Wijf
Huh? Wat? Ik? Bedoelen ze mij? Moi?
Hoe typisch vrouwelijk was mijn reactie toen ik de mail ontving waarin stond dat ik was geselecteerd voor de Viva 400, de lijst met succesvolle vrouwen die weekblad Viva dit jaar voor de vierde keer samenstelt. Nu is een vrouwelijke reactie wellicht te verwachten bij een vrouwlijke lijst, maar in wezen gedroeg ik me ronduit stompzinnig. Handje ongelovig op de borstkas gehouden, hoofd naar achteren gooiend je almaar afvragen hoe ze er bij komen om jou te nomineren en of het niet één grote vergissing was; dat kan natuurlijk alleen een wijf doen. Mannen denken veel eerder: “Tuurlijk, da’s logisch” als ze geroemd worden.
In de auto op weg naar de verloskundige zit ik er nog even over na te denken. Ik pieker al de hele morgen over wat ik moet antwoorden op de vragen die de redactie me heeft gemaild. Met name het verzoek op te schrijven wat volgens mij het belangrijkste is was ik het afgelopen jaar heb bereikt en waar ik in het algemeen het meest trots op ben, maken het me lastig. Ik ben hartstikke trots op mijn boek natuurlijk, en op mijn toneelstukken, en op mijn interviews, maar is dat het antwoord dat ze zoeken? Moet ik er niet iets relativerends bij zetten, een grapje, een kwinkslag, een ‘nou ja, zo serieus neem ik mezelf natuurlijk niet’-zinnetje? Of neem ik mezelf door er zo over na te denken juist belachelijk serieus?
Opeens ben ik het zat. Jezus, wat ben ik toch een wijf! Ik vind het hartstikke leuk om één van de 400 te zijn, good for me, doe niet zo moeilijk. En ja, ik vind dat ik een mooi boek geschreven heb. En ja, ik heb een goed gevoel over mijn eerste toneelstuk en over het tweede dat in november in première gaat (coproductie met Erris van Ginkel). En ja, ik ben gewoon het afgelopen jaar überhaupt behoorlijk lekker bezig geweest, ja. Mag het?
Vanaf nu houd ik er mee op, dat mutsengedrag, dat ‘I’m not worthy’, dat ‘Huh? Wat? Bedoelen ze mij?’. Ja natuurlijk bedoelen ze mij. Ik ben een kerel op hoge hakken, ik vind het volstrekt logisch om geprezen te worden, ik doe nooit meer iets aan mezelf af, ik ben een kerel, ik ben een kerel, ik ben een ke-...
De klap van mijn auto tegen de betonnen muur van de parkeergarage overstemt elk geluid. Verdwaasd zit ik achter het stuur. Uit de motor begint vloeistof te lekken.
Jezus, wat ben ik toch een wijf.
(Hoe het afliep? Ik en baby: ongedeerd. Auto: total loss. Mijn antwoord met een trillip op de vraag van het sleepbedrijf naar het type Mercedes dat ie moest gaan vervoeren: “Eeeeeh ik weet het niet meneer, een groene?”. Jezus, wat ben ik toch een...)






Ik vind het zo GEEN Roos auto!
Verder niks dan lof… (beetje wijf wel natuurlijk)
Welnee, je bent een kerel. Want je kunt niet multitasken, zoveel is duidelijk
Wel een vervelende ervaring, die botsing. Snel weer rijden!! of anders een extra autoles!
Ha Roos, ik ben echt stomverbaasd dat je een auto hèbt! Maar dan wel meteen een goeie gelukkig. Volgende iig beter een E dan een SLK – vanwege die buik en de gevolgen (kinderzitjes).
Wow dat is schrikken! Je kunt zwangerschapshormonen de schuld geven hoor, die maken een enorm wijf van je.. En parkeergarages nog maar ff mijden de komende maanden…