Schaamplaat
Ik ben een stoere ruige vuige hardcore rockchick, dat weten jullie allemaal. Ik kan luchtgitaar spelen zonder handen, ik hou van zangers- en –essen met een randje aan hun stem, het mag van mij hard, veel en rafelachtig zijn. Jaja, ik ben een beest.
Maar als het huis leeg is en niemand het kan horen, zet ik mijn iPod in de speler en klik ik hem aan: de muzieklijst die ik lafhartig Eclectica heb genoemd.
Eclectica my ass, dit is gewoon mijn persoonlijke verzameling schaamplaten. Liedjes waar muziekliefhebbers om moeten huilen omdat ze zo afgezaagd, sentimenteel, gedateerd of ronduit beroerd zijn. En waar ik zo om moet huilen uit…eeeeh…ahum…ontroering. Ja. Echte oprechte ontroering. Dus.
Wat staat er op die lijst? Durf ik dat met jullie te delen? Het zou wel goed zijn voor onze hernieuwde kennismaking op dit blog als ik meteen uit de kast durf te komen. Geen bullshit, geen crap die te cutten is, ik toon mij aan jullie in al mijn kwetsbaarheid. Goed dan. Ik doe het gewoon, ik vertel jullie mijn schaamplaten-top 5. Komt ie (tromgeroffel):
Op 5: ‘Mi Rowsu (Tuintje in mijn hart)’ van Damaru en (onhandig gekuch) Jan Smit. Maar deze kan ik uitleggen: toen ik zwanger was van mijn eerste zoon Miró was dit een gigantische hit. F. en ik waren de enigen die wisten wat de naam van onze zoon ging zijn en deden niets liever dan heel hard Miiiiiroooosu meezingen.
Nummerrrr 4: ‘Like a bridge over troubled water’- Simon and Garfunkel. Ik leg mij neer als een brug over troebel water; een verschrikkelijke tekst, maar shit, iemand zal het je maar aanbieden.
Numero 3: ‘Voor haar’ van Frans Halsema. Uitgekauwd tot en met, geregeld door lesbo’s gecoverd om hun liefde aan hun mevrouw te verklaren (vraag me niet waarom), veel te veel vioolgedoe en toch. In mijn lichaam heeft hij plaats gemaakt voor twee.
De tweede plaats is voor: ‘Suzanne’ van Herman van Veen. Nu is mijn Herman van Veenimitatie vrij legendarisch, maar aan dit liedje mag niemand komen. Ik begrijp geen hol van die tekst (iets met Jezus, een visser, en dan weer die meeuwen enzo), maar ja: brok in keel.
En dan nu het met-de-billen-bloot-momentje, de nummer 1, die ene plaat waar ik standaard van moet huilen, die rechtsreeks mijn sentimentsnaar bespeelt, die me altijd maar dan ook altijd raakt:
‘Leaving on a jetplane’ van John Denver. En dan met name het stukje waar hij op het laatst een beetje de hoogte in gaat; draagt u mij daar maar weg.
Zo. Dat is eruit. Het lucht op. En het geeft zelfinzicht, zo’n lijstje. Want in de schaamte verbergt zich ons ware karakter. Wat we verborgen proberen te houden, is wie we echt zijn. Ik ben geen stoere ruige vuige rockchick. Ik ben John Denver.






december 1983 verbleef ik enige tijd in een van de beruchtste travellershostels ter wereld: the Oxford Pension in Cairo. Tegelijk met mij verbleven er ook twee muzikanten, Gary en James, en iedere keer als er iemand die echt wel ‘aanwezig’ was geweest, vertrok, kreeg h/zij een op maat gemaakte versie van ‘leaving on a jetplane’ ter afscheid.
Een práchtliedje dus.
Wat ben jij erg.
really nice…..
egelijk met mij verbleven er ook twee muzikanten, Gary en James, en iedere keer als er iemand die echt wel .