hoe sigaretten op hem zijn uitgedrukt, hoe hij in elkaar is geschopt en voor dood achter gelaten op de weg. Hij zegt: “Ik heb iets te veel gedronken, anders had ik je dit niet verteld. Toeristen willen het niet weten dus wij zeggen niets. Zij willen het paradijs en dat krijgen ze dus hier. Maar het is Poverty’s Paradise.”
Dejongen staat op en verexcuseert zich. “Sorry maar als ik nog langer met je praat, ga ik huilen. Dank voor het luisteren”. Hij slentert weg. Zijn schouders hoog opgetrokken.
En ik weet dat ik die middag ongelijk had. Het paradijs is wel degelijk aangetast.

admin, Donderdag 17 Augustus 2006 at 5:18 pm Tien reacties

Apekop

98,7 procent.
Zoveel van ons dna komt overeen.
Zou het daarom zijn dat we chimpansees zo leuk vinden?
F en ik brengen de nacht door op Ngamba Island, gelegen in het Victoriameer, waarop een chimpanseeopvang is ingericht. De 40 chimps die er wonen zijn allemaal weesjes en hebben een gruwelijke geschiedenis achter de rug. Ofwel zijn ze als huisdier gehouden in zulke kleine kooitjes dat ze niet eens op vier poten konden staan, ofwel is hun familie uitgemoord in de oorlog in Rwanda ofwel zijn ze verstrikt geraakt in een jagersval met alle fysieke gevolgen van dien. Aangezien ze door al dit soort omstandigheden ooit uit hun natuurlijke habitat zijn gehaald, kunnen ze niet meer terug de wildernis in omdat ze dan verstoten zullen worden door andere chimps.
En dus worden ze opgevangen in dit weeshuis. Ze mogen het hele dichtbegroeide bos tot hun territorium rekenen maar omdat dat niet genoeg eten geeft worden ze drie keer per dag bijgevoederd. En wij slaan ze vanachter een ijzeren hek gade.
Ik kan er uren naar kijken. Hun mimiek die zo met de onze overeenkomt, de manier waarop ze elkaar slim het voedsel afhandig maken, het spelen van de kleintjes, er zit zo veel menselijks in. De mannetjes hebben zelfs een odol als ze ‘s morgens wakker worden!
98,7 procent mens zijn ze. En het is narcisitisch maar ik kijk maar wat graag naar de spiegel die ze me voorhouden. Het enige wat ons van hen lijkt te onderscheiden is ons spraakvermogen.
Als na een middagvoeding de andere bezoekers en dierenverzorgers langzaam afdruipen, blijven F en ik nog wat hangen. Ik ga voor het hek zitten en kijk diep in de droefdonkerbruine ogen van een vrouwtjeschimp. Ze houdt haar kopje scheef. En plotseling heb ik zo’n behoefte aan meer contact.
Voorzichtig schuif ik mijn wijsvinger onder de draden van het hek door. Ze kijkt er een tijdje naar. Ik durf me niet meer te bewegen.
Ik schrik even als ze gaat verzitten. En dan nadert haar hand de mijne. Als ET strekt ze haar wijsvinger naar me uit. Onze toppen raken elkaar. Ik vergeet door te ademen. Wanneer zij vervolgens heel langzaam en trefzeker mijn vinger begint te aaien, krijg ik prompt een dike keel.
98,7 procent. En haar aanraking zegt meer dan alle woorden die ik kan verzinnen.

admin, Maandag 14 Augustus 2006 at 1:09 pm Drie reacties

Jinja 2

“Witte! Witte! He witte, hallo!” Na een tijdje wordt het normaal dat tientallen bewoners van de dorpjes waar we vanmorgen doorheen fietsen ons begroeten met een enthousiast “Muzungu!”. In tegenstelling tot Kenia zijn ze in Ugunada nog niet zo erg gewend aan toeristen.
Dat heeft zo zijn nadelen. Zo bleken we hier in Jinja weer nergens met credit card te kunnen betalen puur omdat de credit card-briefjes op zijn. En nee, bij de bank hier lukt het ook niet want onze credit card is niet Oegandees en in dit dorp doen ze niks met Niet Oegandese Kaarten. Misschien moeten we het eens bij de pin proberen? Neeeeee, die lust onze pasjes evenmin. En dan is er nog Western Union, een bank waar geld naar toe kan worden overgemaakt wat je vervolgens cash kunt opnemen. Maar geld overmaken naar jezelf, eeeh, neeee, dat is niet mogelijk.
Heeft u misschien mijn paarse krokodil ook gezien?
Dus uiteindelijk sta ik dan, 31 jaar oud, mijn papa te bellen met de vraag of hij misschien wat pecunia kan storten...
En joechei, het lukt, alhoewel we ruim een uur op die poen moeten wachten want 1000 euro heeft de bank natuurlijk niet in kas. En wat doe je vervolgens met 2 miljoen Oegandese Schillingen onderverdeeld in zo veel pakjes geld dat we ons even Bonny & Clyde wanen die net een bank hebben beroofd?
En toch heeft het gebrek aan commercieel denken in dit land ook zo zijn charme. We voelen ons eindelijk eens niet de zoveelste toerist die op allerlei manieren geld uit de zak geklopt dient te worden. Het is wel verfrissend niet gezien te worden als wandelende geldmachine.
En dus rijden we vrolijk op onze gehuurde mountainbikes door huttendorpjes waar we worden omsingeld door giechelende kinderen. Auto’s toeteren. Moeders met baby’s op de arm, rug of nek, zwaaien. En wij wanen ons even heel bijzonder.

admin, Maandag 14 Augustus 2006 at 1:08 pm Eén reactie

Jinja

Dit is een wasmachine. Het water kolkt en draait om me heen en ik kolk en draai mee. Ik probeer me op te rollen tot een balletje maar stromingen van alle kanten rukken mijn ledematen uiteen. Mijn arm vouwt zich achter mijn rug, mijn been slaat omhoog, mijn hoofd schudt heen en weer, het kriebelt in mijn buik en uit mijn longen wordt het laatste restje lucht geperst. Ik moet er uit, er uit, maai ik met mijn armen.
En dan opeens spuit ik omhoog. Eenmaal boven het wateroppervlak moet ik zo hard lachen dat ik bijna alsnog vergeet lucht te happen.
Dit is dus raften, en manoman wat vind ik het leuk!
Je moet er wel een beetje gestoord voor zijn om je met 5 anderen in een rubberboot van snelstromende watervallen in de Nijl af te storten. Nog gestoorder is dat het de bedoeling schijnt te zijn om op de diepste stukken (met namen als G-spot, omdat het beste gedeelte moeilijk te vinden is... ja ik bedenk het ook niet.) bewust om te slaan.
'Let's flip, man!' zegt de Israelische potteuze raftgids in onze boot. En net op het moment waarop ik denk 'Waar is dat voor nodig??? Ik zit hier toch goed???' staat het bootje op zijn kant en ga ik kopje onder in de schuimende massa.
's Avonds in het hotel lik ik stralend mijn wonden. Ik heb overal blauwe plekken en tijdens de laatste flip is mijn hand ergens tegenaan geslagen waarbij mijn nagel bijna tot aan zijn oorsprong is afgescheurd.
Ja, dat doet zeer. Maar wat heb ik een geweldige dag gehad.
F en ik praten na. Hij durft nu wel toe te geven dat hij uit angst dat er iets mis zou gaan amper geslapen heeft. Ironisch genoeg is hij degene die zich altijd zorgen maakt terwijl hij fysiek nooit wat mankeert. Ik daarentegen ben er ten diepste van binnen van overtuigd dat ik onoverwinnelijk ben, maar kom vaak gebutst en geschaafd weer thuis. Mijn geest weet mijn fysieke kracht chronisch te overschatten.
En toch word ik niet zorgelijker. Als een domme labrador met een slecht geheugen voor ongelukjes draaf ik, ietwat hinkepotend, doblij en enthousiast naar het volgende nieuwe spannende verhaal.Toch fijn dat mensen als F een beetje op me letten en me oplappen als dat nodig is.

admin, Donderdag 10 Augustus 2006 at 07:10 am Vijf reacties

Kampala 2

Het klinkt zo heerlijk avontuurlijk. “We trekken door Oeganda en we zien wel waar we terecht komen”, maar heerlijk is het niet altijd. Het hotel dat door de Lonely Planet nog omschreven werd als “One of the best places in town” blijkt een betonnen bunker te zijn. En terwijl het in het boek nog zo pittoresk klonk dat het is gelegen aan een lokale markt, blijkt dit in werkelijkheid een groente- en fruithoop te zijn waar honderden luidschreeuwende mannen en vrouwen ‘s morgens vanaf 5 uur de beste waar uit proberen te graaien. Twee uur later ruikt het er als in een GFT-bak die 3 weken open in de zon heeft gestaan.
Berooid, want nog altijd geen geld, lopen we er langs en weten: we moeten hier Heel Erg Weg.
En dan keert het tij. Het blijkt inmiddels Maandag te zijn en de banken zijn open. En zowaar, binnen willen ze onze creditcards wel hebben! Even later zitten we heel erg opgelucht in een taxi. De stad uit, dat is onze missie en we besluiten de Lonely Planet nog 1 keer het voordeel van de twijfel te geven.
Deze keer pakt het goed uit. The Blue Mango blijkt een hippieachtige oase te zijn, talloze backpackers liggen er loom in de tuin op kussens, Jim Morrison mompelt vanuit de speakers iets over Riders on the storm, het eten is goed, de drank nog beter. “We trekken door Oeganda en we zien wel waar we uitkomen.” Avontuur is soms zo gek nog niet.

admin, Vrijdag 04 Augustus 2006 at 5:10 pm Eén reactie

Kampala 1

Lieve ram, vandaag wordt een moeilijke dag wat geldzaken betreft. Houd er rekening mee dat finacieel
het leven niet op rolletjes zal lopen. Geldproblemen liggen ernstig op de loer.

Ik heb hem niet leterlijk gelezen maar dit moet haast wel mijn horoscoop zijn geweest op de dag dat we in Oeganda landen. Op het vliegveld van Entebbe worden we door de dienstdoende douanier gedwongen 60 dollar te betalen, anders kunnen we het land niet in. We mogen even naar de bank in de aankomsthal lopen maar in tegenstelling tot Kenia waar we op iedere hoek van de straat geld uit de muur konden trekken, wil de Oegandese pinautomaat onze pasjes niet hebben. We wisselen schouderophalend ons laatste Keniase geld om voor Oegandese Schillingen en krijgen na betaling onze paspoorten terug waarna we een taxi naar de stad nemen. “Daar kunnen we ongetwijfeld aan geld komen,” glimlachen we tegen elkaar.
Dat kunnen we dus niet.
In ons hotel kunnen we geen geld opnemen met onze credit card.
Het is zondag en de banken zijn dicht.
Toch maar weer de pin proberen. Terwijl de duisternis valt dwalen we urenlang door lege, ongezellige TL-verlichte straten en proberen we iedere pinautomaat die we tegenkomen. Nope.

We raken moedeloos en besluiten uiteindelijk dat we slechts 1 bestemming weten van ons allerlaatste cash: bier. In het Sheratonhotel is het best gezellig en dus lijkt het ons een goed plan hier ook te eten. Ze nemen immers zeker credit cards aan. Nououou, nee dus.
O. Ja, Goh. Wat nu?
Onderweg slenterend naar ons hotel passeren we tientallen bedelaars die dwingend hun hand voor ons gezicht houden. Voor het eerst is mijn “No money no money” geen slap, gelogen excuus.

admin, Vrijdag 04 Augustus 2006 at 5:01 pm Twee reacties

Masai Mara

Dit is de laatste safariplek en ik merk hoe het Amsterdamse geraas in mijn hoofd door urenlang hobbelen over roodgekleurde zandpaden helemaal tot stilstand is gekomen. Doordat het programma de afgelopen week helemaal vastlag, was ik eigenlijk steeds bezig met de volgende bestemming. Pas de laatste dagen, nu we alles hebben gezien van luipaard tot leeuw tot cheetah en zelfs een tamme neushoorn hebben geaaid, heb ik geen verwachtigen meer.
En juist dan komt er van alles op me af. Plotsklaps staan we met onze jeep oog in oog met maar liefst 18 leeuwen, inclusief welpjes, die een dode gnoe aan het verschalken zijn. En he, er blijken voor onze tent zpmaar nijlpaarden in de rivier te leven, die zich loom op hun dikke buiken in het oeverzand vlijen.
‘s Nachts luister ik naar hun lokroep (denk Bor de Wolf meets Kingkong, dan heb je zo’n beetje het geluid te pakken). Ik ruik de smeulende vuurtjes uit het woud achter ons waarop de Masai hun pap koken en ik ben blij dat de nacht nog lang duurt.
Ik denk aan een spreuk die ik hier ergens tegen kwam: “I travel not to go anywhere, but to go. I travel for travel’s sake. The great affair is to move’.
Ergens in me weet ik dat de reis morgen verder gaat en wel richting Oeganda, waar F en ik naar toe zullen vliegen. Ergens weet ik het, maar nu lijkt het nog heel ver weg.

admin, Vrijdag 04 Augustus 2006 at 4:49 pm Eén reactie

Ol Pajeta

‘Hier lag dus de hele harem’, denk ik terwijl ik uit een immense met spiegels omgeven bad stap. De hele harem van de machtige Arabier die begin jaren tachtig dit gigantische landhuis midden in de Keniase droge steppen liet bouwen.
In de reisgids staat braafjes dat voordat Ol’ Pajeta een hotel werd het prive-eigendom was, maar ‘s avonds horen we van onze ober het echte, smeuige verhaal. Een verhaal over smokkel van ivoor, handel in wapens en een huis vol vrouwen puur en alleen ingevlogen om de gastheer te plezieren.
Dat deden ze in de kamer die F en ik toevalligerwijs toebedeeld hebben gekregen.
Nou ja, kamer…Eigenlijk is het een enorme gang die van het slaapgedeelte via de douchehal, de kastenkamer, en de toiletloge uitmondt in de voornoemde badderruimte. Het moge duidelijk zijn: deze meneer dacht in het groot.
Eenmaal in bed in mijn halfslaap tast ik naast me, maar ik kan F nergens vinden. Ik hoor hem ademen maar het is te groot, ik ben mijn kersverse man kwijt!
En opeens snap ik ook waarom die van zoveel wijven had. Hoe moet je anders een bed van 4 bij 4 vullen?

admin, Vrijdag 04 Augustus 2006 at 4:39 pm Eén reactie