De Kili Dag 1
De nacht voordat we aan onze eerste klimdag op de Kilimanjaro beginnen, zijn we stuk voor stuk ietwat zenuwachtig. Een week op zon berg waar je niet zo snel afkunt. Een week in tenten. Een week afzien. Hoe bereid je je daar op voor?Tot ver in de avond zijn we bezig met onze tassen. We kunnen alleen het hoognodige meenemen, omdat het anders te zwaar wordt voor de dragers. Zij sjouwen onze grote tassen naar boven, wijzelf doen het met een dagrugzakje. Maar wat doe je daar dan weer in? Vest, extra T-shirt, fleece, regenjas, regenbroek, zonnebrand, muziek, eten? Ja, ja, ja, allemaal nodig. Steeds tref ik weer iets nieuws in mijn bagage waar ik tijdens het lopen niet zonder denk te kunnen. Ik lijk Estelle wel die haar beautycase inpakt voor een dagje strand.
De volgende morgen rijden we met een busje naar de gate. Het is de laatste keer voorlopig dat we dorpjes zien, huizen, scholen. We gaan op naar de onbewoonde wereld. We stoppen even bij de slager. Aan een houten veranda bungelen immense stukken zwoerd in de zon. Ik zie hoe de kok een groot stuk koe inkoopt en neem me voor de komende week vegetariër te worden.
Bij de ingang van het Kilimanjaro-park schrik ik. Achter een houten hek staan tientallen Tanzaniaanse mannen te smeken om een van onze dragers te mogen zijn. Terwijl wij ons zelf ietwat bedeesd afvragen of wij die enorme berg eigenlijk wel echt op willen, is het voor hen pure noodzaak, want drager zijn, betekent werk hebben. Hoofdgids Richard wijst de jongens aan met wie hij de berg op wil. De anderen hebben pech en druipen af. IK vraag bijna of een van hen mijn plaats in wil nemen. Lafaard die ik ben.
De uitverkoren dragers nemen onze tenten en grote bagage over en beginnen rap aan de klim naar boven. Terwijl wij inmiddels ook zijn gaan lopen, worden we zo nu en dan ingehaald door een van de snuffels (een vriend van mijn pa heeft die naam ooit voor de dragers bedacht. Vraag me niet waarom...). Terwijl ze ons passeren met een tas op hun hoofd en een pakket op hun rug met keukengerei er aan gehangen en soms ook een doos eieren voor t ontbijt, roepen ze ons toe: Pole pole (rustig aan).
We doen ons best zo langzaam mogelijk te lopen, maar eerlijk gezegd is deze eerste klim een eitje. Door dichtbegroeid bos loopt een redelijk breed pad dat we domweg moeten volgen. De weg is droog en goed begaanbaar. Het is warm, de zon brandt op het bladerendak. Hoezo regenwoud???
Inmiddels weet ik hoe groen ruikt. Tussen de groennuances van de bomen, mossen, varens en lianen hangt een friszure lucht. Papa, B, P. en ik bereiken na vier uurtjes het eerste tentenkamp. F. en de reisleider zitten ons daar al op te wachten met een Kilimanjaro-biertje in de hand. Het zal de komende dagen het laatste slokje alcohol blijken te zijn. Het kan immers alleen nog maar erger worden...






