Buitenstaander
Het lekkerste van op reis gaan is weer thuis komen, hoor ik mensen vaak zeggen. Tot nu toe vond ik dat stompzinnig gelul, die ene rampvakantie naar de Filippijnen daar gelaten want toen wist ik niet hoe snel ik weer naar Nederland terug moest...Intermezzo: stelt u zich voor: F en ik een paar jaar geleden op een mini-eilandje dat in de reisgids heel idyllisch leek maar in werkelijkheid een soort vuilnisbelt in zee was, F met een loei van een oorontsteking, ik die tijdens een duiktochtje oneerbare voorstellen van de dive master kreeg (onder water!!), de bevolking van het eiland bestaande uit dikke Duitsers die Filippijnse meisjes van 17 uitwoonden en zich s avonds bij de enige bar van het eiland vermaakten met elkaar in elkaar rossen, nou ja, kortom, tijd om zsm te vertrekken...
Maar goed, het lekkerste aan op reis gaan is natuurlijk niet thuiskomen maar weg zijn. Bewust onthechten, zoiets. Weer even de nieuweling ergens kunnen zijn, je eigen weg op een andere plek vinden en langzaam, heel langzaam vertrouwd raken. Zo vertrouwd, dat je eigen thuis een vreemd resort lijkt.
En dat is wél lekker aan thuis komen. Opnieuw binnen stappen in een wereld die je even vreemd is geworden. Verwonderd in je woonkamer om je heen kijken en blij denken Wat hebben we het hier eigenlijk leuk ingericht. Je op je werk nog ietwat afzijdig houden en kunnen zeggen O dat nieuws... tja, heb ik niet zo gevolgd, ik was in het buitenland. Jammer genoeg is alles weer zo snel vertrouwd. Vrienden en collegas vragen me wel eens waarom ik zo vaak naar het buitenland ga. Het antwoord is simpel: ik wil me overal een vreemdeling kunnen voelen, zelfs in mijn eigen Amsterdam.





