Frans
Daar staan we dan, naast de kist. Ik weet niet zeker of ik mijn vaders hand zal pakken. Hij is zo rustig en sterk en ik wil het hem niet moeilijk maken. Ik maak een grapje. Daar zijn we goed in, grappen maken op moeilijke momenten.Dat dit moeilijke moment zou komen, wisten we al maanden. Toen de doktoren zeiden dat het kanker was. Toen mijn ouders eerder terugkeerden uit het buitenland. Toen ze bij elk kort reisje steeds een mogelijke annulering in gedachten hielden. Het bleek al die tijd nog niet nodig.
Maar nu is het dan toch gebeurd. Een dag voor ik terugkwam. Frans is dood. Wat zeg je tegen je vader als een van zijn beste vrienden overlijdt? Als hij je meeneemt naar een kamertje waar het lijk ligt opgebaard? Als hij een arm om de kersverse weduwe heenslaat en zegt dat ze zeker wel moe zal zijn? Als je ziet hoe moe hij zelf is, hoe grijs zijn eigen gezicht, hoe zijn brede schouders hangen?
Ik maak nog meer grapjes tegen hem want ik wil hem zien lachen. We stellen de rouwadvertentie op. Hij worstelt met woorden, probeert een jarenlange vriendschap in een enkele zin te vatten.
Hij beslist over het lettertype van de rouwkaart. Hij belt, hij regelt. Ik kijk naar hem en denk aan wat mijn moeder zei, die uitgerekend nu zelf weer moet worstelen met haar onwillige lichaam. Ik ben op dit soort momenten zo blij, dat we zo lekker klef kunnen zijn met zijn drieën. Ze heeft gelijk. Schaamteloze klefheid is soms het enige wat echt helpt.
Als de kraaien Frans in zijn kist hebben gelegd lopen mijn vader en ik naar de auto. Ik strek me uit en woel hem door zijn haar. Hij glimlacht als ik zijn arm grijp. Ik laat hem niet meer los.





Ben ontroerd. Niet alleen sterkte voor je vader, maar ook voor jou.
Mooi stukje, Roos.
Bert Janmaat
Gisteren mijn oma begraven. Mijn vader, breekbaar en ineens weer helemaal kind. Wilde hem troosten. Heb ook maar grapjes gemaakt. En heel klef gedaan. Ik snap je wel, Roos.
LIEF MOET HUILEN….
Als lullo hou ik het ook niet droog hier. Wel lief van je Roosje. Beetje grapjes maken. Ik weet me ook in zulke situatie geen houding te geven. Soms krijg je dan de neiging om heel hard: “IK LEEF!” te gillen. Is ongepast, maar wel grappig. (gejat van Joop Klepzeiker)