Dag
Alles gaat voorbij.Maar van sommige instituten uit je leven kun je je niet voorstellen dat ze ooit zullen verdwijnen.
Toch gebeurt het. Zomaar. Dat wat er was, zo vanzelfsprekend, is niet meer.
Ik weet dat ik schimmig klink, maar het is niet aan mij om andermans privé op te schrijven. Ik ben alleen maar toeschouwer van het immense verdriet dat dit afscheid teweeg brengt. En ik probeer een beetje steun te geven. Troost of zoiets.
Wat het mij doet weet ik eigenlijk niet. Doet er ook niet toe, anderen zij zo veel erger getroffen. Ik ben vooral aan het redderen geweest deze week. En aan het piekeren. Niet aan het voelen.
Maar toen ging vanmiddag mijn drogist met pensioen. Een lieve man, een paar huizen verderop, waar ik terecht kon voor mijn paracetamolletjes of Hot Coldrex. We maakten graag een praatje. Over het weer. Over de buren. Over zijn kleinkinderen. Heel gewoon, niets bijzonders. Maar altijd als ik wegging, kreeg ik iets extras van hem mee. Een handje drop of een tubetje lipcreme. Omdat je mijn vriendin bent, zei hij dan.
Zojuist bracht ik hem een afscheidsgroet. De winkel stond vol met buurtgenoten, een zangeres zong haar lied, glaasjes champagne werden rondgedeeld. Het leek zowaar gezellig. Maar ik stond er wat verloren tussen. Ik wist niet zo goed wat ik er ook alweer deed.
Op dat moment zag de drogist me. Hij maakte zich los uit zijn gesprek en omhelsde me.
Het klinkt misschien stom, hakkelde hij. Want we kennen elkaar niet, nou ja, niet echt zeg maar. Maar je... je hebt indruk op me gemaakt. Dat wou ik even zeggen.
Ik knikte. Insgelijks zei ik zacht. En ik snelde de winkel uit, want mijn keel zat dicht.
Dag instituut.
Dag. Dag.
Dag.






En zo is het.
Dag is ook een drieletterwoord.
En zo is het.