Rozig zoekt een trouwkaart uit

“Wat voor papier had je in gedachten?”
“Eeeehm...”
“Deze dikte? Of deze? Of iets er tussenin?”
“Tja....”
“Je weet het niet.”
“Nee. Doe die maar ofzo.”
“Geweldige keuze!”
“Dankje.”
“En dan nu het lettertype. Wil je iets klassieks?”
“Neuh, geloof ut niet.”
“Iets moderns dan?”
“Eeeh, ja, ik neem aan dat dat de andere optie is.”
“Nou, we hebben ook klassiek modern, hoor.”
“O.”
“Je lijkt me iemand voor iets moderns. Iets stoers. Misschien deze robuuste letter?”
“Lijkt me prima. Heel robuust ja.”
“En in welke kleur wil je de letters?”
“Gewoon in het zwart?”
“Neeeee! Dat kan toch helemaal niet, dat is doooodzonde!”
“O. Als jij het zegt. In het rood dan?”
“Geweldige keuze, echt enig!”
“Dankje.”
“Maar wat voor soort rood wil je dan?”
“Watvoorsoortrood???”
“Ja, het ene rood is natuurlijk het andere niet, hè.”
“Ach nee, tuurlijk niet.”
“Dus dacht je aan dieprood? Of wat meer oranje? Of eerder bloedrood?”
“Wat denk jij?”
“Ik heb geen mening hoor, hahaha, ik bied het je alleen maar aan.”
“O.”
“Ja.”
“Nou, doe dan maar bloedrood.”
“Fantaaaaastisch! Geweldige keuze!”
“Dankje.”
“En wat voor soort enveloppen?”
“Wat dacht je van standaard?”
“Stan-daard?”
“Ja, rechthoekige met een driehoekje aan de achterkant waar je aan kunt likken zodat je hem dicht kunt plakken?”
“Briljant! Hoe kom je er op??? Geweldige keuze!”
“Dankje. Ach ja, ik heb er kijk op.”


admin, Donderdag 30 Maart 2006 at 10:39 am Twee reacties

Zweethut

“Dat daar ooit een hele baby uit is gekropen”. Vol verbazing staar ik naar het ietepetieterige kinderlijfje van Wendy van Dijk dat zich in een ingewikkelde positie gewurmd heeft. Ik sta achter haar in de yogastudio en ben zo afgeleid door alle lichamen om me heen waarvan de ledematen zich letterlijk in de meest vreemde bochten weten te wringen, dat ik zelf vergeet mee te doen.
De Bikramyogaplek zit vlak naast mijn kantoor en al maanden rijd ik er langs met de gedachte: ‘Dat zou ik ook moeten doen, want yoga is goeoeoeoed.' En vooral voor mij want ik kan wel wat innerlijke rust gebruiken en bovendien zijn mijn hamstrings door het spinnen zo verkort dat ik bang ben dat ik over een paar jaar zo stijf ben als de ochtenderectie van een hobbelpaard.
Bikramyoga moet me weer helemaal lenig en soepel krijgen, vooral ook omdat het in de studio zo’n 38 graden Celsius is. Dat versoepelt de spieren waardoor de oefeningen die volgens mij allemaal Ashiwashiwashi heten een ultiem effect krijgen.
En inderdaad, de temperatuur is heel aangenaam en het rekken gaat makkelijker dan gedacht. Maar er kleeft ook een nadeel aan deze tropische omstandigheden: het is de bedoeling dat je zo min mogelijk kleding draagt. Nou kan Wendy een heel klein broekje met hemdje best hebben en zelf schrik ik ook niet al te erg van mijn eigen spiegelbeeld, maar er zijn mensen.... Wat te denken van de Grote Aanstellerige Acteur (van wie ik niet weet hoe ie heet maar ik heb hem wel eens in een flauwe comedy gezien) die gekleed is in een piepklein jaren tachtig sportshort waarbij je door de pijpen heen zijn zakie kunt zien bungelen? En wat te denken van de meneer voor hem met de zwarte lange baard die zijn bierbuik raakt die weer boven zijn heupslip uitpruilt? Ik begin inmiddels te begrijpen waarom de yogajuf al een half uur roept dat we ons op onze ademhaling moeten concentreren, want dan let je tenminste niet zo op je omgeving.
Ik besluit me aan de Ashiwashiwashi over te geven, doe mijn ogen dicht en voer de oefening uit. “Buig recht voorover en pak met beide handen achterlangs je enkels vast. Ga op je handen staan. En adem iiiiiin. En adem uiuiuiuit.” Ik ga zo in de yoga op dat ik inderdaad alles en iedereen om me heen vergeet. Aan het eind van de les, is mijn hoofd leeg en doet mijn lijf zeer. Ik open mijn ogen en kijk recht in de druipende baard van de bierbuikman. Kut. Het is weer tijd voor de werkelijkheid.

admin, Woensdag 29 Maart 2006 at 1:03 pm Eén reactie

Afscheid

27 maart. 23.00

Nog een uurtje en dan is het voorbij
Dan neem ik afscheid
Dan houdt het op
Hoe erg is dat eigenlijk?
Het was een tijd waar ik tegenop behoorde te zien
Zo werd me ingefluisterd
Het punt bereiken
waarop de periode begon
Dat moest uiterst moeilijk zijn
Het afscheid van je jeugd
Maar nu ik terugkijk
Ben ik er toch soepeltjes doorheen gegleden
Het was niet pijnloos
Maar dat is niets
Het was ook heel blij
Ik werd stabieler en rustiger dan ik dacht
Zomaar
Vanzelf
Het is omgegaan
En komt niet meer terug
Nog een uurtje
En dan is het voorbij
mijn dertigste levensjaar*
Niemand zal me dan meer zeggen:
“Erg hè, dertig worden.”
En gelukkig maar
Want nee, dat vond ik niet erg
En dertig zijn al helemaal niet
Nog even
En ik weet
Of dat ook geldt voor 31


(*eeehm 31e dus... zie reacieveld waar sinds kort ook weer normale en intelligente reacties in voorkomen en niet alleen maar opmerkingen dat dit een 'great site' is en verzoeken om naar een porno- annex casinosite te gaan...)

admin, Maandag 27 Maart 2006 at 11:17 pm Twintig reacties

R.I.P

Bij deze staan wij drie minuten stil bij het overlijden van de negerzoen.

Het is een zwarte dag in de geschiedenis.

admin, Donderdag 23 Maart 2006 at 12:31 pm Zes reacties

Een goeie buuv

“Pwéééép!!!!”
Het is zondagochtend, half elf en de deurbel gaat.
(Overigens klinkt die niet als Pwéééép. Het is meer een penetrante zoem met de klank van een i als in kip. Maar als ik “Iiiiiiiiiii” had geschreven hadden jullie dat allemaal als "Ieieieieie" gelezen en dat is het ook al niet. Ja, je zal er maar mee zitten op zo’n weblog. Maar goed, de bel deed dus Pwéééép maar dat klonk als Iiiiiiii in kip welteverstaan).
“Pwéééép!!!!”
Ik stommel mijn bed uit waar ik ontzettend mijn roes lag uit te slapen*. Ik struikel over poes, pyjamabroek en hoge zwarte laarzen die ik blijkbaar vannacht in de deuropening naar mijn slaapkamer heb uitgedaan en weet op wonderbaarlijke wijze zonder noemenswaardige blessures mijn intercomtelefoonding te bereiken.
“Hallo” kraak ik er in.
“Ja, hallo,” klinkt het aan de andere kant. “Ik hoop niet dat ik u wakker maak?”
“Tuurlijk niet, ik was al lang op” roep ik zo monter mogelijk. Geen flauw idee waarom. Zal de Calvinist in mij wel zijn die vindt dat ik op zondagmorgen Nuttiger Dingen moet doen dan mijn nest bevuilen.
“Sorry hoor dat ik u stoor, maar ik ben de buurman van nummer 38,” gaat de man monter verder.
“Da’s mooi voor u.”
“Ja nou ja, en nou hebben wij pas een jong poesje en dat rende net de deur uit toen ik mijn jas aan het aantrekken was. En toen wilde ik het poesje pakken, maar toen viel de deur achter me in het slot. En nou sta ik dus buiten en ik heb geen sleutels bij me. Maar ik moet naar mijn werk. Kun jij me misschien wat geld voor het openbaar vervoer lenen? Ja sorry hoor, ik schaam me dood!”
“Tuurluk! Wacht even...”
En haastig zoek ik in mijn portemonnee naar geld. Ik diep 7 euro op en loop naar de voordeur. Als ik deze open wil doen om het de jongen te geven, twijfel ik even. Het zal toch geen bullshitverhaal zijn? Ach nee, spreek ik me zelf streng toe. Doe niet zo bitter, die jongen zit in de problemen en jij bent de goeie buuv die hem gaat helpen.
Ik open de deur. De jongen stelt zich voor als Peter en zegt reuze opgelucht te zijn. Ik geef hem het geld en hij drukt plechtig mijn hand. Vanavond zal hij het terug komen brengen. Belooft hij.
Als ik het verhaal een dag later op kantoor vertel, word ik gigantisch uitgelachen. Ik ben er ingetuind. The oldest tric in the book! Gewoon afgezet door een verbaal begaafde junk.
En daar ben ik nou zo ziek van. Die 7 euro kunnen me niet schelen, maar ik voel me gewoon genaaid. En bovendien uit mijn bed gebeld door een lul die een shotje nodig had.
En toch... elke dag hoop ik dat ik het mis heb. Dat er een envelopje in de bus ligt met het geld en een boekenbon als dank voor de moeite. Of dat er een jong poesje op mijn stoep zit. Dat mag natuurlijk ook.



*Wat ik zaterdagnacht heb uitgespookt waardoor ik mijn roes lag uit te slapen? Dat vertel ik morgen beste kijkbuiskindertjes.

admin, Dinsdag 21 Maart 2006 at 5:49 pm Negen reacties

Lachu

“Hé jongens, weet je wat wij gaan doen hè hè hè?”
“Nou nou nou?”
“We gaan rellen!”
“Coooool!”
“We pikken allemaal een Breezertje uit de ijskast”
“Wel oppassen dat je moeder je niet ziet!”
“Die bitch”
“Jaaaaaa, biiiiitch!”
“Hebben we allemaal wat te drinken?”
“Jaaaaa! Lekkor!”
“En dan gaan we nu heel stoer naar de weblog van een meisje!”
“Een m-m-m-meisje?”
“Jaaaaa, met z’n allen!”
“Ooooh, dan is het goed...”
“En dan gaan we allemaal reacties bij haar laatst stukkie zetten. En plaatjes, grote plaatjes!”
“Van lekkere tieten?”
“Jaaaaaa, tietuuuuuh!”
“Coooooool! Dat zal die slet leren!”
“Ik ga vragen of ze wil neuken!”
“Jaja, neukenneuken, meisjemeisje, tietentieten. O kut.”
“Wat kut”
“Toetsenbord verdronken in de Breezer.”
“Komt allemaal door die slet.”
“Jaaaaa, hè hè hè.”

Heren, het was bijzonder afgelopen nacht in mijn reactieveld. Ik heb de grote plaatjes inmiddels verwijderd, want dat laadt zo langzaam hè. Hoop dat jullie helemaal aan je gerief zijn gekomen, ik vond het enig. Volgende keer bij jullie?

admin, Woensdag 15 Maart 2006 at 08:12 am Vijftien reacties

Vinnig

Ik moet nog 45 kilometer als het misgaat. Kramp. Werkweigering van mijn rechterbeen. Het schiet er in als ik langs Misty Cliffs rijd, een prachtige zeeweg waar de golven hoog opspatten. Shit hoe moet dat nou? Er komen nog twee enorme beklimmingen, Chapman’s Peak en Suikerbossie, maar ik krijg de wielen steeds lastiger rond. Langzaam zie ik G. en B. met wie ik deze dag een driemanschap zou vormen, uit het zicht verdwijnen...

En dat terwijl ik zo geweldig begonnen ben. We zijn om tien over zes opgestaan en stiekem geniet ik van de nervositeit die er in huis hangt. Onze rugnummers moeten op onze shirtjes worden gespeld, we moeten voldoende sportdrank hebben en waar zijn de bananen in godsnaam? In de garage ruikt het naar smeerolie en andere vettige emulsies. Her en der liggen bidons en reparatiesetjes.
Eenmaal in het centrum van Kaapstad gearriveerd, nemen bij mij de zenuwen toe. Op een parkeerterrein staan honderden auto’s waar gespannen wielrenners uitkomen. Ik zie een groepje dat met de armen om elkaar heen geslagen staat te bidden. Voor een goede afloop wellicht?
Met zijn duizenden begeven we ons naar het startgebied. Iedere vijf minuten mag er een groep van 750 man aan de tocht beginnen. Uiteindelijk zullen er zo'n 35.000 wielrenners zo de start passeren. Als vee worden we in een vak gedreven en staan we te wachten op ons startsein. Het begint gestaag te regenen. De dj draait 'Raindrops keep faling on my head'.
De omroeper geeft aan dat we nog 45 seconden moeten wachten. Ik sta een beetje voor me uit te piekeren. Wat als er door de nattigheid veel valpartijen zijn? Ik ben al niet zo stoer als het op dalen aankomt. En wat als pappa en F. iets overkomt? Zij zijn in eerdere, nog snellere en roekelozere groepen gestart.
Maar als het startsein klinkt en we eindelijk in beweging komen ben ik mijn zware gedachten alweer vergeten. Het begint te hozen maar overal langs de kant van de weg staan mensen ons aan te moedigen. Ik rijd langs spandoeken met teksten als “Come on guys! Show some balls!!!” en hoor voortdurend mensen schreeuwen: “Looking good!” en “Nie stop nie!”.
Ik vlieg de eerste berg op onder zoveel support en tijdens de afdaling durf ik me zelfs behoorlijk te laten gaan. Ik voel: dit gaat een mooie tocht worden...

Vijftig kilometer later ben ik dat gevoel volledig kwijt. Waar ben ik aan begonnen? Als ik me na hard trappen eindelijk weer bij G. en B. gevoegd heb, vraag ik me af hoe ik ooit bij hen aan het wiel kan blijven. Met 36 kilometer per uur razen we een stuk vals plat op. Dit houd ik niet vol!
Maar dan, na honderd meter klimmen op Chapman’s Peak, raak ik de kramp kwijt. Het is alsof de ijzigheid en stijfheid in mijn been smelt. Ik beuk op de pedalen. Mijn lichaam doet het weer. Niet lang daarna sta ik bovenaan de berg. Ik kijk op mijn horloge. We moeten hier rond half twaalf zijn willen we de tocht binnen vier uur rijden. Het is tien voor half twaalf. Ik voel me licht euforisch.
En dat gevoel blijft gedurende de kilometers die volgen. De laatste berg, Suikerbossie, staat bekend om zijn steilheid. Maar als we er aankomen lijkt het wel of het carnaval van Breda naar Kaapstad is verhuisd. Overal staan mensen, biertjes in de hand, naar ons te schreeuwen. Er klinkt stampende housemuziek, er staan cheerleaders dansjes te doen, we worden gefotografeerd.
Tijdens de afdaling voelen mijn benen nog steeds goed. “Binnen de vier uur, binnen de vier uur!” mompel ik.
Maar ik had het natuurlijk kunnen weten. Deze week heb ik patent op de lekke band. Als ik mijn achterwiel ietwat voel schokken hoop ik nog even dat het aan het wegdek ligt, maar helaas.... Een seconde later staan B. en ik aan de kant van de weg de band te verwisselen (nou ja, hij dan, ik heb in deze de handigheid van een blind nijlpaard).
Als we uiteindelijk naar de finish rijden zet ik flink aan. 36 kilometer per uur, 38 kilometer, 40 kilometer. Ik wist niet dat ik zo hard kon fietsen. Binnen de 4 uur haal ik niet meer, maar ik wil er wel zo dichtbij mogelijk komen.
Het wordt 4 uur en 7 minuten. Als ik over de finishlijn kom voel ik een gemoedelijk tikje op mijn bil. Een Zuid-Afrikaan die in mijn wiel zat geeft me een brede glimlach. “Jij het baie vinnig gery!” roept hij me toe. En eigenlijk vind ik dat zelf ook wel. Maar volgende jaar... binnen de vier uur!
(klik hier voor een Zuid-Afrikaans verslag)

admin, Maandag 13 Maart 2006 at 07:36 am 44 reacties

Citaten uit een mannen-wielrennershuishouden

“Hé lul!”
“Hallo voor jou is het Meneer Lul, ja.”
“Ik geloof dat ik even een pikeurtje ga zetten.”
“Ik geloof dat ik jou morgen verschrikkelijk op de kant ga rijden.”
“D’r drijft een drol in de wc.”
“Dan moet je doortrekken.”
“Heb ik gedaaaaaaan.”
“En?”
“Ligt er nog steeds.”
“Van mij is ie niet.”
“Van mij ook niet.”
“Dan is ie van niemand.”
“Hoe zou zo’n drol kunnen blijven drijven?”
“Volgens mij is ie van Spekkie.”
“Jij begint anders ook een aardige buik te krijgen.”
“Jaaaa, maar dat zijn reserves. Het kan nog oorlog worden!”
“Bovendien daalt het lekker snel.”
“T is alleen zo jammer dat je er de berg amper mee opkomt, hè.”
“Ik zit altijd wel lekker uit de wind achter die reet van jou.”
“Ik zal er tijdens de race een paar voor je laten.”
“O o o, gaan we goedkoop worden?”
“Ze moeten er uit, zegt Henk van C.”
“Ach, die reed zelf nog geen deuk in een pakkie boter.”
“De winst haal je straks echt niet uit het dalen, hoor. Je moet het van het klimmen hebben.”
“Ja hehe, dat snap ik ook wel. Heeft een hobbelpaard een houten lul?”
“Niet als het een vrouwtje is.”
“Je moet hobbelhengst zeggen, da’s logisch.”
“Ach, man, je bent niet eens afgestudeerd jij.”
“Zeg pas op zo meteen met douchen, hoor,”
“Hoezo?”
“Gebukt is gepakt!”
“Neeee, gebeukt is gepakt.”
“Wat jij wil, meneer lul. Ik rijd je er toch af zondag.”



admin, Zaterdag 11 Maart 2006 at 08:31 am Vier reacties

Link(s)

“Ach, jij bent toch ook gewoon een kerel, zeur niet.” Mijn vader heeft het feministisch denken er vroeg bij me ingeramd. Jaren geleden al ging ik met hem en een groep vrienden mee op wintersport. Ik, zeventien en stuiterend van de vrouwelijke hormonen, kon prima mee vond ie, want in wezen was ik een kerel, net als zij allemaal. En eigenlijk had ie daar ook gelijk in. Want achter de mascara, hoge hakken en bh-bandjes schuilt in mij toch gewoon een jongetje dat de grofste moppen wil vertellen en de hardste boeren wil laten.
En dus voel ik me deze week behoorlijk op mijn gemak. Ik zit in Kaapstad met F, mijn vader en 6 fietsvrienden van hem omdat we de Cape Argus gaan rijden, een wielerwedstrijd rond de Tafelberg. Ieder jaar doen daar 30.000 man aan mee en als die het leuk vinden, moet ik er toch ook wel lol aan beleven, dacht ik zo.
Deze week zijn we in training. Iedere dag maken een tocht door de bergen rond de stad. Ik val nauwelijks uit de toon, kan de mannen goed bijhouden en ook in boeren en scheten sta ik mijn mannetje.
Zo goed zelfs dat het me soms beangstigt. Jezus, bedenk ik op een middag, ben ik dit echt? Ik voel een identiteitscrisis opkomen. Mijn aanpassingsvermogen kan soms wat al te groot zijn.
Maar dan besluit ik een middagje niet mee te trainen en met mijn moeder te gaan winkelen. Ik leen mijn vaders auto (Lees: oude, grooooote Mercedes) en roep om het hardst dat ik het helemaal niet eng vind, hoor, links rijden in Afrika. Ik slik een brokje zenuwen weg en kruip achter het stuur. Eenmaal op de weg voel ik me gelukkig best op mijn gemak. Zo lang ik maar “Links, links links” tegen mezelf blijf roepen kan er niks mis gaan, zo heb ik mezelf ingeprent. Na winkelen en koffie rijd ik terug naar het huis waar we slapen. Ik voel me reuze stoer, zo als klein vrouwtje alleen in die wagen. Ik zing mee met de autoradio en knip met mijn vingers. T is net echt.
Maar dan draai ik de straat in... Het gaat niet eens hard, ik heb drie keer keurig gekeken of er geen tegenliggers waren, ik weet precies waar ik wezen moet en het “Linkslinkslinks” klinkt stampend in mijn hoofd.
BANG! hoor ik. Oeps. Iets té links kan blijkbar ook. Ik pak de stoep mee en kom slingerend voor het huis tot stilstand.
De schade? Twee lekke banden en evenveel kapotte velgen.
Maar ik weet in elk geval heel zeker: ik ben nog steeds een wijf.

admin, Woensdag 08 Maart 2006 at 5:52 pm Zes reacties

Brrr

De poes vond de sneeuw op het balkon maar 4 stapjes leuk....

admin, Donderdag 02 Maart 2006 at 09:44 am Twee reacties

Smeer maar in je haar

Op de sportschool zit ik mezelf af te beulen op een fiets als ik plotseling in de spiegel naar mijn eigen hoofd kijk. Dat is op de sportschool sowieso geen pretje maar wat ik nu zie, bevalt me helemaal niet. Afgezien van rode wangen en zweetdruppels zie ik vooral een donkere waas rond mijn hoofd. Het is mijn haar. Na weken van gemiezer, bittere kou, sneeuw en regen is mijn vrolijke zomerblond totaal verdwenen. En dat terwijl ik toch heus een rasblondje ben. (Ex)-vriendjes kunnen het beamen, het blond is echt van mezelf, maar waar het op plekken die niet zo vaak aan het daglicht worden blootgesteld gewoon dezelfde kleur blijft, gaat mijn hoofdhaar in de winter altijd door een donkerblonde fase.
En dat vind ik helemaal niks. Donker, bruin, rood, zwart, ik vind het enig bij een ander maar ik wil het allemaal niet zijn. Ik ben een überblondine. Blond en ik, wij horen bij elkaar.
Nu kan ik natuurlijk wel weer wachten tot de zon de boel oplicht en opvrolijkt maar ik heb er het geduld niet voor. En dus besluit ik naar de drogist te gaan.
Daar begeef ik me plotseling in de wereld die haarkleuring heet. Tientallen blije blonde bimbo’s staren me vanaf de verpakkingen haarverf aan. Welke moet ik nou nemen? Ben ik honingblond? Of toch eerder ananas? Of doet mijn kop meer aan kamille denken?
Ik besluit het zekere voor het onzekere te nemen en koop een pakje dat mijn haar gewoon één tint oplicht.
Thuis installeer ik me in de badkamer en maak het doosje open. Ik weet niet wat ik zie. Vijf verschillende potjes en tubetjes zijn er nodig voor deze blondering! De gebruiksaanwijzing is langer dan die van mijn videorecorder en dan tel ik de Koreaanse vertaling (wel eens een Koreaans blondje gezien trouwens?) niet eens mee!
Het is een reuze ingewikkelde toestand. Plastic handschoenen aan, flesje met emulsie openen, klein glazen flesje met andere vloeistof erbij gieten, tubetje doorprikken met achterkan van de dop, zal uit het tubetje leegspuiten in fles met ene emuslie en andere emulsie, wasverzachtercreme er bovenop, schudden, gaatje prikken in dop en dan eindelijk kan het spul naar mijn hoofd verhuizen. Inmiddels ruikt het naar een chemische fabriek in mijn huis, maar ik besluit door te zetten. Hele plakkaten van de blondmeuk smeer ik op mijn hoofd. Vervolgens moet ik 45 minuten ‘relaxen’ aldus de kleurdoos. Maar inmiddels begint mij kop te prikken en niet zo’n klein beetje ook. Nu weet ik ook zeker dat nepblondjes dommer zijn dan echte. Dit spul eet mijn herseninhoud op! Na een half uurtje hou ik het niet meer en spring onder de douche. Drie spoelbeurten verder sta ik eindelijk voor de spiegel. Voorzichtig open ik mijn ogen en ik zie...
Mijn eigen blonde zomerzelf.
Het kost wat moeite, mijn IQ is gehalveerrd, maar dan heb je ook wat!
Nu nog een paar dikke tieten en ik ben klaar voor de Pamela Andersoncompetitie.

admin, Woensdag 01 Maart 2006 at 1:35 pm Twee reacties